BESLUIT van 22 juni 1976 tot vaststelling van een algemene maatregel
van bestuur ter uitvoering van artikel 29, zesde en zevende lid, van
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 3 mei 1976,
Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 242/676;
Gelet op artikel 29, zesde en zevende lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 19 mei 1976, nr. 4);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 15 juni
1976, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 315/676;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. Bij iedere Kamer van Koophandel en Fabrieken wordt het
beheer over het in artikel 29 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
bedoelde openbare register met inachtneming van de daaromtrent door de
Kamer vast te stellen regels gevoerd door haar secretaris.
2. De secretaris beheert de gelden die de Kamer van Koophandel en
Fabrieken op grond van de artikelen 10 en 11 van dit besluit ontvangt.
Hij is deswege aan de Kamer rekening en verantwoording verschuldigd.
Artikel 2
1. Voor de opgaven ter inschrijving in het register ingevolge
Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moet worden gebruik gemaakt van
daartoe bestemde formulieren, die voor belanghebbenden kosteloos
verkrijgbaar zijn bij de Kamers van Koophandel en Fabrieken.
2. De modellen van deze formulieren worden vastgesteld door Onze
Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van
Economische Zaken.
3. De formulieren worden in tweevoud bij de beheerder van het
register ingediend. Van de bescheiden die ingevolge het volgende artikel
bij de opgave ter inschrijving moeten worden ingediend, wordt een
afschrift bijgevoegd.
Artikel 3
1. De opgave ter inschrijving van een vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid moet vergezeld gaan van een authentiek afschrift of
een authentiek uittreksel, bevattende de statuten, van de in artikel
27 of artikel 28 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte.
De opgave ter inschrijving van een vereniging met beperkte
rechtsbevoegdheid moet, indien de statuten op schrift zijn gesteld,
vergezeld gaan van een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de
statuten.
2. De opgave ter inschrijving van een vereniging die op het
tijdstip van in werking treden van Boek 2 bestaat, moet, indien de
statuten op schrift zijn gesteld, vergezeld gaan van een door het
bestuur gewaarmerkt afschrift van de statuten.
3. De opgave ter inschrijving van een statutenwijziging van een
ingeschreven vereniging met volledige rechtsbevoegdheid moet vergezeld
gaan van een authentiek afschrift van de in artikel 43 lid 5 van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte, alsmede van een door het
bestuur gewaarmerkt afschrift van de statuten, zoals deze ten gevolge
van de aangebrachte wijziging luiden. De opgave ter inschrijving van een
statutenwijziging van een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid
waarvan de statuten ten kantore van het register zijn neergelegd, moet
vergezeld gaan van een door het bestuur gewaarmerkt geschrift dat de
wijziging bevat, alsmede van een door het bestuur gewaarmerkt afschrift
van de statuten, zoals deze ten gevolge van de aangebrachte wijziging
luiden.
4. De opgave ter inschrijving van een duurverlenging van een
ingeschreven vereniging moet vergezeld gaan van een afschrift van de
beschikking van Onze Minister van Justitie.
5. De opgave ter inschrijving van een op een ingeschreven
vereniging betrekking hebbende rechterlijke uitspraak ingevolge artikel
21 lid 1, artikel 22, artikel 29 lid 5 of artikel 50 lid 1, onder d,
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moet vergezeld gaan van een
afschrift van die uitspraak.
6. De opgave ter inschrijving van de naam, de voornamen en de
woonplaats van een gevolmachtigde van een vereniging moet vergezeld gaan
van een door het bestuur gewaarmerkt geschrift bevattende de inhoud van
de hem verstrekte volmacht.
Artikel 4
1. Onmiddellijk na ontvangst onderzoekt de secretaris
summierlijk of de opgaven ter inschrijving naar vorm en inhoud voldoen
aan de daaraan in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en dit besluit
gestelde vereisten, en of de stukken die de opgave dienen te
vergezellen, aanwezig zijn.
2. Indien blijkt dat dit niet het geval is, geeft de secretaris
in overweging de opgave te verbeteren of de ontbrekende stukken alsnog
toe te voegen, dan wel de opgave in te trekken. Te dien einde geeft of
zendt hij de opgave onverwijld terug met zodanige aanwijzingen als hem
in het belang van het register dienstig voorkomen.
3. Indien de secretaris de opgave en de stukken in orde bevindt,
alsmede indien de betrokkene na toepassing van het vorige lid de opgave
opnieuw indient, schrijft de secretaris de opgave overeenkomstig de
artikelen 5 en 6 in.
Artikel 5
1. De formulieren waarop de opgave der inschrijving is gesteld,
en de daarbij gevoegde stukken worden door de secretaris gewaarmerkt
en voorzien van het datumstempel en van een doorlopend dossiernummer
of, indien de vereniging reeds is ingeschreven, van het op haar
betrekking hebbende dossiernummer.
2. Als dag waarop de inschrijving is gedaan, geldt, behoudens
tegenbewijs, die welke het op de opgave gedrukte datumstempel aangeeft.
3. De secretaris verstrekt desverzocht aan degene die de opgave
ter inschrijving heeft gedaan, een bewijs van de indiening van de
opgave, vermeldende het op de opgave gedrukte datumstempel, het
dossiernummer, alsmede een korte aanduiding van de aard van de opgave.
Artikel 6
De secretaris plaatst een afschrift van het formulier waarop de
opgave ter inschrijving is gesteld, en van de daarbij gevoegde stukken
in een voor de desbetreffende vereniging tijdelijk aan te houden
dossieromslag.
Artikel 7
1. De secretaris zendt de opgave ter inschrijving en de daarbij
gevoegde stukken uiterlijk binnen zeven dagen na de dag welke het op
de opgave gedrukte datumstempel aangeeft, aan de beheerder van een
door de gezamenlijke Kamers van Koophandel en Fabrieken aangehouden
centraal bestand.
2. De beheerder van het centrale bestand vervaardigt aan de hand
van de opgave ter inschrijving en van de gegevens die reeds omtrent de
vereniging in het bestand zijn opgenomen, een overzicht van de op de
vereniging betrekking hebbende gegevens, zoals deze luiden op de dag van
de inschrijving.
3. Indien bij de opgave ter inschrijving bescheiden zijn gevoegd,
vervaardigt de beheerder van het centrale bestand fotografische
reprodukties daarvan die op zodanige wijze worden opgeborgen en bewaard
dat voor iedere vereniging afzonderlijk steeds alle op haar betrekking
hebbende fotografische reprodukties beschikbaar zijn.
4. De beheerder van het centrale bestand zendt het in lid 2
bedoelde overzicht, en, indien fotografische reprodukties als bedoeld in
lid 3 zijn vervaardigd, een volledige verzameling van alle op de
vereniging betrekking hebbende fotografische reprodukties van de bij de
opgaven ter inschrijving gevoegde bescheiden aan de secretaris van de
Kamer van Koophandel en Fabrieken van de plaats waar de vereniging haar
woonplaats heeft. De secretaris onderzoekt of de uit de opgave ter
inschrijving blijkende gegevens op juiste wijze in het overzicht zijn
verwerkt en of de vereiste fotografische reprodukties aanwezig zijn; van
de uitkomst van zijn onderzoek doet hij mededeling aan de beheerder van
het centrale bestand met zodanige aanwijzingen als hem in het belang van
het register dienstig voorkomen.
5. Indien uit het onderzoek door de secretaris is gebleken dat de
uit de opgave ter inschrijving blijkende gegevens op juiste wijze in het
overzicht zijn verwerkt, en dat de vereiste fotografische reprodukties
aanwezig zijn, neemt hij het overzicht en de fotografische reprodukties
op in de voor openbare raadpleging aangehouden verzameling. Indien zich
met betrekking tot de vereniging daarin reeds een overzicht en
fotografische reprodukties bevinden, worden deze uit de verzameling
verwijderd.
