Artikel 1
1. Wanneer ten gevolge van een verbod van verkeer of ten
gevolge van andere buitengewone omstandigheden de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente, waar een persoon is geboren of
overleden, ontbreekt of niet bereikbaar is, kan een voorlopige akte
van geboorte of overlijden worden opgemaakt buiten de registers van de
burgerlijke stand door een ambtenaar van de burgerlijke stand van een
andere gemeente, een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand,
de burgemeester, de secretaris of een wethouder van de gemeente waar
de geboorte of het overlijden plaatsvond, een notaris, of een ten
kantore van een notaris werkzame kandidaat-notaris, een advocaat, een
door Onze Minister van Defensie aangewezen officier van de krijgsmacht
of een door Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaar.
2. De in het eerste lid bedoelde persoon die de akte opmaakt,
beoordeelt of de daar vermelde omstandigheden zich voordoen.
3. Hij neemt bij het opmaken van de akte, zoveel als het naar
zijn oordeel mogelijk is, de bepalingen van de artikelen 4 tot en met 9,
11, 13 en 14, eerste lid, in acht.
Artikel 2
Wanneer ten gevolge van een verbod van verkeer of ten gevolge van
andere buitengewone omstandigheden de ambtenaar van de burgerlijke stand
van de gemeente waar een persoon is geboren of overleden, naar zijn
oordeel verhinderd wordt overeenkomstig de bepalingen van het Burgerlijk
Wetboek een akte van geboorte of overlijden in de registers op te nemen,
maakt hij buiten die registers een voorlopige akte op, waarbij hij voor
het overige, zoveel als het naar zijn oordeel mogelijk is, de artikelen
4 tot en met 9, 11, 13 en 14, eerste lid, in acht neemt.
Artikel 3
1. Tot het buiten de registers van de burgerlijke stand opmaken
van de voorlopige akten van overlijden van militairen en van andere
tot de krijgsmacht behorende personen die te velde, in de slag, of in
's Rijks dienst buiten Nederland zijn overleden, zijn mede bevoegd de
officieren van administratie of van de militaire administratie, of
degenen die als zodanig optreden. Is een zodanige officier of als
zodanig optredend militair niet aanwezig, dan wijst de bevelvoerende
officier een andere militair voor het opmaken van deze akten aan.
2. De in het eerste lid bedoelde militair die de voorlopige akte
opmaakt, beoordeelt of de daar bedoelde omstandigheden zich voordoen.
3. Hij neemt bij het opmaken van de voorlopige akte, zoveel als
het naar zijn oordeel mogelijk is, de artikelen 4 tot en met 8, 11 en
14, eerste lid, in acht.
4. Hij kan de voorlopige akte van overlijden ook opmaken indien
van het overlijden geen aangifte is gedaan, doch het overlijden blijkt
uit een rapport, afkomstig van het met berging, identificatie en
begraven belaste onderdeel van de krijgsmacht.
Artikel 4
1. De voorlopige akten worden duidelijk leesbaar in de
Nederlandse taal gesteld. Zij mogen uitsluitend worden vervaardigd met
toepassing van de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling papier en
schrijfmiddelen voor de burgerlijke stand genoemde middelen.
2. Het is verboden overschrijvingen en tussenvoegingen te doen,
alsmede woorden, letters, cijfers of leestekens op enigerlei wijze te
laten verdwijnen.
3. De akte wordt ondertekend door de aangever, behalve in het
geval van artikel 3, vierde lid, en door degene die haar heeft
opgemaakt. Zo mogelijk leest degene die de akte heeft opgemaakt haar,
voor de ondertekening plaatsvindt, aan de aangever voor.
Artikel 5
Bijvoegingen en doorhalingen bij het opmaken van de voorlopige akten
worden duidelijk aan de voet van de akte aangegeven en worden
goedgekeurd en ondertekend door degenen die de akte ondertekenen.
Artikel 6
1. In de voorlopige akten mag, behoudens het vijfde lid van dit
artikel en artikel 7, sub a, niets bij verkorting worden
uitgedrukt.
2. In de voorlopige akten worden data in cijfers aangegeven door
achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar te vermelden. De eerste
negen dagen van de maand en de eerste negen maanden van het jaar worden
aangegeven door de cijfers 01 tot en met 09.
3. De dag van geboorte in een voorlopige geboorteakte en de dag
van overlijden in een voorlopige overlijdensakte worden tevens in
letters uitgedrukt.
4. Wanneer in een voorlopige akte het uur wordt uitgedrukt,
geschiedt dit naar een dagindeling in vierentwintig uren.
5. Het geslacht wordt aangegeven door de tekst <F
(vrouwelijk)> en <M (mannelijk)>.
6. De aanduiding van een plaats omvat zo mogelijk de vermelding
van de gemeente.
Artikel 7
In de voorlopige akten worden opgenomen:
a) de naam en de voorletters, alsmede de hoedanigheid van degene
die de akte heeft opgemaakt;
b) de plaats en de dag waarop de akte is opgemaakt;
c) de handtekeningen van degene die de akte heeft opgemaakt en
van de aangever, behalve in het geval, bedoeld in artikel 3, vierde
lid.
Artikel 8
De voorlopige akten van geboorte en van overlijden bestaan uit vijf
gedeelten die door horizontale lijnen van elkaar zijn gescheiden. In het
eerste gedeelte worden opgenomen de gegevens die in een uittreksel uit
de akte moeten worden opgenomen. In het tweede gedeelte worden opgenomen
de gegevens die wegens hun vertrouwelijk karakter niet in een uittreksel
worden opgenomen. In het derde gedeelte worden de overige gegevens
opgenomen. In het vierde gedeelte worden de ambtelijke gegevens en de
handtekeningen opgenomen. In het vijfde gedeelte worden de door degene
die de voorlopige akte opmaakt aan te brengen bijvoegingen of
doorhalingen opgenomen.
Artikel 9
1. De voorlopige akte van geboorte vermeldt in het eerste
gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam van het kind;
b. de voornamen van het kind;
c. de dag, het uur en de minuut van geboorte;
d. de plaats van geboorte;
e. het geslacht van het kind.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de vader;
b. de geslachtsnaam en de voornamen van de moeder.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. de plaats en de dag van de geboorte van de vader en de moeder;
b. de geslachtsnaam en de voornamen, alsmede de plaats en de dag
van geboorte van de aangever;
c. indien van toepassing, dat de voornamen ambtshalve zijn gegeven
door degene die de akte heeft opgemaakt.
4. Is de plaats van de geboorte van het kind niet bekend, dan
vermeldt de akte, in het eerste gedeelte, zo nauwkeurig mogelijk de
plaats waar het is aangetroffen.
5. Is de dag van de geboorte van het kind niet bekend, dan
vermeldt de akte, in het eerste gedeelte, de vermoedelijke dag van
geboorte.
Artikel 10
Degene die de voorlopige akte van geboorte opmaakt, stelt zo mogelijk
de identiteit vast van de aangever aan de hand van een document als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
Artikel 11
1. De voorlopige akte van overlijden vermeldt in het eerste
gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. de plaats en de dag van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de dag, het uur en de minuut van overlijden;
f. de plaats van overlijden;
g. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de
overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de
voornamen van de ouders van de overledene.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon of van de
personen, met wie de overledene eerder gehuwd was;
b. de geslachtsnaam en de voornamen alsmede de plaats en de dag van
geboorte van de aangever.
4. Indien een lijk is gevonden en de plaats of de dag van
overlijden niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden vastgesteld,
vermeldt de akte in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. de plaats en de dag van geboorte van de overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de plaats, de dag en het uur waarop het lijk is gevonden;
f. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de
overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was.
5. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de
voornamen van de ouders van de overledene.
6. De akte vermeldt in het derde gedeelte: de geslachtsnaam en de
voornamen van de persoon of van de personen, met wie de overledene
eerder gehuwd was;
7. De plaats waar het lijk is gevonden, wordt zo nauwkeurig
mogelijk aangeduid.
Artikel 12
1. Op de akte van aangifte van een kind dat levenloos ter
wereld is gekomen, is artikel 9 van overeenkomstige toepassing, met
dien verstande dat de akte alleen een geslachtsnaam en voornamen
vermeldt voor zover de ouders dit wensen.
2. Wanneer een pasgeboren kind overlijdt voordat aangifte van
geboorte heeft plaatsgevonden, wordt zowel een voorlopige akte van
geboorte als een voorlopige akte van overlijden opgemaakt overeenkomstig
artikel 9 respectievelijk artikel 11.
Artikel 13
1. De voorlopige akten worden door de in de voorgaande
artikelen genoemde personen in tweevoud opgemaakt, zorgvuldig bewaard
en in volgorde van de datum van opmaken gerangschikt.
2. Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat wordt een exemplaar van
de voorlopige akte van overlijden gezonden aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand waar het overlijden heeft plaatsgevonden, of, indien
het overlijden buiten Nederland heeft plaatsgevonden, van de gemeente
's-Gravenhage, en, indien het betreft een voorlopige akte van geboorte
of een akte als bedoeld in artikel 13, aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de geboorteplaats. De voorlopige akte die is
opgemaakt door een tot de krijgsmacht behorende persoon, wordt door
tussenkomst van Onze Minister van Defensie aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand gezonden.
3. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt in het
desbetreffende register een akte op aan de hand van de voorlopige akte,
met dien verstande dat hij gegevens die ontbreken of hem blijken onjuist
te zijn, zoveel mogelijk aanvult of verbetert.
Artikel 14
Het Besluit bijzondere akten van de Burgerlijke Stand, wordt
ingetrokken.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijzondere akten van de
burgerlijke stand.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 11 september 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
E.M.A. Schmitz
Uitgegeven de vijfentwintigste september 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager