Bijlage
RIJNREGELS IVR 1979
Vastgesteld door de Raad van Beheer op 17
november 1995
Regel I. Avarij-Grosse
Avarij-grosse zijn de opofferingen en
uitgaven, redelijkerwijs verricht en/of gedaan bij aanwezigheid van
bijzondere omstandigheden met het doel een schip en zijn lading uit een
gemeenschappelijk gevaar te redden.
Regel II. Plaatsvervangende Kosten
Extra kosten, veroorzaakt door een
maatregel tengevolge waarvan als avarij-grosse toe te laten uitgaven
zijn vermeden, zullen als avarij-grosse worden toegelaten tot het beloop
van de aldus vermeden uitgaven.
Als extra kosten zullen zijn te
beschouwen de onkosten, ontstaan door de bovenbedoelde maatregel, na
aftrek van het bedrag der uitgaven, die bij het normaal verloop van de
reis zouden zijn gedaan.
Regel III. Invloed van Schuld
Wanneer het voorval, dat de aanleiding
heeft gegeven tot de opoffering of de uitgaven, het gevolg zal zijn
geweest van de schuld van één der betrokkenen, zal er desalniettemin
moeten worden bijgedragen, doch deze bepaling zal niet van invloed zijn
op enige aanspraken, welke uit hoofde van deze schuld op grond van wet
of overeenkomst jegens of door die betrokkene geldend gemaakt zouden
kunnen worden, noch op enige verweren, welke deze op grond van wet of
overeenkomst zou kunnen voeren.
Regel IV. Uitsluitingen
1. Verlies van schade geleden of uitgaven
gedaan tengevolge van vertraging, hetzij gedurende de reis, hetzij
daarna, zoals bijvoorbeeld oponthoudschade, alsmede elke – welke dan
ook – indirecte schade, zoals bijvoorbeeld verlies door koersverschil,
zullen niet worden toegelaten als avarij-grosse.
2. In geen geval worden verliezen, schade
of kosten, die verband houden met milieuschade, in het bijzonder niet de
kosten van de verwijdering van dergelijke schade in avarij-grosse
vergoed. Kosten ter voorkoming of ter vermindering van milieuschade
worden evenwel vergoed, inden zij als voorwaarde voor een
avarij-grosse-maatregel zijn gemaakt.
Regel V. Bewijs
De bewijslast, dat een verlies of een
uitgave als avarij-grosse moet worden toegelaten, drukt op hem, die op
dergelijke toelating aanspraak maakt.
Regel VI. Vergoedingen-Schip
1. Het als avarij-grosse toe te laten
bedrag voor materiële schade zal worden vastgelegd met als basis de in
Regel XIII bedoelde expertise.
2. Van het als avarij-grosse toe te laten
bedrag zal voor verschil tussen nieuw en oud worden afgetrokken:
⅕ van de vernieuwingen aangebracht
aan schepen, motoren, machines of ketels, die van 1 tot 5 jaar in
gebruik zijn;
¼ van de vernieuwingen aangebracht aan
schepen, motoren, machines of ketels, die van 6 tot 10 jaar in gebruik
zijn;
⅓ van de vernieuwingen aangebracht
aan schepen, motoren, machines of ketels, die langer dan 10 jaar in
gebruik zijn.
Geen aftrek met betrekking tot ankers en
ankerkettingen. Geen aftrek op de kosten van tijdelijke reparaties, noch
op die van vernieuwingen aan schepen, motoren, machines of ketels, die
op de dag van het ongeval nog geen jaar in gebruik waren.
3. Sleep- en koppeldraden zullen met hun
netto waarde toegelaten worden.
4. De aftrek zal slechts worden toegepast
op de kosten van het nieuwe materiaal of de nieuwe delen op het moment
dat deze voltooid zijn en gereed om in het schip te worden aangebracht.
5. Wanneer een schip vlot is, zal geen
verlies of schade, veroorzaakt door het gebruik van een of meerdere
ankers, als avarij-grosse worden toegelaten.
Regel VII. Vergoedingen-Lading
1. Het als avarij-grosse toe te laten
bedrag voor schade aan of verlies van opgeofferde lading zal gelijk zijn
aan het verlies dat de belanghebbende bij de lading zal hebben geleden,
berekend op de grondslag van de C.l.F.-waarde op de laatste losdag van
het schip of bij het einde van de reis, indien deze eindigt in een
andere plaats dan de oorspronkelijke bestemming.
2. Indien het geheel of een gedeelte der
aldus beschadigde lading wordt verkocht en omtrent het bedrag der schade
niet op andere wijze overeenstemming is bereikt, zal het als
avarij-grosse toe te laten verlies zijn het verschil tussen de
netto-opbrengst van verkoop en de netto-waarde in gezonde staat,
berekend zoals aangegeven in het eerste lid van deze regel.
Regel VIII. Vergoedingen-Vracht
Het als avarij-grosse toe te laten bedrag
ter zake van niet betaalde vracht voor opgeofferde lading zal zijn de
verloren gegane bruto vracht.
Regel IX. Vergoedingen-Rente
De bedragen, die als avarij-grosse zijn
toegelaten, zullen rente dragen op de voet van 7% per jaar, berekend van
hun betaling of van het ogenblik, waarop de rechthebbende het
opgeofferde goed had behoren te ontvangen of werkelijk heeft ontvangen,
tot drie maanden na de datum der dispache.
Regel X. Vergoedingen-Expertisekosten enz.
Eveneens zullen als avarij-grosse worden
toegelaten de kosten van expertise en onderzoek, noodzakelijk voor de
opstelling van de dispache, alsmede de kosten en honoraria van de
dispacheur en die van de Internationale Vereniging het
Rijnschepenregister (IVR).
Regel XI. Muntsoort
De onkosten zullen worden toegelaten in
de muntsoort, waarin zij zijn gemaakt. De vervoerder zal echter
vergoeding krijgen in zijn nationale muntsoort, indien hij in het
compromis te kennen heeft gegeven, dat hij zulks wenst. De vergoedingen
met betrekking tot de lading zullen worden berekend in de muntsoort
geldig op de plaats en op het tijdstip van het einde van de reis. De
berekening van de dragende waarden geschiedt naar de koers geldend op de
datum van het einde van de reis.
Regel XII. Dragende Waarden
1. In beginsel zal de dragende waarde van
het schip worden gebaseerd op de waarde daarvan aan het einde van de
reis en in de staat waarin het zich dan bevindt; de verkoopwaarde zal
bij de vaststelling van deze waarde slechts als aanwijzing in
beschouwing worden genomen. Voorzover er richtlijnen zullen zijn van de
Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) voor de
berekening van de dragende waarde van schepen, zullen deze als normen
worden aanvaard.
2. In beginsel zal de dragende waarde van
de lading worden gebaseerd op de C.l.F.-waarde aan het einde van de reis
en in de staat waarin zij zich dan bevindt. De dragende waarde van
gedurende de reis verkochte lading zal zijn de netto-opbrengst,
vermeerderd met het bedrag van eventuele vergoedingen in avarij-grosse.
3. Van de op de hierboven aangegeven
wijze vastgestelde waarden zullen worden afgetrokken alle kosten
verschuldigd geworden na het voorval, dat aanleiding gaf tot de
avarij-grosse, en vóór het einde van de oorspronkelijke reis. Een ten
laste van het schip komende bijzondere vergoeding ingevolge art. 14 van
het Internationale Verdrag inzake Hulpverlening van 1989 wordt echter
niet afgetrokken van de overeenkomstig lid 1 bepaalde waarde.
4. Bij de waarden, vastgesteld op de
hierboven aangegeven wijze, zullen worden opgeteld de bedragen
toegelaten als avarij-grosse uit hoofde van materiële schade.
5. Postzendingen, mondvoorraden,
passagiersbagage, zelfs wanneer geregistreerd, en persoonlijke
bezittingen dragen niet bij.
6. De vracht, voorzover voor risico van
de vervoerder, zal bijdragen met haar bruto-bedrag. Voorzover onbetaalde
vracht als avarij-grosse wordt toegelaten, zal zij over dat toegelaten
bedrag bijdragen.
Regel XIII. Expertise
1. In alle gevallen, die aanleiding geven
tot het vragen van een vergoeding als avarij-grosse zullen de oorzaak,
de aard en het belang van de materiële schade moeten worden vastgesteld
op de volgende wijze:
a) wat betreft de lading: door een
expertise, gehouden ten spoedigste na de aflevering van de beschadigde
goederen. De belanghebbende bij het schip is te verwittigen, zodat hij
aan de expertise kan deelnemen. Bij gebreke van dergelijke verwittiging
of bij gebreke van een aanvraag tot expertise door deskundigen binnen
een termijn van acht dagen na de aflevering van de goederen wordt,
behoudens tegenbewijs, aangenomen, dat de goederen in goede toestand
zijn uitgeleverd.
b) wat betreft het schip: door een
expertise, gehouden door één of meer experts, zo snel mogelijk na het
ongeval en zo mogelijk voor het begin van een nieuwe reis. De
belanghebbenden bij de lading moeten door een aantekening in het
compromis worden gewaarschuwd en kunnen zich bij de expertise laten
vertegenwoordigen.
2. Bij tussenkomst van verscheidene
deskundigen en verschil van mening tussen hen zal nog een deskundige,
wiens beslissing bindend zal zijn, moeten worden aangewezen door de
Voorzitter van de Avarij-Commissie van de Internationale Vereniging het
Rijnschepenregister (IVR).
Regel XIV. Verplichting tot het Verschaffen van de Vereiste Inlichtingen
De belanghebbenden bij de avarij-grosse
zullen aan de dispacheur iedere inlichting en alle dokumenten, die hij
vraagt voor de opstelling van de dispache, verschaffen uiterlijk binnen
6 maanden nadat de dispacheur deze heeft opgevraagd. Wanneer zij deze
verplichting niet nakomen zal de dispacheur zich de noodzakelijke
inlichtingen verschaffen en zal, behoudens tegenbewijs, haar juistheid
worden aangehouden.
Regel XV. Opstelling van de Dispache
De schipper heeft het recht en is,
wanneer één der belanghebbenden zulks eist, verplicht de dispache te
doen opstellen door een door de Internationale Vereniging het
Rijnschepenregister (IVR) aanvaarde dispacheur.
Regel XVI. Betwisting van de Dispache
Alle dispaches zullen met de daartoe
noodzakelijke documenten aan de controle van de Internationale
Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) worden onderworpen, zonder dat
hieruit enige afstand van betrokkenen van enig recht een rechterlijke of
scheidsrechterlijke beslissing uit te lokken, voortvloeit.
Regel XVII. Behandeling van Depots in Geld en Garanties
Indien depots in geld zullen zijn
geïnkasseerd tot de zekerheid van de verplichting van de lading tot het
bijdragen in avarij-grosse zullen die depots zonder enig verwijl op een
afzonderlijke rekening moeten worden geplaatst ten gezamenlijke name van
de dispacheur en de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR)
bij een in het compromis (Revers) aangegeven bank.
Het aldus gedeponeerde bedrag,
vermeerderd met de eventueel bijgeschreven rente, zal worden gehouden
als zekerheid voor de betaling aan de daartoe gerechtigden van de
avarij-grosse of bijzondere kosten verschuldigd door de lading, waarvoor
de zekerheid werd gesteld.
Betalingen op rekening of terugbetalingen
van depots mogen geschieden indien schriftelijk toegestaan door de
dispacheur en de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR).
Deze depots, betalingen of
terugstortingen zullen op de uiteindelijke aansprakelijkheid van
partijen niet van invloed zijn.
De aldus gedeponeerde bedragen zullen
rente dragen op de voet van 7% per jaar, welke rente als avarij-grosse
zal worden toegelaten; de gekweekte bankrente zal aan de avarij-grosse
worden gecrediteerd.
Eveneens zullen als avarij-grosse worden
toegelaten de onkosten, gevallen op de waarborgen, verstrekt voor de
afwikkeling van de dispache of voor de voldoening van verplichtingen
jegens bergers en anderen.
De betalingen op rekening, verricht op
deze garanties, zullen eveneens rente dragen op de voet van 7% per jaar,
welke rente als avarij-grosse zal worden toegelaten.
Regel XVIII. Vrijwillige Stranding
De schaden en kosten van een vrijwillige
stranding, zelfs wanneer deze een avarij-grosse-handeling oplevert,
zullen slechts voor toelating als avarij-grosse in aanmerking komen,
wanneer het schip nadien zal zijn vlotgebracht en redelijkerwijs te
repareren zal blijken te zijn.
