|
De Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 27, vierde lid, van de
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
Gezien het advies van de Centrale Raad voor
Strafrechtstoepassing van 13 mei 1998, nr. 694850/98;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.
Artikel 2
1. Als mechanisch middel in de zin van
artikel 27, eerste lid, van de wet worden slechts toegepast, de middelen
die zijn opgenomen in de bijlage van deze regeling.
2. Indien de toestand van de verpleegde dit vereist, kunnen
meerdere mechanische middelen tegelijkertijd worden toegepast.
Artikel 3
1. De toepassing van mechanische middelen
beperkt de verpleegde niet verder in zijn vrijheid, dan voor de
afwending van het van de verpleegde uitgaande ernstig gevaar voor diens
gezondheid of veiligheid of die van anderen noodzakelijk is.
2. Bij de keuze voor de toepassing van bepaalde mechanische
middelen wordt zoveel mogelijk voorkomen dat de verpleegde wordt
belemmerd in de zelfstandige uitvoering van de lichaamsfuncties eten,
drinken, urineren en ontlasten.
Artikel 4
Een mechanisch middel voldoet aan de volgende eisen:
a. het middel kan snel en gemakkelijk worden aangebracht;
b. het middel heeft geen scherpe, ruwe of puntige onderdelen;
c. correcte toepassing van het middel leidt niet tot lichamelijke
beschadiging of tot ongemak dat langer duurt dan noodzakelijkerwijs
samenhangt met de toepassing van het middel;
d. het middel kan eenvoudig gereinigd worden.
Artikel 5
1. Het hoofd van de inrichting stelt voor
de toepassing van mechanische middelen een protocol vast.
2. Het protocol omvat in elk geval:
a. welke mechanische middelen in de inrichting aanwezig zijn en op
welke wijze zij worden toegepast;
b. de voorschriften voor de toepassing van de mechanische middelen;
c. de aanwijzing van het personeelslid of de medewerkers bedoeld in
artikel 6, belast met de verzorging van en het toezicht op de
verpleegde ten aanzien van wie een mechanisch middel is toegepast;
d. de wijze van verslaglegging inzake de toestand van de
verpleegde;
e. de wijze waarop de besluitvorming tot stand komt en wordt
vastgelegd ten aanzien van de aanvang, de continuering en de
beëindiging van de toepassing van de mechanische middelen;
f. de wijze waarop de betrokken personeelsleden of medewerkers
periodiek worden getraind in de toepassing van mechanische middelen;
g. de wijze van bekendmaking van het protocol.
Artikel 6
1. Het daartoe aangewezen personeelslid
of de medewerker stelt zich tenminste eenmaal per uur op de hoogte van
de toestand van de verpleegde en maakt daarvan verslag op.
2. Minimaal tweemaal per dag stelt de aan de inrichting verbonden
arts of diens plaatsvervanger zich op de hoogte van de toestand van de
verpleegde.
3. Indien het verslag van het personeelslid of de medewerker,
bedoeld in het eerste lid, of de bevindingen van de arts, bedoeld in het
tweede lid daartoe aanleiding geven, doch in elk geval tweemaal per dag,
overweegt het hoofd van de inrichting, na overleg met de aan de
inrichting verbonden arts of diens vervanger, of de toestand van de
verpleegde zodanig is gewijzigd dat kan worden volstaan met de
toepassing van mechanische middelen die de verpleegde minder vergaand in
zijn vrijheid beperken, dan wel de toepassing van mechanische middelen
kan worden beëindigd.
Artikel 7
1. De verpleegde ontvangt regelmatig eten
en drinken.
2. De verpleegde wordt zo mogelijk in de gelegenheid gesteld zelf
eten en drinken tot zich te nemen. Indien hij hiertoe niet in staat moet
worden geacht, is het personeelslid of de medewerker die is belast met
de verzorging van de verpleegde hem hierbij behulpzaam.
3. Het personeelslid of de medewerker zorgt ervoor dat de
verpleegde ten minste een maal per dag, en zoveel vaker als nodig is,
zichzelf kan wassen en wordt voorzien van schone kleding.
4. Indien de verpleegde door de toepassing van mechanische
middelen niet in staat is om zichzelf te wassen en van schone kleding te
voorzien, is het personeelslid of de medewerker die is belast met de
verzorging van de verpleegde hem hierbij behulpzaam.
5. Indien de verpleegde door de toepassing van de mechanische
middelen niet in staat is om op het toilet te urineren of zich te
ontlasten, wordt hij voorzien van een urinaal of ondersteek. Het
personeelslid of de medewerker die is belast met de verzorging van de
verpleegde is hem zonodig behulpzaam bij het gebruik van de urinaal of
ondersteek.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toepassing mechanische
middelen verpleegden.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 20 januari 2000.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
1. Valhelm of schuimhelm
2. Gecapitonneerde handschoenen
3. Mondafscherming
4. Polsbanden aan riem om middel
5. Dwangjack
6. Enkelbanden met tussenstuk
7. Handboeien van een door de Minister van Justitie goedgekeurd
merk en type
8. Veiligheidsbed
|