|
BESLUIT van 18 april 1979 tot
uitvoering van de artikelen 7, eerste lid, 9, eerste lid, 10, vierde
lid, 15, eerste en tweede lid, en 18, vierde lid, van de
Huurprijzenwet woonruimte
WIJ JULIANA, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz., enz., enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening, drs. M.P.A. van Dam, van 7 september 1977,
nr. 0902932, Centrale Afdeling Juridische Zaken;
Gelet op
de artikelen 7, eerste lid, 9, eerste lid, 10, vierde lid, 15,
eerste en tweede lid, en 18, vierde lid, artikel 26a, eerste en
derde lid, van de Huurprijzenwet woonruimte (Wet van 18 januari
1979, Stb. 1979, 15);
De Raad
van State gehoord, advies van 22 november 1978, nr. 13;
Gezien het
nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting en
Ruimtelijke Ordening van 12 april 1979, nr. 0221927, Centrale
Afdeling Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. het bestuur en de
zittingsvoorzitters: het bestuur en de zittingsvoorzitters,
bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet
huurprijzen woonruimte;
b. inflatiepercentage: het
onmiddellijk voorafgaand aan de datum van 1 juli, ieder jaar in
januari door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte
percentage, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten
opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn
verhoogd.
2. Onder woonruimte welke een
zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een
woonwagen of een combinatie van een standplaats en een woonwagen.
3. Onder woonruimte welke niet een
zelfstandige woning vormt, wordt in dit besluit niet mede begrepen een
standplaats.
Artikel 2
Het bedrag, bedoeld in artikel 3, tweede
lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, is gelijk aan het
bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de
huurtoeslag.
Artikel 3 [Vervallen per 01-07-1996]
Artikel 4
1. Het bedrag van de bij wijze van
voorschot aan de Staat verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7,
eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, en het
bedrag van de vergoeding, bedoeld in dat lid, wordt vastgesteld op:
a. indien de verzoeker dan wel de
partij die niet de verzoeker is een natuurlijke persoon is: €
25, dan wel
b. indien de verzoeker dan wel de
partij die niet de verzoeker is een rechtspersoon is:€ 450.
2. Het bedrag van de aan de Staat
verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op€ 100.
Artikel 4a
Het bedrag van de aan de Staat
verschuldigde vergoeding, bedoeld in artikel 8 van de Uitvoeringswet
huurprijzen woonruimte, wordt vastgesteld op:
a. indien de verzoeker een
natuurlijke persoon is: € 25, dan wel
b. indien de verzoeker een
rechtspersoon is: €450.
Artikel 5
1.De in artikel 10, eerste lid, van de
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bedoelde waardering van de
kwaliteit van woonruimte vindt plaats:
a. voor woonruimte, welke een
zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder
A, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij
gegeven toelichting.
b. voor een woonwagen of een
standplaats overeenkomstig het in bijlage I, onder C, van dit
besluit vervatte waarderingsstelsel en de daarbij gegeven
toelichting;
c. voor woonruimte, welke niet een
zelfstandige woning vormt, overeenkomstig het in bijlage I, onder
B, van dit besluit vervatte waarderingsstelsel en de bij bijlage
I, onder A, gegeven toelichting voorzover deze mede op bijlage I,
onder B, van toepassing is.
2.De huurcommissie kan, indien de aard
van de woonruimte daartoe aanleiding geeft, de kwaliteit van
woonruimte beoordelen in afwijking van het in het eerste lid bepaalde.
Artikel 6
1. Bij de beoordeling van de
redelijkheid van de in rekening te brengen huurprijs ingevolge artikel
12, eerste lid, of artikel 16, eerste lid, van de Uitvoeringswet
huurprijzen woonruimte neemt de huurcommissie in aanmerking of zich
met betrekking tot de woonruimte een of meer van de omstandigheden,
bedoeld in bijlage II van dit besluit, voordoen. Daarbij wordt door de
huurcommissie ten laagste als de in rekening te brengen huurprijs die
zij redelijk acht, vermeld:
a. indien zich een omstandigheid
voordoet als bedoeld in bijlage II, onder 1, categorie A, van dit
besluit: 20% van de maximale huurprijsgrens;
b. indien zich een omstandigheid
voordoet als bedoeld in bijlage II, onder 1, categorie B, van dit
besluit: 30% van de maximale huurprijsgrens;
c. indien zich een omstandigheid
voordoet als bedoeld in bijlage II, onder 1, categorie C, van dit
besluit: 40% van de maximale huurprijsgrens.
2. Teneinde huurder en verhuurder
inzicht te bieden in het beleid van de huurcommissie inzake de in het
eerste lid bedoelde categorieën en de daarbij behorende verlaging van
de in rekening te brengen huurprijs die de huurcommissie doorgaans
redelijk zal achten, stellen het bestuur en de zittingsvoorzitters op
basis van door hen geformuleerde regels een geschrift op, genaamd
gebrekenboek. Het gebrekenboek is openbaar en ligt bij de
huurcommissie ter inzage.
3. In het gebrekenboek, bedoeld in het
tweede lid, wordt voor ieder van de in bijlage II, onder 1,
categorieën A, B en C, van dit besluit bedoelde omstandigheden
aangegeven welke de door de huurcommissie ten laagste uit te spreken
in rekening te brengen huurprijs zal zijn.
4. Indien de huurcommissie de in
bijlage II, onder 1, van dit besluit beschreven categorieën heeft
onderverdeeld naar de mate van de ernst waarin de bewoonbaarheid naar
haar oordeel wordt geschaad, is het derde lid op die onderverdeling
van overeenkomstige toepassing.
5. Indien zich tegelijkertijd twee of
meer omstandigheden voordoen als bedoeld in bijlage II, onder 1,
categorieën A, B en C, van dit besluit wordt voor de toepassing van
het eerste lid door de huurcommissie ten laagste als de in rekening te
brengen huurprijs die zij redelijk acht, vermeld de huurprijs,
behorend bij de omstandigheid waarvan door het bestuur en de
zittingsvoorzitters in het gebrekenboek de laagste in rekening te
brengen huurprijs is aangegeven.
Artikel 7 [Vervallen per 30-11-1999]
Artikel 7a [Vervallen per 01-07-1994]
Artikel 8 [Vervallen per 30-11-1999]
Artikel 8a
Indien woonruimte bestaat uit of deel
uitmaakt van een beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d,
van de Monumentenwet 1988 (Stb. 638) en indien woonruimte behoort tot
een beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 1, onder g,
van die wet, in dit geval voor zover vanwege het behoren tot een
beschermd stads- en dorpsgezicht door de verhuurder noodzakelijkerwijs
aan deze woonruimte gelden zijn besteed, beoordeelt de huurcommissie de
redelijkheid van een wijziging van de huurprijs of de redelijkheid van
een huurprijs als bedoeld in artikel 255 van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek, en de artikelen 11, eerste en derde lid, en 16, eerste lid, van
de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, met inachtneming van de door
de verhuurder voor de instandhouding van de monumentale waarde gemaakte
kosten. Het bepaalde in artikel 5 is niet van toepassing.
Artikel 9 [Vervallen per 30-11-1999]
Artikel 10 [Vervallen per 30-11-1999]
Artikel 11 [Vervallen per 30-11-1999]
Artikel 12
1.Bij ministeriële regeling worden de
maximale huurprijsgrenzen vastgesteld.
2.Bij ministeriële regeling worden elk
jaar op 1 juli de op 30 juni daaraan voorafgaande krachtens dit
besluit geldende maximale huurprijsgrenzen geïndexeerd met het
inflatiepercentage, met dien verstande dat de op basis daarvan
berekende bedragen naar boven worden afgerond op hele eurocenten.
Artikel 12a [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
[Dit artikel treedt niet meer in werking.
Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/315]
Artikel 12b [Treedt in werking op een
nader te bepalen tijdstip]
[Dit artikel treedt niet meer in werking.
Het artikel is ingetrokken door Stb. 2011/315]
Artikel 13
Bij ministeriële regeling kunnen nadere
voorschriften worden gegeven omtrent de uitvoering van dit besluit.
Artikel 14
1. Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit huurprijzen
woonruimte.
2. Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en
bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad
van State.
Soestdijk, 18 april 1979
JULIANA
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
G.Ph.
Brokx
Uitgegeven de zesentwintigste
april 1979
De Minister van Justitie,
J. de
Ruiter
Bijlage I bij het Besluit
huurprijzen woonruimte
A. Het waarderingsstelsel voor
woonruimte welke een zelfstandige woning vormt
|
1. Oppervlakte van vertrekken: |
1 punt per m2 |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
2. Oppervlakte van overige
ruimten: (berging, zolder, garage) |
3/4 punt per m2 |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
3. Verwarming: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
per verwarmd vertrek |
2 punten |
|
|
|
|
per overige ruimte |
1 punt * |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
4. Energieprestatie overeenkomend
met: |
Eengezinswoning |
|
|
Meergezinswoning** |
|
label A++ |
44 |
|
|
40 |
|
label A+ |
40 |
|
|
36 |
|
label A |
36 |
|
|
32 |
|
label B |
32 |
|
|
28 |
|
label C |
22 |
|
|
15 |
|
label D |
14 |
|
|
11 |
|
label E |
8 |
|
|
5 |
|
label F |
4 |
|
|
1 |
|
label G |
0 |
|
|
0 |
| |
|
|
|
|
|
Daar waar het
energieprestatiecertificaat ontbreekt wordt de energieprestatie
in afwijking van vorenstaande tabel bepaald aan de hand van de
volgende tabel: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Bouwjaarklasse |
Eensgezinswoning |
|
|
Meergezinswoning** |
|
2002 en later |
36 punten |
|
|
32 punten |
|
2000 t/m 2001 |
32 punten |
|
|
28 punten |
|
1998 t/m 1999 |
22 punten |
|
|
15 punten |
|
1992 t/m 1997 |
22 punten |
|
|
11 punten |
|
1984 t/m 1991 |
14 punten |
|
|
11 punten |
|
1979 t/m 1983 |
8 punten |
|
|
5 punten |
|
1977 t/m 1978 |
4 punten |
|
|
1 punt |
|
1976 of ouder |
0 punten |
|
|
0 punten |
| |
|
|
|
|
|
5. Keuken: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
lengte aanrecht: minder dan 1 m |
0 punten |
|
|
|
|
1 tot 2 m |
4 punten*** |
|
|
|
|
2m en meer |
7 punten*** |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
6. Sanitair: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
toilet |
3 punten |
|
|
|
|
wastafel |
1 punt |
|
|
|
|
douche |
4 punten*** |
|
|
|
|
bad |
6 punten*** |
|
|
|
|
bad/douche |
7 punten*** |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
7. Woonvoorzieningen voor
gehandicapten per € 226,89 van de kosten die de verhuurder aan
de voorziening heeft besteed |
|
|
|
1 punt |
| |
|
|
|
|
|
8. Privé-buitenruimten: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
tot 25 m2 |
2 punten |
|
|
|
|
25 tot 50 m2 |
4 punten |
|
|
|
|
50 tot 75 m2 |
6 punten |
|
|
|
|
75 tot 100 m2 |
8 punten |
|
|
|
|
100 m en meer |
10 tot 15 punten |
|
|
|
|
indien in het geheel géén
privé-buitenruimte: |
af: 5 punten |
|
|
|
|
carport |
2 punten |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
9. Woonvorm: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Eengezinshuizen: |
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
vrijstaande woning |
17 punten |
|
|
|
|
hoekwoning |
15 punten |
|
|
|
|
tussenwoning/eindwoning |
12 punten |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Woningen in meergezinshuizen: |
met lift |
|
zonder lift |
|
| |
|
|
|
|
|
begane grond |
6 punten |
|
6 punten |
|
|
1e verdieping |
5 punten |
|
3 punten |
|
|
2e verdieping |
4 punten |
|
1 punt |
|
|
3e verdieping |
4 punten |
|
0 punten |
|
|
4e verdieping en hoger |
4 punten |
|
0 punten |
|
| |
|
|
|
|
|
16 of minder woningen per
liftschacht |
2 punten per woning extra |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
Duplex: bovenwoning |
1 punt |
|
|
|
|
benedenwoning |
4 punten |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
10. Woonomgeving: |
ten hoogste 25 punten |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
11. Hinderlijke situaties: |
af ten hoogste 40 punten |
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
12. Bijzondere voorzieningen: |
|
|
|
|
|
Uitsluitend bij
serviceflatwoningen: |
bij: 35% van de ingevolge de
onderdelen 1 tot en met 11 toegekende punten. |
|
|
|
|
13.Punten voor schaarstegebied: |
– indien ten aanzien van
een woning die is gelegen in een gemeente, genoemd inbijlage
III, de laatstelijk onherroepelijk vastgestelde waarde op
voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
gedeeld door het aantal m2 van de vertrekken en de overige
ruimten, bedoeld in de onderdelen 1 en 2, van die woning,
hoger is dan €2.900: bij: 25 punten
– in alle andere gevallen
dan hiervoor bedoeld en indien een woning is gelegen in een
gemeente, genoemd in bijlage III: bij: 15 punten.
|
|
|
|
* maximaal 4 punten
** voor de energieprestatie wordt de
duplexwoning gewaardeerd als meergezinswoning
*** maximaal verdubbeling in verband
met kwaliteitsbijtelling (zie toelichting)
Toelichting behorende bij bijlage I,
onder A, het waarderingsstelsel voor woonruimte welke een zelfstandige
woning vormt
Inleiding
Deze toelichting op het
woningwaarderingsstelsel vormt een integraal onderdeel van dat
stelsel.
Het woningwaarderingsstelsel heeft op
zelfstandige woonruimte betrekking, in het navolgende kortweg als
'woning' aangeduid. Hierbij zij opgemerkt dat in artikel 234 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek zelfstandige woningen worden omschreven
als woningen met een eigen toegang welke de bewoner kan bewonen zonder
daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de
woning.
Binnen het in artikel 234 van Boek 7
van het Burgerlijk Wetboek omschreven begrip zelfstandige woning zal
redelijkerwijs ook begrepen kunnen worden de zogenaamde onvrije
woning, te weten een woning waarbij de bewoner voor wezenlijke
voorzieningen niet afhankelijk is van gemeenschappelijke
voorzieningen, maar waarbij verscheidene vertrekken uitkomen op een
gemeenschappelijke verkeersruimte. Indien deze vertrekken afsluitbaar
zijn en bereikbaar via een gemeenschappelijke verkeersruimte waarover
anderen niet krachtens zakelijk of persoonlijk recht bij uitsluiting
zeggenschap hebben, wordt deze woning als zelfstandige woning
gewaardeerd.
Tot het gehuurde behorende vertrekken,
overige ruimten en voorzieningen (verwarming en sanitair), die buiten
de woning, doch binnen het woongebouw zijn gelegen, worden
overeenkomstig dit woningwaarderingsstelsel gewaardeerd, mits het
mogelijk is het gebruik ervan door derden uit te sluiten.
Gemeenschappelijke vertrekken, overige
ruimten, of voorzieningen (verwarming, keuken of sanitair) voor
verscheidene zelfstandige woningen, welke binnen het woongebouw zijn
gelegen, worden overeenkomstig het woningwaarderingsstelsel
gewaardeerd; de punten worden evenredig over het aantal zelfstandige
woningen binnen het woongebouw verdeeld, ongeacht de grootte van de
afzonderlijke woningen.
Alleen die onderdelen worden in punten
gewaardeerd, die tot de onroerende zaak behoren. Door de bewoner
onverplicht en voor eigen rekening aangebrachte verbeteringen worden
niet met punten gewaardeerd, tenzij de verhuurder voor deze
verbeteringen een vergoeding aan de huurder heeft verstrekt.
Indien er sprake is van een
serviceflatwoning - de begripsomschrijving is opgenomen onder punt 12
van deze toelichting - wordt het puntentotaal van de waardering
volgens de onderdelen 1 tot en met 11 van het woningwaarderingsstelsel
met een percentage van 35 verhoogd. Deze verhoging wordt gegeven
vanwege het medegebruik door de huurders van dergelijke woningen van
de in het woongebouw en de daarbij behorende onroerende aanhorigheden
aanwezige voorzieningen, hetwelk in de waardering van de kwaliteit van
de serviceflatwoning volgens de onderdelen 1 tot en met 11 onvoldoende
tot zijn recht komt.
1. Oppervlakte en vertrekken
Onder vertrekken worden verstaan:
woonkamer, andere kamers, keuken, badkamer en doucheruimte. Andere
ruimten, zoals schuren, zolders, kelders, wasruimten, bijkeukens,
garages en bergingen, gang, (speel)hal en verkeersruimten, waaronder
begrepen de totale oppervlakte van overlopen, tellen niet mee als
vertrekken. Meting van de oppervlakte van vertrekken vindt plaats van
muur tot muur, op een hoogte van 1,50 meter boven de vloer, inclusief
de oppervlakte van alle tot de woning behorende losse en vaste kasten
(kleiner dan 2 m2). Deze meethoogte geldt ook als de oppervlakte
afwijkt van die op vloerniveau. Als oppervlakte van een vertrek met
een (ten dele) hellend of verlaagd plafond geldt dat gedeelte
waarboven het plafond ten minste 1,50 meter hoog is.
De vloeroppervlakte onder aanrechten,
toestellen, in de keuken, badkuip, lavet of douchebak, moederhaard,
c.v.-ketel en boilerinstallatie wordt meegeteld.
De oppervlakte die wordt ingenomen door
schoorsteenkanalen, ventilatie-kanalen of stand- of grondleidingen
wordt niet meegeteld.
Indien een toilet in een badruimte of
doucheruimte is geplaatst, wordt de oppervlakte van die ruimte met
één vierkante meter verminderd. Van de oppervlakte onder een open
dan wel gesloten vaste trap geldt dat gedeelte waar de ruimte tussen
vloer en onderkant trap tenminste 1,50 m hoog is.
Zolderruimten die tot vertrek zijn
bestemd, mogen slechts als vertrek gewaardeerd worden, indien deze
bereikbaar zijn via een vaste trap en indien de vloer begaanbaar en
het dak beschoten is.
Afronding van de oppervlakte op hele
vierkante meters vindt plaats na saldering van de oppervlakte van alle
vertrekken; bij 0,5 m2 of meer wordt afgerond naar boven, bij minder
dan 0,5 m2 naar beneden.
Waardering in punten vindt na saldering
en afronding plaats.
2. Oppervlakte van overige ruimten
Overige ruimten geen (speel)hallen,
gangen, verkeersruimten en/of overlopen zijnde, worden gewaardeerd met
driekwart punt per vierkante meter. Tot deze ruimten worden gerekend:
bijkeukens, bergingen, wasruimten, schuren, garages, zolders en
kelders.
Tot bergingen worden de volgende
ruimten gerekend: vaste kasten, bergingen in, achter, voor, dan wel
onder de woning, bergingen onder de kap van etagewoningen, bergingen
in flatgebouwen en dergelijke, mits deze een afzonderlijke ruimte
vormen.
De oppervlakte van een ruimte wordt
slechts meegeteld indien die ruimte afzonderlijk gelijk is aan of
groter dan twee vierkante meter, voorzover de plafondhoogte ten minste
1,50 meter is boven de vloer.
Meting van de oppervlakte vindt plaats
van muur tot muur, op een hoogte van 1,50 meter boven de vloer,
inclusief de oppervlakte van alle losse en vaste tot de woning
behorende kasten (kleiner dan 2 m2), alsmede de moederhaard, cv.-ketel
en boilerinstallatie, exclusief de oppervlakte die wordt ingenomen
door schoorsteenkanalen, ventilatiekanalen of stand- of
grondleidingen. Van de oppervlakte onder een vaste (open of gesloten)
trap, geldt dat gedeelte waar de ruimte tussen vloer en onderkant trap
tenminste 1,50 m hoog is. De oppervlakte die door een in ingeschoven
toestand liggende inschuifbare of opvouwbare trap wordt ingenomen,
wordt niet meegeteld.
De ruimten worden slechts als 'overige
oppervlakte' gewaardeerd als de vloer begaanbaar is. Betreft het een
zolder dan wordt daarnaast als voorwaarde gesteld, dat het dak
beschoten is en dat de zolderruimte via een tot woning behorende trap
bereikbaar is. Indien aan deze voorwaarden niet is voldaan, tellen die
ruimten bij de woningwaardering niet mee.
Indien geen vaste trap aanwezig is,
wordt het aantal punten van de vloeroppervlakte van de zolderruimte
met 5 verminderd, doch niet met meer punten dan voor de oppervlakte
van de zolderruimten wordt gegeven.
Afronding van de oppervlakte op hele
vierkante meters vindt plaats na saldering van de oppervlakte van de
afzonderlijke ruimten; bij 0,5 m2 of meer wordt naar boven afgerond,
bij minder dan 0,5 m2 naar beneden. Waardering in punten vindt na
saldering en afronding plaats.
3. Verwarming
Per verwarmd vertrek wordt, ongeacht de
verwarmingswijze, een waardering van twee punten toegepast, voorzover
de verwarming tot de onroerende zaak en zijn onroerende aanhorigheden
behoort. Alleen die vertrekken worden in dit kader meegeteld, die met
punten als vertrek zijn gewaardeerd. Open keukens, of vertrekken die
met een schuifwand met elkaar in verbinding staan, worden als
afzonderlijk vertrek geteld.
De waardering van twee punten is ook
van toepassing bij stadsverwarmingsinstallaties, indien uitsluitend in
de huurprijs een vergoeding voor de aansluiting op de stadsverwarming
is begrepen.
Indien buiten de huurprijs door de
huurder, rechtstreeks aan het stadsverwarmingsbedrijf, of met
tussenkomst van de verhuurder in de servicekosten, een vergoeding voor
die aansluiting wordt betaald, wordt per vertrek een waardering van
1½ punt toegepast.
4. Energieprestatie
De huurcommissie stelt de
energieprestatie in beginsel vast aan de hand van een op grond van
artikel 120 van de Woningwet en het Besluit energieprestatie gebouwen
voor de woning afgegeven energieprestatiecertificaat.
De huurcommissie kan afwijken van de
aangegeven puntenwaardering voor de energieprestatie horend bij A+ en
A++. Een dergelijke afwijking is uitsluitend mogelijk indien de
gemaakte kosten om deze energieprestatie te bereiken, aanmerkelijk
afwijken van hetgeen als gangbaar wordt beschouwd, of indien de
energieprestatie aanmerkelijk beter is dan hetgeen als gangbaar bij
A++ wordt beschouwd.
Daar waar een
energieprestatiecertificaat ontbreekt, wordt volstaan met de
waardering van de energieprestatie die een woning geacht wordt
minimaal te realiseren op grond van de in het bouwjaar vigerende
bouwnormen. Daardoor leidt het niet aanwezig zijn van een
energieprestatiecertificaat tot een lager aantal punten dan wanneer zo’n
certificaat wel is verstrekt. Immers, het waarderen van de
energieprestatie uitgaande van het bouwjaar van de woning houdt geen
rekening met het feit dat de energieprestatie van veel woningen door
het treffen van energiebesparende voorzieningen in de loop der tijd
verbetert. Die verbeteringen komen in een energieprestatiecertificaat
wel tot uitdrukking.
5. Keuken
De waardering van de keukeninstallatie
wordt bepaald naar de lengte van het aanrecht. De aanrechtlengte dient
over het midden van het bovenblad te worden gemeten; daarbij dienen
ingebouwde spoelbakken te worden meegeteld. Ingebouwde kookplaten
dienen niet te worden meegeteld.
De keuken dient te zijn voorzien van
aan- en afvoer van water en van ten minste één aansluitpunt voor
koken op gas of elektriciteit.
Een aanrecht dient ten minste voorzien
te zijn van onderkasten.
Indien dit niet het geval is, worden
geen punten toegekend.
Indien de keukenuitrusting en/of
-afwerking het niveau overschrijdt dat ten tijde van toepassing van
het waarderingsstelsel bij woningwetwoningen gangbaar is, kunnen extra
kwaliteitspunten worden toegekend tot maximaal het aantal punten dat
reeds op grond van de aanrechtlengte is bepaald.
Uitgangspunt daarbij is dat het aantal
punten bepaald wordt op grond van de investeringen die gedaan zijn om
de boven het niveau van woningwetwoningen uitgaande extra kwaliteit te
realiseren, voorzover deze investeringen in redelijke verhouding staan
tot de geboden extra kwaliteit. Per € 226,89 van de oorspronkelijke
investering kan 1 punt worden toegekend.
6. Sanitair
De waardering van het sanitair wordt
bepaald op grond van de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen.
Aan het toilet met waterspoeling,
geplaatst in een daartoe bestemde ruimte, worden, indien het toilet
binnen het woongebouw is gelegen, 3 punten toegekend.
Als douche moet worden meegeteld iedere
door de verhuurder aangebrachte installatie voor het nemen van een
stortbad. Baden worden met 6 punten gewaardeerd, ongeacht de lengte
van het bad. Indien een bad tevens is voorzien van een (hand)douche,
dient het douche-garnituur niet afzonderlijk geteld te worden. Indien
in de badruimte behalve het bad tevens een afzonderlijke douche is
aangebracht, geldt een waardering van 7 punten.
Bij bad- of doucheruimten wordt als
voorwaarde voor het toekennen van punten gesteld, dat de wand- en
vloerafwerking voldoende waterdicht is, dat er aansluitingspunten voor
warm en koud water zijn, dat de douche tevens is voorzien van
douchegarnituur. Indien in de bad- of doucheruimte een toilet is
geplaatst wordt dit toilet volledig gewaardeerd; de oppervlakte van de
ruimte wordt echter met één vierkante meter verminderd. Als
wastafels worden alle bakken geteld voor wassen en spoelen, die op de
waterleiding en op het huisriool zijn aangesloten, met uitzondering
van die waarboven een douche is aangebracht, en met uitzondering van
het bad en van de spoelbakken in een keukenaanrecht. Een bidet telt
als een wastafel. Een lavet telt als wastafel, tenzij deze is voorzien
van aansluitpunten voor warm en koud water en van een douchegarnituur;
dan vindt een waardering plaats met vier punten.
Indien het sanitair en/of de afwerking
van de bad- of doucheruimte een kwaliteitsniveau heeft dat het ten
tijde van de woningwaardering bij woningwetwoningen gangbare
overschrijdt, kunnen extra kwaliteitspunten worden toegekend tot
maximaal het aantal punten dat reeds voor de douche en/of bad is
bepaald. Per € 226,89 van de oorspronkelijke investering, die gedaan
is om de extra kwaliteit te realiseren, voorzover de investering in
redelijke verhouding staat tot de geboden extra kwaliteit, kan 1 punt
worden toegekend.
7. Voorzieningen als bedoeld in artikel
255, eerste lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek
(woonvoorzieningen voor gehandicapten):
Per € 226,89 van door de verhuurder
aan ingrepen in of aan de woonruimte ten behoeve van een gehandicapte
bestede kosten kan, voor zover deze kosten in een redelijke verhouding
staan tot de geboden kwaliteit, één punt worden toegekend. Het moet
dan wel gaan om ofwel ingrepen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onder g, onderdeel 6°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning,
ofwel ingrepen als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Wet
voorzieningen gehandicapten (inmiddels ingetrokken) ofwel ingevolge
een andere wettelijke regeling gesubsidieerde ingrepen die uitsluitend
geen woonvoorziening of onderdeel daarvan zijn in de zin van artikel
1, eerste lid, onder c, van de Wet voorzieningen gehandicapten, omdat
de kosten het in laatstbedoeld artikel genoemde bedrag te boven gaan.
Met deze waardering verkrijgt de verhuurder in een dergelijk geval een
redelijke rendementswaarborg voor het door hem geïnvesteerde vermogen
(derhalve de kosten van de ingrepen, verminderd met de eigen bijdrage
van de huurder en de financiële tegemoetkoming van gemeente of (bij
dure woonvoorzieningen) enige instantie die ingevolge een wettelijke
regeling die tegemoetkoming verleent).
8. Privé-buitenruimten
Privé-buitenruimten zijn tot de woning
behorende buitenruimten, waarvan de bewoners van de desbetreffende
woning krachtens de huurovereenkomst het exclusieve gebruiksrecht
hebben. Dit kunnen onder meer voor-, zij- of achtertuinen, balkons,
platjes of terrassen zijn.
Van deze buitenruimten wordt de gehele
onbebouwde oppervlakte gemeten, voorzover de ruimten afzonderlijk een
diepte en breedte hebben van 1,5 m of meer, gemeten loodrecht op de
voor-, achter- of zijgevel. Bij balkons wordt gemeten vanaf de
binnenzijde van het balconhek. Bij (gedeeltelijk) inpandige balkons
wordt bovendien gemeten ten opzichte van het terugliggende deel van de
gevel.
Een carport wordt gewaardeerd met twee
punten. De oppervlakte onder de carport wordt niet als
privé-buitenruimte gemeten.
Indien de woning in het geheel geen
privé-buitenruimte heeft, wordt een aftrek toegepast van 5 punten.
Franse balkons worden in dit kader niet als privé-buitenruimte
beschouwd.
Bij privé-buitenruimten groter dan 100
m2, kan, indien deze grotere oppervlakte als extra kwaliteit kan
worden beschouwd ten opzichte van wat er ter plaatse gangbaar is, een
hogere waardering worden gegeven met 2 punten per 25 m2 boven de 100
m2, oplopend tot maximaal 15 punten voor de privé-buitenruimte in
totaal (excl. carport).
9. Woonvorm
Onder een vrijstaande woning wordt een
woning verstaan, die los staat van andere bouwwerken welke niet tot de
onroerende zaak behoren, met in ieder geval aan drie zijden een
privé-buitenruimte, waarbij bovendien langs twee van de gevels de
privé-buitenruimte ten minste gemiddeld 2,5 meter breed is (al of
niet bebouwd met een tot de woning behorende schuur of garage). Onder
een hoekwoning wordt een eengezinswoning verstaan met een
privé-buitenruimte langs een van de zijgevels van gemiddeld ten
minste 2,5 meter breed (al dan niet bebouwd met een tot de woning
behorende schuur of garage). Een hoekwoning zonder deze ruimte van
gemiddeld 2,5 meter, geldt als eindwoning.
Drive-in woningen worden als
eengezinswoning gewaardeerd.
Maisonettes worden gewaardeerd als een
woning in een meergezinshuis; de verdiepingshoogte van het
hoofdwoonvertrek is bepalend voor het puntenaantal van de woonvorm.
Als de vloer van het hoofdwoonvertrek
van de benedenwoning in een meergezinshuis 1,5 meter of meer boven het
maaiveld ligt, wordt deze woning aangemerkt als een etagewoning op de
eerste verdieping.
De waardering van woningen met een
gemeenschappelijke binnentrap en/of overloop - de zogenaamde onvrije
woningen - wordt gelijk gesteld aan die van duplex woningen, met dien
verstande dat aan een dergelijke woning in een meergezinshuis op de 2e
verdieping of hoger geen punten worden toegekend.
Bij meergezinshuis met 16 woningen of
minder per liftschacht, kunnen per woning 2 punten worden bijgeteld.
Bij een serviceflatwoningen wordt het
puntentotaal ingevolge het waarderingsstelsel nog vermeerderd met een
toeslag van 35%; verwezen wordt verder naar de toelichting op
onderdeel 12.
10. Woonomgeving
Aan de woonomgeving kunnen maximaal 25
punten worden toegekend. Het verdient aanbeveling om de kwaliteit van
de woonomgeving te beoordelen op de aspecten, die in tabel a zijn
genoemd. Aan de gekozen aspecten dient een zodanig gewicht te worden
gegeven dat het maximaal aantal te behalen punten bij waardering van
de gekozen aspecten steeds 25 is. In de lijst van aspecten zijn tevens
maatstaven opgenomen voor het beoordelen van de aspecten. In een
aantal gevallen wordt de loopafstand als maatstaf aanbevolen. Een
overzicht van wat als regel als loopafstand wordt gehanteerd, is
opgenomen in tabel b.
Het verdient aanbeveling om de
waardering van de omgevingskwaliteit bij woningen binnen één
woongebouw, voor alle woningen gelijk te stellen.
Tabel a. Overzicht van liggingsaspecten
|
Aspecten |
|
Maatstaven |
|
1. |
Aankledingsgroen (zijn er
groenstrokenplantsoenen, bomen e.d. in de buurt aanwezig?) |
– niet aanwezig
– in beperkte mate aanwezig
– in ruime mate aanwezig
|
| |
|
|
|
2. |
Openbaar gebruiksgroen (is er een
buurt- of wijkpark(je), een bos of ander terrein, geschikt en
toegankelijk voor recreatie, in de omgeving van de woning?) |
– niet binnen loopafstand
aanwezig
– binnen loopafstand
aanwezig
– op korte afstand aanwezig
|
| |
|
|
|
3. |
Speelgelegenheid voor jonge
kinderen (is er geschikte speelruimte of aangelegde
speelgelegenheid voor jonge kinderen, bijvoorbeeld een
speelplaats, zandbak e.d.?) |
– niet binnen loopafstand
aanwezig
– binnen loopafstand
aanwezig
– op korte afstand aanwezig
|
| |
|
|
|
4. |
Speelgelegenheid voor oudere
kinderen (is er geschikte speelruimte of aangelegde
speelgelegenheid voor oudere kinderen, bijvoorbeeld trapveld,
speelweide, e.d.?) |
– niet binnen loopafstand
aanwezig
– binnen loopafstand
aanwezig
– op korte afstand aanwezig
|
| |
|
|
|
5. |
Basisonderwijs |
– niet binnen loopafstand
aanwezig
– binnen loopafstand
aanwezig
– op korte afstand aanwezig
|
| |
|
|
|
6. |
Winkels voor dagelijkse
levensbehoeften |
– niet binnen loopafstand
aanwezig
– binnen loopafstand
aanwezig
– op korte afstand aanwezig
|
| |
|
|
|
7. |
Stedelijke voorzieningen
(grootwinkelbedrijven, horeca, bioscopen, enz.) |
– niet aanwezig
– in beperkte mate aanwezig
– in ruime mate aanwezig
|
| |
|
|
|
8. |
Bereikbaarheid van de woningen
(zijn er mogelijkheden om in de directe omgeving van de woning
op de openbare weg voor korte tijd te parkeren?) |
– niet aanwezig
– in beperkte mate aanwezig
– in ruime mate aanwezig
|
| |
|
|
|
9. |
Openbare parkeergelegenheid (voor
lang parkeren) |
– niet voldoende aanwezig
binnen redelijke afstand
– voldoende aanwezig binnen
redelijke afstand
– in ruime mate aanwezig
binnen redelijke afstand
|
| |
|
|
|
10. |
Halte van het openbaar vervoer
(bus of tram) |
– niet binnen loopafstand
aanwezig
– binnen loopafstand
aanwezig
– op korte afstand aanwezig
|
|
11. |
Verkeersoverlast en -onveiligheid
(geluidshinder, trillingen, onveilige verkeerssituaties) |
woningen gelegen aan:
– straat met overwegend
doorgaand verkeer
– straat met overwegend
buurtverkeer
– straat zonder
gemotoriseerd verkeer
|
| |
|
|
|
12. |
Onderhoudstoestand woonomgeving
(hoe is de onderhoudstoestand van bestrating en openbaar groen
in de buurt?) |
– slecht onderhouden
– redelijk onderhouden
– goed onderhouden
|
| |
|
|
|
13. |
Ligging nabij bedrijven waarvan
hinder wordt ondervonden in de vorm van lawaai, stank,
verkeersoverlast, opslag of vervuiling |
– veel hinder
– weinig hinder
– geen hinder
|
Tabel b. Loopafstanden tot de
belangrijkste wijkvoorzieningen
|
I. Openbaar gebruiksgroen |
ca. 400-800 meter |
|
II. Speelgelegenheid voor jonge
kinderen |
ca. 100-200 meter |
|
III. Speelgelegenheid voor oudere
kinderen |
ca. 400-800 meter |
|
IV. Basisonderwijs |
ca. 400-800 meter |
|
V. Winkels voor dagelijkse
levensbehoeften |
ca. 400-800 meter |
|
VI. Openbare parkeergelegenheid
voor lang parkeren |
ca. 100-200 meter |
|
VII. Halte van het openbaar
vervoer (bus of tram) |
ca. 400-800 meter |
Puntenboeken
Teneinde huurder en verhuurder inzicht
te bieden in de waardering van de woonomgeving die de huurcommissie
doorgaans als redelijk zal beschouwen, worden «puntenboeken»door het
bestuur en de zittingsvoorzitters opgesteld op basis van de door hen
geformuleerde regels. De puntenboeken zijn openbaar en liggen bij de
huurcommissie ter inzage. In deze puntenboeken wordt de
omgevingswaardering van de buurt, de straat of het straatdeel of de
woning vermeld.
De waardering van de woonomgeving kan
zowel per woning plaatsvinden, als per gebied. Indien voor een
waardering per gebied wordt gekozen (wijk, buurt, straat of
straatdeel), verdient het aanbeveling om de gebiedsgrootte in ieder
geval te beperken tot ongeveer 400 * 400 meter.
Aftopping omgevingswaardering bij
kleinere woningen
De waardering van de woonomgeving kan
bij kleine woningen worden afgetopt. Bij woningen waarvan de som van
vertrek- en oppervlakte van overige ruimten kleiner is dan 35 m2 wordt
aanbevolen om de omgevingswaardering die eigenlijk van kracht is, te
verminderen met 25%.
11. Hinderlijke situaties
Er kunnen zich gevallen voordoen van
hinder in de woonomgeving. Indien deze hinder zo groot is dat de
waardering van de woonomgeving daaraan geen recht doet, kan een aftrek
worden toegepast van totaal maximaal 40 punten. Aftrek is uitsluitend
mogelijk voor hinderlijke situaties waarmee niet al op andere wijze
bij de waardering rekening is gehouden. Hierbij kan vooral worden
gedacht aan ernstige geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoor- en
vliegverkeer of industrie, aan ernstig verval van de buurt of aan
hinder door stadsvernieuwingsactiviteiten en aan in de directe
omgeving van de woning optredende niet-incidentele bodem- of
luchtverontreiniging. Onderstaand wordt ingegaan op de voornaamste
hinderlijke situaties, waarbij voor geluidsoverlast door
verkeersmiddelen en door industrie, alsmede voor
stadsvernieuwingsactiviteiten een nadere normering met bijbehorende
daarvoor geldende (beperkte) aftrek wordt aangegeven.
Geluidsoverlast
Geluidsoverlast kan leiden tot een
aftrek van maximaal 35 punten, voorzover deze overlast niet van
incidentele aard is. Maatstaf voor de puntenaftrek is de
gevelbelasting, in etmaalwaarde, per geluidsbron. Daarbij wordt
onderscheid gemaakt tussen overlast ten gevolge van wegverkeer,
spoorwegverkeer en industrie. Alleen indien het in tabel c vermelde
geluidsniveau zich voordoet, wordt een aftrek als in die tabel vermeld
toegepast.
Tabel c. Puntenaftrek in verband met
geluidsoverlast
|
Geluidsbelasting
aan de gevel |
Weg* |
Spoor |
Industrie |
Vliegverkeer |
|
51 tot en met 55 dB(A) |
– |
– |
2 |
|
|
56 tot en met 60 dB(A) |
– |
– |
5 |
|
|
61 tot en met 65 dB(A) |
|
|
10 |
|
|
66 tot en met 70 dB(A) |
|
|
35 |
|
|
59 tot en met 63 dB |
2 |
2 |
|
|
|
64 tot en met 68 dB |
5 |
5 |
|
|
|
69 tot en met 73 dB |
10 |
10 |
|
|
|
meer dan 73 dB |
35 |
35 |
|
|
|
41 tot en met 45 ke |
|
|
|
5 |
|
46 tot en met 55 ke |
|
|
|
10 |
|
56 tot en met 65 ke |
|
|
|
15 |
|
meer dan 65 ke |
|
|
|
35 |
* De geluidsbelasting van de weg is
exclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wet geluidhinder.
Bij hinder van meer dan één
geluidsbron wordt de aftrek gekozen van de bron die tot de hoogste
puntenaftrek leidt. De aftrek in verband met wegverkeer geldt alleen
bij wegen met een verkeersintensiteit van ten minste gemiddeld 2400
voertuigen per etmaal.
Bij een geluidsbelasting aan de gevel
van woningen met een puntenaftrek volgens bovenstaande tabel kunnen
maatregelen zijn dan wel worden getroffen om de geluidsoverlast van de
woningen te beperken. Indien als gevolg van deze maatregelen het
geluidsniveau binnen de woningen minder dan 43 dB voor weg- en
spoorweglawaai en minder dan 33 dB voor industrielawaai bedraagt,
wordt de puntenaftrek gehalveerd.
Stadsvernieuwingsaftrek
Aanbevolen wordt een aftrek voor
buurten die ernstig in verval zijn of waar
stadsvernieuwingsactiviteiten in uitvoering zijn, van ten hoogste 10
punten. De aftrek wordt slechts toegepast in gebieden die aangewezen
zijn overeenkomstig artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening.
Puntenboeken
Het verdient aanbeveling dat daar waar
relatief vaak een puntenaftrek vanwege hinderlijke situaties gegeven
kan worden, door het bestuur en de zittingsvoorzitters, op basis van
de door hen geformuleerde regels, van de desbetreffende buurt, straat
of straatdelen, in de puntenboeken met betrekking tot de waardering
van de kwaliteit van de woonomgeving, tevens de puntenaftrek wordt
vermeld die in het kader van de waardering van hinderlijke situaties
doorgaans door de huurcommissie als redelijk zal worden beschouwd.
Deze puntenboeken zijn openbaar en liggen bij de huurcommissie ter
inzage.
12. Serviceflatwoningen
Onder serviceflatwoning wordt voor de
toepassing van dit onderdeel van de puntenwaardering verstaan: een in
een woongebouw gelegen woonruimte die een zelfstandige woning vormt en
waarbij de op deze woonruimte betrekking hebbende overeenkomst van
huur en verhuur ten minste mede omvat:
a. de aanwezigheid in de woning van
een noodoproepinstallatie;
b. het verstrekken van maaltijden
vanwege de verhuurder;
c. de levering vanwege de
verhuurder indien nodig van medische, dan wel paramedische zorg
van eenvoudige aard;
d. het gebruik van de tot het
woongebouw of zijn onroerende aanhorigheden ten minste behorende
ruimten voor recreatie en voor het verstrekken van logies aan door
de huurder aangewezen derden;
e. leveringen en diensten vanwege
de verhuurder aan de huurder, strekkende tot het verwezenlijken
van het gebruik van de onder d bedoelde ruimten overeenkomstig de
bestemming.
Uitdrukkelijk zij vermeld dat
bovenstaande opsomming van elementen niet limitatief is; ook andere
elementen kunnen onderdeel uitmaken van de overeenkomst.
Essentiële elementen zijn derhalve:
- een in de woning aanwezige
noodoproepinstallatie (onderdeel a); in of in de onmiddellijke
nabijheid van het gebouw dient permanent iemand aanwezig te zijn,
die op een oproep onmiddellijk reageert;
- het verstrekken aan de huurder
vanwege de verhuurder van maaltijden (onderdeel b); de
verstrekking van maaltijden kan ook plaatsvinden in speciaal
daarvoor bestemde ruimten of in de recreatiezaal;
- de levering indien nodig van
(para)medische hulp van eenvoudige aard vanwege de verhuurder
(onderdeel c); het betreft het aanbrengen van verbandmiddelen e.d.,
zo nodig in overleg met de behandelend arts;
- het gebruik van tot het
woongebouw of de aanhorigheden behorende ruimten voor recreatie
(waar bijvoorbeeld ook hobbies kunnen worden beoefend) en voor het
bieden van logies aan familie of kennissen van de huurder bij
bezoeken van langer dan een dag (onderdeel d);
- leveringen en diensten vanwege de
verhuurder aan de huurder, strekkende tot een gebruik
overeenkomstig de bestemming van de hierboven genoemde ruimtes
(zoals materiaal voor recreatie en bedden en beddegoed voor
logies) (onderdeel e).
Voor de goede orde zij opgemerkt dat de
woorden 'vanwege de verhuurder' zijn gebruikt om aan te geven dat die
vormen van service niet door de verhuurder zelf behoeven te worden
verleend, maar ook via een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon
kunnen worden verleend, mits het maar op een (mede) door de verhuurder
opgezette en met de huurder in onverbrekelijke samenhang met de
huurovereenkomst overeengekomen constructie berust.
De aandacht wordt er verder nog op
gevestigd dat de jurisprudentie inzake de huurwetgeving (onder meer HR
28 juni 1985, NJ 86-38 en HR 19 februari 1993, NJ 93-247) keer op keer
laat zien dat de benaming welke partijen aan hun overeenkomst en aan
de verschillende woonruimtevormen hebben gegeven, niet doorslaggevend
is.
13. Waardering woning in
schaarstegebied
Inbijlage III zijn de gemeenten die
gelegen zijn in het zogenoemde schaarstegebied opgenomen. Indien een
woning is gelegen in een van die gemeenten en de laatstelijk
onherroepelijk vastgestelde waarde op voet van hoofdstuk IV van de Wet
waardering onroerende zaken gedeeld door het aantal m2 van de
vertrekken en de overige ruimten, bedoeld in de onderdelen 1 en 2, van
die woning hoger is dan € 2 900, worden 25 punten toegekend. In alle
andere gevallen worden ten aanzien van een woning die is gelegen in
een van die gemeenten, 15 punten toegekend.
14. Slotopmerking
Het puntentotaal per woning wordt na
eindsaldering (met inbegrip van de bij serviceflatwoningen geldende
toeslag) afgerond op hele punten. Bij 0,5 punten of meer wordt
afgerond naar boven op hele punten, bij minder dan 0,5 punten wordt
afgerond naar beneden op hele punten.
B. Waarderingsstelsel voor woonruimte
welke niet een zelfstandige woning vormt
| |
|
Punten |
|
1. |
– Oppervlakte1 van kamer(s) en
van een keuken, behorende uitsluitend tot de onzelfstandige
woonruimte per m2 |
5 |
| |
|
|
| |
– Oppervlakte van verwarmde,
gemeenschappelijke verblijfsruimten, waaronder begrepen een
woonkeuken, van minstens 15 m2 per m2 |
5, te delen door het aantal
woonruimten |
|
2. |
Verwarmingsmogelijkheden |
|
| |
– Bij aanwezigheid van CV, per
m22oppervlakte verwarmde kamer(s) en keuken, behorende
uitsluitend tot de onzelfstandige woonruimte |
3/4 |
| |
– Bij aanwezigheid van een
gasaansluiting en tevens een schoorsteen of rookgasafvoerkanaal
voor gaskachel(s) |
3 |
| |
– Bij aanwezigheid van
uitsluitend een bruikbare schoorsteen |
0 |
|
3. |
Kookgelegenheid |
|
| |
– Een keuken3 in een
afzonderlijk vertrek, behorende uitsluitend tot de
onzelfstandige woonruimte, of een keuken3in een woonvertrek,
behorende uitsluitend tot de onzelfstandige woonruimte, indien
dit vertrek tenminste 25 m22 meet |
20 |
| |
– Een keuken3 in een
woonvertrek, behorende uitsluitend tot de onzelfstandige
woonruimte, indien dit vertrek minder dan 25 m22, doch meer dan
15 m22meet |
10 |
| |
– Een keuken3, behorende
uitsluitend tot de onzelfstandige woonruimte, doch gelegen in
een gemeenschappelijk vertrek |
10 |
| |
– Een gemeenschappelijke
keuken3, behorende bij niet meer dan 5 wooneenheden |
4 |
| |
– Een gemeenschappelijke
kookgelegenheid, behorende bij meer dan 5 wooneenheden |
0 |
| |
– Een kookgelegenheid die niet
aan de vereisten van een keuken3 voldoet |
0 |
|
4. |
Toilet |
|
| |
– Een w.c., behorende
uitsluitend tot de onzelfstandige woonruimte |
12 |
| |
– Een gemeenschappelijke w.c.,
behorende tot niet meer dan 5 wooneenheden |
2 |
| |
– Een gemeenschappelijke w.c.,
behorende tot meer dan 5 wooneenheden |
0 |
| |
– Een w.c. die alleen via de
buitenlucht is te bereiken |
0 |
|
5. |
Wasgelegenheid |
|
| |
– Een douche of bad, behorende
uitsluitend tot de onzelfstandige woonruimte |
15 |
| |
– Een gemeenschappelijke douche
of bad, behorende tot niet meer dan 8 wooneenheden |
3 |
| |
– Een gemeenschappelijke douche
of bad, behorende tot meer dan 8 wooneenheden |
0 |
| |
– Een wastafel (of een niet als
keuken meegeteld aanrecht) gelegen binnen de onzelfstandige
woonruimte of in een ruimte behorende uitsluitend tot de
onzelfstandige woonruimte |
10 |
| |
– Een wastafel (géén
aanrecht, of fonteintje in toilet) in een gemeenschappelijke,
maar afsluitbare ruimte, behorende bij niet meer dan 5
wooneenheden |
2 |
| |
– Een wastafel behorende tot
meer dan 5 wooneenheden |
0 |
|
6. |
Kwaliteitsfactoren |
|
|
BIJ: |
a. Bij aanwezigheid van
thermostatische regelknoppen op de radiatoren van de CV |
3 |
| |
b. Bij aanwezigheid van een
buitenruimte (balkon, plaatsje, tuin, terras e.d.) uitsluitend
behorende tot de onzelfstandige woonruimte: |
|
| |
groter dan 10 m2 |
9 |
| |
van 4 tot 10 m2 |
3 |
| |
c. Bij aanwezigheid van een
buitenruimte voor gemeenschappelijk gebruik: |
|
| |
groter dan tot m2 |
6 |
| |
van 4 tot 10 m2 |
2 |
| |
d. Bij aanwezigheid van een
fietsenberging, behorende uitsluitend tot de onzelfstandige
woonruimte |
6 |
| |
e. Bij aanwezigheid van een
gemeenschappelijke fietsenberging |
3 |
|
AF:4 |
f. Wanneer de totale
vloeroppervlakte van woon– en slaapvertrek minder is dan 10 m2 |
– 10 |
| |
g. Bij extreme omstandigheden in
de woonomgeving van het pand, die ernstige overlast opleveren |
– 15 |
| |
h. Indien de onzelfstandige
woonruimte of de w.c. uitsluitend via een woon– of
slaapvertrek van een niet tot het huishouden van de huurder
behorende persoon bereikbaar is |
– 10 |
| |
i. Bij situering van het
woonvertrek op de 5e verdieping of hoger zonder lift |
– 5 |
| |
j. Bij een ruitoppervlakte in het
(hoofd)woonvertrek van minder dan 0,75 m2 |
– 10 |
| |
k. Wanneer het laagste raamkozijn
van het (hoofd)woonvertrek meer dan 1,60 m boven de vloer is |
– 10 |
| |
l. Wanneer tegenover het
(grootste) raam van het (hoofd)woonvertrek een gevelwand ligt
binnen een afstand van 5 meter |
– 10 |
| |
m. Indien in de onzelfstandige
woonruimte en bovendien in de gemeenschappelijke ruimten geen
warme maaltijden mogen worden bereid |
– 20 |
1 Als oppervlakte van een vertrek met
een (ten dele) hellend of verlaagd plafond geldt dat gedeelte,
waarboven het plafond tenminste 1,50 meter hoog is.
2 Afronding: bij 0,5 m2 of meer naar
boven, bij minder dan 0,5 m2 naar beneden.
3 Onder 'keuken' te verstaan een
aanrecht van minstens 1 meter lengte met onderkast, warm en koud
water, plaatsingsmogelijkheid en aansluiting voor een kooktoestel, en
plaatsingsmogelijkheid en geaarde aansluiting voor een koelkast, het
geheel voorzien van een ventilatiemogelijkheid.
4 In totaal kan niet meer worden
afgetrokken dan 50% van alle positieve punten.
C. Het waarderingsstelsel voor
woonwagens en standplaatsen
I. Basiswaardering woonwagens en
standplaatsen
A. Woonwagens:
Woonwagens met een lengte tot en met
9.1 meter zonder sanitair : 38 punten
Woonwagens met een lengte tot en met
11.1 meter zonder sanitair: 44 punten
of met sanitair: 52 punten
Woonwagens met een lengte tot en met 13
meter zonder sanitair: 49 punten
of met sanitair: 57 punten
Woonwagens met een lengte tot en met 15
meter zonder sanitair: 55 punten
of met sanitair: 63 punten
Aanbouw extra slaapvoorziening : 11
punten
Boven de aangegeven puntentotalen
kunnen voor extra kwaliteit van keuken en sanitair extra punten worden
toegekend (zie toelichting bij bijlage I, onder A). Boven de
aangegeven puntentotalen kunnen tevens extra punten worden toegekend
voor woonvoorzieningen ten behoeve van een gehandicapte, als bedoeld
in artikel 255, eerste lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek.
B. Standplaatsen:
Standplaatsen kleiner dan 145 m2 met
berging en sanitair : 39 punten
of met berging maar zonder sanitair: 23
punten
Standplaatsen van 145 m2 tot 170 m2 met
berging en sanitair : 46 punten
of met berging maar zonder sanitair: 30
punten
Standplaatsen vanaf 170 m2 met berging
en sanitair : 53 punten
of met berging maar zonder sanitair: 37
punten
Boven de aangegeven puntentotalen
kunnen voor extra kwaliteit van sanitair extra kwaliteitspunten worden
toegekend (zie toelichting bij bijlage I, onder A,). Bij
standplaatsen, groter dan 200 m2, kunnen voor het aspect privé
buitenruimte ten hoogste 10 extra kwaliteitspunten worden toegekend
(zie toelichting, onder I, punt 7). Boven de aangegeven puntentotalen
kunnen tevens extra punten worden toegekend voor woonvoorzieningen ten
behoeve van een gehandicapte, als bedoeld in artikel 255, eerste lid,
onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
II. Woonomgeving:
Maximaal 25 punten bij te tellen bij de
basiswaardering van de standplaats.
III
[Vervallen.]
IV. Hinderlijke situaties:
Ten hoogste 40 punten af te trekken van
de basiswaardering van de standplaats.
Toelichting behorende bij bijlage I,
onder C, het waarderingsstelsel voor woonwagens en standplaatsen
Inleiding
In verband met het streven om te komen
tot een minder gedetailleerd waarderingsstelsel is de
kwaliteitsbepaling van woonwagens en standplaatsen toegespitst op een
viertal onderdelen: de basiswaardering, de woonomgeving, de
veroudering en de aanwezigheid van hinderlijke situaties.
De basiswaardering van woonwagens is
verricht op basis van de karakteristieken van standaard
Vrom-woonwagens zonder extra slaapvoorziening (zoals beschreven in
artikel 9 van de inmiddels vervallen Regeling geldelijke steun
huurwoonwagens). Het waarderingsstelsel voor zelfstandige woonruimte
is daarbij uitgangspunt geweest. Allereerst is er een onderscheid
gemaakt in woonwagens met en woonwagens zonder sanitair. Binnen deze
groepen worden de wagens naar lengte onderverdeeld, waarbij zij
opgemerkt dat er geen woonwagens worden gebouwd met een lengte van
minder dan 9.1 meter en voorzien van sanitair. Bij standplaatsen is de
primaire verdeling toegepast naar standplaatsen voorzien van berging
en sanitair en naar standplaatsen met alleen een berging. Binnen deze
verdeling zijn de standplaatsen in drie groepen naar oppervlak
onderverdeeld.
Naar afmeting en basisvoorzieningen
zijn woonwagens in grote lijnen te onderscheiden in:
- woonwagens van 9.1 meter zonder
sanitair;
- woonwagens van 11.1 meter zonder
of met sanitair;
- woonwagens van 13 meter zonder of
met sanitair;
- woonwagens van 15 meter zonder of
met sanitair.
Bij standplaatsen zijn de volgende
soorten te onderscheiden:
- standplaatsen met een oppervlakte
tot 145 m2 met berging en sanitair of alleen met berging;
- standplaatsen met een oppervlakte
van 145 tot 170 m2 met berging en sanitair of alleen met berging;
- standplaatsen met een oppervlakte
vanaf 170 m2 met berging en sanitair of alleen met berging.
Bij de toepassing van het
waarderingsstelsel wordt de basiswaardering van de woonwagen verlaagd
met de punten als gevolg van veroudering. In verband met het kenmerk
van verplaatsbaarheid van een woonwagen zijn voor het bepalen van de
kwaliteit van de wagen de aspecten woonomgeving en hinderlijke
situaties, die plaatsgebonden zijn, buiten de waardering van de wagen
gehouden.
De basiswaardering van de standplaats
wordt verhoogd met de waarderingspunten voor woonomgeving en verlaagd
met de punten als gevolg van verouderingsaftrek en eventuele
hinderlijke situaties.
Hierna is per aspect onderbouwd hoe de
basiswaardering per soort wagen en standplaats tot stand is gekomen.
Voor de huurcommissie en de rechter kan deze toelichting tevens als
leidraad dienen in uitzonderingssituaties. Daarbij vindt de afronding
van de oppervlakte op hele vierkante meters plaats na saldering van de
oppervlakte van de afzonderlijke ruimten; bij 0,5 m2 of meer wordt
naar boven afgerond, bij minder dan 0,5 m2 naar beneden. Waardering in
punten vindt na saldering en afronding plaats.
In de samenvatting van deze toelichting
is de onderbouwing van de basiswaardering in een overzicht verwerkt.
I. De basiswaardering woonwagen en
standplaats
1. Oppervlakte van vertrekken (alleen
voor wagens): 1 punt per m2.
De maten en de puntenaantallen zijn,
zoals hiervoor reeds is vermeld, gerelateerd aan de
standaardafmetingen van de zogenaamde VROM-huurwagens. Meting van de
oppervlakte geschiedt met inachtneming van de richtlijnen die zijn
neergelegd in bijlage I van dit besluit. De standaardlengten bij
wagens zijn 9,1 m, 11,1 m, 13 m en 15 m bij een standaardbreedte van
3,5 m.
Dit geeft afgerond het volgende
resultaat:
| |
woonwagens |
|
|
|
|
|
|
| |
zonder sanitair |
|
|
|
met sanitair |
|
|
|
lengte woonwagen in m |
9,1 |
11,1 |
13 |
15 |
11,1 |
13 |
15 |
|
1. opp. vertrekken |
26 p |
31 p |
35 p |
40 p |
31 p |
35 p |
40 p |
Bij woonwagens met een lengte groter
dan 15 m en/of breder dan 3,5 m. kan gekozen worden voor een
afwijkende basiswaardering.
Voor de aangebouwde extra
slaapvoorziening geldt een waardering van 11 punten uitgaande van een
genormeerde afmeting van 3 m * 3,5 m.
2. Oppervlakte van overige ruimten: 3/4
punt per m2.
Onder overige ruimten wordt verstaan:
bergingen, schuren, garages, zolders en kelders. Bij woonwagens komen
deze voorzieningen niet of slechts sporadisch voor. Derhalve is dit
aspect bij de basiswaardering van woonwagens buiten beschouwing
gelaten.
Bij de standplaats is er per definitie
sprake van overige ruimten in het voorzieningengebouw. De gemiddelde
afmeting buitenwerks gemeten van een berging met sanitair is 3m * 5m
of 15 m2. Het oppervlak van een afzonderlijke berging is de helft
daarvan. Uitgegaan is van een waardering van respectievelijk 10 en 5
punten (afgerond).
3. Verwarming:
Woonwagens en voorzieningengebouwen op
standplaatsen zijn niet voorzien van ruimteverwarming. Derhalve is bij
de waardering geen rekening gehouden met dit aspect. Voorzover sprake
is van stadsverwarming of anderszins geschiedt de waardering van dit
aspect analoog aan de waardering bij zelfstandige woonruimte.
