| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Boswet
BESCHIKKING
ONTHEFFING AAN
RIJKSWATERSTAAT BOSWET
Tekst zoals deze geldt op
4 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 6, tweede lid, van de Boswet;
Besluit:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
a. wet: Boswet;
b. samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst, gesloten op 26 oktober
1995 tussen de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de
Minister van Verkeer en Waterstaat;
c. boscompensatie: het planten van houtopstand naar aanleiding van
een elders plaatsgevonden velling;
d. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel 2
1. Aan Rijkswaterstaat wordt ontheffing
verleend van de kennisgevingsplicht, bedoeld in artikel 2, tweede lid
van de wet.
2. Voor projecten die het tijdvak van drie jaren overschrijden en
die niet langer duren dan tien jaren, wordt aan Rijkswaterstaat
ontheffing verleend om binnen het tijdvak, genoemd in artikel 3, eerste
lid, van de wet, tot herbeplanting over te gaan.
3. De ontheffingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden
verleend onder de in artikel 3, eerste en tweede lid, bedoelde
voorwaarden.
Artikel 3
1. Rijkswaterstaat verstrekt tenminste
ιιn maand voorafgaand aan een velling van een houtopstand aan Dienst
Regelingen het formulier en de bijlagen behorende bij de
samenwerkingsovereenkomst, waarin in ieder geval wordt vermeld:
a. de aard, hoeveelheid en plaatsbepaling van de houtopstand, die
geveld wordt en die in het kader van de herplantplicht, bedoeld in
artikel 3, van de wet zal worden herbeplant, en
b. de termijn waarbinnen Rijkswaterstaat verwacht te hebben voldaan
aan de herplantplicht, bedoeld in artikel 3, van de wet.
2. Rijkswaterstaat verstrekt jaarlijks vσσr 15 mei aan Dienst
Regelingen het formulier behorende bij de samenwerkingsovereenkomst met
een overzicht van de plaatsgevonden vellingen, en van de wijze waarop en
de termijnen waarbinnen, gelet op de duur van de betreffende projecten,
herbeplanting zal geschieden, waarbij in ieder geval weergegeven wordt:
a. de aard, hoeveelheid en plaatsbepaling van de houtopstand die
geveld is;
b. de aard, hoeveelheid en plaatsbepaling van de houtopstand
waarmee voldaan is aan de herplantplicht en
c. de aard, hoeveelheid en plaatsbepaling van de houtopstand
waarmee en de termijn waarbinnen nog zal worden voldaan aan de
herplantplicht.
Artikel 4
1. Aan Rijkswaterstaat wordt toestemming
verleend om niet te voldoen aan de verplichting om tot herplant over te
gaan op de plaats van velling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het
Koninklijk besluit van 20 juni 1962, houdende regelen ten aanzien van de
verplichting tot herbeplanting, bedoeld in artikel 3 van de wet.
2. Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt als
voorwaarde gesteld dat Rijkswaterstaat bij de bescheiden, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, aangeeft waar en wanneer de boscompensatie, zal
plaatsvinden.
Deze beschikking zal in de Staatscourant geplaatst worden.
s-Gravenhage, 27 juli 1999.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze:
de secretaris-generaal,
T.H.J. Joustra.
|
|
|