| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen
REGELING
EISEN KAMER JUSTITIËLE JEUGDINRICHTINGEN
Tekst zoals deze geldt op
31 januari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 17, vijfde lid, van Beginselenwet justitiële
jeugdinrichtingen;
Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële
kinderbescherming van 12 oktober 2000, kenmerk: 5056746/00/TH/rb;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
raam: een voorziening waardoor de cyclus van dag en nacht kan worden
waargenomen.
Artikel 2. Algemeen
1. De kamer is zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij voldoet
aan de eisen die het karakter van de inrichting, de
Arbeidsomstandighedenwet en de brandveiligheidvoorschriften daaraan
stellen.
2. Bij toewijzing van een kamer aan een jeugdige is de kamer
schoon, in goede staat en zonder gebreken.
Paragraaf 2. De inrichting van de kamer
Artikel 3
Met een afwijkingsmarge van 10% heeft de kamer minimaal een
vloeroppervlak van 10 vierkante meter, een breedte van 2 meter en een
vrije hoogte van 2,5 meter.
Artikel 4
1. In de kamer zijn in de buitenwand een of meer ramen
aangebracht.
2. Het totaal oppervlak van het raam of de ramen bedraagt
minstens 0,75 vierkante meter.
Artikel 5
In de binnenwand van de kamer bevindt zich een slechts van buitenaf
afsluitbare deur.
Artikel 6
1. In de kamer is een verwarming met een bedienkraan
aangebracht.
2. De verwarming heeft een zodanige capaciteit dat bij een
buitentemperatuur van minus 10 graden C en een windsnelheid van 10 meter
per seconde in de kamer een temperatuur van 18 graden C kan worden
bereikt.
3. De kamer is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor
op natuurlijke dan wel mechanische wijze lucht kan worden aangevoerd.
Artikel 7
De kamer is voorzien van een intercom of bel waarmee vanuit de kamer
te allen tijde het inrichtingspersoneel kan worden opgeroepen.
Artikel 8
De kamer is voorzien van een van binnenuit en al dan niet van
buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, conform de
aanbevelingen binnenverlichting volgens geldende NEN normen
binnenverlichting functionele eisen, al dan niet gecombineerd met een
van buitenaf bedienbare nachtverlichting.
Artikel 9
1. De kamer is voorzien van een toilet, dat zodanig is
afgeschermd, dat de privacy gewaarborgd is, alsmede een
wasgelegenheid.
2. Bij het toilet bevindt zich een ventilatierooster.
Artikel 10
De kamer is ingericht met tenminste:
a. een spiegel
b. een hang-legkast
c. een schrijfwerktafel
d. een stoel
e. een aan de wand bevestigd prikbord
f. een bed
g. twee contactdozen.
Paragraaf 3. Algemene uitzonderingen
Artikel 11
Deze regeling is niet van toepassing op een ruimte bedoeld in artikel
25, tweede lid, of artikel 55, eerste lid, onder a, van de wet, of op
een ruimte waarin een jeugdige tijdelijk wordt ondergebracht of op
ruimten die worden gebruikt voor onderzoek van jeugdigen.
Artikel 12
1. Ten aanzien van kamers in beperkt beveiligde inrichtingen
zijn de artikelen 3, 4, tweede lid, 5, 7 en 9 niet van toepassing.
2. De in het eerste lid genoemde kamer is zodanig uitgevoerd en
ingericht dat zij de individuele jeugdige voldoende ruimte, daglicht,
verwarming en ventilatie biedt.
3. Is de kamer zelf niet voorzien van sanitair, dan is dat elders
in de inrichting in voldoende mate voor de jeugdige beschikbaar.
Artikel 13
Op kamers in gesloten inrichtingen, waarvan de bouw is gestart voor 1
januari 1998, is het gestelde in artikel 3, 4, tweede lid en 9 niet van
toepassing. Deze inrichtingen worden bij de eerstvolgende grote
renovatie aangepast aan de genoemde eisen, doch moeten uiterlijk op 31
december 2011 zijn aangepast aan het gestelde in artikel 3, 4 tweede lid
en artikel 9.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 14
Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001
Artikel 15
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen kamer justitiële
jeugdinrichtingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
|
|
|