1 Algemene bepalingen
2 Toezicht
3 Plaatsing en overplaatsing
4 Verpleging, behandeling en evaluatie
4.1 Inrichting verblijfsruimte
4.2 Inrichtingsbeleid inzake inspectie verblijfsruimte
4.3 Inrichtingsbeleid verboden voorwerpen
4.4 Verplegings- en behandelingsplan
4.5 Evaluatieverslag
4.6 Wettelijke aantekeningen
4.7 Verpleegdedossier
5 Controle en geweldgebruik
5.1 Inrichtingsbeleid wijze van legitimeren door verpleegden
5.2 Inrichtingsbeleid inzake onderzoek aan het lichaam en kleding
5.3 Inrichtingsbeleid inzake urinecontrole
5.4 Inrichtingsbeleid inzake onderzoek in het lichaam
5.5 Inrichtingsbeleid inzake gedwongen geneeskundige behandeling
5.6 Inrichtingsbeleid inzake gebruik mechanische middelen
5.7 Inrichtingsbeleid inzake gebruik geweld
6 Bewegingsvrijheid binnen de inrichting
6.1 Opnameprocedure
6.2 Inrichtingsbeleid inzake bewegingsvrijheid binnen de inrichting
6.2 Inrichtingsbeleid inzake intensieve zorg
6.3 Inrichtingsbeleid inzake afzondering
6.4 inrichtingsbeleid inzake separatie
7 Contact met de buitenwereld
7.1 Algemeen
7.2 Post
7.2.1 Verzending en ontvangst geprivilegieerde post
7.3 Bezoek
7.3.1 Geprivilegieerd bezoek
7.4 Telefoneren
7.4.1 Geprivilegieerd telefoneren
7.5 Contacten met de media
8 Verzorging, activiteiten, werkzaamheden en arbeid
8.1 Algemeen
8.2 Geestelijke verzorging
8.3 Medische verzorging
8.4 Voeding, kleding en schoeisel
8.5 Organisatie sociale verzorging en hulpverlening in de inrichting
8.6 Geld in de inrichting
8.7 Arbeid
9 Onderbrenging van een kind in de inrichting
10 Disciplinaire straffen
11 Verlof/proefverlof
11.1 Verlof
11.2 Procedures voorafgaand aan verlofverlening
11.3 Bijwonen gerechtelijke procedures
11.4 Proefverlof
11.5 Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging
12 Informatie en hoorplicht
12.1 Informatieplicht
12.2 Hoorplicht
12.3 Mededeling beslissingen
13 Bemiddeling
14 Beklag
15 Beroep
15.1 Beroep van beslissingen waartegen beklag open staat
15.2 Beroep van beslissingen waartegen geen beklag open staat
16 Medezeggenschap en vertegenwoordiging
16.1 Verpleegdenraad
16.2 Vertegenwoordiging
17 Beëindiging verblijf van met hun instemming opgenomen verpleegden
Model Huisregels
1. Algemene bepalingen
Definities en gebruikte begrippen in de inrichting.
2. Toezicht
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de wettelijke aantekeningen;
– het toezicht door de commissie van toezicht en diens
werkwijze;
– de taak en het spreekuur van de maandcommissaris;
– de taak en de werkwijze van de be-klagcommissie;
– de taak van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing;
In de particuliere inrichtingen kan tevens worden verwezen naar de
toezichthoudende taak van het bestuur dan wel de raad van toezicht van
de stichting.
3. Plaatsing en overplaatsing
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over de mogelijkheid
tot plaatsing in een andere TBS-inrichting, al dan niet ter observatie
(voor 7 weken), of plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.
4. Verpleging, behandeling en evaluatie
4.1 Inrichting verblijfsruimte
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de toewijzing en de inrichting van de persoonlijke
verblijfsruimte.
4.2 Inrichtingsbeleid inzake inspectie persoonlijke verblijfsruimte
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– de gevallen waarin de persoonlijke verblijfsruimte van een
verpleegde kan worden onderzocht op de aanwezigheid van verboden
voorwerpen.
4.3 Inrichtingsbeleid verboden voorwerpen
In de huisregels worden regels gesteld over:
– het verbod tot het bezit van bepaalde soorten voorwerpen
binnen de inrichting of een bepaalde afdeling.
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de mogelijkheid onder omstandigheden het aanwezig hebben van
andere dan de verboden voorwerpen in de persoonlijke verblijfsruimte
te verbieden;
– de mogelijkheid voorwerpen te laten onderzoeken, om vast te
stellen of het bezit is toegestaan, voor rekening van de verpleegde
aan wie ze toebehoren.
4.4 Verplegings- en behandelingsplan
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– het verplegings- en behandelingsplan en op welke wijze en
binnen welke termijn dat wordt vastgesteld en hoe dat kan worden
gewijzigd.
4.5 Evaluatieverslag
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– wanneer en op welke wijze het verloop van de verpleging en
behandeling wordt geëvalueerd;
– hoe het evaluatieverslag wordt vastgesteld.
4.6 Wettelijke aantekeningen
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– wat de wettelijke aantekeningen inhouden;
– waartoe zij dienen.
4.7 Verpleegdedossier
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– welke gegevens van de verpleegde in het verpleegdedossier
worden opgenomen;
– de mogelijkheid van kennisneming van het verpleegdedossier
door de verpleegde en op welke wijze dat kan plaatsvinden;
– onder welke voorwaarden de kennisneming van het
verpleegdedossier kan worden beperkt.
5. Controle en geweldgebruik
5.1 Inrichtingsbeleid wijze van legitimeren door verpleegden
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– in welke gevallen de verpleegde een legitimatiebewijs bij
zich moet dragen en wanneer hij dat moet kunnen tonen.
5.2 Inrichtingsbeleid inzake onderzoek aan het lichaam of kleding
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen een onderzoek aan het lichaam of aan de
kleding kan plaatsvinden;
– wat een onderzoek aan het lichaam of de kleding kan omvatten;
– hoe het onderzoek aan het lichaam of de kleding kan worden
uitgevoerd;
– wat er gebeurt met voorwerpen die tijdens het onderzoek
worden aangetroffen.
5.3 Inrichtingsbeleid inzake urinecontrole
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen een verpleegde kan worden verplicht urine
af te staan ten behoeve van een onderzoek van die urine op
gedragsbeïnvloedende middelen;
– hoe de afname en het onderzoek gebeuren;
– het recht van de verpleegde om de uitslag van het onderzoek
te vernemen;
– het recht van de verpleegde om voor eigen rekening een
hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden.
In de huisregels worden regels gesteld over:
– wat de gevolgen kunnen zijn van de vaststelling in het
onderzoek dat gedragsbeïnvloedende middelen zijn gebruikt;
– dat als in een hernieuwd onderzoek niet kan worden
vastgesteld dat er gedragsbeïnvloedende middelen zijn gebruikt, een
zekere tegemoetkoming kan worden gegeven aan de verpleegde.
5.4 Inrichtingsbeleid inzake onderzoek in het lichaam
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– in welke gevallen een onderzoek in het lichaam kan
plaatsvinden;
– door wie dat onderzoek plaatsvindt;
– wat er kan gebeuren met voorwerpen die tijdens het onderzoek
worden aangetroffen.
5.5 Inrichtingsbeleid inzake gedwongen geneeskundige handelingen
In de huisregels wordt informatie verstrekt, onder welke
omstandigheden gedwongen geneeskundige handelingen kunnen worden
verricht.
5.6 Inrichtingsbeleid inzake gebruik mechanische middelen
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen mechanische middelen kunnen worden
toegepast;
– welke mechanische middelen kunnen worden toegepast;
– door wie mechanische middelen kunnen worden toegepast;
– voor welke tijdsduur (en verlenging daarvan) mechanische
middelen kunnen worden toegepast.
5.7 Inrichtingsbeleid inzake gebruik geweld
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen en onder welke voorwaarden jegens een
verpleegde geweld kan worden gebruikt of vrijheidsbenemende middelen
kunnen worden toegepast;
– wat de vrijheidsbenemende middelen kunnen inhouden.
6. Bewegingsvrijheid binnen de inrichting
6.1 Opnameprocedure
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de inkomstprocedure van de inrichting.
6.2 Inrichtingsbeleid inzake bewegingsvrijheid binnen de inrichting
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de mogelijkheid dat de bewegingsvrijheid van verpleegden
binnen de inrichting zowel per afdeling als per verpleegde kan
verschillen;
– het recht van de verpleegde - behoudens aangeduide gevallen -
om in het totaal tenminste vier uur per dag samen met
medeverpleegden door te brengen;
– welke belangen in acht worden genomen door het hoofd van de
inrichting bij plaatsing op en overplaatsing naar een afdeling;
– de mogelijkheid voorwaarden te verbinden aan plaatsing op een
afdeling die uitbreiding van de bewegingsvrijheid voor de verpleegde
met zich meebrengt en wat die voorwaarden kunnen inhouden;
– de mogelijkheid dat indien de bewegingsvrijheid van een
verpleegde niet is beperkt tot de afdeling waar hij verblijft,
niettemin een zodanige beperking telkens voor een periode van 4
weken kan worden opgelegd en onder welke omstandigheden dat mogelijk
is.
6.3 Inrichtingsbeleid inzake intensieve zorg (indien aanwezig)
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen een verpleegde op een afdeling voor
intensieve zorg kan worden geplaatst;
– de verplichting van het hoofd van de inrichting om telkens na
ten hoogste zes maanden te bepalen of voortzetting van het verblijf
op de afdeling voor intensieve zorg noodzakelijk is en welke
omstandigheden hij daarbij in aanmerking neemt;
– het recht van de verpleegde die op de afdeling voor
intensieve zorg verblijft om tenminste twee maal een half uur per
dag samen met een of meer medeverpleegden door te brengen.
Indien er voor de afdeling voor intensieve zorg een standaardregiem
van toepassing is, dient dit zoveel mogelijk in de huisregels te worden
opgenomen.
6.4 Inrichtingsbeleid inzake afzondering
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen afzondering mogelijk is;
– hoe lang de afzondering kan duren;
– de mogelijkheid de afzondering te verlengen en op welke
wijze;
– de mogelijkheid van afzondering op eigen verzoek en onder
welke omstandigheden dat mogelijk is;
– welke rechten de verpleegde heeft tijdens afzondering.
6.5 Inrichtingsbeleid inzake separatie
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– onder welke omstandigheden separatie mogelijk is;
– hoe lang de separatie kan duren;
– door wie de beslissing tot separatie kan worden genomen
(tevens bij dringende noodzakelijkheid);
– de mogelijkheid de separatie telkens te verlengen en op welke
wijze;
– welke rechten de verpleegde heeft tijdens separatie.
7. Contact met de buitenwereld
7.1 Algemeen
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– wat onder contact met de buitenwereld wordt begrepen.
7.2 Verzending en ontvangst van brieven en stukken per post
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– het recht brieven en stukken per post te verzenden en te
ontvangen;
– voor wiens rekening de kosten komen van de verzending per
post;
– welke controle kan worden uitgeoefend op enveloppen en andere
poststukken op bijgesloten voorwerpen en op welke wijze ;
– in welke gevallen en voor welke periode (tevens
verlengingsmogelijkheid) controle kan worden uitgeoefend op de
inhoud van brieven of andere poststukken;
– de mogelijkheid dat de uitreiking of verzending van brieven
of andere poststukken en bijgesloten voorwerpen wordt geweigerd;
– hoe wordt gehandeld met niet uitgereikte brieven of andere
poststukken of bijgesloten voorwerpen.
Indien een personeelslid of medewerker speciaal is aangewezen om de
post te controleren, wordt in de huisregels aangegeven welke
functionaris dat is.
7.2.1. Verzending en ontvangst geprivilegieerde post
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– welke controle kan worden uitgeoefend op enveloppen en andere
poststukken op bijgesloten voorwerpen en op welke wijze;
– het verbod controle uit te oefenen op de inhoud van deze
brieven of andere poststukken.
7.3 Bezoek
In de huisregels worden regels gesteld over:
– de wijze waarop bezoek wordt aangevraagd en binnen welke
termijn op de aanvraag door het hoofd van de inrichting wordt
beslist.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– welke frequentie van bezoek is toegestaan (tenminste
gedurende een uur per week);
– op welke tijden en plaatsen bezoek kan worden ontvangen;
– op welke grond het mogelijk is het aantal bezoekers te
beperken;
– op welke gronden het mogelijk is de toelating tot de
verpleegde van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde
personen te weigeren;
– op welke gronden toezicht tijdens het bezoek kan worden
uitgeoefend, wat dat toezicht inhoudt, dat tevoren aan de verpleegde
mededeling wordt gedaan van de aard en reden van het toezicht;
– de verplichting van iedere bezoeker zich te legitimeren;
– de mogelijkheid een onderzoek aan de kleding van bezoekers te
laten plaatsvinden op voorwerpen die gevaar kunnen opleveren voor de
orde en veiligheid in de inrichting;
– de mogelijkheid dat een onderzoek ook betrekking heeft op
door de bezoeker meegebrachte voorwerpen;
– wat met dergelijke voorwerpen wordt gedaan door het hoofd van
de inrichting;
– de bevoegdheid van het hoofd van de inrichting het bezoek
binnen de daarvoor bestemde tijd te beëindigen en op welke gronden
dat mogelijk is.
7.3.1. Geprivilegieerd bezoek
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– wanneer en waar geprivilegieerd bezoek kan plaatsvinden (met
uitzondering van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing en de
commissie van toezicht, die te allen tijde toegang tot de verpleegde
hebben). Hierbij wordt vermeld het recht op consulaire bijstand voor
vreemdelingen (zoals vermeld in het Verdrag van Wenen van 24 april
1963; art. 36)en de verplichting van het hoofd van de inrichting aan
een dergelijk verzoek van een vreemdeling gehoor te geven.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– hoe geprivilegieerd bezoek zich dient te legitimeren;
– de bevoegdheid van geprivilegieerd bezoek zich in beginsel
vrijelijk te onderhouden met de verpleegde.
7.4 Telefoneren
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– het recht van de verpleegde in beginsel eenmaal per week
gedurende 10 minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met
personen buiten de inrichting;
– de tijden en plaatsen en het voor het gesprek of de
gesprekken te gebruiken toestel;
– de mogelijkheid van toezicht op het telefoongesprek of de
telefoongesprekken en in welke gevallen dat kan plaatsvinden;
– de mogelijkheid het voeren van telefoongesprekken of een
bepaald telefoongesprek telkens voor een periode van ten hoogste
vier weken te weigeren en in welke gevallen dat mogelijk is;
– de mogelijkheid een telefoongesprek binnen de daarvoor
bestemde tijd te beëindigen en in welke gevallen dat mogelijk is.
7.4.1. Geprivilegieerd telefoneren
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– tijden en plaatsen waarop de verpleegde geprivilegieerde
telefoongesprekken kan voeren, waarbij tevens vermeld kan worden dat
geen ander toezicht wordt uitgeoefend dan noodzakelijk is om de
identiteit vast te stellen van de persoon of instantie met wie de
verpleegde wenst te telefoneren.
7.5 Contacten met de media
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– de mogelijkheid dat de verpleegde toestemming verkrijgt voor
het voeren van een gesprek met een vertegenwoordiger van de media en
welke belangen daarbij in acht worden genomen;
– de mogelijkheid aan de toegang van een vertegenwoordiger van
de media tot de inrichting voorwaarden te verbinden;
– toezicht dat kan worden uitgeoefend op het contact met de
vertegenwoordiger van de media.
8. Verzorging, activiteiten, werkzaamheden en arbeid
8.1 Algemeen
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– hetgeen onder de onderwerpen die in dit hoofdstuk worden
geregeld wordt begrepen.
8.2 Geestelijke verzorging
In de huisregels worden regels gesteld over:
– wanneer en waar contact met de geestelijk verzorger kan
plaatsvinden, of wanneer en waar het bijwonen van bijeenkomsten van
godsdienstige of levensbeschouwelijke aard mogelijk is (het laatste
tenzij er aanleiding is dit te verbieden).
8.3 Medische verzorging
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de tijden en plaatsen dat de aan de inrichting verbonden arts
spreekuur houdt;
– het recht van de verpleegde voor eigen rekening een arts van
zijn keuze te raadplegen;
– de procedure volgens welke medicijnen worden verstrekt.
8.4 Voeding, kleding en schoeisel
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– wanneer en waar (op de afdeling) in de inrichting wordt
gegeten;
– de (mogelijke) verplichting tijdens het verrichten van
werkzaamheden of sport aangepaste kleding of schoeisel te dragen;
– de wijze waarop en wanneer en waar andere gebruiksartikelen
kunnen worden aangekocht dan die welke door het hoofd van de
inrichting ter beschikking worden gesteld.
8.5 Organisatie sociale verzorging en hulpverlening in de inrichting
In de huisregels worden regels gesteld over:
– het gebruik van de bibliotheek.
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– de mogelijkheden in de inrichting terzake van sociale
verzorging en hulpverlening, vorming en onderwijs, ontspannings- en
sportactiviteiten;
– de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming kan worden
verleend in de kosten die aan het volgen van onderwijs en het
deelnemen aan andere educatieve activiteiten kunnen zijn verbonden;
– de tijden dat verblijf in de buitenlucht, gedurende tenminste
een uur per dag, mogelijk is.
8.6 Geld in de inrichting
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– wat onder eigen geld van de verpleegde wordt begrepen;
– de regels die in de inrichting gelden met betrekking tot het
beheer van het eigen geld van de verpleegde.
8.7 Arbeid
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– de gevallen waarin een verpleegde verplicht kan worden binnen
de inrichting werkzaamheden te verrichten;
– op welke vergoeding daarvoor conform besluit van de Minister
van Justitie recht bestaat;
– dat de verpleegden niet verplicht kunnen worden op zondag
werkzaamheden te verrichten.
9. Onderbrenging van een kind in de inrichting
In de huisregels worden nadere regels gesteld over:
– het verblijf van kinderen in de inrichting.
Daarbij kan aandacht worden besteed aan de volgende onderwerpen:
– de mogelijkheid in bepaalde gevallen een kind in de
inrichting onder te brengen;
– de toestemming van het hoofd van de inrichting die daarvoor
vereist is;
– de voorwaarden die aan de toestemming kunnen worden
verbonden;
– de mogelijkheid dat advies wordt ingewonnen bij de Raad voor
de Kinderbescherming;
– de mogelijkheid dat de toestemming wordt ingetrokken en onder
welke omstandigheden dat mogelijk is;
– het moeten weigeren of intrekken van de toestemming indien
onderbrenging van het kind in de inrichting in strijd komt met enige
op het gezag van het kind betrekking hebbende beslissing;
– de verblijfsruimte, hoe het kind wordt opgevangen indien de
verpleegde deel neemt aan activiteiten in de inrichting,
faciliteiten enz.
10. Disciplinaire straffen
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen een disciplinaire staf kan worden opgelegd;
– het schriftelijk verslag aan het hoofd van de inrichting en
de plicht dit mede te delen aan de verpleegde;
– welke disciplinaire straffen kunnen worden opgelegd;
– de mogelijkheid van een schaderegeling naast een
disciplinaire straf, terzake van schade aan eigendommen van de
inrichting of personeelsleden of medewerkers of medeverpleegden.
11. Verlof/proefverlof
11.1 Verlof
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de procedure volgens welke verlof kan worden verleend en
welke soorten verlof kunnen worden verleend en eventueel verlengd;
– de machtiging van de Minister die is vereist;
– de voorwaarden die aan verlof kunnen worden verbonden;
– de mogelijkheid dat het verlof wordt ingetrokken.
11.2 Procedure voorafgaand aan verlofverlening
In de huisregels wordt een nadere procedure vastgesteld die
voorafgaat aan het verlenen van verlof.
In de huisregels wordt tevens een procedure opgenomen betreffende de
wijze en de frequentie van controle op het verlof.
11.3 Bijwonen gerechtelijke procedures
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– in welke gevallen de ter beschikking gestelde of anderszins
verpleegde in de gelegenheid wordt gesteld een gerechtelijke
procedure bij te wonen;
– de mogelijkheid dat tijdens het verlaten van de inrichting
toezicht wordt uitgeoefend.
11.4 Proefverlof
In de huisregels wordt informatie worden verstrekt over:
– in welke gevallen proefverlof kan worden verleend;
– de voorwaarden die aan het proefverlof kunnen worden
verbonden;
– de mogelijkheid dat de machtiging tot proefverlof wordt
ingetrokken.
11.5 Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging
In de huisregels kan informatie worden verstrekt over:
– de mogelijkheid dat de verpleging voorwaardelijk beëindigd
wordt.
12. Informatie en hoorplicht
12.1 Informatieplicht
Bij binnenkomst in de inrichting wordt door middel van de huisregels
informatie verstrekt aan de verpleegde over:
– zijn rechten en plichten;
– de bevoegdheid van de verpleegde een verzoek tot bemiddeling
te doen, een klaag- of beroepschrift in te dienen;
– het recht om de consulaire vertegenwoordiging van zijn land
van zijn vrijheidsbeneming op de hoogte te laten stellen, indien de
verpleegde een vreemdeling is.
12.2 Hoorplicht
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de gevallen waarin de verpleegde of de ter beschikking
gestelde wordt gehoord;
– de mogelijkheid bij het horen een tolk in te schakelen;
– in welke gevallen het horen achterwege kan worden gelaten.
12.3 Mededeling beslissingen
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de gevallen waarin de verpleegde een schriftelijke mededeling
van een beslissing ontvangt.
13. Bemiddeling
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– het recht van de verpleegde zich met het verzoek te
bemiddelen te wenden tot de commissie van toezicht;
– de gevallen waarin bemiddeling kan worden verzocht;
– de termijn waarbinnen bemiddeling kan worden gevraagd;
– de termijn waarbinnen de commissie van toezicht tracht een
oplossing te bereiken;
– de wijze waarop de commissie van toezicht kan trachten een
oplossing te bereiken;
– de wijze waarop de bemiddeling wordt afgesloten.
14. Beklag
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de beslissingen waarover de verpleegde bij de beklagcommissie
beklag kan doen;
– op welke wijze beklag kan worden gedaan;
– wat het klaagschrift dient te vermelden;
– de termijn waarbinnen het klaagschrift moet worden ingediend;
– de procedure die wordt gevolgd door de beklagcommissie;
– het recht van de verpleegde zich te doen bijstaan door een
rechtsbijstandverlener of een andere vertrouwenspersoon;
– het recht van de verpleegde op kennisneming van de
gedingstukken;
– mogelijk uitstel van de behandeling voor bemiddeling;
– de mogelijkheid van de verpleegde aan de voorzitter van de
beroepscommissie te verzoeken de tenuitvoerlegging van de beslissing
waarop het klaagschrift betrekking heeft te schorsen;
– de uitspraken die de beklagcommissie kan doen.
15. Beroep
15.1 Beroep van beslissingen waartegen beklag open staat
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de mogelijkheid van het instellen van beroep tegen de
uitspraak van de beklagcommissie;
– de termijn waarbinnen het beroep moet worden ingesteld;
– de procedure die wordt gevolgd door de beroepscommissie van
de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing;
– de mogelijkheid schorsing te verzoeken aan de voorzitter van
de beroepscommissie;
– de uitspraken die de beroepscommissie kan doen.
15.2 Beroep van beslissingen waartegen geen beklag open staat
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– tegen welke beslissingen beroep kan worden ingesteld;
– bij welke instantie beroep kan worden ingesteld;
– de procedure die wordt gevolgd;
– de uitspraken die kunnen worden gedaan.
16. Medezeggenschap en vertegenwoordiging
16.1 Verpleegdenraad
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– de wijze waarop uit en door de verpleegden een
verpleegdenraad wordt gekozen;
– de taak van de verpleegdenraad;
– hoe de verpleegde zich tot de verpleegdenraad kan wenden;
– wanneer en waar de verpleegdenraad vergadert.
16.2 Vertegenwoordiging
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– welke rechten, toekomend aan de ter beschikking gestelde of
de verpleegde, in geval van curatele, mentorschap of
minderjarigheid, mede kunnen worden uitgeoefend door
vertegenwoordigers.
17. Beëindiging verblijf van met hun instemming opgenomen
verpleegden
In de huisregels wordt informatie verstrekt over:
– onder welke omstandigheden het hoofd van de inrichting het
verblijf van een met zijn instemming opgenomen verpleegde kan of
moet beëindigen.
Hoofdstuk 18. Beloningsysteem verpleegden
18.1
Het hoofd van de inrichting stelt een beloningsysteem in, met
inachtneming van het navolgende `model beloningsysteem verpleegden'.
18.2
Het hoofd van de inrichting treft zoveel als mogelijk adequate
voorzieningen om verpleegden in staat te stellen opdrachten of
werkzaamheden in het kader van de behandeling te verrichten.
18.3 Model beloningsysteem verpleegden
Het hoofd van de inrichting kan verpleegden opdrachten/werkzaamheden
in het kader van de behandeling laten verrichten.
In het beloningsysteem van de inrichting wordt vermeld welke beloning
is gekoppeld aan welke opdrachten/werkzaamheden.
Het hoofd van de inrichting stelt voor iedere verpleegde vast, in
hoeverre deze in staat is opdrachten/werkzaamheden te verrichten in het
kader van zijn behandeling.
De betrokken verpleegde kan in dit verband door het hoofd van de
inrichting hetzij als `geschikt voor opdrachten/werkzaamheden in het
kader van de behandeling' hetzij als `ongeschikt voor
opdrachten/werkzaamheden in het kader van de behandeling' worden
aangemerkt.
In het verplegings- en behandelingsplan wordt opgenomen of de
verpleegde als geschikt of ongeschikt voor het verrichten van
opdrachten/werkzaamheden in het kader van de behandeling is aangemerkt.
De prestaties van de verpleegde ter zake van de verrichte
opdrachten/werkzaamheden worden periodiek beoordeeld. Een beoordeling
vindt in ieder geval plaats voorafgaand aan het moment dat betaling van
de beloning zal plaatsvinden.
Desgewenst kan daarbij een puntensysteem worden gebruikt, waarbij
punten kunnen worden gegeven op onderdelen van het werkgedrag (zoals:
ijver, verantwoordelijkheidsgevoel, samenwerkingsgerichtheid, verzuim,
werkweigering etc.). Een onderdeel van het puntensysteem kan zijn, dat
er financiële bonussen gegeven kunnen worden.
Indien een verpleegde door het hoofd van de inrichting in dit verband
als ongeschikt voor het verrichten van opdrachten/werkzaamheden in het
kader van de behandeling is aangemerkt, hanteert de inrichting het
volgende uitgangspunt: de verpleegde die op zichzelf bereid is
opdrachten/werkzaamheden in het kader van de behandeling te verrichten
krijgt - ongeacht de arbeidsinspanning ten aanzien van (eventueel)
aangepaste opdrachten/werkzaamheden - een uitkering bestaande uit een
bepaald deel, tenminste 70%, van hetgeen hij had kunnen verdienen
(uitgezonderd eventuele financiële bonussen) in het geval van gehele
geschiktheid.