St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Binnenschepenwet

 

BESLUIT  REGLEMENT  VEILIGHEIDSPERSONEEL  PASSAGIERSSCHEPEN

Tekst zoals deze geldt op 2 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 8 november 2005, houdende het van kracht zijn voor de Rijn in Nederland van het Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen (Besluit Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 september 2005, nr. HDJZ/SCH/2005-1803, Hoofddirectie Juridische Zaken;
     Gelet op de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte (Trb. 1955, 161, en 1964, 83), de resolutie van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart van 25 november 2004 (protocol 2004-II-22) en artikel 26a, eerste lid, van de Binnenschepenwet;
     De Raad van State gehoord (advies van 6 oktober 2005, nr. W09.05.0409/V);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 1 november 2005, nr. HDJZ/SCH/2005-2135, Hoofddirectie Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Voor de Rijn in Nederland met inbegrip van de Waal en de Lek is van kracht het Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen met de daarbij behorende bijlagen, dat is gevoegd bij dit besluit en dat kan worden aangehaald als: Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen (RVP).

Artikel 2

1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat bepaalt wie de bevoegde autoriteit onderscheidenlijk de plaatselijk bevoegde autoriteit is, dan wel de bevoegde autoriteiten zijn, bedoeld in het Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen.

2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 3

Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden richtlijnen en aanwijzingen aan de bevoegde autoriteit gegeven overeenkomstig de door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart aangenomen resoluties.

Artikel 4

Overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens dit besluit is strafbaar, tenzij anders is bepaald.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 8 november 2005

 

BEATRIX

 

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs

 

Uitgegeven de vijftiende december 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.01. Begripsbepalingen

Voorzover hierna niets anders is bepaald, gelden de begripsbepalingen van artikel 1.01 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.

In dit reglement gelden als:

1.

Schip voor dagtochten: een passagiersschip met een overeenkomstige aantekening in het certificaat van onderzoek;

2.

Hotelschip: een passagiersschip met een overeenkomstige aantekening in het certificaat van onderzoek;

3.

Bemanning: de vereiste minimum bemanning van het passagiersschip als bedoeld in artikel 23.12 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 alsmede personen, die in dezelfde functie aanvullend aan boord zijn;

4.

Veiligheidspersoneel: de deskundige voor de passagiersscheepvaart, eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager;

5.

Passagier: iedere persoon aan boord, die niet tot de bemanning of tot het boordpersoneel behoort.

Artikel 1.02. Toepasselijkheid van het reglement

Het reglement regelt de verplichtingen voor de veilige exploitatie van passagiersschepen op de Rijn, in het bijzonder met betrekking tot het vereiste veiligheidspersoneel en hun kwalificatie.

Artikel 1.03. Veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen

1.

Aan boord van elk passagiersschip moet veiligheidspersoneel in voldoende aantal aanwezig zijn, zolang er passagiers aan boord zijn.

2.

De leden van het veiligheidspersoneel kunnen tot de bemanning of tot het boordpersoneel behoren.

Artikel 1.04. Voorschriften van tijdelijke aard

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen, wanneer het voor een aanpassing aan de technische ontwikkeling van de binnenscheepvaart noodzakelijk wordt geacht om in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel proefnemingen mogelijk te maken, waardoor de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden benadeeld. Deze voorschriften van tijdelijke aard worden door de bevoegde autoriteit gepubliceerd en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij worden in alle Oeverstaten en België op hetzelfde tijdstip in werking gesteld en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld.

Artikel 1.05. Richtlijnen

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voor de toepassing van dit reglement richtlijnen vaststellen. De bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze richtlijnen te houden.

Hoofdstuk 2. Eisen aan het veiligheidspersoneel

Artikel 2.01. Deskundige voor de passagiersvaart

De deskundige voor de passagiervaart moet ten minste 18 jaar zijn en de vereiste bevoegdheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon:

a)

aan een door de bevoegde autoriteit erkende basisopleiding heeft deelgenomen, die tenminste de eisen, bedoeld in artikel 4.01, vervult, en het examen met goed gevolg heeft afgelegd, en

b)

regelmatig ingevolge artikel 4.02, tweede lid, wordt bijgeschoold.

Artikel 2.02. Eerste hulpverlener

De eerste hulpverlener moet tenminste 17 jaar zijn en de vereiste bevoegdheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de desbetreffende persoon

a)

aan een cursus voor eerste hulpverlener heeft deelgenomen, en

b)

regelmatig ingevolge artikel 4.03 wordt bijgeschoold.