Regel XIX. Vlotbrenging van een Gezonken Schip
Wanneer het schip gezonken is (zonder dat
dit ter redding van schip en lading is veroorzaakt) behoren weliswaar
niet de door het ongeval veroorzaakte schaden, doch wel de kosten
gemaakt om door eenzelfde maatregel schip en lading te lichten, alsmede
de tot dit doel aan schip en/of lading opzettelijk toegebrachte schaden
tot de avarij-grosse.
Regel XX. Tornen, enz.
1. In het geval van tornen op een
gestrand schip, wanneer dit een avarij-grosse-handeling oplevert, zal
het bedrag van de vergoeding, betaald aan de hulpverlener, als
avarij-grosse worden toegelaten, doch dit bedrag zal slechts uit de
volgende onderdelen worden samengesteld:
a) De vergoeding, verschuldigd volgens de
tarieven van de Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR),
voor het varen naar de plaats van het ongeval, het oponthoud en de
hulpverlening aldaar, alsmede het terugvaren.
b) De waarde van het verloren gegane
materiaal en/of de kosten van het herstel van de schaden, geleden door
de hulpverlener gedurende de eigenlijke vlotbrengingspogingen. Deze
beginnen, bijzondere omstandigheden voorbehouden, op het ogenblik, dat
de sleepdraad wordt overgegeven en eindigen op het ogenblik, dat deze is
of kon zijn losgemaakt. Als bijzondere omstandigheid zal bijvoorbeeld
worden beschouwd, dat het hulpverlenende schip zich – vóór het
overgeven of na het losgooien van de sleepdraad – in onmiddellijk
verband met de hulpverlening in de gevarenzone bevindt.
c) De vergoeding voor schade door
oponthoud, doch uitsluitend voor de periode, dat het hulpverlenende
vaartuig uit de vaart is gedurende de vervangings- of
herstelwerkzaamheden, hierboven bedoeld.
d) De materiële schade aan derden
gedurende het tornen toegebracht, oponthoudschade inbegrepen, voorzover
als de hulpverlener aan wettelijk gegronde aanspraken tot vergoeding
gevolg heeft moeten geven.
2. In het geval van tussenkomst van een
duwboot vinden bovengenoemde bepalingen overeenkomstige toepassing.
Regel XXI. Lichten
1. Wanneer het op de wal opslaan of het
overslaan van de gehele lading of een gedeelte daarvan een
avarij-grosse-handeling oplevert, zullen als avarij-grosse slechts
worden toegelaten:
a) de kosten, veroorzaakt door de
lossing, de opslag in lichters of op de wal en het weer aan boord nemen
van de aldus geloste lading.
b) de waarde van het verloren gegane
materiaal en/of de kosten van het herstel van de schaden, geleden door
deze lichters gedurende het lichten.
c) de vergoeding voor schade door
oponthoud, doch uitsluitend voor de periode, dat de lichter uit de vaart
is gedurende de vervangings- of herstelwerkzaamheden, hierboven bedoeld.
d) de schaden geleden door het schip,
waaraan hulp is verleend, gedurende deze handelingen.
e) de verliezen en schaden geleden door
de aldus geloste lading, zowel die geleden door manipulaties, als die
geleden gedurende de opslag op de wal of in de lichters.
f) de premie voor een eventueel gesloten
verzekering.
2. Wanneer het schip gedurende het
normale verloop van de reis gelicht is, is er geen avarij-grosse.
Regel XXII. Overwintering
1. Wanneer, ingevolge de vorst, de
schipper gedwongen wordt in een tussenhaven te vluchten, zullen slechts
de kosten van in- en uitlopen, de sleeplonen, de havengelden en de voor
bewaking van het beladen schip noodzakelijk geworden kosten als
avarij-grosse worden toegelaten, alsook de kosten van het lichten en de
door het lichten ontstane schade, indien voor het lichten van het schip
de lading geheel of gedeeltelijk in lichters moet worden overgeladen.
2. Voorzover er tarieven van de
Internationale Vereniging het Rijnschepenregister (IVR) bestaan voor de
sub 1 genoemde kosten, zullen deze kosten op grond van deze tarieven
worden berekend.
Regel XXIII. Bepalingen geldend voor de Regels XX, XXI en XXII
1. Niettegenstaande de beperkende
bepalingen in de hierboven genoemde Regels, zullen de door rechterlijke
of scheidsrechterlijke uitspraken vastgestelde vergoedingen als
avarij-grosse toegelaten worden.
2. Alle bepalingen in deze zelfde Regels
gegeven, evenals die omschreven in het eerste lid van de onderhavige
Regel, gelden zonder beperking, zelfs wanneer het hulpverlenende en het
geholpen schip aan dezelfde reder of eigenaar toebehoren of onder
hetzelfde beheer staan.
3. De vergoedingen, in deze Regels
genoemd, omvatten uitsluitend de verliezen en schaden, die de
onmiddellijke gevolgen zijn van de hulpverlening, het lichten of slepen.
4. De avarij-grosse vergoedingen zullen
mede hulploon omvatten bij de vaststelling waarvan rekening is gehouden
met de vakkundigheid en inspanningen van de hulpverleners, betoond bij
het voorkomen of beperken van schade aan het milieu, als bedoeld in art.
13 lid 1(b) van het Internationaal Verdrag Inzake Hulpverlening 1989.
Een bijzondere vergoeding, die door de
reder ingevolge art. 14 van genoemd verdrag, zoals nader bepaald in lid
4 van dat artikel, of ingevolge enige andere naar inhoud overeenkomstige
bepaling, aan de hulpverlener verschuldigd is, zal niet in avarij-grosse
worden toegelaten.
Regel XXIV. Noodhaven
1. Wanneer, buiten het geval van Regel
XXII de schipper bij wijze van avarij-grosse-handeling een haven
aanloopt en/of daar verblijft zullen uitsluitend de kosten van in- en
uitlopen, sleeploon, havengelden en bewakingskosten voor het beladen
schip als avarij-grosse worden toegelaten.
2. De omstandigheid echter, dat een schip
met het oog op laag water een haven aanloopt en/of daar verblijft zal
geen grond opleveren tot enige toelating als avarij-grosse.
Regel XXV. Samenstel
1. Als samenstel in de betekenis van deze
Regel wordt een groep van vaartuigen beschouwd, die zodanig met elkaar
verbonden zijn, dat elk vaartuig voor zich geen eigen bewegingsvrijheid
heeft.
2. Wanneer maatregelen worden genomen om
een vaartuig en/of enige of alle vaartuigen van dit samenstel en hun
lading uit een gemeenschappelijk gevaar te redden worden de Regels I tot
en met XXIV overeenkomstig toegepast. Een vaartuig van een samenstel is
met een ander vaartuig van dit samenstel niet in een gemeenschappelijk
gevaar, wanneer het door het enkele verbreken van de verbinding met dit
andere vaartuig in veiligheid kan worden gebracht.
3. In het geval van een gemeenschappelijk
gevaar gelden de Regels I tot en met XXIV zowel ten gunste als ten laste
van de belanghebbenden bij de vaartuigen van het samenstel en hun
ladingen.
4. Voor de berekening van dragende
waarden en vergoedingen worden de vaartuigen geacht «het schip» en de
gehele in de vaartuigen vervoerde lading« de lading» te zijn, zoals
deze woorden in de Regels l tot en met XXIV zijn gebruikt.
Regel XXVI. Vervoermiddelen, Containers, Laadborden en Soortgelijk
vervoergerei
1. Telkens wanneer in de voorgaande
Regels sprake is van «lading» wordt daaronder tevens verstaan
vervoermiddelen, containers, laadborden of soortgelijk vervoergerei,
bestemd om goederen bijeen te brengen, onverschillig aan wie dit
toebehoort.
2. In plaats van op de in de Regels VII en XII genoemde C.l.F.- waarde
zullen vergoedingen en dragende waarden van het in het eerste lid
genoemde vervoergerei gebaseerd worden op de werkelijke waarde daarvan
op de laatste losdag van het schip of bij het einde van de reis, indien
deze eindigt in een andere plaats dan de oorspronkelijke eindbestemming.
Voor zover er richtlijnen bestaan van de Internationale Vereniging het
Rijnschepen-register (IVR) voor de berekening van de waarde van het hier
genoemde vervoergerei zullen deze als normen worden aanvaard.
3. Ingeval een expertise, als bedoeld in Regel XIII lid 1 onder a,
vervoergerei als genoemd in het eerste lid betreft, zijn zowel de
belanghebbenden bij het schip als de belanghebbenden bij dit
vervoergerei en bij de overige lading te verwittigen zodat zij aan de
expertise kunnen deelnemen en gelden tevens de overige bepalingen van
Regel XIII.