|
De Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 34, achtste lid, van de Beginselenwet verpleging ter
beschikking gestelden;
Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van
6 oktober 1998, nr. 719424;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Artikel 2. Afzondering
1. Tijdens afzondering zijn beperkingen
op de aan de verpleegde op grond van de wet toekomende rechten slechts
mogelijk op de in de wet genoemde gronden.
2. Tijdens de afzondering ontvangt de verpleegde regelmatig eten
en drinken.
3. Indien de afzondering plaatsvindt in een andere dan de
persoonlijke verblijfsruimte, dan kan het de verpleegde worden
toegestaan hem toebehorende voorwerpen bij zich te hebben.
Artikel 3. Separatie
1. Tijdens de separatie kan de verpleegde
de rechten vermeld in artikel 37, eerste lid, artikel 38, eerste lid,
artikel 40, derde lid, onder c, artikel 42, tweede lid van de wet niet
uitoefenen, tenzij het hoofd van de inrichting anders bepaalt.
2. Tijdens de separatie ontvangt de verpleegde regelmatig eten en
drinken.
3. De verpleegde kan worden verplicht tijdens de separatie
aangepaste kleding of schoeisel te dragen.
4. Tijdens de separatie kan het de verpleegde worden toegestaan
hem toebehorende voorwerpen bij zich te hebben.
5. Tijdens de separatie kan toezicht op de verpleegde worden
gehouden met behulp van een camera.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechten tijdens
afzondering en separatie.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
|