Artikel 2.03. Persluchtmaskerdrager

De persluchtmaskerdrager moet tenminste 18 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten, om de ademhalingsapparatuur als bedoeld in artikel 15.12, tiende lid, onder a, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 voor de redding van personen te kunnen gebruiken. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon de lichamelijke geschiktheid en de bevoegdheid ingevolge de nationale voorschriften van de Oeverstaten of België aantoont en regelmatig ingevolge artikel 4.03 is bijgeschoold.

Hoofdstuk 3. Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen

Artikel 3.01. Aantal leden van het veiligheidspersoneel

1.

Deskundigen voor de passagiersvaart, eerste hulpverleners en persluchtmaskerdragers moeten ten minste in de navolgende aantallen beschikbaar zijn:

a)

gedurende de vaart aan boord

aa) Schepen voor dagtochten

groep

aantal aanwezige personen

deskundige voor de passagiersvaart

eerste hulpverlener

1

tot en met 250

1

1

2

meer dan 250

1

2


bb) Hotelschepen

groep

aantal gereserveerde bedden

deskundige voor de passagiersvaart

eerste hulpverlener

perslucht-maskerdrager

1

tot en met 100

1

1

2

2

meer dan 100

1

2

2


b)

tijdens het stilliggen moet het ingevolge onderdeel a voorgeschreven veiligheidspersoneel van de groep 1 permanent beschikbaar zijn.

Voor hotelschepen waarvan de lengte niet meer is dan 45 m en waarvan in de kabines evenveel vluchtmaskers voor de aanwezige personen bij de hand zijn, zijn persluchtmaskerdragers niet vereist.

2.

Op schepen voor dagtochten met een toegelaten aantal personen van niet meer dan 75 en op stilliggende passagiersschepen mogen de functies van deskundigen voor passagiersvaart en de eerste hulpverlener echter door een persoon worden waargenomen. In alle andere gevallen mogen de deskundige voor de passagiersvaart, eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager niet dezelfde persoon zijn.

Artikel 3.02. Plichten van de schipper en de deskundige

1.

Onverminderd de voorschriften van het Rijnvaartpolitiereglement moet de schipper:

a)

de deskundige voor de passagiersvaart met de veiligheidsrol en het veiligheidsplan, bedoeld in artikel 15.13, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 vertrouwd maken,

b)

voor de instructie van de deskundige voor de passagiersvaart zorgdragen,

c)

de vereiste bevoegdheid van het veiligheidspersoneel, bedoeld in de artikelen 2.01 tot en met 2.03, steeds aan boord door overeenkomstige verklaringen als bedoeld in artikel 4.04 kunnen aantonen,

d)

voor het aantonen van de uitvoering van controles zorgdragen.

2.

De deskundige voor de passagiersvaart moet zorgdragen voor de bewaking van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen overeenkomstig de veiligheidsrol en voor de veiligheid van de passagiersschepen in geval van gevaar en in noodsituaties aan boord. Hij moet de veiligheidsrol en het veiligheidsplan in detail kennen en volgens de door de schipper verstrekte instructies:

a)

de leden van de bemanning en van het boordpersoneel, die taken in de veiligheidsrol hebben, de daar beschreven taken voor noodsituaties toedelen,

b)

deze leden van de bemanning en van het boordpersoneel regelmatig in de hun toebedeelde taken instrueren,

c)

de passagiers aan boord van hotelschepen bij het begin van de reis op de gedragsregels en het veiligheidsplan attent maken.

Artikel 3.03. Toezicht

Zolang zich passagiers aan boord bevinden, moet er ’s nachts ieder uur een controleronde gemaakt worden. Deze controle moet op geëigende wijze aantoonbaar zijn.

Hoofdstuk 4. Verkrijgen van de kwalificatie en procedurebepalingen

Artikel 4.01. Basisopleiding voor deskundige

1.

