BESLUIT van 15 december 1994 tot vaststelling van een
algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de artikelen 175,
zesde lid, van Boek 6, en 620, onderdeel a, 1030, onderdeel a,
1210, onderdeel a, 1218, 1670, onderdeel a, en 1678 van
Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede tot wijziging van het Besluit
van 19 februari 1990 ter uitvoering van artikel 951f van het
Wetboek van Koophandel
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 25 maart 1994,
Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr. 431900/94/6;
Gelet op de artikelen 175, zesde lid, van Boek
6 en 620, onderdeel a, 1030, onderdeel a, 1210, onderdeel
a, 1218, 1670, onderdeel a, en 1678 van Boek 8 van het
Burgerlijk Wetboek, alsmede artikel 951f van het Wetboek van
Koophandel;
De Raad van State gehoord (advies van 18 juli
1994, nr. W03.94.0292);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 12 december 1994, stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr.
471491/94/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Aanwijzing gevaarlijke stoffen
Artikel 1
Als stoffen die worden geacht aan de omschrijving van artikel 175,
eerste lid, eerste zin, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek te voldoen
worden aangewezen:
a. de stoffen die zijn opgenomen in Bijlage I bij richtlijn nr.
67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni
1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en
het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196), zoals
gewijzigd door richtlijn nr. 92/32/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 30 april 1992 (PbEG L 154);
b. de gevaarlijke afvalstoffen aangewezen ingevolge artikel 1.1,
eerste lid, van de Wet milieubeheer, voor zover zij niet reeds onder
de in onderdeel a bedoelde stoffen vallen.
Artikel 2
1. Als gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 620, onderdeel a,
van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangewezen een stof die
behoort tot een van de volgende categorieėn:
a. olie in bulk als opgenomen in Appendix I van Annex I van het
Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van schepen
(Trb. 1975, 147) en het bijbehorende Protocol van 1978 (Trb.
1978, 188), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, voor
zover de aansprakelijkheid ter zake van deze olie niet reeds valt
onder de Wet aansprakelijkheid olietankschepen;
b. schadelijke vloeistoffen in bulk als bedoeld in Appendix II van
Annex II van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van
verontreiniging van schepen (Trb. 1975, 147) en het
bijbehorende Protocol van 1978 ( Trb. 1978, 188), daaronder
begrepen de latere wijzigingen daarvan, en die stoffen en mengsels
welke in overeenstemming met artikel 3(4) van Annex II van het Verdrag
voorlopig zijn ingedeeld in een van de Categorieėn A, B, C of D;
c. gevaarlijke vloeistoffen in bulk als opgenomen op de lijst van
Hoofdstuk 17 van de door de Internationale Maritieme Organisatie
vastgestelde International Code for the Construction and Equipment of
Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, 1983, daaronder begrepen
de latere wijzigingen daarvan, en de produkten voor welke
overeenkomstig artikel 1.1.3 van de Code door de betrokken bevoegde
autoriteit of havenautoriteit voorlopig geschikte vervoersvoorwaarden
zijn gegeven;
d. gevaarlijke en schadelijke stoffen, materialen en voorwerpen in
verpakte vorm die vallen onder de door de Internationale Maritieme
Organisatie vastgestelde International Maritime Dangerous Goods Code,
daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan;
e. tot vloeistof verdichte gassen als bedoeld in Hoofdstuk 19 van
de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde
International Code for the Construction and Equipment of Ships
Carrying Liquified Gases in Bulk, 1983, daaronder begrepen de latere
wijzigingen daarvan, en de produkten waarvoor overeenkomstig artikel
1.1.6 van de Code door de betrokken bevoegde autoriteit of
havenautoriteit voorlopige geschikte vervoersvoorwaarden zijn gegeven;
f. vloeistoffen in bulk met een vlampunt van niet meer dan 60°C
(gemeten met de gesloten kroes methode);
g. vaste bulkstoffen die chemisch gevaarlijke eigenschappen
bezitten die vallen onder Appendix B van de door de Internationale
Maritieme Organisatie vastgestelde Code of Safe Practice for Solid
Bulk Cargoes, daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, en die
gestort worden vervoerd.
2. Als gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 620, onderdeel a,
van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wordt tevens aangewezen het residu
van een stof in bulk met een vlampunt van niet meer dan 60°C (gemeten
met de gesloten kroes methode).
Artikel 3
Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1030, onderdeel a,
van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een stof of voorwerp waarvan de
bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het
internationale vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (Trb.
1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het
internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde
voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen
welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden
vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van
randnummer 10 011 niet overschrijden.
Artikel 4
Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1210, onderdeel a,
van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een stof of voorwerp waarvan de
bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het
internationale vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (Trb.
1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het
internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde
voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen
welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden
vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van
randnummer 10 011 niet overschrijden.
Artikel 5
Een gevaarlijke stof als bedoeld in artikel 1670, onderdeel a,
van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is een stof of voorwerp waarvan de
bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het
internationale vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (Trb.
1959, 171), daaronder begrepen de latere wijzigingen daarvan, het
internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde
voorwaarden toelaten, met uitzondering van die stoffen of voorwerpen
welke overeenkomstig de voorwaarden van randnummer 10 010 worden
vervoerd dan wel waarvan de hoeveelheden tijdens het vervoer die van
randnummer 10 011 niet overschrijden.
§ 2. Vaststelling bedragen beperking aansprakelijkheid
Artikel 6
1. Het bedrag bedoeld in artikel 1218 van Boek 8 van het
Burgerlijk Wetboek tot welke de exploitant van een voertuig zijn
aansprakelijkheid kan beperken wordt vastgesteld:
a. wanneer het vorderingen betreft terzake van dood of lichamelijk
letsel op 7,2 miljoen rekeneenheden per gebeurtenis;
b. wanneer het enige andere vordering betreft op 4,8 miljoen
rekeneenheden per gebeurtenis.
2. Indien is voldaan aan de vereisten voor aansprakelijkheid van
de exploitant uit anderen hoofde dan de artikelen 1210-1217 van Boek 8
van het Burgerlijk Wetboek, zo artikel 1213, vierde lid, eerste zin,
buiten toepassing wordt gelaten, worden in afwijking van het eerste lid,
de daar bedoelde bedragen vastgesteld:
a. wanneer het vorderingen betreft terzake van dood of lichamelijk
letsel op 18 miljoen rekeneenheden per gebeurtenis;
b. wanneer het enige andere vordering betreft op 12 miljoen
rekeneenheden per gebeurtenis.
Artikel 7
Het bedrag bedoeld in artikel 1678 van Boek 8 van het Burgerlijk
Wetboek tot welke de exploitant van een spoorweg zijn aansprakelijkheid
kan beperken wordt vastgesteld:
a. wanneer het vorderingen betreft terzake van dood of
lichamelijk letsel op 18 miljoen rekeneenheden per gebeurtenis;
b. wanneer het enige andere vordering betreft op 12 miljoen
rekeneenheden per gebeurtenis.
Artikel 8
De rekeneenheid, genoemd in de artikelen 6 en 7 is het bijzondere
trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale
Monetaire Fonds. De bedragen genoemd in de artikelen 6 en 7 worden
omgerekend in Nederlands geld naar de koers van de dag waarop de
schuldenaar voldoet aan een ingevolge artikel 642c van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering gegeven bevel tot storting of andere
zekerheidsstelling. De waarde van het Nederlandse geld, uitgedrukt in
bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de
waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de dag
van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en
transacties.
Artikel 9
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
§ 3. Slotbepalingen
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de
tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin het wordt geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit
aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen en milieuverontreiniging.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 december 1994
BEATRIX
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de achtentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager