BESLUIT van 22 augustus 1991 tot uitvoering van
artikel 12 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 september 1989,
Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 505/689;
Gelet op artikel 12 van Boek 5 van het
Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 15
januari 1990, nr. W03.89.0562);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 14 augustus 1991, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk
Wetboek, nr. 143744/91/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De gemeente vordert dat de vinder zaken die behoren tot de kleding,
uitrusting en wapening van militairen van de krijgsmacht aan haar in
bewaring geeft en draagt deze zaken over aan de daartoe door Onze
Minister van Defensie aangewezen militaire instellingen.
Artikel 2
Als groep van niet-kostbare zaken, bedoeld in artikel 12 onder b
van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, wordt aangewezen: zaken die een
waarde van niet meer dan € 450 hebben.
Artikel 3
Van de aangifteplicht van artikel 5 lid 1 onder a van Boek 5
van het Burgerlijk Wetboek worden vrijgesteld en voor de afwikkeling van
vondsten worden gelijkgesteld met een gemeente:
a. de vervoerders als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000
b. de N.V. Luchthaven Schiphol voor het luchtvaartterrein
Schiphol.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1992.
Artikel 5
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit gevonden voorwerpen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan een afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
’s-Gravenhage, 22 augustus 1991
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de derde september 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin