St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Boek 1 Burgerlijk Wetboek (Boek 1 BW)

 

BESLUIT  GEZAGSREGISTERS

Tekst zoals deze geldt op 4 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 26 november 1969 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 24 september 1969, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 373/669;
     Gelet op artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
     De Raad van State gehoord (advies van 22 oktober 1969, nr. 41);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 21 november 1969, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 490/669;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

1. In het ingevolge artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bij elke rechtbank berustende openbaar register tekent de griffier rechtsfeiten aan, die betrekking hebben op de gezagsuitoefening over de in het arrondissement geboren minderjarigen.

2. Voor minderjarigen die buiten Nederland geboren zijn of wier geboorteplaats onbekend is, worden deze feiten geregistreerd bij de rechtbank te Amsterdam.

Artikel 2

1. In het register wordt aantekening gehouden van:

a. alle rechterlijke beslissingen, waarbij in het over minderjarigen uit te oefenen gezag hetzij blijvend, hetzij tijdelijk wordt voorzien of wijziging gebracht ingevolge de artikelen 77, tweede lid onder a, 251, 251a, 253, 253b tot en met 253d, 253g tot en met 253ha, 253n, 253o, 253q, 253r, 253t, 253v, 253x, 266, 269, 271, 274, 275, 277, 282, 295 tot en met 297, 299a, 302, 322, 323, 324, 327, 328, 331, 334, 425, tweede lid, 430, tweede lid en 453a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede artikel 4, tweede lid, van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan;

b. de aantekening van gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 252 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

c. meerderjarigverklaring, voor zover de desbetreffende moeder daardoor van rechtswege het gezag over haar kind verkrijgt, ondertoezichtstelling, voorlopige ondertoezichtstelling, verlenging of verkorting van de ondertoezichtstelling en de vervanging van de gezinsvoogdijinstelling door een andere;

d. de maatregel van voorlopige voogdij ingevolgde de artikelen 241, 271, 272, 331 en 332 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 13, vierde lid, van de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan, artikel 10, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, alsmede op grond van enige andere wet;

e. benoeming of ontslag van een bewindvoerder of opheffing van het bewind overeenkomstig artikel 370 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

f. alle rechterlijke beslissingen waarbij een der onder a, c, d of e bedoelde beslissingen dan wel de aantekening, bedoeld onder b worden bekrachtigd, vernietigd of herroepen;

g. de bereidverklaring tot aanvaarding van voogdij;

h. in kracht van gewijsde gegane uitspraken die een adoptie inhouden.

2. Voor zover de in het vorige lid onder a, c, e, f, g en h genoemde feiten de griffier die deze moet registreren, niet ambtshalve bekend zijn, zullen de griffiers die deze ambtshalve hebben vernomen, hem daarvan onverwijld mededeling doen.

Artikel 3

Indien ingevolge het vorige artikel een aantekening over een minderjarige in het register is opgenomen, wordt daarin tevens aantekening gehouden van de volgende op hem betrekking hebbende gegevens:

a. de wijziging of vaststelling van zijn geslachtsnaam en de vaststelling van zijn voornamen, van welke gegevens Onze Minister van Justitie onverwijld kennis geeft aan de in artikel 1 aangewezen griffier;

b. de wijziging van zijn voornamen, van zijn geslachtsnaam, zijn erkenning, of de ontkenning van het vaderschap door zijn moeder;

c. een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak, inhoudende de vaststelling van het vaderschap, de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap, de vernietiging van zijn erkenning, de gegrondverklaring van een betwisting of inroeping van zijn staat, of de vernietiging van zulk een uitspraak, van welke gegevens de griffiers van de Hoge Raad, de gerechtshoven en de arrondissementsrechtbanken onverwijld kennis geven aan de in artikel 1 aangewezen griffier.

Artikel 4

Het register bestaat uit kaarten volgens het bij dit Besluit behorende model alsmede uit kaarten volgens het bij Ons besluit van 24 juli 1948 (Stb. I 342) behorende model, voor zoverre laatstbedoelde kaarten op het tijdstip van inwerkingtreden van dit besluit deel uitmaken van het krachtens het voornoemd besluit van 24 juli 1948 gehouden register.

Artikel 5

1. Elke kaart van het register bevat slechts de gegevens met betrekking tot de minderjarige wiens naam en voornamen aan het hoofd daarvan staan vermeld.

2. Wanneer een kaart geheel beschreven is, wordt, zo nodig voor dezelfde minderjarige een nieuwe kaart met hetzelfde hoofd aangelegd. Op elk der kaarten wordt aangegeven hoeveel kaarten van de betrokken minderjarige in het register zijn opgenomen.

Artikel 6

Elke inschrijving in het register wordt door de griffier ondertekend en van dagtekening voorzien.

Artikel 7

Het kaartregister wordt in alfabetische volgorde aangehouden. Onze Minister van Justitie kan hieromtrent nadere voorschriften geven.

Artikel 8

1. De kaarten volgens het bij dit Besluit behorende model worden gebruikt voor de eerste mededeling van een rechterlijke beslissing of van een buitengerechtelijke beslissing op grond van artikel 252, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betreffende een minderjarige en in omslag gezonden aan de in artikel 1 aangewezen griffier.

2. Deze kaarten kunnen als eerste inschrijving de aan het hoofd genoemde minderjarige betreffend, in het register worden opgenomen, na ondertekening door de griffier van de onder de mededeling te stellen verklaring: "Getekend voor inschrijving in het register. De griffier ...", en na dagtekening dier verklaring.

Artikel 9

1. Binnen de eerste drie maanden van elk kalenderjaar worden de kaarten betreffende degenen, die in het vorige kalenderjaar achttien jaar geleden geboren waren, uit het register gelicht.

2. Deze kaarten worden, per geboortejaar van betrokkenen in alfabetische volgorde gerangschikt, ter griffie bewaard.

Artikel 10

1. De griffier is verplicht aan ieder kosteloos inzage van het register te verstrekken. Hij is voorts verplicht om - met inachtneming van het bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken bepaalde - aan ieder een uittreksel uit het register te verstrekken. Het verzoek tot inzage in het register dan wel tot verstrekking van een uittreksel daaruit dient op een bepaalde minderjarige betrekking te hebben.

2. Het eerste lid is mede van toepassing op de inzage en de verstrekking van uittreksels van kaarten die reeds overeenkomstig artikel 9, eerste lid, uit het register zijn gelicht.

Artikel 11

Ons besluit van 24 juli 1948, Stb. I 342, wordt ingetrokken.

Artikel 12

1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet Boek 1 nieuw B.W. in werking treedt.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gezagsregisters.

 

 

     Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

's-Gravenhage, 26 november 1969

 

JULIANA

 

De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak

 

Uitgegeven de vierde december 1969
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak

 

 

Bijlage

[Illustratie verwijderd]

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Boek 1 BW | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x