4. Warmte-isolatie:
Bij de woonwagens zou bij een
individuele waardering met gebruikmaking van het waarderingsstelsel
voor zelfstandige woningen, maximaal 15 punten voor warmte-isolatie
kunnen worden toegekend:
Dubbelglas 0,4 punt per m2
Spouwisolatie 1 punt
Vloerisolatie 2 punten
Dakisolatie 2 punten
Gevelisolatie aan de buitenzijde 6
punten
Rekening houdend met de beperkte
afmetingen van woonwagens vergeleken met woningen, is uitgegaan van 11
punten voor de 15 m-wagen. Daarbij is geen onderscheid gemaakt of er
wel of geen inpandig sanitair aanwezig is. De reden hiervoor is dat
dit onderscheid niet wezenlijk is in relatie tot de warmte-isolatie.
Voor de warmte-isolatie bij woonwagens
geldt de navolgende waardering:
|
lengte woonwagen in m. |
9 .1 |
11.1 |
13 |
15 |
|
4. Warmte-isolatie |
8 p |
9 p |
10 p |
11 p |
Voor het aspect warmte-isolatie bij
standplaatsen is uitgegaan van een beperkte waardering :
voor sanitaire ruimte en berging : 3
punten
voor alleen een berging : 0 punten
5. Keuken:
De waardering van de keukeninstallatie
wordt bij woningen bepaald naar de lengte van het aanrecht. Voor
woonwagens is voorgeschreven een keukenblok van tenminste 1,5 meter.
Bij de basiswaardering is derhalve voor alle woonwagens voor dit
aspect uitgegaan van 4 punten.
Indien de keukenuitrusting en/of
-afwerking het kwaliteitsniveau overschrijdt dat bij woonwagens
gangbaar is, kunnen extra kwaliteitspunten (maximaal 4 punten) worden
toegekend boven de basiswaardering.
6. Sanitair:
Bij de waardering van het sanitair is
in de basiswaardering tenminste rekening gehouden met 8 punten.
Uitgegaan is van de standaard uitrusting bestaande uit: toilet (3
punten), wastafel (1 punt) en douche (4 punten).
Indien het sanitair en/of de afwerking
van de bad- of doucheruimte een kwaliteitsniveau heeft dat het bij
woonwagens en/of standplaatsen gangbare overschrijdt, kunnen extra
kwaliteitspunten (maximaal 8 punten) worden toegekend boven de
basiswaardering.
7. Privé-buitenruimten en woonvorm:
De aspecten privé-buitenruimten en
woonvorm zijn alleen van toepassing bij de waardering van de
standplaats.
Ten aanzien van de privé-buitenruimte
is uitgegaan van de extrapolatie van de waardering van de
privé-buitenruimten bij woningen. De oppervlakte van de standaard
standplaats wordt verminderd met een genormeerde oppervlakte van 60 m2
voor de ruimte die gemiddeld door de wagen en het voorzieningengebouw
wordt ingenomen. Hierdoor wordt het aantal punten en de huurprijs van
de standplaats niet afhankelijk van de omvang en de situering van de
daarop geplaatste wagen. Hiermee wordt voorkomen dat bij zodanige
plaatsing buitenruimten ontstaan die smaller zijn dan 1,5 m en dus
niet meegewaardeerd mogen worden.
Dit geeft het volgende resultaat:
- standplaats met een oppervlakte,
kleiner dan 145 m2: 6 punten
- standplaats met een oppervlakte
van 145 tot 170 m2: 10 punten
- standplaats met een oppervlakte,
groter dan 170 m2: 15 punten *[1]
Voor de vrijstaande danwel de hoek- of
tussenwoning worden respectievelijk 17, 15 en 12 punten toegekend. Bij
de waardering van de woonvorm is er een relatie gelegd tussen de
waardering van de woonvorm (vrijstaande, hoek- of tussenperceel) en de
afmeting van de standplaats.
Aangenomen mag worden dat er een
samenhang is tussen de afmeting van de standplaats en de situering
(vrijstaand, hoek- of tussenperceel). Reden waarom de aspecten
privé-buitenruimte en woonvorm beschouwd zijn als één geheel.
Dit geeft het volgende resultaat:
Standplaatsen met een oppervlakte,
kleiner dan 145m2: 6 punten voor de privé-buitenruimte vermeerderd
met 12 punten voor de woonvorm = 18 punten.
Standplaatsen met een oppervlakte van
145m2 tot 170 m2: 10 punten voor de privé-buitenruimte vermeerderd
met 15 punten voor de woonvorm = 25 punten.
Standplaatsen met een oppervlakte,
groter dan 170m2: 15 punten *[2]voor de privé-buitenruimte
vermeerderd met 17 punten voor de woonvorm = 32 punten.
II. Woonomgeving: bijtelling van
maximaal 25 punten
Vanwege de woonomgeving kunnen maximaal
25 punten worden toegekend. Deze toekenning van punten is alleen bij
de waardering van de standplaats van toepassing. Het verdient
aanbeveling de kwaliteit van de ligging en de woonomgeving te
beoordelen op de aspecten, die in de tabel a opgenomen in de
toelichting behorende bij bijlage I, onder A, van dit besluit zijn
genoemd. Aan de gekozen aspecten, dient een zodanig gewicht te worden
gegeven dat het maximaal aantal te behalen punten bij waardering van
de gekozen aspecten steeds 25 is. In de lijst van aspecten zijn tevens
maatstaven opgenomen voor het beoordelen van de aspecten. In een
aantal gevallen wordt de loopafstand als maatstaf aanbevolen. Een
overzicht van wat als regel als loopafstand wordt gehanteerd, is in
tabel b opgenomen in de toelichting behorende bij bijlage I, onder A,
van dit besluit.
III
[Vervallen.]
IV. Hinderlijke situaties: maximale
aftrek 40 punten
Er kunnen zich gevallen voordoen van
zeer grote hinder in de woonomgeving, die het woongenot zeer nadelig
beïnvloeden. Indien deze hinder zo groot is, dat de waardering van de
woonomgeving daaraan geen recht doet, kan een aftrek worden toegepast
van maximaal 40 punten. De aftrek is alleen van toepassing bij de
waardering van standplaatsen.
Samenvattend overzicht
In onderstaand overzicht zijn de
afzonderlijke aspecten verwerkt, die geleid hebben tot de
basiswaardering uitgedrukt in punten.
| |
woonwagens |
|
|
|
|
|
|
standplaatsen |
|
| |
zonder sanitair |
|
|
|
met sanitair |
|
|
met sanitair en
berging |
met berging |
|
lengte woonwagen in m. |
9.1 |
11.1 |
13 |
15 |
11.1 |
13 |
15 |
|
|
|
1. Vertrekken |
26 |
31 |
35 |
40 |
31 |
35 |
40 |
– |
– |
|
extr slaapvoorz. |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
|
2. Overige ruimten |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
10 |
5 |
|
3. Verwarming |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
|
4. Warmte-isolatie |
8 |
9 |
10 |
11 |
9 |
10 |
11 |
3 |
0 |
|
5. Keuken |
4 |
4 |
4 |
4 |
4 |
4 |
4 |
– |
– |
|
6. Sanitair |
– |
– |
– |
– |
8 |
8 |
8 |
8 |
– |
|
7. Privé-buitenruimten en
woonvorm. |
– |
– |
– |
|
– |
– |
– |
18/25/32 |
18/25/32 |
|
I. Basiswaardering |
38 |
44 |
49 |
55 |
52 |
57 |
63 |
39/46/531 |
23/30/371 |
|
II. Woonomgeving. |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
pm |
pm |
|
III. Verouderingsaftr. |
pm |
pm |
pm |
pm |
pm |
pm |
pm |
pm |
pm |
|
IV. Hinderl. situaties |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
– |
pm |
pm |
|
totaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1 Respectievelijk voor standplaatsen
met een oppervlakte, kleiner dan 145m2, of met een oppervlakte van
145m2 tot 170m2 danwel met een oppervlakte, groter dan 170m2.
Bijlage Ia [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage II bij het Besluit huurprijzen
woonruimte
1. Categorieën van omstandigheden als
bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit huurprijzen
woonruimte
Categorie A. Zeer ernstige gebreken aan
en tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte
1. Er is geen aansluiting van de
woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, op het openbaar
vuilwaterriool als bedoeld in afdeling 6.4 van het Bouwbesluit 2012,
of op een alternatief verwerkingssysteem voor huishoudelijke
afvalstoffen.
2. Er is geen mogelijkheid tot toevoer
van verse lucht en afvoer van binnenlucht van de toiletruimte, het
vertrek waarin de kookgelegenheid zich bevindt, het hoofdwoonvertrek,
het slaapvertrek of de badruimte, als bedoeld in de paragrafen 3.6.2
en 3.8.2 van het Bouwbesluit 2012.
3. Er is geen daglichttoetreding in het
hoofdwoon- of slaapvertrek, als bedoeld in paragraaf 3.11.2 van het
Bouwbesluit 2012.
4.
a. Er is in de woonruimte welke een
zelfstandige woning vormt, niet een toiletruimte als bedoeld in
paragraaf 4.2.2 van het Bouwbesluit 2012 die is voorzien van een
toiletpot die is aangesloten op de voorziening voor afvalwater en
faecaliën, en van een waterspoelinrichting die is aangesloten op
de drinkwatervoorziening;
b. Er is ten behoeve van de
woonruimte welke niet een zelfstandige woning vormt, niet een
toiletruimte als bedoeld onder a.
5.
a. Er is in de woonruimte welke een
zelfstandige woning vormt, niet een aparte badruimte waarin een
bad, douche of wastafel aanwezig is dat, onderscheidenlijk die, is
aangesloten op de voorziening voor afvalwater en faecaliën en
voorzien van een kraan die is aangesloten op de
drinkwatervoorziening;
b. Er is ten behoeve van de
woonruimte welke niet een zelfstandige woning vormt, niet een
aparte badruimte.
6. Er is in de woonruimte welke een
zelfstandige woning vormt niet een opstelplaats voor een aanrecht en
een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in paragraaf 4.7.2
van het Bouwbesluit 2012, voorzien van een aanrecht met een spoelbak
die is aangesloten op de voorziening voor afvoer van afvalwater en
fecaliën en van een kraan die is aangesloten op de
drinkwatervoorziening.
