St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Auteurswet 1912

 

BESLUIT  VASTSTELLING  NADERE  REGELS  VERGOEDING  EX  ARTIKEL  16c  AUTEURSWET  1912  (HOOGTE  EN  VERSCHULDIGDHEID)

Tekst zoals deze geldt op 31 januari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 11 juli 2007, nr. 5494360/07/6, Directie Wetgeving;
     Gelet op artikel 16c, zesde lid, van de Auteurswet 1912, en artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 augustus 2007, nr. W03.07.0220/II);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 2 november 2007, nr. 5514145/07/6, Directie Wetgeving;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 2

1. Het totaal van de geďnde vergoedingen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, dat door de in artikel 16d van de Auteurswet 1912 bedoelde rechtspersoon niet in de drie kalenderjaren volgend op het kalenderjaar van inning onder de rechthebbenden is verdeeld, wordt in het daarop volgende kalenderjaar, vermeerderd met de daarover ontvangen rente en andere baten, als zijnde niet verschuldigd in mindering gebracht op de door fabrikanten en importeurs, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de Auteurswet 1912, voor dat kalenderjaar verschuldigde vergoedingen.

2. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op vergoedingen voor het reproduceren van beschermd materiaal, als bedoeld in artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten.

Artikel 3

1. Het totaal van de tot en met 31 december 2004 geďnde vergoedingen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, vermeerderd met de daarover ontvangen rente en andere baten, dat naar het oordeel van het College van Toezicht niet onder de rechthebbenden kan worden verdeeld, wordt door de rechtspersoon, bedoeld in artikel 16d van de Auteurswet 1912, met ingang van 1 januari 2008 als zijnde niet verschuldigd jaarlijks voor telkens een vierde in mindering gebracht op de door fabrikanten en importeurs, bedoeld in artikel 16c, tweede lid, van de Auteurswet 1912, voor dat kalenderjaar verschuldigde vergoedingen.

2. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op vergoedingen voor het reproduceren van beschermd materiaal, als bedoeld in artikel 10, onderdeel e, van de Wet op de naburige rechten.

Artikel 4

1. Dit besluit treedt in werking acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2. Artikel 1 en de bijlage bij dit besluit vervallen met ingang van 1 januari 2009.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 5 november 2007

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

Uitgegeven de zevende november 2007
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin

 

 

Bijlage [Vervallen per 01-01-2009]

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Auteurswet 1912 | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x