|
De Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 52, vierde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
Gezien het advies van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming van 3 mei 2001, kenmerk 5095686/TH/rb;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder: DJI: de Dienst Justitiële
Inrichtingen van het Ministerie van Justitie.
Artikel 2
1. De directeur kan de Minister van
Justitie verzoeken om een tegemoetkoming in de kosten die zijn verbonden
aan het laten deelnemen van een jeugdige, aan een cursus of activiteit
ten behoeve van zijn pedagogische vorming, voor zover die cursus of
activiteit niet behoort tot het door de inrichting of de daaraan
verbonden school geboden onderwijsprogramma.
2. De aanvraag gebeurt schriftelijk bij de DJI, onder opgave van
aard en motivering en specificatie van de kosten.
Artikel 3
Uit de aanvraag blijkt dat de cursus of activiteit, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, zich verdraagt met het verblijfs- of behandelplan
van de jeugdige en dat deelname daaraan geen gevaar oplevert voor de
orde en veiligheid in de inrichting.
Artikel 4
De beslissing van de minister wordt schriftelijk en, ingeval van
afwijzing, met redenen omkleed, aan de directeur meegedeeld.
Redenen voor afwijzing kunnen onder meer gebaseerd zijn op de in
artikel 3 genoemde voorwaarden, alsmede op de omvang van de gevraagde
tegemoetkoming.
Artikel 5
Deze regeling treedt op 1 september 2001 in werking.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming
bijzondere kosten onderwijs en pedagogische activiteiten jeugdigen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
|