BESLUIT van 26 november 1969 tot vaststelling van een
algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 391 van Boek 1 van
het Burgerlijk Wetboek
WIJ JULIANA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Justitie van 24 september 1969, Stafafdeling
Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 373/669;
Gelet op artikel 391 van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 22
oktober 1969, nr. 41);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde
Minister van 21 november 1969, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk
Wetboek, nr. 490/669;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In het ingevolge artikel 391 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage berustende openbaar
register wordt aantekening gehouden van de volgende, na de
inwerkingtreding van dit Besluit plaats gehad hebbende, rechtsfeiten:
a. alle rechterlijke beslissingen ingevolge de artikelen 378,
380, leden 1-4, 383, 385 en 389 van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek en artikel 33 van de wet van 27 april 1884, Stb. 96
tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen;
b. alle rechterlijke beslissingen, waarbij een onder a
bedoelde beslissing wordt bekrachtigd, vernietigd of herroepen;
c. alle rechterlijke beslissingen tot afwijzing van een verzoek
tot ondercuratelestelling in de gevallen, waarin op grond van
artikel 380 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een provisioneel
bewindvoerder was benoemd;
d. de benoeming en het ontslag van een bewindvoerder en opheffing
van het bewind overeenkomstig artikel 386 juncto artikel 370 van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2
Voor zover de in artikel 1 genoemde feiten de griffier van de
rechtbank te 's-Gravenhage niet ambtshalve bekend zijn, zullen de
griffiers die deze ambtshalve hebben vernomen, hem daarvan onverwijld
mededeling doen.
Artikel 3
Het register bestaat, onverminderd het bepaalde in artikel 10 leden 1
en 2, uit kaarten volgens het bij dit Besluit behorende model.
Artikel 4
1. Elke kaart van het register bevat slechts de gegevens met
betrekking tot de onder curatele of provisioneel bewind gestelde
persoon wiens naam en voornamen aan het hoofd daarvan staan vermeld.
2. Wanneer een kaart geheel beschreven is, wordt, zo nodig, voor
dezelfde persoon een nieuwe kaart met hetzelfde hoofd aangelegd. Op elk
der kaarten wordt aangegeven hoeveel kaarten van de betrokken persoon in
het register zijn opgenomen.
Artikel 5
Elke inschrijving in het register wordt door de griffier van de
rechtbank te 's-Gravenhage ondertekend en van dagtekening voorzien.
Artikel 6
Het kaartregister wordt in alfabetische volgorde aangehouden. Onze
Minister van Justitie kan hieromtrent nadere voorschriften geven.
Artikel 7
1. De kaarten volgens het bij dit Besluit behorende model
worden gebruikt voor mededeling van de eerste beschikking tot
ondercuratelestelling of onder provisioneel bewindstelling van een
bepaald persoon en in omslag gezonden aan de griffier van de rechtbank
te 's-Gravenhage.
2. Deze kaarten kunnen als eerste inschrijving de aan het hoofd
genoemde persoon betreffend, in het register worden opgenomen, na
ondertekening door de griffier van de onder de mededeling te stellen
verklaring: "Getekend voor inschrijving in het register. De
griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage", en na dagtekening dier
verklaring.
Artikel 8
1. Binnen de eerste drie maanden van elk kalenderjaar worden de
kaarten betreffende degenen die in het vorige kalenderjaar honderdtien
jaar geleden geboren waren uit het register gelicht.
2. Deze kaarten worden, per jaar in alfabetische volgorde
gerangschikt, ter griffie bewaard.
Artikel 9
1. De griffier is verplicht aan ieder kosteloos inzage van het
register te verstrekken. Hij is voorts verplicht om - met inachtneming
van het bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken bepaalde
- aan ieder een uittreksel uit het register te verstrekken.
2. Het eerste lid is mede van toepassing op de inzage en de
verstrekking van uittreksels van kaarten die reeds overeenkomstig
artikel 8, eerste lid, uit het register zijn gelicht.
3. Indien een uittreksel uit het register wordt verzocht met
betrekking tot personen die vσσr de inwerkingtreding van dit besluit
meerderjarig zijn geworden, wijst de griffier in het uittreksel of in de
mededeling dat de betreffende persoon in het register niet voorkomt, op
de omstandigheid dat de gegevens, betrekking hebbende op de tijd
voorafgaande aan de inwerkingtreding van dit besluit onvolledig zijn.
Bij de verlening van inzage wordt de belanghebbende mondeling hiervan in
kennis gesteld.
Artikel 10
1. Onmiddellijk na het inwerking treden van dit Besluit dragen
de griffiers van de kantongerechten de kaarten die deel uitmaken van
de te hunner griffie gehouden curateleregisters, over aan de griffier
van de rechtbank te 's-Gravenhage.
2. De griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage neemt deze
kaarten onverwijld op in het te zijner griffie aan te leggen
curateleregister.
Artikel 11
1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de
Invoeringswet Boek 1 nieuw B.W. in werking treedt.
2. Het kan worden aangehaald als: Besluit curateleregister.
Onze Minister van Justitie is belast met de
uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden
geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State.
's-Gravenhage, 26 november 1969
JULIANA
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
Uitgegeven de vierde december 1969
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
Bijlage
[Illustratie verwijderd]