BESLUIT van 11 maart 1991 ter uitvoering van artikel
518 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Justitie van 18 juli 1990, Stafafdeling
Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek nr. 24355/690;
Gelet op artikel 518 van Boek 8 van het
Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 10
september 1990, nr. W03.90.0333);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Justitie van 28 februari 1991, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk
Wetboek, nr. 46955/91/6;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1. De schadevergoeding, die de vervoerder mogelijkerwijs is
verschuldigd uit hoofde van artikel 504 van Boek 8 van het Burgerlijk
Wetboek is beperkt tot een bedrag van € 137 000 per reiziger.
2. In het geval dat de schadeloosstelling wordt bepaald in de
vorm van een rente mag het gekapitaliseerde bedrag een bedrag van €
137 000 per reiziger niet te boven gaan.
Artikel 2
1. De schadevergoeding, die de vervoerder mogelijkerwijs is
verschuldigd in geval van vertraging van een reiziger en verlies,
beschadiging of vertraging van diens bagage, is beperkt tot een bedrag
van € 1 000.
2. De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs
verschuldigd is in geval van een als bagage ten vervoer aangenomen
voertuig of schip en de zaken aan boord daarvan is beperkt tot een
bedrag van € 9 100 per voertuig of schip.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop Boek 8 van het
Burgerlijk Wetboek in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad
van State.
’s-Gravenhage, 11 maart 1991
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de eenentwintigste maart 1991
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin