| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Brandweerwet 1985
BESLUIT
BRANDWEERPERSONEEL
Tekst zoals deze geldt op
23 juli 2010
Vervallen
m.i.v. 1 oktober 2010
|
|
|
BESLUIT van 3 mei 1991, houdende regels betreffende de aanstelling en
bevordering, de rangen en de keuring en de controle op lichamelijke en
geestelijke geschiktheid van het brandweerpersoneel
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken a.i. van 27
juli 1990, nr. EB90/6/8, directoraat-generaal voor Openbare Orde en
Veiligheid, directie Brandweer;
Gelet op artikel 14, eerste lid, onderdeel a tot en met c,
van de Brandweerwet 1985 (Stb. 1985, 87);
Gehoord de Brandweerraad;
De Raad van State gehoord (advies van 6 februari 1991, nr.
W04.90.0387);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van
24 april 1991, nr. EB91/1/397, directoraat-generaal voor Openbare Orde
en Veiligheid, directie Brandweer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsomschrijving
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. het personeel: degenen die in één van de rangen, bedoeld in
artikel 2, eerste en derde lid, zijn aangesteld bij de gemeente en
werkzaam zijn bij de gemeentelijke brandweer dan wel zijn aangesteld
bij de regionale brandweer of het Nederlands instituut voor
brandweer en rampenbestrijding, bedoeld in artikel 18a,
eerste lid, van de Brandweerwet 1985;
b. het bevoegd gezag, voor zover het betreft het personeel
aangesteld bij:
1°. de gemeente en werkzaam bij de gemeentelijke brandweer:
het college van burgemeester en wethouders;
2°. de regionale brandweer: het dagelijks bestuur van de
regionale brandweer;
3°. het Nederlands instituut voor brandweer en
rampenbestrijding: het bestuur van het instituut, bedoeld in
artikel 18b, eerste lid, van de Brandweerwet 1985.
§ 2. Rangen
Artikel 2
1. Voor het personeel gelden de volgende rangen:
a. brandwacht;
b. brandwacht eerste klasse;
c. hoofdbrandwacht;
d. onderbrandmeester;
e. brandmeester;
f. adjunct-hoofdbrandmeester;
g. adjunct-hoofdbrandmeester eerste klasse;
h. hoofdbrandmeester;
i. hoofdbrandmeester eerste klasse;
j. commandeur;
k. commandeur eerste klasse;
l. adjunct-hoofdcommandeur;
m. adjunct-hoofdcommandeur eerste klasse;
n. hoofdcommandeur;
o. hoofdcommandeur eerste klasse.
2. De volgorde van de rangen, bedoeld in het eerste lid, is
zodanig, dat een eerdergenoemde rang lager is dan een latergenoemde.
3. Voor degene die de opleiding volgt tot:
a. brandwacht geldt de rang van adspirant-brandwacht,
b. onderbrandmeester geldt de rang van adspirant-onderofficier,
c. adjunct-hoofdbrandmeester of hoofdbrandmeester zonder in het
bezit te zijn van het diploma adjunct-hoofdbrandmeester geldt de rang
van adspirant-officier,
tenzij deze aangesteld is in een rang als bedoeld in het eerste lid.
§ 3. Aanstelling en bevordering
Artikel 3
Het bevoegd gezag kan een persoon aanstellen in de rang van
adspirant-brandwacht, adspirant-onderofficier of adspirant-officier,
indien deze in ieder geval voldoet aan artikel 6, eerste lid.
Artikel 4
1. Het bevoegd gezag kan een persoon slechts aanstellen in of
bevorderen tot één van de rangen, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
indien deze in ieder geval:
a. in het bezit is van het diploma van de aan de desbetreffende
rang gekoppelde opleiding, bedoeld in het Besluit rijksexamen
brandweeropleidingen (Stb. 1988, 545), hetgeen voor de rang
van:
1°. brandwacht het diploma brandwacht is;
2°. brandwacht eerste klasse het diploma brandwacht eerste
klasse is;
3°. hoofdbrandwacht het diploma hoofdbrandwacht is;
4°. onderbrandmeester het diploma onderbrandmeester is;
5°. brandmeester het diploma brandmeester is;
6°. adjunct-hoofdbrandmeester en adjunct-hoofdbrandmeester
eerste klasse het diploma adjunct-hoofdbrandmeester is, of het
diploma ter afsluiting van een functiegerichte opleiding als bedoeld
in artikel 1, onderdeel c, onder 1 tot en met 4, van het Besluit
rijksexamen brandweeropleidingen;
7°. hoofdbrandmeester en hoofdbrandmeester eerste klas het
diploma hoofdbrandmeester is, of het diploma ter afsluiting van een
functiegerichte opleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c,
onder 5 tot en met 10, van het Besluit rijksexamen
brandweeropleidingen;
8°. commandeur en hoger het diploma commandeur is; en
b. voldoet aan artikel 6, eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid, aanhef juncto onderdeel b,
kan het bevoegd gezag een persoon bevorderen tot één van de rangen,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien voor de vervulling van de aan
hem nieuw op te dragen werkzaamheden geen eisen worden gesteld die een
zwaardere lichamelijke of psychische belasting met zich brengen dan de
eisen die worden gesteld aan de vervulling van zijn huidige
werkzaamheden.
Artikel 5
Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in bijzondere omstandigheden
ontheffing verlenen van artikel 4, eerste lid, onderdeel a.
§ 4. Geneeskundig onderzoek
Artikel 6
1. Het personeel dient blijkens een geneeskundig onderzoek in
staat te worden geacht de op te dragen werkzaamheden naar behoren te
verrichten.
2. Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bevat
in ieder geval:
a. een algemeen lichamelijk onderzoek;
b. een onderzoek naar de fysieke en psychische gesteldheid van het
personeel, in relatie tot de op te dragen werkzaamheden.
3. Het geneeskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid,
geschiedt door of onder verantwoordelijkheid van een door het bevoegd
gezag aangewezen bedrijfsarts die is ingeschreven in het register dat
bijgehouden wordt door de Sociaal Geneeskundige Registratiecommissie.
Artikel 7
1. Het personeel wordt periodiek onderworpen aan een
geneeskundig onderzoek als bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor degenen met een
leeftijd van:
a. jonger dan veertig jaar één keer in de vier jaar;
b. veertig jaar tot en met vijftig jaar één keer in de twee jaar;
c. ouder dan vijftig jaar één keer in het jaar.
Artikel 8
Het bevoegd gezag kan bij de bedrijfsarts, bedoeld in artikel 6,
derde lid, voor degene van wie op goede gronden wordt verondersteld dat
zijn lichamelijke of psychische gesteldheid een beletsel vormt om de
opgedragen werkzaamheden naar behoren te verrichten, een geneeskundig
onderzoek als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanvragen.
Artikel 9
De uitslag van een geneeskundig onderzoek wordt binnen een termijn
van twee weken na vaststelling medegedeeld aan het bevoegd gezag en
degene die gekeurd is.
Artikel 10
Degene die gekeurd is, kan binnen een termijn van twee weken na
ontvangst van de mededeling van de uitslag van het geneeskundig
onderzoek, bedoeld in artikel 9, een verzoek om herkeuring indienen bij
het bevoegd gezag.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 11
Artikel 1 van de Gelijkstellingsregeling brandweeropleidingen is van
overeenkomstige toepassing met betrekking tot de diploma's die vóór de
inwerkingtreding van dit besluit zijn afgegeven.
Artikel 12
In afwijking van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, dient het
bevoegd gezag bij een aanstelling of bevordering als bedoeld in de
aanhef van dat artikel in acht te nemen dat:
a. het personeel dat vóór de inwerkingtreding van dit besluit
is aangesteld in één van de rangen, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, voor wat betreft die rang vrijgesteld is van de diploma-eis,
bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot
en met 8°;
b. het personeel dat vóór de inwerkingtreding van dit besluit
is aangesteld in de rang, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel d, vrijgesteld is van de diploma-eis, bedoeld in
artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onder 5°;
c. het personeel dat vóór de inwerkingtreding van dit besluit
is aangesteld in één van de rangen, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdelen e tot en met o, vrijgesteld is van de
diploma-eis, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a,
onder 6° tot en met 8°.
Artikel 13 [Vervallen per 15-12-2000]
Artikel 14
Het Besluit rangen brandweerpersoneel (Stb. 1988, 690) wordt
ingetrokken.
Artikel 15
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag
na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst met uitzondering van artikel 4, eerste lid, onderdeel a,
onder 8°, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
2. Artikel 13 vervalt zeven jaar na de datum van inwerkingtreding
van dit besluit.
Artikel 16
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit brandweerpersoneel.
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende
nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan
de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 3 mei 1991
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de elfde juni 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|