BESLUIT van 30 november 1993, houdende bepalingen voor de technische
voorziening voor te betalen schaden of uitkeringen
herverzekeringsbedrijf
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie, gedaan mede
namens Onze Minister van Financiën van 14 juli 1993, Stafafdeling
Wetgeving Privaatrecht, nr. 379584/93/6;
Gelet op de artikelen 60 en 61 van Richtlijn nr. 91/674/EEG van de
Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1991 betreffende de
jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van
verzekeringsondernemingen (PbEG L 374) en op artikel 444 lid 2
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
Gehoord de Verzekeringskamer;
De Raad van State gehoord, advies van 3 november 1993,
nr.
W03.93.0426;
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Financiën van 22 november
1993, nr. 410519/93/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op verzekeringsmaatschappijen als
bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet toezicht
verzekeringsbedrijf.
Artikel 2
1. Onverminderd artikel 3 omvat de voorziening voor te betalen
schaden of uitkeringen het bedrag van de te verwachten kosten, in
aanmerking nemende:
a. de vóór de balansdatum ontstane schaden of uitkeringen die nog
niet zijn gemeld;
b. de kosten verband houdende met de afwikkeling van een schade of
uitkering; en
c. de in verband met een schade te verwachten baten uit subrogatie
en de verkrijging van de eigendom van de verzekerde zaken.
2. De voorziening voor te betalen schaden wordt voor elke schade
afzonderlijk bepaald dan wel, indien de aard van de risico's dat
toelaat, volgens statistische dan wel erkende actuariële methoden.
3. Discontering van de voorziening voor te betalen schaden, welke
niet actuarieel bepaald is, is slechts toegestaan, indien
a. de afwikkeling van de schaden ten minste vier jaren na het
tijdstip van het opmaken van de jaarrekening zal duren en deze
afwikkeling geschiedt volgens een betrouwbaar
schade-afwikkelingsschema, waarin mede rekening wordt gehouden met
alle factoren die de kosten van afwikkeling van de schade verhogen; en
b. het rentepercentage dat voor de discontering wordt gebruikt niet
hoger is dan het gemiddeld rendementspercentage van de voor deze
technische voorziening aangehouden activa over de laatste vijf jaren
voorafgaande aan het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening, en
evenmin hoger is dan het rendementspercentage van deze activa over het
boekjaar.
4. Indien lid 3 toepassing vindt, worden in de toelichting
vermeld:
a. de omvang van de voorziening voor te betalen schaden vóór
discontering;
b. de schaden, onderscheiden naar de groepen, bedoeld in artikel
441 lid 4 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarvoor discontering
plaatsvindt; en
c. de wijze van discontering voor de verschillende soorten schaden,
daaronder begrepen de wijze waarop de termijn van afwikkeling van de
schaden wordt geschat alsmede de percentages gebruikt voor de
discontering en voor de schatting van de verhogingen van de kosten van
afwikkeling van de schade.
Artikel 3
1. Indien de verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten op
het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening redelijkerwijs niet
in te schatten zijn wegens het ontbreken van voldoende nauwkeurige
gegevens met betrekking tot de over het boekjaar te ontvangen premies
of te betalen schaden en kosten van afwikkeling van de schade:
a. mag als voorziening voor te betalen schaden worden opgenomen het
positieve verschil tussen enerzijds de in het boekjaar geboekte
premies en anderzijds de betaalde schaden en kosten van afwikkeling
van de schade dan wel mag een percentage van de geboekte premies als
voorziening worden opgenomen; of
b. mogen de in de winst- en verliesrekening op te nemen of ter
bepaling van deze technische voorziening te gebruiken gegevens, welke
in lid 1, onder a, zijn genoemd, betrekking hebben op een jaar
dat ten hoogste twaalf maanden aan het boekjaar voorafgaat.
2. De overeenkomstig lid 1 bepaalde voorziening moet te allen
tijde toereikend zijn om aan de redelijkerwijs voorzienbare
verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten te voldoen.
3. Indien lid 1, onder a, wordt toegepast, wordt uiterlijk
aan het einde van het derde boekjaar volgend op het in lid 1 bedoelde
boekjaar of zoveel eerder als voldoende nauwkeurige gegevens, bedoeld in
lid 1, onder a, bekend zijn, de voorziening voor te betalen
schaden overeenkomstig artikel 2 bepaald. Vermeld wordt wanneer dit het
geval zal zijn.
4. Indien lid 1, onder b, wordt toegepast, wordt vermeld
op welke periode voorafgaande aan het boekjaar de gegevens betrekking
hebben.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994. Het is
van toepassing op jaarrekeningen van verzekeringsmaatschappijen waarop
afdeling 15 van titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt
toegepast.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
's-Gravenhage, 30 november 1993
BEATRIX
De Staatssecretaris van Justitie,
A. Kosto
De Minister van Financiën,
W. Kok
Uitgegeven de veertiende december 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin