|
BESLUIT van 25
februari 1994, houdende vaststelling van een algemene maatregel van
bestuur ter uitvoering van het bepaalde in titel 4 van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek, als vastgesteld bij Wet van 14 oktober 1993, Stb.
1993, 555
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 19 oktober 1993,
stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 401184/93/6;
Gelet op de artikelen 16d, 17c,
18, derde lid, 18c, 19j, tweede lid, onderdeel b,
20d, 21, derde lid, en 24b, tweede lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek, als vastgesteld bij Wet van 14 oktober 1993, Stb.
1993, 555;
De Raad van State gehoord (advies van 8
februari 1994, nr. W03.93.0690);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Justitie van 22 februari 1994, stafafdeling
Wetgeving Privaatrecht, nr. 426987/94/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand, de registers van de
burgerlijke stand, de akten en de dubbelen, de latere vermeldingen, de
afschriften en uittreksels en de in verband met het opmaken van bepaalde
akten over te leggen bescheiden
Eerste afdeling. De ambtenaar van de burgerlijke stand
Artikel 1
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon
ambtenaar van de burgerlijke stand verrichten hun ambtsbezigheden in
het gemeentehuis.
2. De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon
ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen ook elders binnen de gemeente
ambtsbezigheden verrichten voor zover daartoe gewichtige redenen
bestaan.
Artikel 2
Burgemeester en wethouders wijzen, voor zoveel nodig, de ambtenaar
van de burgerlijke stand aan die belast is met de leiding van de dienst.
Artikel 3
De gemeente verschaft de ambtenaren van de burgerlijke stand
kantoorruimte alsmede alle materiële voorzieningen welke voor een
behoorlijke uitoefening van hun taak vereist zijn. Zij bezoldigt voorts
het personeel nodig om de ambtenaren van de burgerlijke stand bij te
staan.
Artikel 4
Het personeel bedoeld in artikel 3 wordt, de ambtenaren van de
burgerlijke stand gehoord, door burgemeester en wethouders benoemd en
ontslagen. Het ontvangt van de ambtenaar van de burgerlijke stand, onder
wiens leiding het zijn werkzaamheden verricht, zijn instructie en is aan
hem of de ambtenaar die hem vervangt, onmiddellijk ondergeschikt.
Artikel 5
De ambtenaar van de burgerlijke stand verricht, tenzij gewichtige
redenen zich daartegen verzetten, onverwijld de werkzaamheden vereist
voor het houden der registers.
Tweede afdeling. De registers van de burgerlijke stand en de dubbelen
van de akten
Artikel 6
1. De registers van de burgerlijke stand zijn losbladig.
2. De beschreven losse bladen moeten worden samengevoegd tot een
register, telkens wanneer hiervan een deel van de gebruikelijke omvang
kan worden samengesteld.
3. De dubbelen van de akten van de burgerlijke stand kunnen,
behalve met papier, ook worden vervaardigd door opslag op een door Onze
Minister van Justitie te bepalen gegevensdrager.
4. De ambtenaar van de burgerlijke stand bewaart de onder hem
berustende bescheiden en andere gegevensdragers zorgvuldig in een
afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening
van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen registers, dubbelen of
afschriften uit die ruimte worden verwijderd.
Artikel 7
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand sluit aan het eind van
ieder jaar de registers af door een gedagtekende en ondertekende
verklaring, welke onmiddellijk na de laatste akte wordt gesteld.
2. Binnen een maand nadat de losse bladen tot een registerdeel
zijn samengevoegd, doch uiterlijk na ieder half jaar worden de dubbelen
of afschriften van de akten overgebracht naar de in de achtste afdeling
bedoelde centrale bewaarplaats.
3. Indien de dubbelen van de akten van de burgerlijke stand
overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, derde lid, op een daar
bedoelde gegevensdrager zijn opgeslagen, geschiedt de overbrenging naar
de centrale bewaarplaats in deze vorm.
Artikel 8
Van de overbrenging maakt de beheerder van de centrale bewaarplaats
een verklaring op, die een specificatie van de overgebrachte stukken dan
wel van de andere gegevensdragers inhoudt. Hij bewaart een door hem
ondertekend exemplaar van de verklaring.
Artikel 9
1. Ten aanzien van de dubbelen of de afschriften die zijn
overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats in de zin van de
Archiefwet, is de beheerder van die bewaarplaats belast met het
bewaren van de onder hem berustende bescheiden, dan wel andere
gegevensdragers.
2. De dubbelen of de afschriften en de daarop betrekking hebbende
latere vermeldingen worden op zodanige wijze gearchiveerd, dat het
verband tussen de latere vermeldingen en de akten, waarop zij betrekking
hebben, kan worden gelegd.
Artikel 10
Onze Minister van Justitie geeft voorschriften betreffende het voor
de akten en de dubbelen of de afschriften te gebruiken papier, de voor
het opmaken van deze stukken te hanteren middelen alsmede betreffende de
voor de dubbelen te gebruiken gegevensdrager als bedoeld in artikel 6,
derde lid.
Derde afdeling. De klappers op de akten
Artikel 11
De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt jaarlijks per
registersoort klappers samen van de akten die gedurende het afgelopen
jaar zijn ingeschreven in de registers van geboorten, van huwelijken,
geregistreerde partnerschappen en van overlijden, alsmede van het
register, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek.
Artikel 12
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt tienjaarlijkse
klappers in dubbel op.
2. Hij bewaart deze klappers zorgvuldig in een afgesloten, tegen
brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit
noodzakelijk maakt, mogen de klappers uit die ruimte worden verwijderd.
3. Hij zendt het dubbel van de klapper binnen een jaar na afloop
van de in het eerste lid genoemde periode toe aan de centrale
bewaarplaats.
Artikel 13
In de tienjaarlijkse klappers worden ten minste opgenomen:
a. alfabetisch-lexicografisch geordend de geslachtsnaam van hen
op wie de akten betrekking hebben;
b. de eerste voornaam en de voorletters van de overige voornamen
van de onder a bedoelde personen;
c. achter de namen van de gehuwden, dan wel van degenen die een
geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, de geslachtsnaam van
degene met wie het huwelijk is gesloten, dan wel het geregistreerd
partnerschap is aangegaan;
d. de dagtekening van de akten of, voor zover het de akten van
geboorte of overlijden betreft, de dag van de geboorte of van het
overlijden;
e. het codenummer van de akte.
Artikel 14
Onze Minister kan nadere voorschriften geven omtrent de inrichting
van de klappers en de daarbij te hanteren middelen.
Vierde afdeling. De akten en de latere vermeldingen
Artikel 15
1. De akten bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn
vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit.
2. Niettemin kunnen latere gegevens, bij wege van latere
vermelding, aan de akten worden toegevoegd. Ook de latere vermeldingen
bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2
van dit besluit.
Artikel 16
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt de akten
doorlopend genummerd in de registers op.
2. Hij neemt latere vermeldingen afzonderlijk op.
3. Bevindt een akte waaraan een latere vermelding dient te worden
toegevoegd, zich in een ingebonden register, dan kan deze latere
vermelding aan de kant of de voet van de akte worden opgemaakt dan wel
op een afzonderlijk blad, dat in een daarvoor bestemd supplement bij het
register wordt opgenomen. Dat supplement wordt geacht deel uit te maken
van het register.
4. In het geval, bedoeld in het derde lid, wordt, indien de
latere vermelding op een afzonderlijk blad wordt opgemaakt, aan de kant
of de voet van de akte een verwijzing naar de latere vermelding
opgenomen.
Artikel 17
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand zorgt ervoor dat de
akten duidelijk leesbaar zijn en in de Nederlandse taal gesteld, met
inachtneming van het bepaalde in artikel 8, derde lid, van de Wet
gebruik Friese taal in het rechtsverkeer.
2. Hij haalt gedeelten van een voorgedrukte tekst, die niet van
toepassing zijn, door, en waarmerkt de doorhalingen.
3. In staatakten geeft hij vermeldingen die niet van toepassing
zijn, aan door een liggend streepje.
4. Hij ondertekent iedere akte en iedere latere vermelding.
Artikel 18
1. In de akten mag, behoudens het navolgende, niets bij
verkorting worden uitgedrukt.
2. In de akten en de latere vermeldingen worden data in cijfers
aangegeven door achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar te
vermelden. De eerste negen dagen van de maand en de eerste negen maanden
van het jaar worden aangegeven door de cijfers 01 tot en met 09.
3. De dag van geboorte in een geboorteakte en de dag van
overlijden in een overlijdensakte worden tevens in letters uitgedrukt.
Voor zover latere vermeldingen een verbetering inhouden van een dag van
geboorte of overlijden, wordt ook deze tevens in letters uitgedrukt.
4. Wanneer in een akte of een latere vermelding het uur wordt
uitgedrukt, geschiedt dit naar een dagindeling in vierentwintig uren.
5. Het geslacht wordt aangegeven door de tekst "F
(vrouwelijk)" en "M (mannelijk)".
6. De aanduiding van een plaats omvat in elk geval de vermelding
van de gemeente.
Artikel 19
Bijvoegingen en doorhalingen bij het opmaken van akten of latere
vermeldingen worden duidelijk aan de voet van de akte aangegeven en
worden goedgekeurd en ondertekend door degenen die de akte of de latere
vermelding ondertekenen.
Artikel 20
1. De verschijnende partijen en de ambtenaar van de burgerlijke
stand ondertekenen achtereenvolgens de akte in elkanders bijzijn.
2. Indien een verschijnende partij verklaart niet te kunnen of te
willen tekenen, wordt die verklaring in de akte vermeld.
3. Het in het eerste en tweede lid van dit artikel met betrekking
tot de verschijnende partijen bepaalde geldt ook met betrekking tot de
getuigen.
Artikel 21
Een ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte heeft opgemaakt,
waarvan ingevolge wettelijk voorschrift een latere vermelding moet
worden gemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand van een
andere gemeente, geeft aan deze ambtenaar kennis van de door hem
opgemaakte akte.
Artikel 22
1. Latere vermeldingen worden opgemaakt door de ambtenaar van
de burgerlijke stand onder wie de akte berust, waaraan de latere
vermelding moet worden toegevoegd.
2. Indien het register is overgebracht naar een gemeentelijke
archiefbewaarplaats als bedoeld in de Archiefwet, wordt de latere
vermelding overeenkomstig een aanwijzing van de ambtenaar van de
burgerlijke stand, die het register laatstelijk onder zijn berusting
had, opgemaakt door de beheerder van die bewaarplaats. Na het opmaken
van de latere vermelding wordt de daarop betrekking hebbende
kennisgeving vernietigd op een door Onze Minister van Justitie in
overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
te bepalen wijze.
3. Indien het dubbel van een akte is overgebracht naar een
rijksarchiefbewaarplaats als bedoeld in de Archiefwet, wordt de latere
vermelding overeenkomstig een aanwijzing van de ambtenaar van de
burgerlijke stand die de akte laatstelijk onder zijn berusting had,
gearchiveerd door de beheerder van die bewaarplaats.
Artikel 23
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft buiten Nederland
opgemaakte stukken, die ten behoeve van het opmaken van een akte van
de burgerlijke stand of van een latere vermelding dienen te worden
overgelegd, terug nadat hij zich daarvan een afschrift heeft doen
overleggen.
2. De in het eerste lid bedoelde afschriften en de overige
stukken die ten behoeve van het opmaken van een akte van de burgerlijke
stand of van een latere vermelding in een lopend register zijn
overgelegd, worden vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken
sedert de datum waarop het register waarvan deze stukken de bijlagen
zijn, is afgesloten.
3. De in het eerste lid bedoelde afschriften en de overige
stukken die ten behoeve van het opmaken van een latere vermelding in een
afgesloten register dienen te worden overgelegd, worden vernietigd nadat
achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop deze latere
vermelding is opgemaakt.
4. De akten van huwelijksaangifte en van huwelijkstoestemming
alsmede de akten van aangifte van een registratie van een partnerschap
en van toestemming tot registratie van een partnerschap worden
vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop
zij zijn opgemaakt.
5. De akte van erkenning en de akte van ontkenning van het
vaderschap door de moeder worden vernietigd:
a. nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de ontvangst van
het afschrift, bedoeld in artikel 20f, tweede lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek, of
b. nadat achttien maanden zijn verstreken sinds het opmaken van de
akte van erkenning of de akte van ontkenning van het vaderschap door
de moeder, zonder dat een akte van geboorte is opgemaakt.
6. De akte van naamskeuze wordt vernietigd nadat achttien maanden
zijn verstreken sedert de ontvangst van het afschrift, bedoeld in
artikel 20f, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
7. Onze Minister van Justitie stelt in overeenstemming met de
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen nadere regels met
betrekking tot de wijze waarop de in het tweede tot en met zesde lid
bedoelde vernietiging plaatsvindt.
Artikel 24
1. Het uittreksel, bedoeld in de artikelen 19a, tweede lid en
19g, tweede lid, van Boek I van het Burgerlijk Wetboek wordt opgemaakt
overeenkomstig de bepalingen van de op 8 september 1976 te Wenen tot
stand gekomen Overeenkomst betreffende de uitgifte van meertalige
uittreksels uit akten van de burgerlijke stand.
2. In het geval bedoeld in artikel 19j, tweede lid, onder b, van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt, indien het een overlijden
betreft van een militair of van een andere persoon die tot de
krijgsmacht behoort op een oorlogsvaartuig of in een militair
luchtvaartuig, een uittreksel van de akte aan Onze Minister van Defensie
toegezonden.
Vijfde Afdeling. Afschriften en uittreksels
Artikel 25
Van akten van huwelijk of van overlijden welke vóór de
inwerkingtreding van dit Besluit zijn opgemaakt, kan een afschrift
worden uitgegeven.
Artikel 26
1. Een afschrift van een akte van de burgerlijke stand bevat
mede de latere vermeldingen die krachtens wettelijk voorschrift aan de
akte zijn toegevoegd.
2. Een uittreksel als bedoeld in artikel 23 b, eerste lid,
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevat de gegevens ter zake van de
toestand op het tijdstip van afgifte.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde afschriften of
uittreksels worden door de bewaarder van het register voorzien van de
verklaring dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met, dan wel
zijn ontleend aan het origineel. Zij worden door hem gedagtekend en
ondertekend en voorzien van zijn dienststempel.
Zesde Afdeling. De in verband met de aangifte van de geboorte over te
leggen verklaring van een arts of een verloskundige
Artikel 27
1. De in verband met de aangifte van de geboorte over te leggen
verklaring van een arts of een verloskundige vermeldt:
a. de dag en het tijdstip van de geboorte;
b. de plaats waar de geboorte heeft plaatsgevonden;
c. het geslacht van het kind;
d. de geslachtsnaam van de moeder;
e. de voornamen van de moeder;
f. de dag van geboorte van de moeder;
g. de woonplaats en het woonadres van de moeder;
h. de mededeling van degene die de verklaring opmaakt, dat hij al
of niet bij de geboorte aanwezig was;
i. de mededeling van degene die de verklaring opmaakt, dat hij al
dan niet overtuigd is van de juistheid van bepaalde daarin opgenomen
gegevens, dan wel met bepaalde gegevens onbekend is;
j. de datum waarop de verklaring is opgemaakt;
k. de geslachtsnaam en de voorletters van de persoon die de
verklaring heeft opgemaakt;
l. de bevoegdheid van de onder k bedoelde persoon;
m. de plaats, het adres en het telefoonnummer van de praktijk van
de onder k bedoelde persoon.
2. De verklaring wordt door degene die haar heeft opgemaakt
ondertekend. Zij wordt door hem in een daarvoor bestemde gesloten
enveloppe aan de moeder of de aangever afgegeven. Bij de aangifte van de
geboorte wordt de verklaring in de gesloten enveloppe aan de ambtenaar
van de burgerlijke stand overgelegd.
3. Onze Minister van Justitie geeft nadere voorschriften
betreffende de formulieren bestemd voor het opmaken van de in het eerste
lid bedoelde verklaring alsmede de in het tweede lid bedoelde
enveloppen.
Zevende Afdeling. De voor het huwelijk en de registratie van een
partnerschap vereiste bescheiden en de stuiting van het huwelijk en van
de registratie van een partnerschap
Artikel 28
1. De akte die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand op
grond van artikel 44, eerste lid, onder a, respectievelijk artikel
80a, zesde lid van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ter hand moet
worden gesteld, is een afschrift van de geboorteakte als bedoeld in
artikel 26 van dit besluit. Is dit in geval van geboorte buiten
Nederland niet mogelijk, dan kan met een uittreksel worden volstaan.
2. Het gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de
basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel 44, eerste lid,
onder a, in verband met artikel 80a, zesde lid van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek, wordt overgelegd ten behoeve van de verklaring
bedoeld in het derde lid van dit artikel en bevat:
a. de geslachtsnaam;
b. de voornamen;
c. de geboortedatum;
d. de geboorteplaats;
e. de gemeente van inschrijving;
f. de burgerlijke staat, met vermelding van namen en voornamen van
eerdere echtgenoten dan wel eerdere geregistreerde partners alsmede de
datum en de grond van ontbinding van eerdere huwelijken dan wel
beëindiging van eerdere geregistreerde partnerschappen;
g. de nationaliteit.
3. Een verklaring van de korpschef als bedoeld in artikel 44,
eerste lid, onder k, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, bevat:
a. In een deel A, voorzover van toepassing, de volgende gegevens
betreffende de persoon op wie de verklaring betrekking heeft:
1°. zijn geslachtsnaam, voornamen, datum, plaats en land van
geboorte en zijn nationaliteit;
2°. zijn woonadres, met vermelding van straat, huisnummer,
postcode, woonplaats en land, alsmede van de telefoonnummers waar
hij bereikbaar is;
3°. een omschrijving van zijn identiteitsbewijs, met vermelding
van het nummer, de plaats en de datum van afgifte;
4°. een omschrijving van het overgelegde bewijsstuk van
permanent verblijf in het buitenland;
5°. de volgende gegevens over de kinderen tot wie hij in
familierechtelijke betrekking staat: geslachtsnaam, voornamen,
datum, plaats en land van geboorte, nationaliteit, woon- of
verblijfplaats, alsmede de geslachtsnaam en voornamen van de andere
ouder, die tot de kinderen in familierechtelijke betrekking staat;
6°. de volgende gegevens over zijn eerdere echtgenoot of
echtgenoten of eerdere geregistreerde partner of geregistreerde
partners, zijn echtgenoot of geregistreerde partner: geslachtsnaam,
voornamen, datum, plaats en land van geboorte, nationaliteit,
plaats, land en datum van de voltrekking van het huwelijk of van de
huwelijken of van registratie van het partnerschap of van de
partnerschappen, plaats, land, datum en grond van de ontbinding van
het eerdere huwelijk of van de eerdere huwelijken en van de
beeïndiging van het eerdere partnerschap of van de eerdere
partnerschappen;
7°. de gegevens over de duur van zijn verblijf in Nederland;
8°. andere relevante gegevens;
9°. de ondertekende verklaring dat de aanvrager de gegevens
onder 1° tot en met 8° naar waarheid heeft verstrekt, met
vermelding van plaats en datum;
10°. de onder 1° tot en met 9° vermelde gegevens betreffende
de echtgenoot of aanstaande echtgenoot, of de geregistreerde partner
of aanstaande geregistreerde partner van de aanvrager van de
verklaring.
b. In een deel B, voorzover van toepassing, de volgende door de
korpschef te verstrekken gegevens met betrekking tot de vreemdeling of
vreemdelingen op wie de verklaring betrekking heeft:
1°. het nummer waaronder betrokkene geregistreerd is in de
vreemdelingenadministratie, zijn geslachtsnaam, voornamen,
nationaliteit en geboortedatum;
2°. de vermelding dat betrokkene permanent buiten Nederland
verblijft en geen aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning in Nederland heeft ingediend noch voornemens is
een dergelijke aanvraag in te dienen;
3°. de gegevens over zijn verblijfsrechtelijke positie,
waaronder de gegevens over de aanvraag tot toegang tot Nederland
onder vermelding van de datum van de aanvraag en het doel van het
verblijf, de gegevens inzake de beslissing op de aanvraag onder
vermelding van de datum van de beslissing en de beperking waaronder
de verblijfsvergunning is verleend, de datum waarop de verleende
verblijfsvergunning zijn geldigheid heeft verkregen en de duur van
de geldigheid;
4°. de gegevens omtrent eerdere aanvragen tot toegang tot
Nederland, onder vermelding van het beoogde doel, datum van het
verzoek en de beslissing daarop;
5°. de gegevens over eerder aangevraagde verklaringen als
bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder k, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek, onder vermelding van de datum van de aanvraag,
de grond, het advies van de korpschef, de beslissing van de
ambtenaar van de burgerlijke stand of van de ambtenaar van de
gemeentelijke basisadministratie, de beslissing van de gerechtelijke
instantie en gegevens omtrent de uitzetting van de betrokkene uit
Nederland;
6°. de onder 1° tot en met 5° vermelde gegevens betreffende de
echtgenoot of aanstaande echtgenoot, of de geregistreerde partner of
aanstaande geregistreerde partner van de persoon op wie de
verklaring betrekking heeft;
7°. het gemotiveerd advies van de korpschef inzake de
verklaring;
8°. de datum van de afgifte van de verklaring onder vermelding
van de geslachtsnaam en voornaam dan wel voorletter of voorletters
van de behandelende ambtenaar en diens handtekening en
9°. de gegevens inzake de waarnemingen die de grondslag vormen
voor een negatief advies van de korpschef.
4. Bij een verklaring als bedoeld in artikel 44, eerste lid,
onder k, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek behoren een deel C en een
deel D.
a. Deel C bevat de volgende door de ambtenaar van de burgerlijke
stand respectievelijk de ambtenaar van de gemeentelijke
basisadministratie aan de korpschef te verstrekken gegevens, onder
vermelding van het nummer waaronder de desbetreffende vreemdeling of
vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie geregistreerd is of
zijn:
1°. het door de korpschef uitgebrachte advies;
2°. de beslissing inzake de voltrekking van het huwelijk dan wel
de registratie van het partnerschap;
3°. de beslissing inzake de opname van het huwelijk dan wel het
geregistreerde partnerschap in de gemeentelijke basisadministratie,
of
4°. de beslissing inzake de inschrijving van het huwelijk dan
wel het geregistreerde partnerschap in de registers van de
burgerlijke stand te 's-Gravenhage;
5°. de plaats, datum, naam, functie en handtekening van de
ambtenaar van de burgerlijke stand dan wel ambtenaar van de
gemeentelijke basisadministratie die de gegevens heeft verstrekt;
b. Deel D bevat, onder vermelding van het nummer waaronder de
desbetreffende vreemdeling of vreemdelingen in de
vreemdelingenadministratie geregistreerd is of zijn, de door de
ambtenaar van de burgerlijke stand respectievelijk de ambtenaar van de
gemeentelijke basisadministratie aan de korpschef te verstrekken
gegevens inzake de beslissing van de gerechtelijke instantie indien
door de belanghebbende of belanghebbenden beroep is ingesteld tegen
een van de beslissingen genoemd in onderdeel a van dit lid, met
vermelding van de plaats, datum, naam, functie en handtekening van de
ambtenaar van de burgerlijke stand dan wel van de ambtenaar van de
gemeentelijke basisadministratie die de gegevens heeft verstrekt.
Artikel 29
1. Indien een verklaring is afgelegd overeenkomstig artikel 55,
onder b, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, maakt de ambtenaar van
de burgerlijke stand hiervan een akte op, welke door hem en degene die
de verklaring heeft afgelegd wordt ondertekend, en geeft hij van deze
verklaring kennis aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
andere gemeenten waar het huwelijk zou kunnen worden voltrokken, dan
wel het geregistreerd partnerschap zou kunnen worden aangegaan.
2. De in het eerste lid genoemde akte wordt gevoegd bij de akte
van huwelijksaangifte, dan wel de akte van aangifte van een registratie
van een partnerschap nadat aan die akte de in artikel 20a, vierde lid,
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek voorgeschreven latere vermelding
is toegevoegd.
Achtste Afdeling. De centrale bewaarplaats voor de dubbelen of de
afschriften van de akten van de burgerlijke stand en voor de latere
vermeldingen
Artikel 30
1. Er is een centrale bewaarplaats voor de dubbelen of de
afschriften van de akten van geboorten, van huwelijken en
echtscheidingen, van geregistreerde partnerschappen en beëindigingen
van geregistreerde partnerschappen door ontbinding of met wederzijds
goedvinden van omzettingen van huwelijken, van omzettingen van
geregistreerde partnerschappen en van overlijden en voor de latere
vermeldingen en de dubbelen van de tienjaarlijkse klappers.
2. Onze Minister van Justitie draagt zorg voor de bewaring van de
zich in de centrale bewaarplaats bevindende bescheiden en andere
gegevensdragers.
3. De in de centrale bewaarplaats berustende bescheiden en andere
gegevensdragers zijn, voor zover niet anders bepaald, niet openbaar.
Artikel 31
De ambtenaar van de burgerlijke stand zendt maandelijks de tekst van
de door hem of op zijn aanwijzing opgemaakte latere vermeldingen, die
betrekking hebben op onder hem berustende of berust hebbende akten,
waarvan het dubbel of het afschrift in de centrale bewaarplaats berust,
naar de centrale bewaarplaats. De toezending geschiedt met bericht van
ontvangst, in enkelvoud, op formulieren dan wel op andere
gegevensdragers, ingericht overeenkomstig het door de Minister van
Justitie vast te stellen model.
Artikel 32
1. De naar de centrale bewaarplaats overgebrachte dubbelen of
afschriften, alsmede de latere vermeldingen en de dubbelen van de
tienjaarlijkse klappers worden op een door de Minister van Justitie te
bepalen wijze zorgvuldig bewaard in een afgesloten, tegen brand en
andere gevaren beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de
dienst dit noodzakelijk maakt, mogen deze bescheiden en de andere
gegevensdragers uit die ruimte worden verwijderd.
2. De dubbelen of de afschriften en de daarop betrekking hebbende
latere vermeldingen worden op zodanige wijze gearchiveerd, dat het
verband tussen de latere meldingen en de akten, waarop zij betrekking
hebben, kan worden gelegd.
Negende Afdeling. Bijzondere bepalingen in verband met het houden van
registers door consulaire ambtenaren
Artikel 33
Indien een beschikking als bedoeld in afdeling 9 of afdeling 12 van
Titel 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betrekking heeft op een
akte die in een door een consulaire ambtenaar gehouden register is of
had moeten zijn opgenomen, zendt de griffier van het college waarvoor de
zaak laatstelijk aanhangig was, een afschrift van de beschikking zodra
deze in kracht van gewijsde is gegaan, aan de consulaire ambtenaar die
het register houdt.
Artikel 34
Een ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte heeft opgemaakt,
waarvan ingevolge wettelijk voorschrift een latere vermelding moet
worden geplaatst op een akte die in een door een consulaire ambtenaar
gehouden register is opgenomen, geeft kennis van de door hem opgemaakte
akte aan die consulaire ambtenaar.
Artikel 35
Verzending aan of door consulaire ambtenaren van stukken die
betrekking hebben op registers van de burgerlijke stand, geschiedt door
tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse Zaken.
Hoofdstuk 2. De indeling en de inhoud van de door de ambtenaar van de
burgerlijke stand op te maken akten en de hierop betrekking hebbende
latere vermeldingen
Eerste Afdeling. De indeling van de akten van geboorte, van huwelijk,
van registratie van een partnerschap van omzetting van een huwelijk, van
omzetting van een registratie van een partnerschap en van overlijden en
de akten van inschrijving daarvan
Artikel 36
De akten van geboorte, van huwelijk, van registratie van een
partnerschap van omzetting van een huwelijk, van omzetting van een
registratie van een partnerschap en van overlijden bestaan uit vijf
gedeelten die door horizontale lijnen van elkaar zijn gescheiden. In het
eerste gedeelte worden opgenomen de gegevens die in een uittreksel uit
de akte moeten worden opgenomen. In het tweede gedeelte worden opgenomen
de gegevens die wegens hun vertrouwelijk karakter niet in een uittreksel
worden opgenomen. In het derde gedeelte worden de overige gegevens
opgenomen. In het vierde gedeelte worden de ambtelijke gegevens en de
handtekeningen opgenomen. In het vijfde gedeelte worden de door de
ambtenaar van de burgerlijke stand aan te brengen verbeteringen,
bijvoegingen of doorhalingen opgenomen. Tevens worden daarin opgenomen
de latere vermeldingen, dan wel verwijzingen naar de op een afzonderlijk
blad aan de akte toegevoegde latere vermeldingen.
Artikel 37
Akten van inschrijving van in het buitenland opgemaakte akten van
geboorte, van huwelijk, van registratie van een partnerschap en van
overlijden, van rechterlijke uitspraken omtrent de rechtsgeldigheid van
zodanige akten in Nederland dan wel van rechterlijke uitspraken als
bedoeld in de artikelen 21 en 25 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
worden op de in artikel 36 aangegeven wijze ingedeeld.
Tweede Afdeling. Gegevens die steeds in de akten, de akten van
inschrijving, de latere vermeldingen en de uittreksels worden opgenomen
Artikel 38
In het hoofd van elke akte worden het woord "Nederland",
gevolgd door de letters (NL), de aktesoort en het jaar waarin de akte is
opgemaakt, vermeld. In het hoofd van een akte van geboorte, van
huwelijk, van registratie van een partnerschap van omzetting van een
huwelijk, van omzetting van een registratie van een partnerschap, van
erkenning, van ontkenning van het vaderschap door de moeder, van
naamskeuze en van overlijden wordt tevens een nummer vermeld,
overeenkomstig door de Minister van Justitie te geven voorschriften.
Artikel 39
1. In het hoofd van elke akte van inschrijving van een
buitenlandse akte worden vermeld de woorden "akte van
inschrijving", gevolgd door de soort en het nummer van de
ingeschreven akte, de instantie die haar heeft opgemaakt, alsmede het
land, de plaats en de dag waar zulks is geschied.
2. In het hoofd van elke akte van inschrijving van een
rechterlijke uitspraak worden vermeld de woorden "akte van
inschrijving van rechterlijke uitspraak" gevolgd door datgene
waartoe de uitspraak strekt, het rechterlijk college dat de uitspraak
heeft gedaan alsmede de dag van de uitspraak. Betreft het een
buitenlandse rechterlijke uitspraak, dan wordt tevens vermeld het land
waar deze is gedaan, gevolgd door de voor de inschrijving van
motorvoertuigen in dat land gebruikelijke letters.
3. In het hoofd van elke akte van inschrijving wordt tevens
vermeld het jaar waarin deze is opgemaakt, alsmede een nummer
overeenkomstig door de Minister van Justitie te geven voorschriften.
4. In het derde gedeelte van elke akte van inschrijving wordt
vermeld op wiens verzoek de inschrijving is geschied, dan wel of de
inschrijving ambtshalve is geschied. Betreft het een akte van
inschrijving van een rechterlijke beschikking op grond van artikel 25c,
artikel 417 of artikel 426 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan
wordt in dit gedeelte tevens vermeld dat de akte in overeenstemming is
met de beschikking.
5. In het vijfde gedeelte van elke akte van inschrijving worden
vermeld de in het in te schrijven stuk ontbrekende gegevens, voor zover
de ambtenaar van de burgerlijke stand deze kan ontlenen aan een hier te
lande in de registers van de burgerlijke stand opgenomen akte, alsmede
de door de ambtenaar van de burgerlijke stand aan te brengen
verbeteringen, doorhalingen en bijvoegingen. Tevens worden daarin
opgenomen de latere vermeldingen, dan wel verwijzingen naar de op een
afzonderlijk blad aan de akte toegevoegde latere vermeldingen.
Artikel 40
1. In het vierde gedeelte van elke akte, dan wel, indien deze
niet is ingedeeld, aan de voet ervan worden vermeld:
a. de naam en de voorletters van de ambtenaar van de burgerlijke
stand die de akte heeft opgemaakt;
b. de plaats en de dag waarop de akte is opgemaakt;
c. de handtekeningen van de ambtenaar van de burgerlijke stand en
van de partijen bij de akte, alsmede van de getuigen, dan wel de
verklaring, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van dit besluit.
2. In het vierde gedeelte van elke akte van inschrijving worden
de in het eerste lid, onder a en b genoemde gegevens vermeld, alsmede de
handtekening van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 41
1. Wordt de latere vermelding op een los blad opgemaakt, dan
worden in het hoofd ervan vermeld de letters "ref." gevolgd
door het nummer van de akte waaraan de latere vermelding wordt
toegevoegd, alsmede het jaar waarin die akte is opgemaakt.
2. Wordt een latere vermelding ontleend aan een akte, dan worden
daarin tevens vermeld de aktesoort, het nummer van deze akte, de
instantie die haar heeft opgemaakt alsmede de plaats en de datum waar
zulks is geschied. Betreft het een buitenlandse akte, dan wordt voorts
vermeld het land waar deze is opgemaakt.
3. Wordt een latere vermelding ontleend aan een rechterlijke
uitspraak, dan worden vermeld het rechterlijk college dat de uitspraak
heeft gedaan en de datum van de uitspraak, alsmede datgene waartoe de
uitspraak strekt. Betreft het een buitenlandse rechterlijke uitspraak,
dan wordt tevens vermeld het land waar deze is gedaan.
4. Aan de voet van de latere vermelding worden vermeld:
a. de naam en de voorletters van de ambtenaar van de burgerlijke
stand die deze latere vermelding heeft opgemaakt;
b. de plaats en de dag waarop de latere vermelding is opgemaakt;
c. de handtekening van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 42
1. In het hoofd van elk uittreksel worden het woord
"Nederland" gevolgd door de letters (NL) alsmede het woord
"uittreksel" vermeld, gevolgd door de soort en het nummer
van de akte waarop het uittreksel betrekking heeft.
2. Aan de voet van elk afschrift of uittreksel worden de in
artikel 26, derde lid, genoemde gegevens opgenomen.
Derde afdeling. De akte van geboorte en het uittreksel daarvan
Artikel 43
1. De akte van geboorte vermeldt in het eerste gedeelte
achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam dan wel voorlopige geslachtsnaam van het kind;
b. de voornamen dan wel voorlopige voornamen van het kind;
c. de dag en, voor zover bekend, het uur en de minuut van de
geboorte;
d. de plaats van geboorte;
e. het geslacht van het kind;
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de vader;
b. de geslachtsnaam en de voornamen van de moeder;
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. indien toepasselijk, dat de geslachtsnaam gekozen is;
b. voor zover bekend, de plaats en de dag van de geboorte van de
vader en van de moeder;
c. de geslachtsnaam en de voornamen alsmede de plaats en de dag van
geboorte van de aangever;
d. indien toepasselijk, dat de voornamen ambtshalve door de
ambtenaar van de burgerlijke stand zijn gegeven.
Artikel 44
1. Is de plaats van de geboorte van het kind niet bekend, dan
vermeldt de akte in het eerste gedeelte zo nauwkeurig mogelijk de
plaats waar het is aangetroffen.
2. Is de dag van de geboorte van het kind niet bekend, dan
vermeldt de akte in het eerste gedeelte de vermoedelijke dag van
geboorte.
3. Indien de plaats of de dag van de geboorte van het kind of de
naam, met inbegrip van de voornamen, van de moeder niet bekend is,
vermeldt de geboorteakte in het derde gedeelte het bevel van het
openbaar ministerie krachtens hetwelk de akte is opgemaakt, alsmede dat
bij dit opmaken de aanwijzingen van het openbaar ministerie zijn in acht
genomen.
Artikel 45
1. De in artikel 19d, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek bedoelde akte van geboorte vermeldt in het eerste gedeelte dat
het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige
toepassing in het geval, bedoeld in artikel 19d, derde lid, van Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 46
De akte van inschrijving van een buiten Nederland opgemaakte akte van
geboorte of van de rechterlijke beschikking, bedoeld in artikel 25f van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, vermeldt, voor zover deze aan het in
te schrijven stuk kunnen worden ontleend, de in artikel 43 genoemde
gegevens.
Artikel 47
De voorlopige akte van geboorte, bedoeld in de artikelen 19 a,
tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de in artikel
43 genoemde gegevens voor zover deze bekend zijn.
Artikel 48
Het uittreksel van de akte van geboorte vermeldt de in artikel 43,
eerste lid, onderscheidenlijk artikel 44, eerste en tweede lid, genoemde
gegevens, met inachtneming van de gegevens blijkend uit latere
vermeldingen.
Vierde afdeling. De akte van erkenning, de akte van ontkenning van
het vaderschap door de moeder, de akte van naamskeuze en de latere
vermeldingen van deze akten
Artikel 49
1. De door een ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte
akte van erkenning vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, alsmede, voor
zover deze bekend zijn, de plaats en de dag van geboorte van het kind;
b. voor zover bekend, de geslachtsnaam, de voornamen en de plaats
en de dag van geboorte van de moeder;
c. de geslachtsnaam, de voornamen en de plaats en de dag van
geboorte van de erkenner;
d. indien vereist, de toestemming van de moeder en van het kind;
e. de geslachtsnaam van het kind na de erkenning, indien van
toepassing met vermelding dat de geslachtsnaam gekozen is;
f. het recht dat ingevolge artikel 4, eerste of tweede lid, van de
Wet conflictenrecht afstamming op de erkenning is toegepast.
2. De akte van ontkenning van het vaderschap door de moeder
vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen, het geslacht, alsmede de plaats
en de dag van geboorte van het kind;
b. de geslachtsnaam, de voornamen en de plaats en de dag van
geboorte van de moeder;
c. indien van toepassing, de dag waarop het huwelijk van de moeder
door de dood van haar echtgenoot is ontbonden alsmede de
geslachtsnamen en de voornamen van haar vroegere echtgenoot;
d. indien van toepassing, de geslachtsnaam en de voornamen van de
nog levende echtgenoot of ex-echtgenoot van de moeder en diens
toestemming tot de ontkenning;
e. indien het kind van rechtswege in familierechtelijke betrekking
is komen te staan tot de man met wie de moeder is hertrouwd, de
geslachtsnaam, de voornamen en de plaats en de dag van geboorte van de
huidige echtgenoot van de moeder.
f. de geslachtsnaam van het kind na ontkenning van het vaderschap
door de moeder, indien van toepassing met vermelding dat de
geslachtsnaam gekozen is.
3. De latere vermelding van de erkenning vermeldt de in het
eerste lid, onder c, d, e en f genoemde gegevens.
4. De latere vermelding van de ontkenning van het vaderschap door
de moeder vermeldt de in het tweede lid, onder d, e en f, genoemde
gegevens.
Artikel 50
1. Wanneer de akte van erkenning het kind of de kinderen
waarvan een vrouw zwanger is, betreft, vermeldt deze akte:
a. de geslachtsnaam, de voornamen en de plaats en de dag van
geboorte van de vrouw en van de erkenner;
b. haar toestemming;
c. de geslachtsnaam van het kind, indien van toepassing, met
vermelding dat de geslachtsnaam is gekozen;
d. het recht dat ingevolge artikel 4, eerste of tweede lid, van de
Wet conflictenrecht afstamming op de erkenning is toegepast.
2. De erkenning als in het eerste lid bedoeld wordt bij wege van
latere vermelding aan de geboorteakte toegevoegd, onder vermelding van
de gegevens omtrent de erkenner in de geboorteakte. De latere vermelding
vermeldt de in artikel 49, derde lid, genoemde gegevens.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de
erkenning dan wel ontkenning van het vaderschap door de moeder bij de
aangifte van de geboorte van het kind plaatsvindt, met dien verstande
dat de latere vermelding van de ontkenning van het vaderschap door de
moeder de in artikel 49, vierde lid, genoemde gegevens vermeldt.
Artikel 51
De latere vermelding van een notariële akte van erkenning vermeldt
de in artikel 49, derde lid, genoemde gegevens aan de hand van die
notariële akte, met dien verstande dat de ambtenaar van de burgerlijke
stand gegevens die ontbreken zoveel mogelijk aanvult.
Artikel 52
De latere vermelding van een buiten Nederland opgemaakte akte van
erkenning, dan wel van een buiten Nederland gedane rechterlijke
uitspraak houdende gegrondverklaring van de ontkenning van het door het
huwelijk ontstane vaderschap of vernietiging van de erkenning, vermeldt,
voor zover deze aan het in te schrijven stuk kunnen worden ontleend, de
in de artikelen 49, derde lid, of 51 genoemde gegevens.
Artikel 52a
1. De akte van naamskeuze die wordt opgemaakt op grond van een
verklaring van de ouders van het kind, van één ouder, dan wel van
een ouder en een niet-ouder die op grond van artikel 253sa, eerste
lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gezamenlijk het gezag over
het kind uitoefenen, vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen, de plaats en de dag van geboorte
van de moeder en van de vader dan wel;
b. in het geval van gezamenlijke gezagsuitoefening door een ouder
en een niet-ouder, de geslachtsnaam, de voornamen, de plaats en de dag
van geboorte van de ouder en van de niet-ouder;
c. de gekozen geslachtsnaam van het kind.
2. De latere vermelding van de akte van naamskeuze vermeldt de
gekozen geslachtsnaam van het kind.
Artikel 52b
1. De akte van naamskeuze die op grond van een verklaring van
het kind wordt opgemaakt, vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen, de plaats en de dag van geboorte
van de moeder en van de vader;
b. de geslachtsnaam van het kind vóór het doen van naamskeuze, de
voornamen, de plaats en de dag van geboorte van het kind;
c. de door het kind gekozen geslachtsnaam.
2. De latere vermelding van de akte van naamskeuze vermeldt de
door het kind gekozen geslachtsnaam.
Vijfde afdeling. De latere vermelding van een rechterlijke uitspraak
inzake adoptie
Artikel 53
De latere vermelding van een rechterlijke uitspraak waarbij adoptie
wordt uitgesproken dan wel herroepen, vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen en de dag en plaats van
geboorte van de adoptiefouders of van de adoptiefouder;
b. de geslachtsnaam van het kind na de adoptie, met vermelding,
indien van toepassing, dat de geslachtsnaam gekozen is,
onderscheidenlijk de geslachtsnaam van het kind na herroeping van de
adoptie;
c. indien van toepassing, de bij de uitspraak vastgestelde
voornamen van het kind;
d. de dag waarop de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen,
als vermeld in een daartoe door de griffier af te geven
getuigschrift.
e. indien van toepassing, dat de familierechtelijke betrekking
met de andere met het gezag beklede ouder in stand blijft.
Artikel 54
De latere vermelding van een buiten Nederland gedane rechterlijke
uitspraak, waarbij adoptie wordt uitgesproken dan wel herroepen,
vermeldt, voor zover deze aan het in te schrijven stuk kunnen worden
ontleend, de in artikel 53 genoemde gegevens.
