St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Binnenschepenwet

 

REGELING  AANWIJZING  AMBTENAREN  TOEZICHT  EN  OPSPORING  BINNENSCHEPENWET

Tekst zoals deze geldt op 3 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
REGELING houdende aanwijzing van de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving en opsporing van het bij of krachtens de Binnenschepenwet bepaalde

     De Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 28, tweede lid, en 48, eerste lid, van de Binnenschepenwet;

     Besluiten:

 

 

Artikel 1

1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken II en IV van de Binnenschepenwet bepaalde zijn mede belast:

a. de hoofden en adjunct-hoofden scheepvaartdienst,

b. de hoofdverkeersleiders, verkeersleiders en assistent-verkeersleiders, en

c. de rivier- en kanaalmeesters, van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

2. Met betrekking tot hoofdstuk II van de Binnenschepenwet is het toezicht, bedoeld in het eerste lid, beperkt tot:

a. de aanwezigheid van het certificaat van onderzoek aan boord;

b. de geldigheid van het certificaat van onderzoek;

c. de zone of het vaargebied;

d. de inzinking van het schip ten opzichte van de inzinkingsmerken;

e. bijzondere voorschriften voor het gebruik van het schip als vermeld in het certificaat van onderzoek.

Artikel 2

Met de opsporing van de bij de Binnenschepenwet strafbaar gestelde feiten zijn de volgende ambtenaren belast:

a. van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat:

1. de inspecteur-generaal;

2. De inspecteur-generaal en de ambtenaren van de afdeling Rijn- en binnenvaart van de divisie Scheepvaart;

3. de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, genoemd in artikel 1, eerste lid;

b. van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

de ambtenaren van de Arbeidsinspectie.

Artikel 3

De regeling van 16 mei 1988, nr. S/J-30.799/88, inzake onderzoek, toezicht en opsporing Binnenschepenwet (Stcrt. 121), wordt ingetrokken.

Artikel 4

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 augustus 1997 ingediende voorstel van wet houdende aanpassing van bijzondere wetten aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet derde tranche Awb II) (kamerstukken II 1996/97, 25 464) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing ambtenaren toezicht en opsporing Binnenschepenwet.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave
.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Binnenschepenwet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x