BESLUIT van 12 december 1996, houdende regels met betrekking tot taak
en werkwijze van de Centrale Archief Selectiedienst
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 4
december 1996, nr. CPZ96/1/12, directoraat-generaal Openbaar Bestuur;
Gelet op de artikelen 3 en 23, eerste lid, van de Archiefwet 1995
(Stb. 1995, 313);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Dit besluit verstaat onder:
«de dienst»: de dienst bedoeld in artikel 2;
«archiefbewerking»: het geheel van activiteiten gericht op het
realiseren van de bij artikel 3 van de Archiefwet 1995 aan
overheidsorganen gestelde verplichting de onder hen berustende
archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen
en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de
daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden;
«zorgdrager»: een Hoog College van Staat, een ministerie of een
daaronder ressorterend dienstonderdeel of agentschap dat bij de
Archiefwet 1995 is belast met de zorg voor de archiefbescheiden,
alsmede, ingeval artikel 5 van toepassing is, een ander orgaan van een
rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld of een ander
persoon of college met enig openbaar gezag bekleed en bij Archiefwet
1995 belast met de zorg voor de archiefbescheiden.
Artikel 2
1. Er is een Centrale Archief Selectiedienst, die ressorteert
onder Onze Minister van Binnenlandse Zaken.
2. De dienst heeft de status van agentschap en is gevestigd te
Winschoten.
Artikel 3
De dienst heeft tot taak om in opdracht van een zorgdrager
werkzaamheden te verrichten in verband met archiefbewerking.
Artikel 4
1. De dienst verricht werkzaamheden in verband met
archiefbewerking op basis van het tussen de dienst en de zorgdrager
afgesloten raamconvenant.
2. Het raamconvenant bevat de door de zorgdrager opgegeven
kwalitatieve en kwantitatieve specificaties van de te bewerken
archiefbescheiden en de vermelding van het ten behoeve van de
archiefbewerking door Onze Minister van Binnenlandse Zaken beschikbaar
gestelde budget.
3. De uit het raamconvenant voortvloeiende werkzaamheden worden
per onderdeel van archiefbewerking nader beschreven in het
projectconvenant.
4. Het projectconvenant bevat de door de zorgdrager opgegeven
kwalitatieve en kwantitatieve specificaties van de te bewerken
archiefbescheiden per onderdeel van archiefbewerking, een beschrijving
van de tussen zorgdrager en dienst overeengekomen werkzaamheden in het
kader van archiefbewerking en de daaraan verbonden, door Onze Minister
van Binnenlandse Zaken te vergoeden kosten.
5. Jaarlijks vindt overleg plaats tussen de dienst en de
zorgdrager over de planning en de voortgang van archiefbewerking in het
kader van de raam- en projectconvenanten.
6. De dienst kan voor een zorgdrager andere werkzaamheden
verrichten in het kader van archiefbewerking dan in de raamconvenanten,
bedoeld in het eerste lid van dit artikel, aangegeven. Voor dergelijke
werkzaamheden is de zorgdrager een vergoeding aan de dienst verschuldigd
op basis van de integrale kostprijs.
Artikel 5
De dienst kan voor een zorgdrager, vallend onder het regime van de
Archiefwet 1995 maar niet zijnde een Hoog College van Staat, een
ministerie of een daaronder ressorterend dienstonderdeel of agentschap,
werkzaamheden verrichten in het kader van archiefbewerking. Voor
dergelijke werkzaamheden is de zorgdrager een vergoeding aan de dienst
verschuldigd op basis van de integrale kostprijs.
Artikel 6
1. De bewerkte en voor blijvende bewaring aangewezen
archiefbescheiden worden na voltooiing van de werkzaamheden naar de
zorgdrager teruggezonden of, in opdracht van de zorgdrager,
overgebracht naar de bij of krachtens de Archiefwet 1995 voor de
bewaring van die bescheiden aangewezen archiefbewaarplaats.
2. De voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden
worden na voltooiing van de werkzaamheden aan de zorgdrager
teruggezonden of, in opdracht van de zorgdrager, ter vernietiging
overgedragen aan een daarvoor aangewezen instelling met inachtneming van
de daarvoor in de archiefwetgeving voorgeschreven procedure.
Artikel 7
Het besluit van 17 juli 1989, Stb. 365, houdende nieuwe regels
met betrekking tot taak en werkwijze van de Centrale Archief
Selectiedienst, wordt ingetrokken.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de
uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan
afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 12 december 1996
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de tiende januari 1997
De Minister van Justitie
W. Sorgdrager