| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Archiefwet 1995
REGELING
GEORDENDE EN TOEGANKELIJKE STAAT
ARCHIEFBESCHEIDEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2010
Vervallen
m.i.v. 1 april 2010
|
|
|
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen, dr. F. van der Ploeg;
Gelet op artikel 12 van het Archiefbesluit 1995;
Besluit:
§ 1. Begrippen
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. archiefbeheerssysteem:
een geheel van mensen, methoden, procedures,
gegevensverzamelingen, opslag-, verwerkings- en
communicatieapparatuur en andere middelen, bestemd tot het beheer
van archiefbescheiden;
b. archiefbescheiden:
archiefbescheiden als bedoeld in artikel 12 van het
Archiefbesluit 1995;
c. bestand:
een geheel van gegevens in een zelfde opslagformaat;
d. besturingsprogrammatuur:
de programmatuur die bestemd is ter besturing van een
informatiesysteem;
e. conversie:
het omzetten in of het overzetten van gegevens in een ander
opslagformaat;
f. digitale archiefbescheiden:
archiefbescheiden die uitsluitend met behulp van besturings- of
toepassingsprogrammatuur geraadpleegd kunnen worden;
g. documentair structuurplan:
een plan waarin is vastgelegd de wijze waarop de toegankelijkheid
van archiefbescheiden is georganiseerd en de wijze waarop
archiefbescheiden zijn ingedeeld en gerangschikt;
h. handeling:
een complex van activiteiten ter vervulling van een taak of op
grond van een bevoegdheid;
i. migratie:
het overzetten van gegevens en toepassingsprogrammatuur naar een
ander platform;
j. ontstaan:
het moment dat archiefbescheiden door een overheidsorgaan worden
ontvangen of opgemaakt als naar hun aard bestemd om daaronder te
berusten;
k. opslagformaat:
de code volgens welke gegevens op een gegevensdrager zijn
opgeslagen;
l. platform:
geheel van apparatuur en besturingsprogrammatuur waarop de
toepassingsprogrammatuur werkt;
m. structuur:
het logische verband tussen de elementen van een document of van
een archief;
n. toepassingsprogrammatuur:
de programmatuur die bestemd is voor de ondersteuning van de
uitvoering van een werkproces;
o. vorm:
de uiterlijke verschijning waarin de structuur en opmaak
zichtbaar zijn;
p. werkproces:
de uitvoering van de taak of handeling uit hoofde waarvan
archiefbescheiden door een overheidsorgaan worden ontvangen of
opgemaakt als naar hun aard bestemd om daaronder te berusten.
2. Met de in deze regeling genoemde technische producteisen worden
gelijkgesteld technische producteisen die worden gesteld in een andere
lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij
de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die ten
minste een gelijkwaardige productkwaliteit waarborgen, mits daarbij
een geldig rapport wordt overgelegd, waaruit blijkt dat de producten
aan die eisen voldoen en dat rapport is opgemaakt door een
beproevingslaboratorium dat voldoet aan NEN-EN-ISO/IEC17025.
§ 2. Te bewaren archiefbescheiden in het algemeen
Artikel 2
De zorgdrager zorgt ervoor dat van elk van de archiefbescheiden te
allen tijde kan worden vastgesteld:
a. de inhoud, structuur en vorm bij het ontstaan, één en ander
voor zover de inhoud, structuur en vorm kenbaar moesten zijn voor de
uitvoering van het betreffende werkproces;
b. op welk tijdstip en uit hoofde van welke taak of handeling het
door het overheidsorgaan werd ontvangen of opgemaakt; en
c. de samenhang met de andere door het overheidsorgaan ontvangen
en opgemaakte archiefbescheiden.
Artikel 3
De zorgdrager zorgt ervoor dat de onder hem ressorterende
overheidsorganen beschikken over een actueel, compleet en logisch
samenhangend overzicht, geordend overeenkomstig het ten tijde van de
vorming van het archief daarvoor geldende documentaire structuurplan,
van:
a. de bij dat overheidsorgaan berustende archiefbescheiden; en
b. de bestanden waarin deze bewaard worden, met daarin tenminste
de in artikel 9 bedoelde gegevens, alsmede de verblijfplaats van de
archiefbescheiden.
Artikel 4
De zorgdrager zorgt ervoor dat het archiefbeheerssysteem de
toegankelijke staat van archiefbescheiden waarborgt, zodanig dat:
a. elk van de archiefbescheiden binnen een redelijke termijn kan
worden gevonden, hetzij aan de hand van een onderwerp dat in het
stuk is behandeld, hetzij aan de hand van het werkproces uit hoofde
waarvan het stuk is ontvangen of opgemaakt, hetzij aan de hand van
de afzender, dan wel de datum en het nummer dat door de afzender aan
het stuk is gegeven, hetzij aan de hand van het nummer waaronder het
stuk bij het ontstaan is geregistreerd; en
b. elk van de archiefbescheiden binnen een redelijke termijn
leesbaar of waarneembaar te maken is.
§ 3. Te bewaren digitale archiefbescheiden in het bijzonder
Artikel 5
1. Indien een gerede kans bestaat dat, als gevolg van wijziging van
besturingsprogrammatuur, toepassingsprogrammatuur of andere
apparatuur, niet langer voldaan kan worden aan de artikelen 2, 3 en 4,
zorgt de zorgdrager ervoor dat conversie dan wel migratie van digitale
archiefbescheiden plaatsvindt.
2. Iedere conversie of migratie van digitale archiefbescheiden die
niet geschiedt met inachtneming van de artikelen 2, 3 en 4, is een
vervanging in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995.
3. De zorgdrager maakt van de conversie of de migratie een
verklaring op, die ten minste een specificatie van de geconverteerde
of gemigreerde digitale archiefbescheiden bevat en waarin tevens is
aangegeven op welke wijze en met welk resultaat getoetst is of na de
conversie of migratie aan de artikelen 2, 3 en 4 is of kan worden
voldaan.
Artikel 6
Digitale archiefbescheiden dienen, uiterlijk op het tijdstip van
overbrenging, als bedoeld in de artikelen 12 en 13 van de Archiefwet
1995, te worden opgeslagen volgens de volgende standaarden:
a. voor character sets: ASCII (ISO/IEC 8859-1) of Unicode (ISO/IEC
10646-1);
b. voor tekstbestanden: Portable document format (PDF) of SGML
dan wel XML vergezeld van een stylesheet (XSL, CSS) dan wel TIFF of
PDF met de metadata in een XML-wrapper;
c. voor CAD/CAM bestanden; Portable document format (PDF) en STEP
(Standard for the exchange of product data) als metadata standaard (ISO
10303);
d. voor images/beelden (bitmapped): Portable document format
(PDF) en, indien gebruik gemaakt wordt van compressie: ITU T4 of ITU
T6;
e. voor databases: het oorspronkelijke opslagformaat of ASCII
(flatfile, met veldscheidingstekens), vergezeld van documentatie bij
voorkeur in XML-DTD over de structuur van de database, tenminste
omvattende een compleet logisch datamodel met beschrijving van de
entiteiten; queries dienen in de vraagtaal SQL (SQL2) te worden
vastgelegd.
Artikel 7
De ordening en toegankelijkheid van digitale archiefbescheiden, zoals
gerealiseerd door middel van toepassingsprogrammatuur, maken
onverbrekelijk onderdeel uit van de archiefbescheiden waarop ze
betrekking hebben.
Artikel 8
1. De zorgdrager zorgt ervoor, dat de functionele eisen ten aanzien
van de inhoud, structuur en vorm, bedoeld in artikel 2, worden
vastgelegd.
2. De zorgdrager zorgt voor de bewaring van de
toepassingsprogrammatuur, met inbegrip van de nieuwere versies,
voorzover dat nodig is om aan de artikelen 2, 3 of 4 te voldoen.
3. In voorkomende gevallen zorgt de zorgdrager ervoor dat hij
beschikt over de noodzakelijke licenties met betrekking tot de in het
tweede lid genoemde toepassingsprogrammatuur.
Artikel 9
1. De zorgdrager zorgt voor het vastleggen en het bewaren van
tenminste de volgende gegevens:
a. de benaming van de toepassingsprogrammatuur waarmee de
digitale archiefbescheiden zijn ontvangen en opgemaakt, inclusief
het versienummer;
b. de beschrijving van het platform, met naam en versie van de
besturingsprogrammatuur en met naam en type van de apparatuur;
c. de documentatie die aangeeft hoe de toepassingsprogrammatuur
heeft gewerkt met inbegrip van de nieuwere versies;
d. een beschrijving van de opgeslagen bestanden, omvattende ten
minste de volgende gegevens:
1º. de naam van het overheidsorgaan dat de digitale
archiefbescheiden heeft ontvangen en opgemaakt en de benaming
van het werkproces waarbinnen de digitale archiefbescheiden
zijn ontvangen en opgemaakt;
2º. de benaming en omvang van elk opgeslagen bestand;
3º. een specificatie van de digitale archiefbescheiden met
begin- en einddatum;
4º. de relatie met andere bestanden;
5º. het opslagformaat;
6º. in voorkomende gevallen de toegepaste
compressiemethode;
7º. de datum en het tijdstip van de opslag van het bestand
op de gegevensdrager;
8º. in geval van een database: de documentatie over de
structuur, tenminste omvattende een compleet logisch datamodel
met beschrijving van de entiteiten.
2. Op de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn deze regeling en
de Regeling duurzaamheid archiefbescheiden van overeenkomstige
toepassing.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10
1. De artikelen 2, 4, 5, 6 en 8 zijn niet van toepassing op
digitale archiefbescheiden in bestanden waaraan sedert 1 januari 1996
geen gegevens zijn toegevoegd of waarin sedert 1 januari 1996 geen
gegevens zijn gewijzigd.
2. Indien een gerede kans bestaat dat als gevolg van wijziging van
besturingsprogrammatuur, toepassingsapparatuur of apparatuur de in het
eerste lid bedoelde archiefbescheiden niet binnen een redelijke
termijn leesbaar of waarneembaar te maken zijn, zorgt de zorgdrager
ervoor dat conversie dan wel migratie van die archiefbescheiden
plaatsvindt met inachtneming van de standaarden, genoemd in artikel 6.
3. De zorgdrager maakt van de conversie dan wel de migratie,
bedoeld in het tweede lid, een verklaring op, die ten minste een
specificatie van de geconverteerde dan wel gemigreerde
archiefbescheiden bevat en waarin tevens is aangegeven op welke wijze
en met welk resultaat getoetst is of na de conversie of migratie de
leesbaarheid of waarneembaarheid is gewaarborgd.
4. Na verkregen instemming van de Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen dan wel, indien het archiefbescheiden betreft voor de
bewaring waarvan een andere dan een rijksarchiefbewaarplaats is
aangewezen, na verkregen instemming van gedeputeerde staten, kunnen de
artikelen 2, 4, 5, 6 en 8 buiten toepassing blijven ten aanzien van
sedert 1 januari 1996 ontvangen en opgemaakte digitale
archiefbescheiden in bestanden waaraan sedert de datum van
inwerkingtreding van deze regeling geen gegevens zijn toegevoegd of
waarin sedert die datum geen gegevens zijn gewijzigd.
5. Ten aanzien van archiefbescheiden als bedoeld in het vierde lid
waarop de artikelen 2, 4, 5, 6 en 8 met instemming van de Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel van gedeputeerde staten
niet van toepassing zijn, zijn het tweede en het derde lid van
overeenkomstige toepassing.
6. Aan de instemming, bedoeld in het vierde lid, kunnen voorwaarden
worden verbonden.
Artikel 11
1. Op andere dan de in artikel 10 bedoelde, bij de inwerkingtreding
van dit besluit bestaande, digitale archiefbescheiden zijn de
artikelen 2, 4, 5 en 8, eerste lid, tot 1 januari 2004 niet van
toepassing.
2. Indien een gerede kans bestaat dat als gevolg van wijziging van
besturingsapparatuur, toepassingsapparatuur of andere apparatuur, de
in het eerste lid bedoelde archiefbescheiden niet binnen een redelijke
termijn leesbaar of waarneembaar zijn, of niet langer voldaan wordt
aan artikel 3, zorgt de zorgdrager ervoor dat conversie dan wel
migratie van de archiefbescheiden plaatsvindt met inachtneming van de
standaarden, genoemd in artikel 6.
3. Artikel 10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geordende en
toegankelijke staat archiefbescheiden.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
F. van der Ploeg.
|
|
|