7. De toegang tot de woonruimte welke
een zelfstandige woning vormt, of de toegang van een op de
gemeenschappelijke ruimte uitkomend vertrek van de woonruimte welke
niet een zelfstandige woning vormt, is niet afsluitbaar.
8. De woonruimte is, als gevolg van de
toestand waarin de fundering van de woning, het chassis van de
woonwagen, de bodem van de standplaats voor de woonwagen, de muren van
de woning, de wanden van de woonwagen, het dak, de trappen, de
vloeren, de schoorstenen, de balkons, de galerijen of de balustrades
zich bevinden, door het daarmee gepaard gaande gevaar voor de
veiligheid en de gezondheid van de bewoners ongeschikt voor bewoning.
Categorie B. Ernstige gebreken aan en
tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte
1. Met betrekking tot de woonruimte
geldt een plicht tot het treffen van voorzieningen op grond van een
besluit krachtens artikel 13 van de Woningwet, dan wel een besluit tot
oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom
wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 1a, 1b,
7b, of 13 van de Woningwet, voor zover de desbetreffende voorzieningen
nog niet zijn getroffen en voor zover de aan de plicht tot het treffen
van die voorzieningen ten grondslag liggende gebreken of
tekortkomingen het woongenot van de gehuurde woonruimte ernstig
schaden.
2. In keuken, woon- of slaapvertrekken
is als gevolg van de bouwkundige staat van de woonruimte sprake van
condensatie, doorslaand of optrekkend vocht, waardoor zich zodanige
schimmelvorming of houtrot in balken of vloerdelen voordoet, dat de
bruikbaarheid van deze vertrekken ernstig is aangetast.
3. De bruikbaarheid van de woonruimte
is ernstig belemmerd tengevolge van lekkage van de buitenschil van de
woonruimte waardoor hemelwater de woonruimte binnendringt.
4. Vanwege de bouwkundige staat van het
afvoerkanaal voor de hoofdverwarming is sprake van een zodanig
gebrekkige afvoer van de rook- of verbrandingsgassen, dat de
bewoonbaarheid van de woonruimte ernstig wordt geschaad.
5. Er is door verzakking een zodanige
scheefstand van buitenmuren van de woning of van buitenwanden van de
woonwagen dan wel sprake van een zodanige helling van vloeren of van
een zodanige toestand van plafonds of binnenwanden, dat de
bewoonbaarheid van de woonruimte ernstig wordt geschaad.
6. Het rioleringssysteem functioneert
niet of zodanig, dat de bewoonbaarheid van de woonruimte ernstig wordt
geschaad.
7. Er treedt vanwege het feit dat de
direct boven de bodem liggende vloer niet afsluit, een voortdurende en
zodanige stankoverlast binnen de woonruimte op dat de bewoonbaarheid
ernstig wordt geschaad.
8. Er is sprake van een zodanige
cumulatie van onderhoudsgebreken, zoals: zeer slechte toestand van het
buitenschilderwerk bij alle gevels, ernstige houtrot in kozijnen en
ramen, slechte staat van voeg- en metselwerk van de gevels, ernstig
kierende buitendeuren en -ramen en zeer slechte staat van het dak,
goten, overstekken en schoorstenen, dat de bewoonbaarheid van de
woonruimte ernstig wordt geschaad.
Categorie C. Overige ernstige gebreken
aan en tekortkomingen ten aanzien van de woonruimte zelf:
De woonruimte vertoont een gebrek dat
of een tekortkoming die:
a. niet behoort tot de gebreken of
tekortkomingen, bedoeld in de categorieën A en B, en
b. ernstig het woongenot schaadt,
waarvan bijvoorbeeld sprake is bij:
– onvoldoende mogelijkheid
tot ventilatie van toilet, kookgelegenheid, bad- of
doucheruimte of woon- of slaapvertrek waardoor ernstige stank-
en vochtoverlast ontstaat;
– een verwarmingsinstallatie
die onvoldoende warmte-afgifte in een of meer verwarmde
vertrekken van de woonruimte levert zodat adequate verwarming
voor het gebruik waartoe dat vertrek of die vertrekken bestemd
is of zijn, niet mogelijk is;
– voortdurende ernstige
geluidsoverlast van tot de woonruimte of het woongebouw
behorende technische installaties;
– ernstige lekkage in de
woonruimte van aan- of afvoerleidingen van water;
– onvoldoende
daglichttoetreding in het hoofdwoonvertrek;
– slechte staat van
binnenmuren en plafonds in de vorm van ernstige scheurvorming
of loslatend tot het gehuurde behorend pleisterwerk;
– onvoldoende geluidsisolatie
van woningscheidende binnenmuren, binnenwanden, vloeren of
plafonds;
– gevolgschade aan het
gehuurde van een inmiddels opgeheven gebrek als bedoeld in
deze bijlage, voorzover die het woongenot ernstig schaadt;
– ernstige vocht- of
schimmelplekken als gevolg van optrekkend of doorslaand vocht.
2. Aanvullende bepalingen met
betrekking tot woonwagens en standplaatsen ten aanzien van de
categorieën van omstandigheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid,
van het Besluit huurprijzen woonruimte
1. De combinatie huurwoonwagen op
een huurstandplaats wordt in afwijking van artikel 1 van het
besluit voor wat betreft het voorzieningenniveau als bedoeld onder
1, categorie A, aangemerkt als zelfstandige «woning».
2. Het niet of onvoldoende
tegengaan van het binnendringen van ratten en muizen als bedoeld
in paragraaf 3.10.2 van het Bouwbesluit 2012 vormt een zeer
ernstig gebrek aan en tekortkoming ten aanzien van de woonruimte.
3. Indien er sprake is van de
combinatie eigen woonwagen op een huurstandplaats, zijn de
artikelen 1, 4 en 5 van onderdeel 1, categorie A, van
overeenkomstige toepassing.
4. Onderhoudsgebreken of
tekortkomingen als bedoeld in artikel 8 van onderdeel 1, categorie
A, of als bedoeld in onderdeel 1, categorie B of C, aan de eigen
woonwagen kunnen niet van invloed zijn op de huurprijs van de
standplaats.
5. Maatgevend voor de beoordeling
is het tijdstip waarop de huurovereenkomst is ingegaan. Indien
partijen in onderling overleg wijziging in de situatie hebben
gebracht, geldt de gewijzigde situatie als uitgangspunt.
Bijlage III. bij het Besluit
huurprijzen woonruimte
Gemeenten in schaarstegebied:
|
gemeente |
|
Aalsmeer |
|
Alkmaar |
|
Amersfoort |
|
Amstelveen |
|
Amsterdam |
|
Apeldoorn |
|
Asten |
|
Baarn |
|
Barneveld |
|
Beemster |
|
Bergeijk |
|
Bergen (Noord-Holland) |
|
Bernheze |
|
Best |
|
Bladel |
|
Blaricum |
|
Bloemendaal |
|
Boekel |
|
Boxmeer |
|
Boxtel |
|
Bunnik |
|
Bunschoten |
|
Buren |
|
Bussum |
|
Cranendonck |
|
Cuijk |
|
Culemborg |
|
De Bilt |
|
De Ronde Venen |
|
Deurne |
|
Diemen |
|
Edam-Volendam |
|
Ede |
|
Eemnes |
|
Eersel |
|
Eindhoven |
|
Elburg |
|
Epe |
|
Ermelo |
|
Geldermalsen |
|
Geldrop-Mierlo |
|
Gemert-Bakel |
|
Graft-De Rijp |
|
Grave |
|
Haaren |
|
Haarlem |
|
Haarlemmerliede c.a. |
|
Haarlemmermeer |
|
Harderwijk |
|
Hattem |
|
Heemstede |
|
Heerde |
|
Heerhugowaard |
|
Heeze-Leende |
|
Heiloo |
|
Helmond |
|
’s Hertogenbosch |
|
Heusden |
|
Hillegom |
|
Hilversum |
|
Houten |
|
Huizen |
|
IJsselstein |
|
Kaag en Braassem |
|
Katwijk |
|
Laarbeek |
|
Landerd |
|
Landsmeer |
|
Langedijk |
|
Laren |
|
Leiden |
|
Leiderdorp |
|
Leusden |
|
Lingewaal |
|
Lisse |
|
Lopik |
|
Maasdonk |
|
Maasdriel |
|
Mill en Sint Hubert |
|
Montfoort |
|
Muiden |
|
Naarden |
|
Neder-Betuwe |
|
Neerijnen |
|
Nieuwegein |
|
Nijkerk |
|
Noordwijk |
|
Noordwijkerhout |
|
Nuenen c.a. |
|
Nunspeet |
|
Oegstgeest |
|
Oirschot |
|
Oldebroek |
|
Oostzaan |
|
Oss |
|
Ouder-Amstel |
|
Oudewater |
|
Purmerend |
|
Putten |
|
Renswoude |
|
Reusel-De Mierden |
|
Rhenen |
|
Schermer |
|
Scherpenzeel |
|
Schijndel |
|
Sint Anthonis |
|
Sint-Michielsgestel |
|
Sint-Oedenrode |
|
Soest |
|
Someren |
|
Son en Breugel |
|
Stichtse Vecht |
|
Teylingen |
|
Tiel |
|
Uden |
|
Uithoorn |
|
Utrecht |
|
Utrechtse Heuvelrug |
|
Valkenswaard |
|
Veenendaal |
|
Veghel |
|
Veldhoven |
|
Vianen |
|
Voorschoten |
|
Voorst |
|
Vught |
|
Waalre |
|
Wageningen |
|
Waterland |
|
Weesp |
|
West Maas en Waal |
|
Wijdemeren |
|
Wijk bij Duurstede |
|
Woerden |
|
Woudenberg |
|
Zaltbommel |
|
Zandvoort |
|
Zeevang |
|
Zeist |
|
Zoeterwoude |
Bijlage IIIa
[Vervallen]
Bijlage IIIb
[Vervallen]
Bijlage IV [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage IVa [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage V [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage Va [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage VI [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage VII [Vervallen per 30-11-1999]
Bijlage VIII [Vervallen per 01-01-1992]
Voetnoten:
|