|
REGELING van de Minister van Financiën van 20 februari 2007 over
instelling, opzet en werking van baten-lastendiensten (Regeling
baten-lastendiensten 2007)
De Minister van Financiën;
Overwegende dat het wenselijk is in verband met
een meer doelmatige bedrijfsvoering binnen het Rijk aan dienstonderdelen
de status van baten-lastendienst te verlenen;
Overwegende dat het nodig is nadere uitwerking
te geven aan de kaders en werkwijze bij instelling, van de financiële
faciliteiten en van de verslaggeving;
Gelet op artikel 18, derde lid, van de
Comptabiliteitswet 2001;
Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief
van 20 februari 2007, kenmerk 7000307 R);
Besluit:
Paragraaf
1. Algemeen
Artikel
1. Definities
In deze regeling
wordt verstaan onder:
| a. |
baten-lastendienst:
een dienstonderdeel als bedoeld in het eerste lid
van artikel 10 van
de Comptabiliteitswet 2001;
|
| b. |
vakMinister:
de Minister belast met de leiding van het Ministerie
waaronder de betrokken (kandidaat)
baten-lastendienst ressorteert;
|
| c. |
vakMinisterie:
het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat)
baten-lastendienst ressorteert;
|
| d. |
lening:
een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding
gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt
gesteld vanuit de centrale kas van ’s Rijks
schatkist op een zogenoemde leningrekening;
|
| e. |
initiële
lening: de lening die wordt afgesloten bij de
instelling van de baten-lastendienst en opgenomen is
in de openingsbalans ten behoeve van de financiering
van over te nemen activa van het vakMinisterie.
|
| f. |
termijndeposito:
een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding
gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas
van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een
zogenoemde depositorekening;
|
| g. |
leenplafond:
het maximale geldbedrag dat in de vorm van een of
meer leningen met een bepaalde looptijd in een jaar
aan een baten-lastendienst kan worden toegekend;
|
| h. |
Rijkshoofdboekhouding:
de afdeling van het Ministerie van Financiën die
belast is met de bankierstaken voor onder andere de
baten-lastendiensten vanuit de centrale kas van ’s
Rijks schatkist.
|
| i. |
Exploitatiereserve:
een reserve die wordt aangehouden om jaarlijkse
fluctuaties in de exploitatie op te vangen.
|
| k. |
Verplichte
reserve: een reserve die men verplicht is aan te
houden indien immateriële vaste activa op het
gebied van ontwikkelingsactiviteiten, op de balans
worden opgenomen.
|
| l. |
Exploitatieresultaat:
het saldo van gerealiseerde baten en lasten over een
jaar.
|
Paragraaf
2. De instelling
Artikel
2. Instellingsvoorwaarden
| 1. |
De
voorwaarden waaraan een kandidaat baten-lastendienst
moet voldoen, bestaan in ieder geval uit de
onderstaande kernvoorwaarden.
| a. |
De
kandidaat-dienst geeft vooraf aan hoe hij
doelmatiger gaat werken en hoe dat
aantoonbaar is;
|
| b. |
Er
zijn voldoende doelmatigheidsprikkels
ingebouwd in het resultaatgerichte
sturingsmodel;
|
| c. |
Er
is een kostprijsmodel dat de koppeling legt
tussen producten en kosten.
|
|
| 2. |
Aanvullende
voorwaarden kunnen door de Minister van Financiën
worden vastgesteld afhankelijk van de resultaten van
een aanvangsdoorlichting.
|
Artikel
3. Instellingsprocedure
| 1. |
De
Minister van Financiën voert een
aanvangsdoorlichting uit bij de kandidaat
baten-lastendienst en haar omgeving die resulteert
in conclusies over de mate waarin de kandidaat
baten-lastendienst al voldoet aan de kernvoorwaarden
en over eventuele aanvullende voorwaarden.
|
| 2. |
De
instellingsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 2
worden opgenomen in het startdocument dat de
secretaris generaal van het vakMinisterie, de
directeur van de kandidaat baten-lastendienst en de
Minister van Financiën ondertekenen.
|
| 3. |
De
Minister van Financiën toetst het voornemen van een
vakMinisterie tot de instelling van een
baten-lastendienst aan de hand van de
instellingsvoorwaarden die zijn beschreven in het
startdocument.
|
| 4. |
De
vakMinister kan mede namens de Minister van Financiën
het voorstel om de status van baten-lastendienst toe
te kennen, indienen ter besluitvorming bij de
Ministerraad indien de in het vorig lid bedoelde
toets positief is en de departementale auditdienst
van het vakMinisterie geen relevante onvolkomenheden
heeft geconstateerd in het gevoerde financieel
beheer over het voorafgaande jaar bij de kandidaat
baten-lastendienst en de bestaande
baten-lastendiensten waarvoor vakMinister
verantwoordelijk is.
|
| 5. |
Indien de
Ministerraad instemt met het in het vorige lid
bedoelde voornemen, brengt de vakMinister het
voornemen ter kennis aan de Tweede Kamer. Het moment
van in kennisstelling wordt zodanig gekozen dat de
Tweede Kamer bij haar afwegingen voldoende
gelegenheid krijgt om kennis te nemen van de
bevindingen van het betreffende departementale
rapport van de Algemene Rekenkamer, zoals bedoeld in
artikel 84 van de
Comptabiliteitswet.
|
| 6. |
Indien de
Tweede Kamer zich niet uitspreekt tegen de
instelling van de baten-lastendienst overeenkomstig
de procedure vastgelegd in het eerste
lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet,
kunnen de vakMinister en de Minister van Financiën
overgaan tot instelling per 1 januari van het
instellingsjaar door het instellingsbesluit te
ondertekenen.
|
| 7. |
Na
ondertekening van het instellingsbesluit wordt dit
besluit bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
Artikel
4. Procedure openingsbalans
| 1. |
De
indicatieve openingsbalans wordt opgenomen in de
ontwerpbegroting van het beoogde instellingsjaar van
het vakMinisterie conform de voorschriften van de
Minister van Financiën.
|
| 2. |
Nadat de
Tweede Kamer de begroting, bedoeld in het eerste
lid, heeft vastgesteld, stelt de vakMinister in
overeenstemming met de Minister van Financiën de
definitieve openingsbalans vast.
|
| 3. |
De
definitieve openingsbalans dient voorzien te zijn
van een goedkeurende verklaring van de betrokken
departementale auditdienst.
|
| 4. |
De
definitieve openingsbalans wordt opgenomen in de
toelichting bij de eerste suppletore begroting van
het vakMinisterie in het jaar van instelling.
|
Artikel
5. Uitgangspunten openingsbalans
| 1. |
In de
openingbalans worden de bezittingen, de schulden en
de voorzieningen opgenomen die door het
vakMinisterie aan een baten-lastendienst in
economisch beheer worden overgedragen.
|
| 2. |
Tegenover
de langlopende bezittingen wordt in de
openingsbalans een langlopende schuld aan het
Ministerie van Financiën opgenomen, in de vorm van
een beroep op de leenfaciliteit, de zogenoemde initiële
lening. De benodigde initiële lening kan eventueel
worden verlaagd met het langlopende deel van de
voorziening. De uit de verstrekte lening ontvangen
gelden dienen door de betrokken baten-lastendienst
te worden betaald aan het vakMinisterie ter
vergoeding van de overgenomen vermogensbestanddelen.
|
| 3. |
In de
openingsbalans wordt het saldo van de kortlopende
bezittingen enerzijds en de kortlopende schulden en
de voorzieningen, voor zover deze niet in mindering
zijn gebracht op de langlopende schuld, anderzijds,
voor zover dit saldo positief is, opgenomen als
passivum in de post Nog te betalen (aan het
vakMinisterie) en voor zover dit saldo negatief is,
opgenomen als activum in de post Nog te ontvangen
(van het vakMinisterie).
|
| 4. |
In de
openingsbalans kunnen slechts als vormen van het
eigen vermogen worden opgenomen:
| a. |
een
exploitatiereserve, met inachtneming van de
onderdelen b en c van het vierde lid van
artikel 17;
|
| b. |
een
verplichte reserve als gevolg van activering
van immateriële vaste activa.
|
|
Artikel
6. Rentecompensatie bij openingsbalans
Indien de
kostprijs van een product of een dienst van een
baten-lastendienst stijgt als gevolg van de rente die een
baten-lastendienst in rekening wordt gebracht over de initiële
lening en indien die gestegen kostprijs via een tarief dat
in rekening wordt gebracht aan een ander dienstonderdeel van
het Rijk, staat de Minister van Financiën aan die andere
dienst toe ten laste van de algemene middelen structureel
een aanvullend budget ter grootte van de gestegen kosten in
de departementale begroting op te nemen.
Artikel
7. Status van tijdelijke baten-lastendienst
| 1. |
Uit
oogpunt van doelmatigheid kan aan een
organisatieonderdeel van een vakMinisterie de status
van tijdelijke baten-lastendienst worden toegekend,
indien dit dienstonderdeel het voornemen heeft
binnen drie jaren definitief baten-lastendienst te
worden.
|
| 2. |
Bij de
aanvraag voor een status van tijdelijke
baten-lastendienst gelden de volgende afwijkingen
ten opzichte van de instellingsprocedure genoemd in
artikelen 3 en 4:
| – |
De
toets, bedoeld in het derde lid van artikel
3 omvat ook een oordeel of de
kandidaat-dienst binnen drie jaar volledig
kan voldoen aan de instellingsvoorwaarden.
|
| – |
De
procedure en de formele instellingsdatum
zijn niet gebonden aan de tijdstippen,
bedoeld in artikelen 3 en 4.
|
|
| 3. |
Vanaf de
toekenning van de tijdelijke status staan alle
financiële faciliteiten ter beschikking.
De
openingsbalans wordt per instellingsdatum
vastgesteld.
|
| 4. |
De
toekenning van de tijdelijke status vervalt
uiterlijk op 31 december van het tweede jaar
volgende op het jaar waarin is besloten tot de
tijdelijke status. Artikel 8 is van overeenkomstige
toepassing. Indien binnen de genoemde tijdslimiet
volledig is voldaan aan de instellingsvoorwaarden en
instellingsprocedure beschreven in artikelen 2 en 3
dan wordt bij het besluit van de vakMinister en de
Minister van Financiën zoals bedoeld in het zesde
lid van artikel 2 besloten tot omzetting van de
status van tijdelijk baten-lastendienst naar
definitieve baten-lastendienst.
|
| 5. |
Dit
besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant
|
Artikel
8. Intrekking van de status van baten-lastendienst
| 1. |
Intrekking
van de status van baten-lastendienst kan plaats
vinden door een besluit van de vakMinister en de
Minister van Financiën. Dit besluit wordt
gepubliceerd in de Staatscourant.
|
| 2. |
De omvang
van de rekening courant, leen- en depositofaciliteit
zoals blijken uit de slotbalans van de op te heffen
baten-lastendienst, worden door het vakMinisterie
afgerekend met het Ministerie van Financiën.
De
slotbalans dient voorzien te zijn van een
goedkeurende accountantsverklaring.
|
| 3. |
Indien de
taken van de dienst waarvan de status van de
baten-lastendienst wordt ingetrokken, overgaan naar
een andere baten-lastendienst, wordt de omvang van
de rekening courant, leen- en depositofaciliteit
overgenomen door de andere baten-lastendienst via
opname in de balans.
|
Paragraaf
3. De leen- en depositofaciliteiten
Artikel
9. Leen- en depositomogelijkheden
| 1. |
De
Minister van Financiën kan aan een
baten-lastendienst ter dekking van een
financieringsbehoefte voor een investering in vaste
activa een lening verstrekken. De looptijd van de
lening wordt gekoppeld aan de economische levensduur
van de onderliggende vaste activa.
|
| 2. |
Ter
voorziening in een liquiditeitsbehoefte voor het
doen van lopende uitgaven kan de Minister van
Financiën een baten-lastendienst een krediet
verstrekken door middel van een debetstand op de
rekening courant.
|
| 3. |
Tijdelijk
door een baten-lastendienst niet benodigde gelden
worden ofwel credit op een rekening-courant bij het
Ministerie van Financiën aangehouden ofwel op een
termijndeposito bij het Ministerie van Financiën
geplaatst.
|
Artikel
10. Tarieven en limieten
| 1. |
De
Minister van Financiën bepaalt de van toepassing
zijnde rentepercentages, boetes en overige tarieven
voor leningen, termijndeposito’s, debet- en
creditsaldi op de rekeningen-courant.
|
| 2. |
De in het
eerste lid bedoelde rentepercentages en tarieven
worden zoveel mogelijk marktanaloog vastgesteld.
|
| 3. |
De
renteverrekening tussen het Ministerie van Financiën
en het betrokken baten-lastendienst vindt plaats:
| a. |
voor
de saldi op een rekening-courant gedurende
het jaar: eenmaal per jaar met als
rentevervaldatum 31 december;
|
| b. |
voor
een lening: eenmaal per jaar op de voor de
lening geldende rentevervaldatum;
|
| c. |
voor
een termijndeposito: op de voor het
termijndeposito geldende rentevervaldatum.
|
|
| 4. |
De
Minister van Financiën kan minimumbedragen
vaststellen voor leningen en deposito’s.
|
Artikel
11. Leenaanvragen
| 1. |
Jaarlijks
kunnen ten behoeve van een baten-lastendienst een of
meer leenplafonds per looptijd door de Minister van
Financiën worden vastgesteld.
|
| 2. |
Aan de
betrokken baten-lastendienst kunnen door de Minister
van Financiën leningen met bepaalde looptijden
worden toegekend. De toegekende leenplafonds zullen
niet worden overschreden.
|
| 3. |
De
Minister van Financiën bepaalt de procedure voor
het aanvragen van een leenplafond en het opnemen van
een lening.
|
Artikel
12. Boekingsprocedure
| 1. |
Voor een
lening en een termijndeposito opent de Minister van
Financiën op naam van de baten-lastendienst in de
centrale administratie van ’s Rijks schatkist een
leningrekening respectievelijk een depositorekening.
|
| 2. |
Over de
gelden op een leningrekening kan door een
baten-lastendienst slechts worden beschikt door
middel van overboeking naar de rekening-courant van
die baten-lastendienst bij ’s Rijks schatkist. De
overboeking vindt plaats op de overeen te komen
opnamedatum.
|
| 3. |
Het
plaatsen van gelden op een termijndeposito geschiedt
door middel van een overboeking van de
rekening-courant van de baten-lastendienst naar de
depositorekening van die baten-lastendienst bij het
Ministerie van Financiën. De overboeking vindt
plaats op de overeen te komen ingangsdatum.
|
| 4. |
De in het
tweede en derde leden kunnen niet in het verleden
liggen. De datum van de initiële lening is de enige
uitzondering hiervan.
|
Artikel
13. Leenvoorwaarden
Aan een lening
zijn de volgende voorwaarden verbonden:
| 1. |
Een in
rekening te brengen afsluitprovisie int de
Rijkshoofdboekhouding automatisch per de
ingangsdatum van de betrokken lening ten laste van
de rekening-courant van de baten-lastendienst.
|
| 2. |
De
jaarlijkse aflossing van de lening int de
Rijkshoofdboekhouding automatisch op de
overeengekomen aflossingsdata ten laste van de
rekening-courant en wordt afgeboekt van de
leningrekening van de baten-lastendienst.
|
| 3. |
De over
een lening verschuldigde rente int de
Rijkshoofdboekhouding jaarlijks automatisch ten
laste van de rekening-courant van de
baten-lastendienst. De rente is verschuldigd vanaf
de opnamedatum.
|
| 4. |
Het
vervroegd aflossen van (een deel van) de lening is
toegestaan en geschiedt door tijdig verzoek aan de
Rijkshoofdboekhouding.
|
| 5. |
Bij het
vervroegd aflossen is de baten-lastendienst een
boete verschuldigd. De boete int de
Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de
rekening-courant van de baten-lastendienst.
|
| 6. |
In
afwijking van het vorige lid is het vervroegd
aflossen boetevrij toegestaan bij verkoop of bij
verlies door brand, diefstal of vernietiging van de
vaste activa waarvoor de lening was afgesloten, en
bij het overeenkomstig de verslaggevingvoorschriften
van artikelen 16 en 17 afwaarderen van de vaste
activa waarvoor de lening was afgesloten.
|
| 7. |
Het bedrag
van de vervroegde aflossing int de
Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de
rekening-courant en wordt afgeboekt op de
leningrekening van de baten-lastendienst.
|
Artikel
14. Depositovoorwaarden
Aan een
termijndeposito zijn de volgende voorwaarden verbonden:
| 1. |
Een in
rekening te brengen afsluitprovisie int de
Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de
rekening-courant van de baten-lastendienst.
|
| 2. |
Het bedrag
van het termijndeposito boekt de
Rijkshoofdboekhouding over per einddatum van de
depositorekening van de baten-lastendienst naar de
rekening-courant van de baten-lastendienst.
|
| 3. |
De te
ontvangen rente over het termijndeposito wordt voor
depots met een looptijd tot en met twaalf maanden
per einddatum vergoed. In het geval van een termijn
deposito met een looptijd van langer dan twaalf
maanden schrijft de Rijkshoofdboekhouding de te
ontvangen rente jaarlijks automatisch bij op de
rekening-courant van de baten-lastendienst. De rente
wordt berekend vanaf de ingangsdatum van het
termijndeposito.
|
| 4. |
Het
vervroegd opnemen van (een deel van) het
termijndeposito is toegestaan en geschiedt door een
tijdig verzoek aan de Rijkshoofdboekhouding.
|
| 5. |
In het
geval van het vervroegd opnemen is de
baten-lastendienst een boete verschuldigd. Het
bedrag van de boete voor vervroegd opnemen int de
Rijkshoofdboekhouding per opnamedatum automatisch
ten laste van de rekening-courant van de
baten-lastendienst.
|
| 6. |
Het bedrag
van de vervroegde opname boekt de
Rijkshoofdboekhouding per opnamedatum van de
depositorekening van de baten-lastendienst over naar
de rekening-courant van de baten-lastendienst.
|
Artikel
15. Overige
De Minister van
Financiën stelt standaardformulieren vast voor de aanvraag
voor het vaststellen van een leenplafond, de aanvraag voor
het opnemen van een lening en het plaatsen van een
termijndeposito.
Paragraaf
4. De verslaggeving
Artikel
16. Uitgangspunten administratie en verslaggeving
| 1. |
Onverminderd
artikel 17 zijn op de verslaggeving van
baten-lastendiensten de artikelen
361 tot en met 391, uitgezonderd artikel
383 van Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek Boek 2
en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van
overeenkomstige toepassing.
|
| 2. |
Indien een
baten-lastendienst een publicitair jaarverslag
openbaar maakt, dient de baten-lastendienst in dit
jaarverslag melding te maken van de bijzondere
status van dit verslag.
|
| 3. |
Indien de
baten-lastendienst een publicitair jaarverslag
uitbrengt, kan een accountantsverklaring worden
opgenomen.
De
genoemde accountantsverklaring dient een getrouw
beeldverklaring te zijn. In dat geval dient in het
publicitair jaarverslag ook een
bedrijfsvoeringparagraaf te worden opgenomen waarin
verslag wordt gedaan van de opmerkelijke zaken in de
bedrijfsvoering, analoog aan de voorschriften die
ten aanzien van de bedrijfsvoeringparagraaf zijn
opgenomen in de rijksbegrotingsvoorschriften.
|
Artikel
17. Nadere bepalingen voor de verslaggeving
Voor de
verslaggeving van baten-lastendiensten gelden de volgende
nadere bepalingen:
| 1. |
Onder het
begrip ‘derden’ in de zin van Titel
9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient
ook te worden verstaan iedere organisatie of ieder
organisatieonderdeel van de rijksoverheid anders dan
de baten-lastendienst waarop de verslaggeving
betrekking heeft.
|
| 2. |
Bij materiële
en immateriële vaste activa gelden de volgende
bepalingen:
| a. |
De
waardering geschiedt tegen verkrijging- of
vervaardigingprijs, onder aftrek van
cumulatieve afschrijvingen en eventuele
opgetreden waardeverminderingen.
|
| b. |
Afschrijving
dient te geschieden volgens de lineaire
methode, op basis van de economische
levensduur van de vaste activa.
|
| c. |
Bij
het bepalen van de afschrijvingstermijnen
worden in beginsel de volgende termijnen
gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in
de jaarrekening:
|
Activum:
|
Afschrijvingstermijn:
|
|
–
grond/terreinen
|
niet
afschrijven
|
|
–
gebouwen
|
30
à 50 jaar
|
|
–
verbouwingen
|
5
à 10 jaar
|
|
–
inventaris/installaties
|
5
à 10 jaar
|
|
–
vervoermiddelen
|
4
à 5 jaar
|
|
–
computerhardware en -software
|
3
à 5 jaar
|
|
–
overige materiële vaste activa
|
2
à 5 jaar
|
|
–
immateriële vaste activa
|
2
à 5 jaar
|
|
|
| 3. |
Een
baten-lastendienst zal geen financiële vaste activa
bezitten.
|
| 4. |
Bij eigen
vermogen gelden de volgende bepalingen:
| a. |
In
de balans van een baten-lastendienst, niet
zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als
vormen van het eigen vermogen worden
opgenomen:
| – |
een
exploitatiereserve;
|
| – |
een
verplichte reserve als gevolg van
activering van immateriële vaste
activa;
|
| – |
het
onverdeeld resultaat, zijnde het
exploitatieresultaat over het jaar
waarop de verslaggeving betrekking
heeft.
|
|
| b. |
De
exploitatiereserve van een
baten-lastendienst is gebonden aan een
maximumomvang van 5% van de gemiddelde
jaaromzet ultimo jaar, berekend over de
laatste drie jaar. Indien een
baten-lastendienst korter dan drie jaar
bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet
berekend over deze kortere periode.
|
| c. |
Het
totaal van de exploitatiereserve en de
verplichte reserve van een
baten-lastendienst mag ultimo jaar niet
minder bedragen dan nul.
|
| d. |
Het
onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling
van de jaarrekening, in zijn geheel
toegevoegd aan de exploitatiereserve van een
baten-lastendienst. Indien dit leidt tot
overschrijding van de in lid 4b gestelde
maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde
minimumomvang, dan wordt dit overeenkomstig
het tweede lid van artikel 19 hersteld.
|
|
| 5. |
Langlopend
vreemd vermogen kan uitsluitend bestaan uit leningen
van het Ministerie van Financiën, zoals bedoeld in
artikel 9.
|
| 6. |
Het
rekening-courantkrediet bij de ’s Rijks schatkist
is voor een baten-lastendienst per ultimo jaar
gemaximeerd op € 0,5 miljoen.
|
| 7. |
Voorzieningen
worden in beginsel opgenomen overeenkomstig Titel
9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De
keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen,
wordt toegelicht in de jaarrekening.
Dotatie,
onttrekking en vrijval van voorzieningen worden
vermeld en afzonderlijk toegelicht in de
jaarrekening.
|
Paragraaf
5. Financiering
Artikel
18. Bekostiging
Baten-lastendiensten
ontvangen, op basis van de met de opdrachtgever(s) van de
baten-lastendienst gemaakte prijs-, hoeveelheid- en
kwaliteitsafspraken, bijdragen voor de door hen
gerealiseerde productie.
Artikel
19. Mutaties in het eigen vermogen
| 1. |
Bijdragen
aan baten-lastendiensten anders dan de in artikel 18
genoemde bijdragen, zijn directe vermogensmutaties
en worden door de baten-lastendienst altijd
verantwoord onder de exploitatiereserve.
|
| 2. |
Indien er
volgens de jaarrekening sprake is van een
overschrijding van de in het vierde en zesde lid van
artikel 17 genoemde grenzen dan dient bij de
eerstvolgende suppletore wet te worden aangegeven
hoe dit zal worden hersteld binnen het lopende
begrotingsjaar.
|
| 3. |
In
afwijking van het tweede lid mag een herstelactie
bij een te hoog eigen vermogen, via een
tariefsverlaging, over twee begrotingsjaren plaats
hebben.
|
Artikel
20. Bevoorschotting
Bij
bevoorschotting van een baten-lastendienst wordt een
zodanige frequentie en hoogte aangehouden dat aangesloten
wordt bij de noodzakelijke liquiditeitsbehoefte van de
baten-lastendienst.
Paragraaf
6. Slotbepalingen
Artikel
21. Afwijking
In bijzondere
gevallen kan met voorafgaande schriftelijke instemming van
de Minister van Financiën gemotiveerd worden afgeweken van
deze regeling.
Artikel
22. Intrekking regelingen
| 1. |
De regeling
leen- en depositofaciliteit agentschappen 2003
wordt ingetrokken.
|
| 2. |
De
regeling vermogensvoorschriften baten-lastendiensten
2001 wordt ingetrokken.
|
| 3. |
De
paragrafen 6.2, 6.3, 6.4.1 en 6.4.2. van bijlage 3
van de regeling departementale
begrotingsadministratie 1997 worden ingetrokken.
|
| 4. |
De
circulaire Jaarverslagen van dienstonderdelen 1996
(kenmerk DAR96/112m) wordt ingetrokken.
|
Artikel
23. Evaluatie
De regeling wordt
uiterlijk in 2011 geëvalueerd.
Artikel
24. Inwerkingtreding
Deze regeling
treedt in werking op 28 februari 2007. De regeling
werkt terug tot 1 januari 2007 met uitzondering van de
toepassing op de jaarverantwoording over 2006 van de
verslaggevingvoorschriften bepaald in het eerste lid van
artikel 16 en het eerste, tweede en zevende lid van artikel
17.
Deze regeling
wordt aangehaald als: Regeling baten-lastendiensten 2007.
De regeling
zal met toelichting worden bekend gemaakt door publicatie in de Staatscourant.
De Minister
van Financiën,
G.
Zalm.
Bijlage 1. Procedure
voor lenen en sparen
Alle genoemde formulieren
staan op de internet site van het Ministerie van Financiën:
schatkistbankieren.
Lening
Verzoek opname
lening
Het verzoek tot opname
van een lening geschiedt door middel van het invullen en
elektronisch aanleveren van het formulier Verzoek opname lening
baten-lastendienst. Dit formulier moet twee werkdagen voor de
opname datum bij de RHB aangeleverd zijn.
Vervroegde aflossing
Het verzoek voor een
vervroegde aflossing wordt elektronisch aangeleverd bij de
Rijkshoofdboekhouding. Het verzoek dient twee werkdagen voor de
gewenste datum door de RHB ontvangen te zijn. In het verzoek
wordt aangegeven welke lening het betreft, wat het bedrag van de
vervroegde aflossing is en de datum van aflossing. Indien de
baten-lastendienst boetevrij wil aflossen wordt dit expliciet
vermeld en wordt de reden voor de vervroegde aflossing
opgegeven.
Deposito
Verzoek plaatsing
deposito
Het verzoek tot
plaatsing van een deposito geschiedt door middel van het
invullen en elektronisch aanleveren van het formulier Plaatsing
termijndeposito baten-lastendienst. Als dit formulier voor
twaalf uur is ontvangen, kan het deposito de zelfde dag ingaan.
Formulieren die later ontvangen zijn gaan de volgende bankdag in
of op de gewenste ingangsdatum indien deze in de toekomst ligt.
Vervroegde opname
Het verzoek voor een
vervroegde opname wordt elektronisch aangeleverd bij de
Rijkshoofdboekhouding. Het verzoek dient twee werkdagen voor de
gewenste datum door de Rijkshoofdboekhouding ontvangen te zijn.
In het verzoek wordt aangegeven welke deposito het betreft, wat
het bedrag van de vervroegde opname is en de datum van opname.
Eindejaarsoverzichten
Binnen vijftien
werkdagen na afloop van een begrotingsjaar stuurt de
Rijkshoofdboekhouding aan de baten-lastendiensten een
saldobiljet met daarop de stand van de rekening-courant,
leenrekening en depositorekening. Tevens wordt ter informatie
meegestuurd het overzicht van de rekening-courantrente, en een
saldo overzicht voor de leningen en deposito’s.
Bijlage 2. Tarieven en
grensbedragen
Alle genoemde tarieven en
grensbedragen staan op de internet site van het Ministerie van
Financiën: schatkistbankieren.
A. Leenfaciliteit
|
Grensbedrag
|
Onder € 0,5
miljoen wordt geen lening verstrekt.
|
|
Afsluitprovisie
|
Geen
|
|
|
Boete vervroegd
aflossen
|
Een door de
Minister te bepalen percentage over de vervroegde
aflossing
|
| |
|
|
|
Looptijd lening
|
Rente %
|
|
|
< 1 jaar
|
wordt niet
verstrekt
|
|
|
1 jaar t/m 30
jaar
|
ERSL
|
|
B. Rekening-courant
|
Grensbedrag
|
Boven de € 0,5
miljoen wordt op jaareinde geen rekening-courantkrediet
verstrekt (zie artikel 4.2. lid 6)
|
| |
|
|
| |
Rente % =
|
Beschikbaarheidprovisie
|
|
Debetsaldo
(-saldo)
|
call EURIBOR +
1,00%
|
Geen
|
|
Creditsaldo
(+saldo)
|
call EURIBOR –
1,00%
|
Nvt
|
C. Termijndeposito’s
|
Grensbedrag
|
Onder € 0,250
miljoen worden geen termijndeposito’s geplaatst.
|
|
Afsluitprovisie
|
Geen
|
|
|
Boete vervroegd
opnemen
|
Een door de
Minister te bepalen percentage over het te vroeg opgenomen
deel van een termijndeposito
|
| |
|
|
|
Looptijd
deposito
|
Rente % =
|
|
|
1 t/m 12 maands
|
EURIBOR –
0,25%
|
|
18 maands
|
ERSL
overeenkomstige looptijd – 0,10%
|
|
2 jaar of langer
(alleen hele
jaren)
|
ERSL
overeenkomstige looptijd – 0,10%
|
|