Zesde afdeling. De akte van huwelijksaangifte en de akte van aangifte
van registratie van een partnerschap
Artikel 55
De akte van huwelijksaangifte vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen alsmede de plaats en de dag van
geboorte en de woonplaats der aanstaande echtgenoten;
b. indien men eerder gehuwd of geregistreerd partner is geweest,
de geslachtsnaam en de voornamen van de vroegere echtgeno(o)t(en) en
de geregistreerde partner(s);
c. de gemeente waarin overeenkomstig artikel 43, tweede lid, van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de huwelijksvoltrekking zal
plaatsvinden.
Artikel 55a
De akte van aangifte van registratie van een partnerschap vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen alsmede de plaats en de dag van
geboorte en de woonplaats van de aanstaande geregistreerde partners;
b. indien men eerder gehuwd of eerder geregistreerd partner is
geweest, de geslachtsnaam en de voornamen van de vroegere echtgeno(o)t(en)
of geregistreerde partner(s);
c. de gemeente waarin op grond van artikel 80a van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek het geregistreerd partnerschap zal worden
aangegaan.
Zevende afdeling. De akte van toestemming tot het huwelijk en tot
registratie van een partnerschap
Artikel 56
De door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte van
toestemming tot het huwelijk vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen en, voor zover bekend, de
plaats en de dag van geboorte van de aanstaande echtgenoten;
b. de geslachtsnaam, de voornamen en, voor zover bekend, de
plaats en de dag van geboorte van partijen alsmede de hoedanigheid
waarin zij hun toestemming geven.
Artikel 56a
De door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte van
toestemming tot registratie van een partnerschap vermeldt:
a. de geslachtsnaam, de voornamen en, voor zover bekend, de
plaats en de dag van geboorte van de aanstaande geregistreerde
partners;
b. de geslachtsnaam, de voornamen en, voor zover bekend, de
plaats en de dag van geboorte van partijen alsmede de hoedanigheid
waarin zij hun toestemming geven.
Achtste afdeling. De huwelijksakte en het uittreksel daarvan, de akte
van registratie van een partnerschap en het uittreksel daarvan, de akte
van omzetting van een huwelijk en het uittreksel daarvan en de akte van
omzetting van een registratie van een partnerschap en het uittreksel
daarvan
Artikel 57
1. De huwelijksakte vermeldt in het eerste gedeelte
achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam van de echtgenoten vóór het sluiten van het
huwelijk, alsmede hun voornamen, onder aanduiding van hun geslacht;
b. de plaats en de dag van geboorte van de echtgenoten;
c. de geslachtsnaam van de echtgenoten na het sluiten van het
huwelijk;
d. de dag van het huwelijk en de plaats waar het is voltrokken.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de
voornamen van de ouders van de echtgenoten.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte:
a. de geslachtsnamen en de voornamen van de getuigen;
b. de bij de huwelijksakte gegeven toestemming;
c. voor zover toepasselijk, de nationaliteit die een niet
Nederlandse echtgenoot vermoedelijk heeft.
4. De ambtenaar van de burgerlijke stand, bedoeld in artikel 40,
eerste lid, onder a, van dit besluit is de ambtenaar ten overstaan van
wie de verklaring bedoeld in artikel 67, eerste lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek is afgelegd, en die heeft verklaard dat partijen door
de echt aan elkander zijn verbonden.
Artikel 57a
1. De akte van registratie van een partnerschap vermeldt in het
eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam van de geregistreerde partners vóór het
aangaan van het geregistreerde partnerschap, alsmede hun voornamen,
onder aanduiding van hun geslacht;
b. de plaats en de dag van geboorte van de geregistreerde partners;
c. de geslachtsnaam van de geregistreerde partners na het aangaan
van het geregistreerd partnerschap;
d. de dag van het aangaan van het geregistreerd partnerschap en de
plaats waar het is aangegaan.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de
voornamen van de ouders van de geregistreerde partners.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de getuigen;
b. de bij de akte van registratie van een partnerschap gegeven
toestemming;
c. voor zover toepasselijk, de nationaliteit die een niet
Nederlandse geregistreerde partner vermoedelijk heeft.
4. De ambtenaar van de burgerlijke stand, bedoeld in artikel 40,
eerste lid, onder a, van dit besluit is de ambtenaar ten overstaan van
wie de registratie bedoeld in artikel 80a, vijfde lid, van Boek 1 van
het Burgerlijk Wetboek is aangegaan.
Artikel 57b
1. De akte van omzetting van een huwelijk in een registratie
van een partnerschap vermeldt in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnamen van de geregistreerde partners voor de
omzetting van het huwelijk in een registratie van een partnerschap,
alsmede hun voornamen, onder aanduiding van hun geslacht;
b. de plaats en dag van geboorte van de geregistreerde partners;
c. de geslachtsnamen van de geregistreerde partners na de omzetting
van het huwelijk in een registratie van een partnerschap;
d. de dag van de omzetting van het huwelijk in een registratie van
een partnerschap en de plaats waar de omzetting heeft plaatsgevonden.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnamen en
de voornamen van de ouders van de geregistreerde partners.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte, voorzover
toepasselijk, de nationaliteit die een niet Nederlandse geregistreerde
partner ten tijde van de omzetting van het huwelijk in de registratie
van een partnerschap vermoedelijk heeft.
4. De ambtenaar van de burgerlijke stand, bedoeld in artikel 40,
eerste lid, onder a, van dit besluit is de ambtenaar bedoeld in artikel
77a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 57c
1. De akte van omzetting van een registratie van een
partnerschap in een huwelijk vermeldt in het eerste gedeelte
achtereenvolgens:
a. de geslachtsnamen van de echtgenoten voor de omzetting van de
registratie van een partnerschap in een huwelijk, alsmede hun
voornamen, onder aanduiding van hun geslacht;
b. de plaats en dag van geboorte van de echtgenoten;
c. de geslachtsnamen van de echtgenoten na de omzetting van de
registratie van het partnerschap in een huwelijk;
d. de dag van de omzetting van de registratie van het partnerschap
in een huwelijk en de plaats waar de omzetting heeft plaatsgevonden;
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnamen en
de voornamen van de ouders van de echtgenoten.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte, voorzover
toepasselijk, de nationaliteit die een niet Nederlandse echtgenoot ten
tijde van de omzetting van de registratie van een partnerschap in het
huwelijk vermoedelijk heeft.
4. De ambtenaar van de burgerlijke stand, bedoeld in artikel 40,
eerste lid, onder a, van dit besluit is de ambtenaar bedoeld in artikel
80f, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 58
1. De akte van inschrijving van een buiten Nederland opgemaakte
huwelijksakte vermeldt, voor zover deze aan het in te schrijven stuk
kunnen worden ontleend, de in artikel 57 genoemde gegevens.
2. De akte van inschrijving van een buiten Nederland opgemaakte
akte van registratie van een partnerschap vermeldt, voor zover deze aan
het in te schrijven stuk kunnen worden ontleend, de in artikel 57a
genoemde gegevens.
Artikel 59
1. Het uittreksel van de huwelijksakte vermeldt de in artikel
57, eerste lid, genoemde gegevens. Indien van toepassing bevat het
uittreksel tevens de gegevens inzake de plaats en datum van de
echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel
en bed, dan wel inzake de omzetting van het huwelijk in een
registratie van een partnerschap.
2. Het uittreksel uit de akte van registratie van een
partnerschap vermeldt de in artikel 57a, eerste lid, genoemde gegevens.
Indien van toepassing bevat het uittreksel tevens de gegevens inzake de
plaats en datum van de beëindiging van het geregistreerd partnerschap
met wederzijds goedvinden of van de ontbinding bedoeld in artikel 80c,
onder c en d, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel inzake de
omzetting van de registratie van een partnerschap in een huwelijk.
3. Het uittreksel van de akte van omzetting van een huwelijk in
een registratie van een partnerschap vermeldt de in artikel 57b, eerste
lid, vermelde gegevens.
4. Het uittreksel van de akte van omzetting van de registratie
van een partnerschap in een huwelijk vermeldt de in artikel 57c, eerste
lid, vermelde gegevens.
Negende afdeling. De akte van inschrijving, onderscheidenlijk de
latere vermelding van echtscheiding en van ontbinding van een huwelijk
na scheiding van tafel en bed, van beëindiging met wederzijds
goedvinden van een geregistreerd partnerschap en van de ontbinding
daarvan
Artikel 60
1. De akte van inschrijving van een rechterlijke uitspraak
houdende echtscheiding of ontbinding van een huwelijk na scheiding van
tafel en bed tussen echtelieden wier huwelijk niet in de Nederlandse
registers van de burgerlijke stand is ingeschreven, vermeldt:
a. de geslachtsnaam en de voornamen der echtgenoten, alsmede het
land, de plaats en de dag der huwelijksvoltrekking;
b. de geslachtsnaam van elk van de echtgenoten na de uitspraak;
c. op verzoek van welke echtgenoot de inschrijving geschiedt,
alsmede de datum waarop dat verzoek is ontvangen.
2. De latere vermelding van een rechterlijke uitspraak houdende
echtscheiding of ontbinding van een huwelijk na scheiding van tafel en
bed, vermeldt de in het eerste lid, onder b en c, genoemde gegevens.
Artikel 60a
1. De akte van inschrijving van een verklaring tot beëindiging
met wederzijds goedvinden van een geregistreerd partnerschap en van de
rechterlijke uitspraak van een ontbinding van een geregistreerd
partnerschap als bedoeld in artikel 80c, onder c en d, van Boek 1 van
het Burgerlijk Wetboek tussen geregistreerde partners wier
partnerschap niet in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand
is ingeschreven, vermeldt:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de geregistreerde partners
onder aanduiding van hun geslacht, alsmede het land, de plaats en de
dag waarop het geregistreerd partnerschap is aangegaan;
b. de geslachtsnaam van elk der geregistreerde partners na
beëindiging met wederzijds goedvinden van een geregistreerd
partnerschap dan wel ontbinding daarvan.
2. De latere vermelding van een verklaring tot beëindiging met
wederzijds goedvinden van een geregistreerd partnerschap en van een
rechterlijke uitspraak van een ontbinding van een geregistreerd
partnerschap als bedoeld in artikel 80c, onder c onderscheidenlijk d,
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, vermeldt de in het eerste lid
onder b genoemde gegevens, alsmede in het geval van een rechterlijke
uitspraak, op verzoek van welke geregistreerde partner de inschrijving
geschiedt en op welke datum het verzoek is ontvangen.
Tiende afdeling. De akte van overlijden en het uittreksel daarvan
Artikel 61
1. De akte van overlijden vermeldt in het eerste gedeelte
achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. voor zover bekend de plaats en de dag van geboorte van de
overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. de woonplaats of de gewone verblijfplaats van de overledene;
e. de dag en, voor zover bekend, het uur en de minuut van
overlijden;
f. de plaats van overlijden;
g. de geslachtsnaam en de voornamen van de persoon met wie de
overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was dan wel met wie hij
een geregistreerd partnerschap was aangegaan.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de
voornamen van de ouders van de overledene, voor zover deze bekend zijn.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte achtereenvolgens:
a. voor zover bekend, de geslachtsnaam en de voornamen van de
persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd of als
partner geregistreerd was was;
b. de geslachtsnaam en de voornamen alsmede de plaats en de dag van
geboorte van de aangever.
Artikel 62
1. Indien een lijk is gevonden en de plaats of de dag van
overlijden niet met voldoende nauwkeurigheid kan worden vastgesteld,
vermeldt de akte in het eerste gedeelte achtereenvolgens:
a. de geslachtsnaam en de voornamen van de overledene;
b. voor zover bekend, de plaats en de dag van geboorte van de
overledene;
c. het geslacht van de overledene;
d. voor zover bekend, de woonplaats of de gewone verblijfplaats van
de overledene;
e. de plaats, de dag en het uur waarop het lijk is gevonden;
f. voor zover bekend, de geslachtsnaam en de voornamen van de
persoon met wie de overledene ten tijde van het overlijden gehuwd was
dan wel met wie hij een geregistreerd partnerschap was aangegaan.
2. De akte vermeldt in het tweede gedeelte de geslachtsnaam en de
voornamen van de ouders van de overledene, voor zover deze bekend zijn.
3. De akte vermeldt in het derde gedeelte:
a. voor zover bekend, de geslachtsnaam en de voornamen van de
persoon of van de personen, met wie de overledene eerder gehuwd of als
partner geregistreerd was was;
b. de schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie.
4. De plaats waar het lijk is gevonden, wordt zo nauwkeurig
mogelijk aangeduid.
Artikel 63
De akte van inschrijving bedoeld in artikel 417, onderscheidenlijk
artikel 426 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de gegevens
genoemd in artikel 61 van dit besluit voor zover die uit de beschikking
blijken. Als dag van overlijden geldt, in het geval van artikel 417, de
dag waarop de vermiste vermoed wordt te zijn overleden.
Artikel 64
De akte van inschrijving van een buiten Nederland opgemaakte akte van
overlijden of akte van lijkvinding vermeldt, voor zover deze aan het in
te schrijven stuk kunnen worden ontleend, de in artikel 61
onderscheidenlijk artikel 62 genoemde gegevens.
Artikel 65
De voorlopige akte van overlijden, bedoeld in artikel 19 g,
derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, vermeldt voor zoveel
mogelijk de gegevens genoemd in artikel 61.
Artikel 66
1. Op de akte van aangifte van een kind dat levenloos ter
wereld is gekomen, zijn de artikelen 43, 44, 45 en 47 van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze akte alleen
een geslachtsnaam en voornamen van het kind vermeldt voor zover de
ouders dit wensen.
Artikel 67
Het uittreksel van de akte van overlijden vermeldt de in artikel 61,
eerste lid, onderscheidenlijk artikel 62, eerste lid, genoemde gegevens,
met inachtneming van gegevens blijkend uit latere vermeldingen. Indien
een akte van inschrijving is opgemaakt ingevolge artikel 417,
onderscheidenlijk artikel 426 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
wordt dit in het hoofd van het uittreksel vermeld.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 68
Dit besluit treedt in werking tegelijk met de wet van 14 oktober 1993
tot herziening van Titel 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en
wijziging van enige andere bepalingen van Boek 1 van dat wetboek, het
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van
Strafvordering.
Artikel 69
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit burgerlijke stand
1994.
Lasten en bevelen dat dit besluit en de
bijlage met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 25 februari 1994
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
A. Kosto
Uitgegeven de vijftiende maart 1994
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|