St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Boek 8 Burgerlijk Wetboek (Boek 8 BW)

 

UITVOERINGSBESLUIT  ARTIKEL  755,  TWEEDE  LID,  BOEK 8  BURGERLIJK  WETBOEK

Tekst zoals deze geldt op 4 februari 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
BESLUIT van 27 november 1996 ter uitvoering van artikel 755, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 6 februari 1996, Directie Wetgeving, nr. 537925/96/7;
     Gelet op artikel 755, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 1996, nr. W03.96.0056);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 20 november 1996, Directie Wetgeving, nr. 589125/96/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid uit hoofde van titel 7 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek voor de in het eerste lid van artikel 755, aanhef en onder b, bedoelde vorderingen kan worden beperkt, bedraagt voor schepen, die blijkens hun constructie uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het vervoer van personen en waarvan de tonnage niet groter is dan 300, 100.000 rekeneenheden.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Wet van 31 oktober 1996, Stb. 1996, 548.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 27 november 1996

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

Uitgegeven de tiende december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Boek 8 BW | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x