BESLUIT van 6 oktober 1997, houdende regels voor
geslachtsnaamswijziging
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 26 juni
1997, Directie Wetgeving, nr. 635454/97/6;
Gelet op artikel 7, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 20 augustus 1997, nr.
W03.97.003148);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 30
september 1997, nr. 654392/97/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Gronden voor wijziging van geslachtsnamen, algemeen
Artikel 1
1. De geslachtsnaam van een persoon wordt op zijn verzoek of op
verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger gewijzigd, indien
a. de naam op zichzelf of in verband met het beroep, de
maatschappelijke positie of een persoonlijke hoedanigheid van de
betrokkene kennelijk onwelvoeglijk of bespottelijk is;
b. de naam zo veelvuldig voorkomt dat zij onvoldoende
onderscheidend vermogen heeft;
c. de naam niet-Nederlands is en toebehoort aan personen die door
naturalisatie of door het doen van een kennisgeving de Nederlandse
nationaliteit hebben verkregen, of aan hun afstammelingen in rechte
lijn; ten tijde van de naturalisatie of de kennisgeving dient de in
artikel 12, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap
genoemde grond tot wijziging te hebben bestaan;
d. de verzoeker aantoont dat de naam in de akten van de burgerlijke
stand sinds de invoering daarvan (1810–1838) onjuist is gespeld en
in de volgens de verzoeker juiste spelling sindsdien is gevoerd;
e. de naam Nederlands is en verzoeker aantoont dat hij dan wel een
van zijn bloedverwanten in de opgaande lijn voordien een daarmee
overeenstemmende Friese naam had en het verzoek gericht is op de
verkrijging van de desbetreffende Friese naam in de huidige Friese
spelling of
f. de Friese naam is weergegeven in de Nederlandse spelling en het
verzoek gericht is op de verkrijging van de desbetreffende Friese naam
in de huidige Friese spelling.
2. De wijziging op grond van het eerste lid, onder a, b
of c, geschiedt bij voorkeur door omzetting van enkele letters of
door toevoeging van een voor- of achtervoegsel; is dat niet mogelijk,
dan geschiedt wijziging door het kiezen van een andere geslachtsnaam. De
andere geslachtsnaam is die van een ouder of een geslachtsnaam die nog
niet in Nederland voorkomt en die Nederlands klinkt. Wijziging geschiedt
niet door toevoeging van een naam.
3. Een verzoek op grond van het eerste lid, onder e of f, wordt
afgewezen:
a. indien de verzoeker de Nederlandse naam, dan wel de Friese naam
in de Nederlandse spelling, op zijn verzoek heeft verkregen dan wel
met de verkrijging ervan heeft ingestemd;
b. indien het verzoek een minderjarige van twaalf jaren of ouder
betreft en deze weigert in te stemmen met de verzochte naamswijziging.
Toevoeging van een naam
Artikel 2
1. Aan de geslachtsnaam van een meerderjarige wordt op zijn
verzoek een andere geslachtsnaam slechts toegevoegd, indien
a. de verzoeker aantoont dat de toe te voegen naam deel uitmaakt
van de naam die door zijn voorouders ten tijde van de invoering van de
burgerlijke stand (1810–1838) als geslachtsnaam is gevoerd en niet
sindsdien in onbruik is geraakt;
b. de toe te voegen naam betreft de in haar tak uitgestorven of met
uitsterving bedreigde geslachtsnaam van de moeder; de verzoeker moet
aantonen dat van de grootvader van vaderszijde van zijn moeder geen
mannelijke afstammelingen in de mannelijke lijn meer in leven zijn van
wie nog nakomelingenschap is te verwachten.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt
de toe te voegen naam voor de eigen geslachtsnaam geplaatst.
3. De wijziging geschiedt niet in de volgende gevallen:
a. indien de verzoeker van adel is; of
b. de drager van de naam waarvan de toevoeging wordt verzocht tot
een adellijk geslacht behoort;
c. indien de geslachtsnaam van de verzoeker bestaat uit een
geslachtsnaam en een reeds op grond van het eerste lid toegevoegde
geslachtsnaam.
Wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige
Artikel 3
1. Op eensluidend verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger
en van degene wiens geslachtsnaam ten behoeve van de minderjarige
wordt verzocht, of, indien de naam van een overleden ouder wordt
verzocht, op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger, wordt de
geslachtsnaam van een minderjarige van twaalf jaren of ouder
gewijzigd:
a. in de geslachtsnaam van de ouder wiens naam het kind niet heeft,
indien deze ouder na de ontbinding van het huwelijk of de verbreking
van de buitenhuwelijkse samenleving met de andere ouder gedurende een
aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk
voorafgaande aan het verzoek de minderjarige heeft verzorgd en
opgevoed;
b. in de geslachtsnaam van de levensgezel van de ouder, indien deze
persoon anders dan als ouder de minderjarige tezamen met de ouder
gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren
onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek heeft verzorgd en opgevoed;
c. in de geslachtsnaam van een persoon die anders dan als ouder de
minderjarige tezamen met een ander als behorende tot het gezin
gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren
onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek heeft verzorgd en opgevoed.
2. Ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam
van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft
bereikt, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien
verstande dat de termijn van verzorging en opvoeding dan ten minste vijf
jaren bedraagt.
3. Indien ten aanzien van twee of meer minderjarigen uit
hetzelfde gezin verzoeken tot geslachtsnaamswijziging als bedoeld in het
eerste lid worden gedaan, opdat de geslachtsnaam van deze kinderen
dezelfde zal zijn, en ten minste een van de kinderen de leeftijd van
twaalf jaren nog niet heeft bereikt, geldt ten aanzien van de kinderen
die deze leeftijd wel hebben bereikt de in het tweede lid bedoelde
verzorgingstermijn.
4. Het verzoek wordt afgewezen, indien:
a. de minderjarige al een op grond van dit artikel gewijzigde
geslachtsnaam heeft;
b. de minderjarige van twaalf jaren of ouder niet instemt met de
verzochte geslachtsnaamswijziging;
c. een ouder weigert in te stemmen met de verzochte
geslachtsnaamswijziging van de minderjarige van twaalf jaren of ouder,
tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft; of
d. een ouder weigert in te stemmen met de verzochte
geslachtsnaamswijziging van de minderjarige jonger dan twaalf jaren,
tenzij:
1°. de ouder aan wie de minderjarige de geslachtsnaam waarvan
wijziging wordt verzocht, ontleent, onherroepelijk is veroordeeld
wegens het plegen tegen de minderjarige van een van de misdrijven,
omschreven in de titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX
van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht, waarbij onder
misdrijf wordt begrepen medeplichtigheid aan en poging tot misdrijf;
2°. de ouder aan wie de minderjarige de geslachtsnaam waarvan
wijziging wordt verzocht, ontleent, van het gezag over het kind is
ontzet; of
3°. verzoekers aantonen dat de ouder aan wie de minderjarige de
geslachtsnaam, waarvan wijziging wordt verzocht, ontleent, en het
kind niet meer dan gedurende een vierde deel van de periode
voorafgaande aan de termijn van verzorging en opvoeding, bedoeld in
het tweede lid, in gezinsverband hebben samengeleefd.
Artikel 3a
1. Op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger wordt de
geslachtsnaam van een minderjarig kind gewijzigd:
a. in dezelfde geslachtsnaam als die van de overige tot hetzelfde
gezin behorende minderjarige kinderen van dezelfde ouders, indien als
gevolg van de toepassing van regels van internationaal privaatrecht
verschil in geslachtsnaam tussen de kinderen is ontstaan; of
b. in de geslachtsnaam naar het recht van een staat waarvan het
kind de nationaliteit bezit, indien het kind naast de Nederlandse
nationaliteit een andere nationaliteit bezit, een en ander met
inachtneming van de artikelen 12, eerste lid, en 17 van het Verdrag
tot oprichting van de Europese Gemeenschap en, waar mogelijk, van de
gelijkheid van geslachtsnaam van minderjarige kinderen van dezelfde
ouders die tot hetzelfde gezin behoren.
2. Artikel 3, vierde lid, onder b tot en met d, is van
overeenkomstige toepassing.
3. Ten behoeve van kinderen van dezelfde ouders die tot hetzelfde
gezin behoren, kunnen op grond van dit artikel slechts gelijkluidende
verzoeken om geslachtsnaamswijziging worden ingewilligd.
Wijziging van de geslachtsnaam van een meerderjarige in die van zijn
verzorger, van zijn ouder of in zijn oorspronkelijke geslachtsnaam
Artikel 4
1. Op verzoek van een meerderjarige wordt zijn geslachtsnaam
gewijzigd:
a. in een geslachtsnaam als bedoeld in artikel 3, eerste lid,
indien de verzorging en opvoeding enige tijd gedurende de
minderjarigheid hebben geduurd.
b. in zijn oorspronkelijke geslachtsnaam, indien de geslachtsnaam
gedurende de minderjarigheid op grond van artikel 3 of op grond van
artikel 253t, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek was
gewijzigd.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt
afgewezen indien de levensgezel bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder
b, of de persoon, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c,
weigert in te stemmen met de verzochte naamswijziging.
3. De geslachtsnaam kan op grond van dit artikel slechts eenmaal
worden gewijzigd.
Artikel 5
1. Op verzoek van een meerderjarige wordt zijn geslachtsnaam
gewijzigd:
a. in de geslachtsnaam van de ouder dan wel van diens echtgenoot of
geregistreerde partner die op grond van artikel 253sa, eerste lid, van
rechtswege het gezamenlijk gezag over hem heeft uitgeoefend, en wiens
naam hij niet heeft, indien hij op de voet van artikel 5, tweede,
derde, vierde of vijfde lid, dan wel van artikel 253sa, derde lid, van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn geslachtsnaam heeft gekregen of
indien hij op grond van artikel IV van de Wet houdende wijziging van
de artikelen 5 en 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in
verband daarmede van enige andere artikelen van dit Wetboek de naam
van zijn moeder heeft gekregen;
b. in de geslachtsnaam van de ouder in wiens
geslachtsnaamswijziging hij niet heeft gedeeld omdat hij ten tijde van
de wijziging meerderjarig was;
c. in zijn oorspronkelijke geslachtsnaam, indien de geslachtsnaam
door zijn huwelijk is gewijzigd in die van de echtgenoot en dat
huwelijk inmiddels is ontbonden.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt
slechts ingewilligd indien het is ingediend binnen drie jaren nadat de
meerderjarigheid is bereikt.
Overige bepalingen
Artikel 6
Een verzoek tot geslachtsnaamswijziging dat niet op een van de
voorgaande artikelen kan worden gebaseerd, kan worden ingewilligd,
indien de verzoeker aantoont dat het achterwege blijven van de
geslachtsnaamswijziging de lichamelijke of geestelijke gezondheid van de
betrokkene in ernstige mate zou schaden.
Artikel 7
1. Ter zake van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam
van een minderjarige als bedoeld in artikel 3 worden gehoord, althans
worden daartoe behoorlijk opgeroepen:
a. de ouders van het kind;
b. degene aan wie het kind de geslachtsnaam, waarvan wijziging is
verzocht, rechtstreeks ontleent;
c. de in artikel 3, eerste lid, onder b en onder c,
bedoelde personen; als mede
d. de minderjarige van twaalf jaren of ouder.
2. Ter zake van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam
van een meerderjarige als bedoeld in de artikelen 1 en 4, of toevoeging
van een geslachtsnaam worden gehoord, althans daartoe behoorlijk
opgeroepen:
a. degene aan wie de meerderjarige de geslachtsnaam waarvan
wijziging is verzocht of waaraan toevoeging wordt verzocht,
rechtstreeks ontleent;
b. degene wiens geslachtsnaam wordt verzocht, indien het de
wijziging van een geslachtsnaam betreft.
3. Indien de in het eerste lid, onder b, bedoelde persoon
is overleden, worden zijn bloedverwanten in de eerste graad op een
verzoek als bedoeld in het eerste lid gehoord.
Overgangsbepalingen
Artikel 8
1. De Richtlijnen voor geslachtsnaamswijziging 1989 (Stcr.
1989, 1) worden ingetrokken.
2. De in het eerste lid bedoelde richtlijnen blijven van
toepassing ten aanzien van verzoeken voor geslachtsnaamswijziging die
zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit besluit, zulks indien
die toepasselijkheid ertoe leidt dat het verzoek anders dan bij
toepassing van dit besluit wordt toegewezen.
Slotbepalingen
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geslachtsnaamswijziging.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 6 oktober 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
E.M.A. Schmitz
Uitgegeven de achtentwintigste oktober 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager