|
BESLUIT van 8 juli 1994, houdende vaststelling welke
wethoudersfuncties voor toepassing van artikel 1638nn van Boek 7a
van het Burgerlijk Wetboek als volledig bezoldigd worden aangemerkt
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 2
mei 1994, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, nr. BW94/U922;
Gelet op artikel 1638nn van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 6 juni 1994, nr. W04.94.0276);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van
5 juli 1994, nr. BW94/U1176, directoraat-generaal Openbaar Bestuur;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van artikel 1638nn van Boek 7A van het Burgerlijk
Wetboek wordt de functie van wethouders wier bezoldiging plaatsvindt
volgens de normen die gelden voor de klassen van gemeenten met meer dan
18.000 inwoners, als volledig bezoldigd in de zin van dat artikel
aangemerkt.
Artikel 2
Indien in gemeenten waar het wethouderschap een volledige betrekking
is, de raad heeft besloten dat een of meer van die betrekkingen in
deeltijd kan worden uitgeoefend, is artikel 1638nn van Boek 7A van het
Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Artikel 3
Het koninklijk besluit van 12 maart 1986, houdende vaststelling welke
wethoudersfuncties voor toepassing van artikel 1638nn van het Burgerlijk
Wetboek als volledig bezoldigd worden aangemerkt (Stb. 193) wordt
ingetrokken.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 1994.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 8 juli 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
Uitgegeven de achtentwintigste juli 1994
De Minister van Justitie,
A. Kosto
|