| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Binnenschepenwet
BESLUIT
MANDAAT AFGIFTE, OPSCHORTING EN INTREKKING
VAARBEWIJZEN, RIJNPATENTEN EN RADARPATENTEN 2006
Tekst zoals deze geldt op
2 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT houdende mandaatverlening voor de afgifte, opschorting en
intrekking van vaarbewijzen, Rijnpatenten en radarpatenten (Besluit
mandaat afgifte, opschorting en intrekking vaarbewijzen, Rijnpatenten en
radarpatenten 2006)
De Minister van Verkeer en
Waterstaat;
Gelet op artikel 16, zesde lid, van de Binnenschepenwet, de artikelen
3.01, eerste lid, 3.02, eerste lid, 3.02, tweede lid, onderdeel b, 3.02,
vierde lid, 3.03, eerste en tweede lid, 3.06, eerste en vierde lid,
4.01, eerste en tweede lid, 4.02, eerste lid, onderdeel a, alsmede tweede en
derde lid, en 4.03, vijfde lid, van het Reglement Rijnpatenten 1998,
alsmede de artikelen 1.02, tweede lid, 2.02, eerste lid, 3.01, eerste
lid, 3,03, vierde lid, 3.04, eerste en vierde lid, en 3.05 van het
Reglement radarpatenten;
Besluit:
Artikel 1
De algemeen directeur van de Stichting Centraal Bureau
Rijvaardigheidsbewijzen te Rijswijk wordt mandaat verleend ten aanzien
van:
a. het afgeven van het groot vaarbewijs;
b. de bevoegdheden, bedoeld of besloten liggend in de artikelen
2.10, eerste lid, 2.11, eerste lid en tweede lid, onder c, 2.13,
eerste lid, 2.16, eerste en vierde lid, 2.19, tweede lid 2.22,
eerste lid, onder a, tweede lid en derde lid en 2.24, vijfde lid van
het Patentreglement Rijn;
c. de bevoegdheden bedoeld of besloten liggend in de artikelen
1.04, tweede lid, 3.02, eerste lid, 3.03, eerste lid, 3.04, vierde
lid, 3.05, eerste en vierde lid en 3.06 van het Patentreglement
Rijn.
Artikel 2
De hoofddirecteur van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB
te ’s-Gravenhage wordt mandaat verleend ten aanzien van het afgeven
van het klein vaarbewijs.
Artikel 3
De directeur Maritieme Zaken van het Directoraat-Generaal Luchtvaart
en Maritieme Zaken kan de gemandateerde ten aanzien van de in artikel 1,
onder b en c, genoemde bevoegdheden per geval of in het algemeen
instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde
bevoegdheid. De gemandateerde oefent zijn bevoegdheden uit met
inachtneming van deze instructies.
Artikel 4
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden wordt toegestaan
van de hun verleende mandaten ondermandaat te verlenen aan een of meer
onder hun ressorterende functionarissen.
Artikel 5
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden voeren bij de
uitoefening van de hun toegekende bevoegdheid een ordentelijke en voor
de minister transparante administratie en verschaffen de minister
desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening
van de hun toegekende bevoegdheid.
Artikel 6
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden brengen in elk op
grond van dit besluit genomen besluit tot uitdrukking, dat het is
genomen namens de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Artikel 7
De in de artikelen 1 en 2 genoemde gemandateerden nemen geen
beslissing op bezwaar- en beroepschriften, ingediend tegen een krachtens
hun mandaat genomen besluit.
Artikel 8
Het Besluit mandaat afgifte vaarbewijzen, Rijnpatenten en
radarpatenten van de Minister van Verkeer en Waterstaat wordt
ingetrokken.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 januari 2006.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat afgifte,
opschorting en intrekking vaarbewijzen, Rijnpatenten en radarpatenten
2006.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de gemandateerden.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
|
|
|