| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Binnenschepenwet
AANWIJZINGSBESCHIKKING
AMBTENAREN TOEZICHT BINNENSCHEPENWET
Tekst zoals deze geldt op
2 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Mede namens de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 28, derde lid, van de Binnenschepenwet;
Gezien de voordracht van de directeur van het Gemeentelijk
Havenbedrijf Amsterdam van 15 februari 1996, 96/00681 HD/AAF/SvV;
Besluit:
Artikel 1
Met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant
waarin deze beschikking wordt geplaatst, worden de navolgende ambtenaren
van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam aangewezen tot ambtenaren
voor het uitoefenen van toezicht, als bedoeld in artikel 28, derde lid,
van de Binnenschepenwet:
a. W. Spoelstra, 27-9-1952, wonende te Amsterdam, in de functie
van inspecteur binnenscheepvaart;
b. W.J. Dijkman, 23-7-1948, wonende te Monnickendam, in de
functie van havenbeambte in vaste dient;
c. M.G. de Jong, 22-5-1942, wonende te Amsterdam, in de functie
van havenbeambte in vaste dienst.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde aanwijzing is beperkt tot het uitoefenen van
toezicht op rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype als bedoeld
in artikel 1, tweede lid, van de Regeling rondvaartboten van het
Amsterdamse grachtentype, met betrekking tot:
a. de aanwezigheid en de geldigheid van het certificaat van
onderzoek;
b. de zone of het vaargebied;
c. de inzinking van het schip ten opzichte van de
inzinkingsmerken;
d. de bijzondere voorschriften voor het gebruik van het schip als
vermeld in het certificaat van onderzoek, met name het ten hoogste
toegestane aantal passagiers, de windkrachtbeperkingen, duwen,
slepen, en radarvaart door één persoon.
Artikel 3
Deze beschikking, die in afschrift aan de in artikel 1 genoemde
personen wordt gezonden, zal in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 9 mei 1996.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
|
|
|