BESLUIT van 24 juni 1993, houdende regels betreffende de wijze waarop
met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van
overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over het ontwerp van een
algemene maatregel van bestuur, vast te stellen krachtens artikel 14,
eerste lid, van de Brandweerwet 1985
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken a.i.,
directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie
Brandweer van 14 april 1993, nr. EB93/733;
Gelet op artikel 14, tweede lid, van de Brandweerwet 1985;
De Raad van State gehoord (advies van 28 mei 1993, nr. W04.93.0234);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken,
directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie
Brandweer van 15 juni 1993, nr. EB93/1186;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. het overleg: het overleg, bedoeld in artikel 14, tweede lid,
van de Brandweerwet 1985;
b. de voorzitter: de voorzitter van het overleg;
c. de centrales: de centrales, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Artikel 2
1. Aan het overleg nemen deel de voorzitter en een
vertegenwoordiger van iedere centrale van overheidspersoneel, genoemd
in artikel 105, tweede lid, onderdelen a tot en met e,
van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
2. Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger doet de centrale
mededeling aan de voorzitter.
3. Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de
Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken,
bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft
van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de
toelating tot het overleg.
4. Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten kan een vertegenwoordiger aanwijzen die als
adviseur aan het overleg deelneemt.
5. De deelnemers aan het overleg kunnen zich voor de behandeling
van een bepaald onderwerp door een of meer deskundigen laten bijstaan.
Artikel 3
1. De voorzitter is een door Onze Minister van Binnenlandse
Zaken aan te wijzen ambtenaar.
2. De voorzitter wijst een secretaris aan.
3. De secretaris staat, onder leiding van de voorzitter, ter
beschikking van de voorzitter en de vertegenwoordigers van de centrales.
Artikel 4
1. Ter voorbereiding op in het overleg te nemen besluiten of
ter uitwerking van in het overleg genomen besluiten kan de voorzitter
in overleg met de centrales een werkgroep instellen, waarin ook
personen van buiten het overleg zitting kunnen hebben.
2. De voorzitter wijst de voorzitter van de werkgroep aan.
3. De secretaris van het overleg is tevens secretaris van de
werkgroep.
Artikel 5
1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevordert slechts de
totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in
artikel 14, eerste lid, van de Brandweerwet 1985, indien daarover
overeenstemming bestaat tussen de voorzitter en de meerderheid van de
centrales. Iedere centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen
van de centrales staken, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken
of de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur wordt
bevorderd.
2. De artikelen 110d tot en met 110k van het
Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing
indien het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming
van de voorzitter dan wel de meerderheid van de centrales zal hebben.
Artikel 6
De Tijdelijke regeling georganiseerd overleg brandweerpersoneel wordt
ingetrokken.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit overleg brandweerpersoneel.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 24 juni 1993
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de dertiende juli 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin