| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Binnenschepenwet
REGELING
CERTIFICATEN
Tekst zoals deze geldt op
3 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 5, zevende lid en 52,
tweede lid, van de Binnenschepenwet (Stb. 1981, 678);
Mede gelet op de artikelen 14.06 en 14.07 van
hoofdstuk 14 van bijlage II, alsmede op bijlagen III en IV van de
Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 4 oktober 1982
(82/714/EEG) tot vaststelling van de technische voorschriften voor
binnenschepen (PbEG L 301);
Besluit:
§ 1. Vaststelling modellen
Artikel 1
1. Het communautaire certificaat, bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onder d, van het Binnenschepenbesluit wordt
vastgesteld volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling
behorende bijlage I.
2. Het communautaire aanvullende certificaat, bedoeld in artikel
1, eerste lid, onder e, van het Binnenschepenbesluit wordt vastgesteld
volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage
II.
3. Het certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste
lid, van de Binnenschepenwet, wordt, voor andere schepen dan
vrachtschepen of sleep- of duwboten als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdelen k, l, onderscheidenlijk m, van het Binnenschepenbesluit,
met uitzondering van bunkerstations als bedoeld in artikel 1, onderdeel
u, van het Binnenschepenbesluit, vastgesteld volgens het model,
opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage III.
4. Het certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste
lid, van de Binnenschepenwet, wordt, voor bunkerstations als bedoeld in
artikel 1, onderdeel u, van het Binnenschepenbesluit, vastgesteld
volgens het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage
IV.
5. Het voorlopige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel
5b, eerste lid, van de Binnenschepenwet, wordt vastgesteld volgens het
model, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage V.
§ 2. Invullen van de certificaten
Artikel 2
1. Het certificaat wordt, uitsluitend in
zwart of blauw, met de schrijfmachine of in blokletters ingevuld.
2. Aantekeningen, voorzien van de voetnoot ‘doorhalen wat niet
van toepassing is’, worden voor zover ze niet van toepassing zijn in
zwart of blauw doorgehaald.
3. Wanneer bij enig punt niets wordt ingevuld, wordt de
betreffende regel of worden de betreffende regels door een doorlopende
zwarte of blauwe horizontale streep geblokkeerd.
Artikel 3
1. Aantekeningen die na afgifte van het certificaat worden
gewijzigd, worden in rood doorgehaald.
2. Oorspronkelijk doorgehaalde aantekeningen waarvan bij een
wijziging de doorhaling vervalt, worden rood onderstreept.
Artikel 4
1. Nieuwe aantekeningen en aantekeningen waarvan de doorhaling
is vervallen, worden in het communautaire certificaat en in het
certificaat van onderzoek onder punt 23 vermeld.
2. Het communautaire aanvullende certificaat wordt bij wijziging
als bedoeld in het eerste lid door een nieuw certificaat onder
handhaving van de geldigheidsduur vervangen.
§ 3. Aantekeningen in het communautaire
certificaat
Artikel 5
Aantekeningen bij de betreffende punten in het communautaire
certificaat worden in overeenstemming met het bepaalde in de onderdelen
a tot en met k gesteld:
a. punt 2: voor de omschrijving van het scheepstype worden de
begrippen van artikel 1, tweede lid, van het Binnenschepenbesluit
gebruikt, met toevoeging van de code (bijvoorbeeld, ‘motortankschip,
code c’;
punt 3: voor de vaart op de Rijn, de Lek en de Waal wordt hieronder
verstaan het officiële scheepsnummer, bedoeld in artikel 2.01, eerste
lid, onder c, van het Rijnvaartpolitiereglement 1995;
punt 4: het adres is het geldige postadres van de eigenaar van het
schip;
punt 15: de aantekeningen worden gesteld in overeenstemming met de
gegevens van de geldige meetbrief van het schip. Indien het schip geen
meetbrief behoeft te hebben en geen meetbrief heeft, worden de gegevens
vastgesteld op de voet van het daaromtrent bepaalde in het
Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978, Stb. 1979, 358. Indien een
communautair certificaat slechts voor een bepaalde zone of voor bepaalde
zones wordt afgegeven, worden de niet gebruikte kolommen van de tabel
doorgehaald;
punt 16: onder dit punt worden alleen vermeld de lengten, gewichten
en breeksterkten, berekend volgens de regelen van bijlage II van het
Binnenschepenbesluit;
punt 17: indien een communautair certificaat slechts voor een
bepaalde zone of voor bepaalde zones wordt afgegeven worden de niet
gebruikte kolommen van de tabel doorgehaald. Alleen de voorgeschreven
reddingmiddelen worden vermeld;
punt 18: alleen de voorgeschreven brandblusmiddelen worden vermeld.
Indien op grond van andere regelgeving dan het Binnenschepenbesluit
additionele brandblusmiddelen zijn voorgeschreven, worden deze
afzonderlijk vermeld;
punt 19: alleen de voorgeschreven pompen en capaciteiten worden
vermeld;
punt 20: alleen de voorgeschreven uitrusting wordt vermeld. Indien op
grond van andere regelgeving dan het Binnenschepenbesluit uitrusting is
voorgeschreven, kan deze afzonderlijk worden vermeld;
punt 21: onder dit punt kunnen onder meer worden vermeld
voorschriften, gegeven op grond van de artikelen 5, vijfde lid en 14,
eerste lid, van de Binnenschepenwet, alsmede regelen, gegeven krachtens
artikel 10, eerste lid, van de Binnenschepenwet (artikel 25 van het
Binnenschepenbesluit) en de op grond van de artikelen 20, eerste lid, en
46 van het Binnenschepenbesluit toegestane afwijkingen en ontheffingen.
De betrokken artikelen van de wet en het besluit worden vermeld. Indien
de bepalingen van tijdelijke aard zijn, wordt de vervaldatum vermeld;
punten 22 tot en met 25: naar behoefte kunnen voor latere
aantekeningen meerdere bladzijden worden ingevoegd, voorzien van
opeenvolgende letternummering bijvoorbeeld 6a, 6b enz. De
oorspronkelijke bladzijden moeten in het communautaire certificaat
bewaard blijven. Na de laatste bladzijde kunnen aan het communautaire
certificaat extra in opvolgende cijfers genummerde bladzijden worden
toegevoegd voor bijzondere goedkeuringen, verklaringen en
getuigschriften.
§ 4. Aantekeningen in het communautaire
aanvullende certificaat
Artikel 6
1. Aantekeningen in het communautaire
aanvullende certificaat worden met betrekking tot punt 2 gesteld in
overeenstemming met het bepaalde in artikel 5, onderdeel a.
2. Indien het communautaire aanvullende certificaat voor een
bepaalde zone of voor bepaalde zones wordt afgegeven, worden bij punt 11
de niet gebruikte kolommen van de tabel doorgehaald.
§ 5. Aantekeningen in het certificaat van
onderzoek
Artikel 7
Aantekeningen bij de betreffende punten in het certificaat van
onderzoek worden in overeenstemming met het bepaalde in de onderdelen a
en b gesteld:
a. punt 2: naast typevermelding (passagiersschip) wordt het schip
nader gespecificeerd, zoals rondvaart/dagboot, hotelschip, rondvaartboot
Amsterdam type, open rondvaartboot (punter), veerpont, veerboot;
punten 3, 14 tot en met 17, 20 en 22 tot en met 25: het bepaalde in
artikel 5 onder c, d tot en met g, j en k is van overeenkomstige
toepassing.
§ 6. Uitvoering van de certificaten
Artikel 8
Het communautaire certificaat en het certificaat van onderzoek dienen
losbladig in een stevige omslag te worden bewaard.
Indien deze omslag niet doorzichtig is, moet daarop het opschrift van
het certificaat worden gedrukt, zijnde het tekstgedeelte van bladzijde 1
boven ‘naam van het schip’ van het certificaat.
Artikel 9
Het communautaire aanvullende certificaat dient te worden gevoegd bij
het scheepspatent, bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte (certificaat van
onderzoek, afgegeven op grond van het Reglement onderzoek schepen op de
Rijn 1995).
§ 7. Vrijstelling
Artikel 10 [Vervallen per 12-03-1995]
§ 8. Slotbepalingen
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van
inwerkingtreding van het Binnenschepenbesluit.
Artikel 12
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling certificaten.
Deze regeling zal zonder de bijlagen worden
geplaatst in de
Nederlandse Staatscourant. De bijlagen liggen ter
inzage bij de Scheepvaartinspectie, Bordewijkstraat 4 te Rijswijk.
's-Gravenhage, 12 april 1988.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
N. Smit-Kroes.
Bijlage IV behorende bij artikel 1, vierde
lid, van de Regeling certificaten
[Illustratie verwijderd]
|
|
|