Personen, die de taak als deskundige als bedoeld in artikel 2.01 moeten waarnemen, moeten voor het verkrijgen van de vakkennis aan een basisopleiding deelnemen. De basisopleiding moet, in het kader van een door de bevoegde autoriteit georganiseerde of door haar erkende opleiding, uitgevoerd (gevolgd) worden en moet tenminste bevatten:

a)

een opleiding in de volgende onderwerpen:

1°.

voorgeschreven inrichting en uitrusting van passagiersschepen;

2°.

veiligheidsvoorschriften en inleiding over de benodigde hulpmaatregelen;

3°.

taken van de bemanning en van het boordpersoneel overeenkomstig de veiligheidsrol;

4°.

grondbeginselen betreffende de stabiliteit van de passagiersschepen in het geval van een ongeval;

5°.

voorkomen van brand en brandbestrijding, gebruik van de brandblusinrichtingen (wijze van werking van de automatische sprinklerinstallaties, brandmeldsystemen en vast geďnstalleerde brandblusinstallaties);

6°.

keuringsbewijs van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen;

7°.

principes van conflicthantering;

8°.

grondbeginselen van het voorkomen van paniek;

b)

een praktische oefening met de volgende thema’s:

1°.

kennis betreffende de bediening en het gebruik van de veiligheidsuitrusting van passagiersschepen (bijvoorbeeld het omdoen van de reddingsvesten, het gebruik van drijflichamen, de bediening van de bijboot en van de overige reddingsmiddelen, de bediening van draagbare brandblussers);

2°.

kennis betreffende de praktische omzetting van veiligheidsvoorschriften en het op gang brengen van de noodzakelijke hulpmaatregelen (bijvoorbeeld het evacueren van passagiers uit een vol rook staande ruimte naar een veilige omgeving, de bestrijding van het begin van een brand, het gebruik van de waterdichte en brandvertragende deuren);

c)

een afsluitend examen.

2.

Nadat het examen met goed gevolg is afgelegd geeft de bevoegde autoriteit of het opleidingsinstituut aan de deelnemer een verklaring als deskundige voor de passagiersvaart af volgens het model van bijlage 1.

Artikel 4.02. Opfriscursus voor deskundige

1.

De deskundige voor de passagiersvaart moet, voor het einde van een termijn van 5 jaar na een succesvolle deelname aan de basisopleiding, aan een door de bevoegde autoriteit erkende opfriscursus deelnemen.

2.

De opfriscursus moet de nadruk leggen op typische gevaarsituaties (zoals bijvoorbeeld het voorkomen van paniek, brandbestrijding) en – voorzover mogelijk – informatie met betrekking tot nieuwe kennis over passagiersveiligheid overdragen. Gedurende de herhalingscursus moet door middel van oefeningen en testen worden vastgesteld, dat de deelnemer actief aan de cursus heeft deelgenomen.

3.

De deskundige voor de passagiersvaart moet telkens voor het einde van de termijn van 5 jaar na deelname aan de herhalingscursus opnieuw aan een herhalingscursus deelnemen.

4.

Na deelname aan een herhalingscursus verlengt de bevoegde autoriteit of het opleidingsinstituut de verklaring van de deelnemer als deskundige voor de passagiersvaart met 5 jaar, of geeft een nieuwe verklaring af.

Artikel 4.03. Cursussen en herhalingscursussen voor eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager

De cursussen en herhalingscursussen voor eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager moeten volgens de voorschriften van een der Oeverstaten of België georganiseerd worden.

Artikel 4.04. Verklaringen voor veiligheidspersoneel

1.

Het grote patent als bedoeld in het Reglement Rijnpatenten 1998 en het bevoegdheidsbewijs, die volgens de nationale voorschriften van de Oeverstaten of België recht geven op het voeren van passagiersschepen of andere, door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen, vervangen de verklaring, bedoeld in artikel 4.01, tweede lid, tot en met 31 december 2010.

2.

Op vertoon van het cursusbewijs geeft de bevoegde autoriteit een verklaring af betreffende de bevoegdheid als eerste hulpverlener volgens het model van bijlage 2 of verlengt deze. Als verklaringen gelden ook de documenten van de nationale of regionale organisaties van het Rode Kruis en vergelijkbare nationale of regionale reddingsorganisaties, die door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bekend worden gemaakt.

3.

Op vertoon van het cursusbewijs geeft de bevoegde autoriteit een verklaring af betreffende de bevoegdheid als persluchtmaskerdrager volgens het model van bijlage 3 of verlengt deze.

Deze cursusbewijzen gelden als verklaring, als deze zijn afgegeven door een volgens het nationale recht van de Oeverstaten of België erkend opleidingsinstituut en door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bekend zijn gemaakt.

 

 

Bijlage 1. Verklaring deskundige voor de passagiersvaart

[Illustraties verwijderd]

 

 

Bijlage 2. Verklaring eerste hulpverlener in de passagiersvaart

[Illustraties verwijderd]

 

 

Bijlage 3. Verklaring persluchtmaskerdrager in de passagiersvaart

[Illustraties verwijderd]

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Binnenschepenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x