a. ter inschrijving van de verklaring, bedoeld in artikel 18 lid
1 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek: een authentiek afschrift of
uittreksel van de desbetreffende notariële akte alsmede, indien de
verklaring in naam van de echtgenoot is afgelegd, een afschrift van
de in genoemde bepaling bedoelde uitdrukkelijke voor dit doel
afgegeven schriftelijke volmacht;
b. ter inschrijving van de verlenging van de termijn, bedoeld in
artikel 185 lid 3 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek: een
authentiek afschrift van de beschikking;
c. ter inschrijving van een notaris die betrokken is bij de
afwikkeling van een nalatenschap, als bedoeld in artikel 186 lid 2
van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek: de schriftelijke mededeling
terzake van de desbetreffende notaris;
d. ter inschrijving van de verklaring houdende zuivere
aanvaarding of aanvaarding onder het voorrecht van
boedelbeschrijving dan wel verwerping van een nalatenschap, als
bedoeld in artikel 191 lid 1 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek:
de in artikel 3 lid 1 eerste volzin bedoelde akte, alsmede de
volmacht, indien deze akte bij volmacht wordt ondertekend;
e. ter inschrijving van de beschikking, onder vermelding van de
daarvan gedane betekening, bedoeld in artikel 192 lid 2 van Boek 4
van het Burgerlijk Wetboek: een authentiek afschrift van de
beschikking, alsmede het exploot van betekening;
f. ter inschrijving van de verlenging van de termijnen, bedoeld
in de artikelen 192 lid 2 en 193 lid 1 van Boek 4 van het Burgerlijk
Wetboek: een authentiek afschrift van de beschikking;
g. ter inschrijving van de verklaring van beneficiaire
aanvaarding of van verwerping door een wettelijke vertegenwoordiger
van een erfgenaam, als bedoeld in artikel 193 lid 1 van Boek 4 van
het Burgerlijk Wetboek: de in artikel 3 lid 1 tweede volzin bedoelde
akte alsmede de volmacht, indien deze akte bij volmacht wordt
ondertekend, en voorts, in het geval van verwerping, een authentiek
afschrift van de beschikking houdende machtiging van de
kantonrechter;
h. ter inschrijving van het verlopen zijn van de termijn waardoor
de nalatenschap als door de erfgenaam beneficiair aanvaard geldt,
als bedoeld in artikel 193 lid 2 van Boek 4 van het Burgerlijk
Wetboek: een authentiek afschrift van de beschikking;
i. ter inschrijving van een notaris als boedelnotaris voor een
beneficiair aanvaarde nalatenschap, als bedoeld in artikel 197 lid 1
van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek: de schriftelijke mededeling
terzake van de desbetreffende notaris;
j. ter inschrijving van de vervanging van de boedelnotaris, als
bedoeld in artikel 197 lid 2 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek:
een authentiek afschrift van de beschikking;
k. ter inschrijving van de benoeming van een vereffenaar of van
het eindigen van diens hoedanigheid, als bedoeld in artikel 206 lid
6 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel van de opheffing
van de vereffening, als bedoeld in artikel 209 lid 4 van Boek 4 van
het Burgerlijk Wetboek: een authentiek afschrift van de beschikking;
l. ter inschrijving van de door een vereffenaar aangewezen
boedelnotaris, als bedoeld in artikel 211 lid 5 van Boek 4 van het
Burgerlijk Wetboek: de schriftelijke mededeling terzake van de
desbetreffende notaris.