a. Minister: de Minister wie het aangaat.
b. College: een college, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder
e, van de Comptabiliteitswet 2001, wat het aangaat.
c. Administreren: het systematisch verzamelen, vastleggen en
verwerken van gegevens, gericht op het verstrekken van informatie
ten behoeve van het besturen en doen functioneren van een Ministerie
en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
afgelegd.
d. Departementale begrotingsadministratie: de administratie van
de financiële handelingen bij een Ministerie, baten-lastendiensten
en de begrotingsfondsen die bestaat uit de ramingsregistratie, de
begrotingsboekhouding en de overige administraties.
e. Begrotingsboekhouding: het onderdeel van de departementale
begrotingsadministratie, waarin gerealiseerde verplichtingen,
uitgaven en ontvangsten, baten, lasten, kapitaaluitgaven en
kapitaalontvangsten, standen van saldibalansposten en balansposten
worden verwerkt.
f. Ramingsregistratie: een onderdeel van de departementale
begrotingsadministratie, waaraan informatie over de ramingen van
verplichtingen, baten, lasten, uitgaven en ontvangsten, de
wijzigingen daarvan en de meerjarenramingen van verplichtingen,
uitgaven en ontvangsten kunnen worden ontleend.
g. Begrotingsvoorbereiding: het gehele proces dat gericht is op
de totstandkoming en autorisatie van de ontwerpbegroting. Dit proces
begint met de begrotingsaanschrijving van de Minister van Financiën
en eindigt op het moment dat de begrotingswet door de
Staten-Generaal is aangenomen.
h. Begrotingsuitvoering: het proces dat gericht is op de
uitvoering en het beheer van de door de Staten-Generaal
geautoriseerde begroting. Dit proces start op 1 januari van het
desbetreffende jaar en eindigt op 31 december.
i. Administratieve organisatie van het financieel beheer: het
gehele complex van organisatorische maatregelen binnen een
organisatie, inclusief het stelsel van maatregelen van interne
controle, dat direct of indirect betrekking heeft op een goede
werking van de financiële administratie en de
financieel-administratieve systemen, op de rechtmatigheid en
doelmatigheid van het financieel beheer en op de verantwoording die
daarover moet worden afgelegd.
j. Verplichtingen-kasstelsel: een combinatie van het kasstelsel
en het verplichtingenstelsel. De uitgaven en ontvangsten worden
toegerekend aan het tijdvak waarin de feitelijke uitgaven en
ontvangsten plaatsvinden. Tevens wordt inzicht gegeven in de
financiële consequenties van aangegane verplichtingen.
k. Baten-lastendienst: een dienstonderdeel zoals bedoeld in het
eerste lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet 2001.
l. Baten-lastenstelsel: een begrotings- en verslaggevingsstelsel
waarbij uitgaven en ontvangsten worden toegerekend aan het tijdvak
waarin het verbruik van goederen en diensten plaatsvindt en de baten
ontstaan.
m. Functiescheiding: het aanbrengen van scheiding tussen functies
met beschikkende, registrerende, bewarende, controlerende en
uitvoerende taken en bevoegdheden.
n. Betrouwbaarheid: de informatie is juist (conform de bewijs- en
boekingsstukken), tijdig (binnen de daartoe gestelde tijd boeken,
betalen of verplichten) en volledig (bevat alle financiële gegevens
en boekingen).
o. Comptabele rechtmatigheid: dat een financiële transactie
waarvan de uitkomst in het departementale jaarverslag dient te
worden verantwoord, is in overeenstemming met de begrotingswetten en
met de in de internationale regelgeving, Nederlandse wetten,
algemene maatregelen van bestuur en Ministeriële regelingen
opgenomen bepalingen die de uitkomst van die financiële transactie
beïnvloeden.
p. Meerjarenraming: de ramingen van verplichtingen, uitgaven,
niet-belastingontvangsten en belastingontvangsten voor direct op het
begrotingsjaar volgende jaren.
q. Intracomptabele administratie: de begrotingsboekhouding waarin
de financiële gegevens van een transactie worden geboekt en in
directe relatie met de verplichtingen en kasstromen worden
bijgehouden.
r. Extracomptabele administratie: de ondersteunende administratie
die als aanvulling op de begrotingsadministratie wordt bijgehouden.
s. Bijstelling van een aangegane verplichting: een aanpassing van
het bedrag van een aangegane verplichting en van de raming van de
uit die verplichting voortvloeiende betaling(en), zonder dat er in
formele zin sprake is van een nieuwe verplichting.