6. De in het centrale bestand opgenomen gegevens en fotografische
reprodukties worden blijvend bewaard. Behoudens het bepaalde in de
tweede volzin van het vorige lid, geldt hetzelfde voor de overzichten en
de fotografische reprodukties die zijn opgenomen in de voor openbare
raadpleging aangehouden verzameling.
Artikel 8
Jaarlijks deelt de secretaris aan de vereniging mede welke gegevens
op een in die mededeling aangegeven tijdstip in het op de vereniging
betrekking hebbende overzicht, bedoeld in artikel 7 lid 2, zijn
opgenomen, met het verzoek een opgave ter inschrijving in te dienen
indien die gegevens niet of niet langer juist zijn.
Artikel 9
1. De door de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor openbare
raadpleging aangehouden verzameling van overzichten en van
fotografische reprodukties is voor een ieder kosteloos ter inzage op
de dagen en uren door de Kamer te bepalen.
2. Desverzocht verstrekt de secretaris kosteloos inlichtingen
omtrent gegevens opgenomen in een overzicht dat ingevolge de laatste zin
van artikel 7 lid 5 uit de voor openbare raadpleging aangehouden
verzameling is verwijderd.
Artikel 10
1. Aan een ieder die zulks verlangt, verstrekt de secretaris
gewaarmerkte afdrukken van de door hem ingevolge artikel 7, lid 5
bewaarde overzichten, alsmede van de overzichten die ingevolge de
laatste zin van artikel 7, lid 5, uit de voor openbare raadpleging
aangehouden verzameling zijn verwijderd. Hij verstrekt deze tegen
betaling van een bedrag, berekend overeenkomstig de bedragen,
vastgesteld bij artikel 13a, eerste lid, onder b, van
het Handelsregisterbesluit. Afschriften van de overige ingevolge de
artikelen 6 en 7, lid 5, bewaarde stukken worden verstrekt tegen
betaling van een bedrag, berekend overeenkomstig de bedragen,
vastgesteld bij artikel 13a, eerste lid, onder a, van
het Handelsregisterbesluit.
2. Een gewaarmerkte schriftelijke mededeling betreffende het op
een daarin aangegeven tijdstip al dan niet ingeschreven zijn van een
vereniging of van een feit in het verenigingenregister, voor zover deze
betreft het al dan niet ingeschreven zijn van een vereniging ook indien
dit gehouden wordt door een andere Kamer van Koophandel en Fabrieken,
wordt verstrekt tegen betaling van het bedrag, vastgesteld bij artikel
13a, eerste lid, onder c, van het Handelsregisterbesluit.
3. Ten dienste van het Rijk, de provincies en de gemeenten worden
afdrukken en mededelingen, als in de vorige leden bedoeld, kosteloos
verstrekt.
Artikel 11
Voor ieder kalenderjaar of gedeelte van een kalenderjaar dat een
vereniging in het register is ingeschreven, is zij aan de Kamer van
Koophandel en Fabrieken het bedrag verschuldigd, dat bij artikel 8a
van de in artikel 22, zesde lid, van de Handelsregisterwet (Stb.
1976, 398) bedoelde algemene maatregel van bestuur is vastgesteld of
nader zal worden vastgesteld. Dit bedrag moet worden voldaan uiterlijk
14 dagen na de opgave ter eerste inschrijving, en, voor de volgende
kalenderjaren, vσσr 1 juli van het betrokken jaar.
Artikel 12
Onze Minister van Justitie kan nadere voorschriften geven ter
uitvoering van dit besluit.
Artikel 13
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit verenigingenregister.
Het treedt in werking tegelijk met de Invoeringswet Boek 2 nieuw BW.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij
behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van
State.
Soestdijk, 22 juni 1976
JULIANA
De Minister van Justitie,
Van Agt
Uitgegeven de eerste juli 1976
De Minister van Justitie,
Van Agt