| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Auteurswet 1912
VASTSTELLINGBESLUIT
NADERE REGELS OVER VERPLICHTING TOT
BETALING EN HOOGTE VAN VOLGRECHT
Tekst zoals deze geldt op
26 juli 2010
|
|
|
BESLUIT van 21 februari 2006, houdende vaststelling van nadere regels
over de verplichting tot betaling van het volgrecht en vaststelling van
de hoogte van het volgrecht
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 8 juni 2005,
nr. 5355752/05/6, Directie Wetgeving, Sector Privaatrecht;
Gelet op artikel 43b van de Auteurswet 1912;
De Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2005, nr.
W03.05.0219/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 15
februari 2006, nr. 5403483/06/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De vergoeding, bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Auteurswet
is niet verschuldigd bij de verkoop van een origineel van een kunstwerk:
a. waarvan de verkoopprijs niet hoger is dan € 3.000, of
b. dat de verkoper minder dan drie jaren voor deze verkoop heeft
verkregen van de maker van dat werk, en de verkoopprijs niet hoger
is dan € 10.000, of
c. door een persoon, niet handelend als een professionele
kunsthandelaar, aan een museum dat handelt zonder winstoogmerk en is
opengesteld voor het publiek.
Artikel 2
De vergoeding, bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Auteurswet
wordt als volgt berekend, met dien verstande dat het totaal niet meer
bedraagt dan € 12.500:
a. 4% van het deel van de verkoopprijs tot en met € 50.000;
b. 3% van het deel van de verkoopprijs van € 50.000,01 tot en
met € 200.000;
c. 1% van het deel van de verkoopprijs van € 200.000,01 tot en
met € 350.000;
d. 0,5% van het deel van de verkoopprijs van € 350.000,01 tot
en met € 500.000; en
e. 0,25% van het deel van de verkoopprijs hoger dan € 500.000.
Artikel 3
De in artikel 1 en 2 bedoelde verkoopprijzen zijn de prijzen
exclusief belasting.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 9
februari 2006 tot aanpassing van de Auteurswet 1912 ter implementatie
van richtlijn nr. 2001/84/EG van het Europees Parlement en van de Raad
van de Europese Unie van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten
behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk (PbEG L 272)
(Stb. 60) in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 21 februari 2006
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de tweede maart 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|