|
Uitvoering artikel 58,
tweede lid, van de Pachtwet (voor
Zuid-Holland)
De Minister van Landbouw en
Visserij;
Gelet op artikel 58, derde lid, van de Pachtwet,
Besluit:
Goed te keuren onderstaand krachtens artikel 58, tweede lid, van de
Pachtwet door de Grondkamer voor Zuid-Holland genomen besluit:
De Grondkamer voor Zuid-Holland,
Gelet op artikel 58 van de Pachtwet,
Besluit:
De in artikel 58, eerste lid, van de Pachtwet genoemde oppervlakte
van 25 are voor de gehele provincie Zuid-Holland te verlagen tot 10 are
voor de tak van bodemcultuur, welke in artikel 1 van de Pachtwet wordt
omschreven als „tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt en het kweken
van bomen, bloemen en bloembollen”.
Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het in de Nederlandse
Staatscourant is bekendgemaakt.
Aldus gedaan in de vergadering van de Grondkamer voor Zuid-Holland op
15 februari 1961.
De Grondkamer voor Zuid-Holland,
F. den Hartog, voorzitter.
A.W. Visser, secretaris.
's-Gravenhage, 3 maart 1961.
De Minister van Landbouw en Visserij,
V.G.M. Marijnen.
|