| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Binnenschepenwet
REGELING
VRIJSTELLINGEN BINNENSCHEPENWET
Tekst zoals deze geldt op
3 februari 2009
Vervallen
m.i.v. 1 juli 2009
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 17, tweede lid, en 52, tweede lid, van de
Binnenschepenwet;
Besluit:
Artikel 1
Van artikel 16, eerste lid, en tweede lid, onderdelen a, b en c, van
de Binnenschepenwet zijn schippers van de volgende schepen vrijgesteld:
a. gesleepte, geduwde en langszij vastgemaakt meegevoerde
schepen; en
b. schepen gebezigd ten behoeve van reiniging van grachten en
soortgelijke wateren.
Artikel 2
Van artikel 16, eerste lid, en tweede lid, onderdelen a, b en c van
de Binnenschepenwet zijn schippers van de volgende schepen vrijgesteld,
voor zover deze schippers in het bezit zijn van een klein vaarbewijs:
open rondvaartboten, bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig
vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning, met een lengte
gemeten op het vlak van de grootste inzinking van minder dan 15 meter,
voor zover varend op de binnenwateren van zone 4 als bedoeld in bijlage
I van het Binnenschepenbesluit, alsmede op de Beulakkerwiede en de
Belterwiede en met de volgende kenmerken:
* het schip is uitsluitend ingericht en bestemd voor rondvaarten
met een niet-onderbroken vaarduur van hoogstens twee uren en
* het schip heeft noch een gesloten opbouw, noch een doorlopend
dek.
Artikel 2a
Van artikel 16, eerste lid, en tweede lid, onderdelen a en b van de
Binnenschepenwet zijn vrijgesteld de schippers van de Belgische
redeboten op de Westerschelde en in de met de Westerschelde in open
verbinding staande havens en voorhavens.
Artikel 2b
1. Van artikel 16, eerste lid, onderdeel
b van de Binnenschepenwet zijn vrijgesteld
a. de schippers van schepen, bestemd of gebezigd voor het
bedrijfsmatig vervoer op de Nederlandse binnenwateren van meer dan 12
personen buiten de bemanning en ingericht om hoofdzakelijk door middel
van zeilen te worden voortbewogen, en
b. de schippers van schepen, met een lengte van 20 meter of meer,
bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer op de Nederlandse
binnenwateren van 12 of minder personen buiten de bemanning en
ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden
voortbewogen, voor zover zij zijn voorzien van een zeilbewijs dat is
afgegeven door de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
2. Van artikel 16, tweede lid, van de Binnenschepenwet zijn
vrijgesteld de schippers van schepen voorzover zij zijn voorzien van een
zeilbewijs dat is afgegeven door de Stichting Centraal Bureau
Rijvaardigheidsbewijzen.
Artikel 2c
1. In dit artikel wordt verstaan onder
veerponten: kabelponten, gierponten en andere niet-vrijvarende
veerponten.
2. Van artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en
tweede lid, aanhef en onderdelen a en b van de Binnenschepenwet zijn
vrijgesteld de schippers van veerponten op de rivieren, kanalen en
meren, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
– de schipper heeft de leeftijd van 18 jaar bereikt;
– de schipper is voorzien van het klein vaarbewijs;
– indien de veerpont is uitgerust met een marifooninstallatie, is
de schipper voorzien van een bedieningscertificaat;
– indien de veerpont is uitgerust met een radarinstallatie, is de
schipper voorzien van een certificaat Radaropleiding voor
objectenpersoneel van de vakopleiding Transport en Logistiek, van de
Maritieme academie, van het Scheepvaart en Transport College of van
een getuigschrift van een andere door Onze Minister aangewezen of
erkende opleiding.
Artikel 3
Van artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdelen a en d van de
Binnenschepenwet zijn schippers van schepen, die deelnemen aan
wedstrijden, vrijgesteld, voor zover met de betreffende schepen tijdens
wedstrijden wordt gevaren op binnenwateren, of gedeelten daarvan, die
voor het openbaar scheepvaartverkeer niet toegankelijk zijn.
Artikel 4
1. Van artikel 52, eerste lid, van de
Binnenschepenwet, wordt vrijstelling verleend met betrekking tot de
volgende schepen:
a. bokken;
b. kranen;
c. baggermolens;
d. hopperzuigers;
e. elevatoren;
f. schepen zonder verblijven, zoals duwbakken, dekschuiten,
pontons;
g. open rondvaartboten, behalve ten aanzien van de verplichting met
betrekking tot het vaarbewijs;
h. binnenschepen, waarvoor ingevolge artikel 785, tweede lid, van
boek 8 van het Burgerlijk Wetboek geen verplichting tot teboekstelling
bestaat, behalve motorboten als bedoeld in artikel 16, tweede lid,
onderdeel d, van de Binnenschepenwet ten aanzien van de verplichting
met betrekking tot het vaarbewijs.
2. De vrijstelling voor de in het eerste lid, onderdeel f,
genoemde schepen geldt alleen, indien:
a. op het schip een metalen plaat is aangebracht waarop staan
vermeld het certificaatnummer, de zone, onderscheidenlijk zones
waarvoor het certificaat geldig is en de datum tot welke het
certificaat geldig is;
b. de vermeldingen, bedoeld in onderdeel a, in goed leesbare
letters en cijfers met een hoogte van ten minste 6 mm zijn ingehakt en
de metalen plaat, bedoeld in onderdeel a, een hoogte van ten minste 60
mm en een lengte van ten minste 120 mm heeft en op het achterschip aan
stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats is bevestigd;
c. de overeenstemming tussen de vermeldingen op de plaat en de
aantekeningen in het certificaat is bevestigd door een ambtenaar van
de divisie Scheepvaart door middel van het aanbrengen van een stempel
op de plaat;
d. bij gebruik van het schip op de in Nederland gelegen
binnenwateren het certificaat bij de eigenaar van het schip in
bewaring is; en
e. bij grensoverschrijding het certificaat aan boord is van het
schip dat het duwstel, gekoppeld samenstel of de sleep voortbeweegt.
3. De vrijstelling voor de in het eerste lid, onderdeel g,
genoemde schepen geldt alleen indien het certificaat van onderzoek ter
plaatse waar de rondvaarten beginnen, aanwezig is.
Artikel 5
De Regeling vrijstelling documenten aan boord wordt ingetrokken.
Artikel 6
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling vrijstellingen
Binnenschepenwet.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1993.
Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in de
Staatscourant.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J.R.H. Maij-Weggen.
|
|
|