BESLUIT van 23 januari 1996, houdende het van kracht zijn voor de
Rijn in Nederland van het Reglement betreffende het onderzoek van
schepen op de Rijn 1995
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, van 27
april 1995, nr. RV 195480, Hoofddirectie van de Waterstaat,
Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene
Rijnvaartakte (Trb. 1955, 161, en 1964, 83) en op de resoluties
van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart van 18 mei 1994 en 18 mei
1995 (protocollen 1994-I-23 en 1995-I-18);
De Raad van State gehoord (advies van 3 oktober 1995,
nr. W09.95
0213);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat,
van 16 januari 1996, nr. RV 209415, Hoofddirectie van de Waterstaat,
Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de Rijn in Nederland met inbegrip van de Waal en de Lek is van
kracht het Reglement betreffende het onderzoek van schepen op de Rijn
1995 met de daarbij behorende bijlagen, dat is gevoegd bij dit besluit
en dat kan worden aangehaald als: Reglement onderzoek schepen op de Rijn
1995.
Artikel 2
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat bepaalt wie de bevoegde
autoriteit onderscheidenlijk de plaatselijk bevoegde autoriteit is, of
de bevoegde autoriteiten zijn, bedoeld in het Reglement onderzoek
schepen op de Rijn 1995. Van de desbetreffende beschikking wordt
mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 3
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt een
regeling vastgesteld betreffende de werkwijze van de Commissies van
Deskundigen voor de Rijnvaart en worden de vergoedingen vastgesteld,
welke de leden van de Commissies van Deskundigen ontvangen voor de door
hen verrichte werkzaamheden.
Artikel 4
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden
richtlijnen en aanwijzingen aan de Commissies van Deskundigen voor de
Rijnvaart gegeven overeenkomstig de door de Centrale Commissie voor de
Rijnvaart aangenomen resoluties.
Artikel 5
1. De schipper van een schip dat de Rijn bevaart is
verantwoordelijk voor de naleving van de artikelen 1.03 tot en met
1.05, van de hoofdstukken 3 tot en met 22, met uitzondering van de
artikelen 8.07, derde lid, 9.07, derde lid, 12.01, derde en vierde
lid, 14.15, tweede en derde lid, 15.05, eerste lid, en 16.06, eerste
lid, en van de artikelen 23.01, eerste lid, tweede lid, derde alinea,
en derde lid, 23.02, 23.03, 23.04, eerste, derde en vijfde lid,
onderdeel 1, 23.05, 23.06, eerste lid, 23.07, en 23.08, eerste, derde,
vierde en vijfde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn
1995.
2. De eigenaar van een schip dat de Rijn bevaart is
verantwoordelijk voor de naleving van de artikelen 1.03 tot en met 1.05,
2.08, eerste lid, 2.09, eerste lid, van de hoofdstukken 3 tot en met 22,
met uitzondering van de artikelen 8.07, derde lid, 9,07, derde lid,
12.01, derde en vierde lid, 14.15, tweede en derde lid, 15.05, eerste
lid, en 16.06, eerste lid, en van artikel 23.09, eerste lid, van het
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
3. De werkgever van de bemanning van een schip dat de Rijn
bevaart is verantwoordelijk voor de naleving van de artikelen 23.01,
eerste lid, tweede lid, derde alinea, en derde lid, 23.02, 23.03, 23.04,
eerste, derde, en vijfde lid, onderdeel 1, 23.05, 23.06, eerste lid,
23.07, en 23.08, eerste, derde, vierde en vijfde lid, van het Reglement
onderzoek schepen op de Rijn 1995.
4. Een lid van de bemanning van een schip dat de Rijn bevaart,
niet zijnde de schipper, is verantwoordelijk voor de naleving van de
artikelen 23.03, derde lid, 23.04, eerste, tweede en vijfde lid,
onderdeel 2, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
5. Het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde is van
overeenkomstige toepassing op de krachtens artikel 1.06 van het
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 aangebrachte wijzigingen.
Artikel 6
Het koninklijk besluit van 8 juli 1976 (Stb. 476), houdende
van kracht verklaring van het Reglement betreffende het onderzoek van
schepen op de Rijn wordt ingetrokken.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Reglement onderzoek
schepen op de Rijn 1995.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting en de bijlage bij deze laatste,
alsmede het bij dit besluit gevoegde Reglement onderzoek schepen op de
Rijn 1995, in het Staatsblad zullen worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 januari 1996
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de vijfde maart 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
[Reglement wegens te grote omvang verwijderd]