BESLUIT van 1 september 1995, houdende regels inzake de plaats en de
taak van de Departementale Accountantsdienst
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 22 mei
1995, nr. DAR 95/160m, Directoraat-Generaal van de Rijksbegroting,
Directie Accountancy Rijksoverheid, en Centrale Directie Wetgeving,
Juridische en Bestuurlijke Zaken;
Gelet op artikel 32, aanhef en onder b, van de
Comptabiliteitswet;
Gezien het advies van de Algemene Rekenkamer van 1 maart 1995,
kenmerk 223 R;
De Raad van State gehoord (advies van 5 juli 1995, nr. W06.95.0271);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van
22 augustus 1995, nr. DAR 95/394m, Directoraat-Generaal van de
Rijksbegroting, Directie Accountancy Rijksoverheid, en Centrale Directie
Wetgeving, Juridische en Bestuurlijke Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. DAD: de accountantsdienst, bedoeld in artikel 66, eerste lid,
van de Comptabiliteitswet 2001;
b. Onze Minister: de minister onder wie de betrokken DAD
ressorteert.
Artikel 2
1. De DAD staat onder leiding van een accountant bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De DAD is in de organisatie van het ministerie rechtstreeks
geplaatst onder de secretaris-generaal en rapporteert aan Onze Minister.
Artikel 3
Naast de controle, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de
Comptabiliteitswet 2001 is de DAD belast met de volgende controle- en
adviestaken:
a. bijzondere controletaken in opdracht van Onze Minister;
b. het adviseren ter zake van de maatregelen ter opheffing van
onvolkomenheden die bij de uitgevoerde controles zijn geconstateerd;
c. het adviseren ter zake van het te voeren beleid op het gebied
van de financiële verslaggeving en de accountantscontrole bij het
ministerie;
d. bijzondere adviestaken in opdracht van Onze Minister.
Artikel 4
1. Het onderzoek, bedoeld in artikel 66, tweede lid, van de
Comptabiliteitswet 2001 is gericht op het geven van oordelen over het
financieel beheer, het materieel beheer en de ten behoeve van dat
beheer bijgehouden administraties.
2. Naast de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 66, vijfde
lid, van de Comptabiliteitswet 2001 geeft de DAD een
acccountantsverklaring af omtrent de verantwoordingen van de
baten-lastendiensten, bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de
Comptabiliteitswet 2001, en omtrent de door Onze Minister aangewezen
verantwoordingen van andere delen van het ministerie.
Artikel 5
1. De directeur DAD en het personeel van de DAD zijn bevoegd
bij alle onderdelen van het ministerie inlichtingen in te winnen,
kassen en voorraden op te nemen en administraties en daartoe behorende
boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te onderzoeken voor zover
de directeur DAD dit voor de uitvoering van de controletaken
noodzakelijk acht.
2. De directeur DAD en het personeel van de DAD zijn bevoegd bij
derden rechtstreeks inlichtingen in te winnen dan wel
controlewerkzaamheden te verrichten voor zover de bevoegdheid daartoe
bij of krachtens de wet of anderszins aan Onze Minister is verleend.
Artikel 6
1. De directeur DAD draagt zorg voor een systematische,
duidelijke, toereikende en tijdige rapportering van de uitkomsten van
de controlewerkzaamheden van de DAD aan Onze Minister.
2. Elk jaar wordt het samenvattende rapport bedoeld in artikel
66, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet 2001, tijdig voor de
wettelijke datum waarop de jaarlijkse financiële verantwoording aan
Onze Minister van Financiën moet worden toegezonden, aan Onze Minister
ter beschikking gesteld.
Artikel 7
1. De directeur DAD doet van de door de DAD uitgebrachte
rapporten rechtstreeks een exemplaar toekomen aan de directeur van de
Centrale Directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie en
verstrekt laatstgenoemde op diens verzoek de nadere gegevens die deze
voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
2. De directeur DAD draagt er zorg voor dat de rapporten van de
DAD ter beschikking worden gesteld van de functionarissen en de
instanties die daartoe bij of krachtens de wet of bij besluit van Onze
Minister zijn aangewezen.
Artikel 8
Binnen een ministerie vindt in een commissie onder leiding van de
secretaris-generaal, mede aan de hand van de rapporten van de DAD,
overleg plaats over de controle-aangelegenheden van het ministerie. In
deze commissie hebben in ieder geval zitting de directeur DAD en de
directeur van de Centrale Directie Financieel-Economische Zaken.
Artikel 9
1. De directeur DAD neemt deel aan het interdepartementale
overleg van de directeuren DAD en de directeur van de Directie
Accountancy Rijksoverheid van het ministerie van Financiën.
2. Onze Minister van Financiën kan met betrekking tot dit
overleg en de deelneming daaraan regels stellen.
Artikel 10
Onze Minister van Financiën kan, gehoord het interdepartementale
overleg bedoeld in artikel 9, eerste lid, nadere regels stellen met
betrekking tot de controle, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de
Comptabiliteitswet 2001.
Artikel 11
1. Het Besluit taak departementale accountantsdienst wordt
ingetrokken.
2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na
de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst.
3. Het besluit wordt aangehaald als: Besluit taak DAD.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 1 september 1995
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de negentiende september 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager