|
REGELING van de Minister van Financi๋n van 9 april 2007, houdende
voorschriften inzake het rekening-courantbeheer bij s Rijks schatkist
van derden die collectieve middelen beheren, alsmede van het
leningenbeheer van die derden (Regeling rekening-courant- en
leningenbeheer derden)
De Minister van Financi๋n;
Gelet op artikel 49a van de Comptabiliteitswet
2001 en op artikel 2, derde lid, van het Besluit kasbeheer 1998;
Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief
van 20 februari 2007, kenmerk 6007579R);
Besluit:
Artikel 1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt
verstaan onder:
| a. |
actuele
marktwaarde: de waarde die kan worden berekend aan de
hand van de actuele marktrente van de resterende
looptijden van de toekomstige kasstromen (rente en
aflossing) van een financieel product;
|
| b. |
deposito: het
creditbedrag op een aan de rekening-courant gekoppelde
rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt
vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde
periode door de rechtspersoon niet vrij beschikt kan
worden;
|
| c. |
Euro Overnight
Index Average (EONIA): de dagelijkse vaststelling door
de Europese Centrale Bank van de rente waartegen
gemiddeld genomen overnight en zonder onderpand
liquiditeiten zijn geleend in de eurogeldmarkt door een
panel van prime banks;
|
| d. |
Euro Interbank
Offered Rate (Euribor): de dagelijks door de European
Banking Federation vastgestelde rente waartegen op de
geldmarkt interbancair deposito's in euro's van
verschillende looptijden worden aangeboden in de landen
waar de euro betaalmiddel is;
|
| e. |
krediet in
rekening-courant: het rekening-courantkrediet, bedoeld
in artikel 49, eerste
lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
|
| f. |
lening: de
lening, bedoeld in artikel
48, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
|
| g. |
Minister: de
Minister van Financi๋n;
|
| h. |
rechtspersoon:
de rechtspersoon die op grond van het Aanwijzingsbesluit
rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie
zijn opgenomen in bijlage
A behorende bij dat besluit dan wel de andere
derde, bedoeld in artikel
24, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
|
| i. |
rekening-courant:
de rekening-courant, bedoeld in artikel
24, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
|
| j. |
Staat-swapspread:
het verschil tussen het effectieve rendement op
staatsleningen en het effectieve rendement waartegen
banken rentestromen met elkaar uitwisselen;
|
| k. |
trekkingsrecht:
het recht van een derde partij om op eerste afroep te
kunnen beschikken over een maximaal overeengekomen
bedrag van een rechtspersoon die gelden in
rekening-courant bij s Rijks schatkist aanhoudt.
|
Artikel 2.
Rekening-courant en deposito
| 1. |
Het aanhouden
van liquide middelen in s Rijks schatkist door een
rechtspersoon geschiedt in de vorm van een
rekening-courant. Aan een rekening-courant kan een
depositorekening worden gekoppeld.
|
| 2. |
Met de
rechtspersoon wordt daartoe door de Minister een
rekening-courantovereenkomst gesloten.
|
| 3. |
De Minister
kan in een rekening-courantovereenkomst nadere
voorwaarden opnemen, waaronder de voorwaarden inzake de
wijze waarop de rekening-courant en een daarmee
verbonden depositorekening worden gedebiteerd en
gecrediteerd.
|
| 4. |
De looptijd
van een deposito wordt uitgedrukt in dagen, weken,
maanden of jaren.
|
| 5. |
Het vervroegd
laten vrijvallen van een deposito is uitsluitend
mogelijk tegen de actuele marktwaarde.
|
Artikel 3.
Rente
| 1. |
Over
aangehouden liquide middelen in rekening-courant wordt
een daggeldrente vergoed waarvan de hoogte gelijk is aan
de Euro Overnight Index Average (EONIA).
|
| 2. |
Over een
deposito wordt rente vergoed. De hoogte van de rente is
afhankelijk van de looptijd van het deposito, waarbij
geldt dat voor een deposito met een looptijd van
maximaal 12 maanden een rente wordt vergoed waarvan de
hoogte gekoppeld is aan de Euro Interbank Offered Rate (Euribor),
en voor een deposito met een looptijd van meer dan 12
maanden een rente wordt vergoed waarvan het percentage
gekoppeld is aan het effectief rendement van openbare
staatsleningen met een corresponderende looptijd en een
uitstaand volume van tenminste 2,5 miljard euro.
|
| 3. |
Over een
opgenomen lening wordt rente in rekening gebracht. De
hoogte van de rente is afhankelijk van de duur van de
rentevaste periode dan wel, wanneer er binnen dat
tijdvak een aflossing plaatsvindt, van de tijdsduur dat
de gelden van die lening gemiddeld binnen de rentevaste
periode zullen uitstaan. De rentevaste periode gaat in
op de ingangsdatum van de lening. Indien de rente
vastligt voor een periode van maximaal 12 maanden, is de
hoogte van de rente gekoppeld aan de Euro Interbank
Offered Rate (Euribor). Indien de rente vastligt voor
een periode van meer dan 12 maanden is de hoogte van de
rente gekoppeld aan het effectief rendement van openbare
staatsleningen met een corresponderende looptijd en een
uitstaand volume van tenminste 2,5 miljard euro.
|
| 4. |
Over een
krediet in rekening-courant en over een debetstand van
een rekening-courant wordt rente in rekening gebracht.
De hoogte van de rente is gelijk aan de Euro Overnight
Index Average (EONIA), tenzij een rentevaste periode is
overeengekomen in welk geval de rente gekoppeld is aan
de Euro Interbank Offered Rate (Euribor).
|
| 5. |
Indien een
rechtspersoon in enig jaar gemiddeld meer gelden in
deposito met een oorspronkelijke looptijd van langer dan
12 maanden in s Rijks schatkist heeft aangehouden dan
hij aan leningen bij s Rijks schatkist had uitstaan,
wordt over het netto in deposito uitstaande bedrag een
bonusrente vergoed die gebaseerd is op de
Staat-swapspread.
|
| 6. |
Bij de
berekening van rente, bedoeld in dit artikel, wordt
zowel het jaar als de periode waarop de rente betrekking
heeft op het juiste aantal dagen gesteld, resulterend in
de formule actual/actual, indien de overeengekomen
rentevaste periode minimaal gelijk is aan een jaar en
een dag. In de overige gevallen wordt het jaar op 360
dagen gesteld (actual/360).
|
Artikel 4.
Lening en krediet in rekening-courant
| 1. |
Een lening
heeft een looptijd van minimaal twaalf maanden.
|
| 2. |
De rentevaste
periode van een lening kan afwijken van de looptijd van
een lening.
|
| 3. |
Een lening kan
in tranches worden opgenomen en kan in haar geheel of in
gedeelten worden afgelost.
|
| 4. |
Vervroegde
gehele of gedeeltelijke aflossing van een lening is
uitsluitend mogelijk tegen de actuele marktwaarde.
|
| 5. |
Een lening en
een krediet in rekening-courant worden door de Minister
in de vorm van een overeenkomst gesloten.
|
| 6. |
De Minister
kan met inachtneming van deze regeling in een
overeenkomst nadere voorwaarden opnemen.
|
Artikel 5.
Trekkingsrecht
De Minister kan een
trekkingsrecht voor derden toestaan op middelen die een
rechtspersoon in s Rijks schatkist aanhoudt, mits die
rechtspersoon daartoe een verzoek heeft ingediend en haar
middelen in s Rijks schatkist toereikend zijn.
Artikel 6.
Risico-arm kasbeheer
| 1. |
De producten,
bedoeld in artikel 45,
tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 hebben
uitsluitend de vorm van:
| a. |
producten
waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van
de looptijd intact is, uitgezet bij een
instelling die voldoet aan de in het tweede lid
bedoelde eisen;
|
| b. |
vastrentende
waarden, uitgegeven door een instelling die
voldoet aan de in het tweede lid bedoelde eisen.
|
|
| 2. |
De producten
en vastrentende waarden worden uitsluitend betrokken van
instellingen die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel
2 van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale
overheden.
|
Artikel 7.
Overgangsbepaling
Ten aanzien van een
rechtspersoon die reeds voor de inwerkingtreding van het Aanwijzingsbesluit
rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie een
rekening-courant bij s Rijks schatkist aanhield, kan de
Minister, in afwijking van deze regeling, de in het verleden
contractueel overeengekomen modaliteiten continueren.
Artikel 8.
Inwerkingtreding en intrekking
| 1. |
Deze regeling
treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot 1 september 2004.
|
| 2. |
Deze regeling
wordt aangehaald als: Regeling rekening-courant- en
leningenbeheer derden.
|
| 3. |
De Regeling
liquidemiddelenbeheer rechtspersonen ex artikel 45,
tweede lid, CW 2001 wordt ingetrokken.
|
Deze
regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister
van Financi๋n,
W.J.
Bos.
Bijlage 1
Berekening van de
marktwaarde
Formule
Vervroegde aflossing van
een lening of vervroegde opname van een deposito (indien
noodzakelijk voor de bedrijfsvoering) is toegestaan. Er worden g้้n
kosten en/of boetes in rekening gebracht. De vervroegde aflossing
of opname is gelijk aan de marktwaarde van de lening of het
deposito.
De formule om de
marktwaarde te berekeningen is: Σ Cashflows * df
Cashflows = alle
toekomstige kasstromen zoals rente en aflossing
df = disconteringsfactor
(een factor waarmee een toekomstige kasstroom vermenigvuldigd
dient te worden, om de huidige waarde van deze kasstroom te
berekenen) waarbij:
| |
voor kasstromen
met een resterende looptijd (rl) ≤ 1 jaar geldt: dfrl
= 1/(1+zero-raterl * rl)
|
| |
voor kasstromen
met een resterende looptijd (rl) > 1 jaar geldt: dfrl
= 1/(1+zero-raterl)rl
|
Daarbij worden de
zero-rates van de GMB-rentetarieven gebruikt en niet de
GMB-rentetarieven zelf, omdat:
| |
De GMB-tarieven
≤1 jaar gelijk zijn aan de Euribortarieven en dus
een renteconventie hebben van actual/360 in plaats van de
benodigde actual/actual.
|
| |
De GMB-tarieven
> 1 jaar bepaald worden op basis van de effectieve
rendementen op de Staatsleningen, waarbij er jaarlijkse
rentebetalingen zijn en waarvoor dus gecorrigeerd dient te
worden. Het GMB-tarief van bijvoorbeeld 3 jaar is
gebaseerd op een rentebetaling per jaar, terwijl een
zero-rate van 3 jaar g้้n jaarlijkse rentebetalingen
kent.
|
Toelichting
berekening zero-rate en disconteringsfactor resterende looptijd
≤ 1 jaar
Om de zero-rate te
bepalen van de GMB-rentetarieven ≤ 1 jaar, dienen deze
vermenigvuldigd te worden met actual/360. Voorbeeld: De
zero-rate op 2-5-2005 behorende bij een 5 maands GMB-tarief van
2,14% is 2,14% * 365/360 = 2,170%. De bijbehorende df is 1 /
(1+2,170% * 153/365) = 0,9910 (153 is het aantal dagen vanaf
2-5-2005 tot 2-10-2005).
Toelichting
berekening zero-rate en disconteringsfactor resterende looptijd
> 1 jaar
De zero-rates > 1
jaar worden aan de hand van de bootstrapping methode bepaald.
Bootstrappen is feitelijk niet meer dan een onbekende oplossen
in de formule. Deze formule is recursief en dat wil zeggen dat
de df van ieder jaar wordt berekend met de df van voorgaande
jaren. Met de df van een jaar kan dan via een formule ook de
zero-rate van dat jaar berekend worden. De formule om de df van
een jaar n te berekenen is:
dfn
= 1 Σ (dfx * rn)
/ (1+ rn) voor x = 1 t/m n-1 ; rn
= het rentetarief voor n jaar
Nu de df voor jaar n
berekend is, kan de zero-rate voor jaar n berekend worden.
Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt: zero-raten
= (1/dfn)1/n 1
(dit is in feite de inverse van dfrl =
1/(1+zero-raterl)rl;
waarbij rl = n)
Stappenplan
berekening marktwaarde
Samenvattend is het
stappenplan van het berekenen van de marktwaarde als volgt:
| 1. |
bepalen
resterende looptijd cashflows;
|
| 2. |
berekening
zero-rates en df van de GMB-tarieven tot na de langste
resterende looptijd;
|
| 3. |
berekening
zero-rates cashflows d.m.v. lineaire interpolatie;
|
| 4. |
berekening df
op basis van ge๏nterpoleerde zero-rates en vervolgens
per cashflow de marktwaarde.
|
Voorbeeld
vervroegde aflossing lening
Hieronder volgt een
voorbeeld waarin volgens het stappenplan de marktwaarde bepaald
zal worden.
Modaliteiten
Een lening met een
looptijd van 4 jaar en een hoofdsom van 10 miljoen tegen een
rente van 2,94%. De lening werd verstrekt op 19-11-2004 en
loopt af op 19-11-2008. Er zijn 4 aflossingen:
|
21-11-2005
|
2,5 miljoen
|
|
20-11-2006
|
1,5 miljoen
|
|
19-11-2007
|
1 miljoen
|
|
19-11-2008
|
5 miljoen
|
Op 2 mei 2005 wordt
de lening vervroegd afgelost.
Marktwaarde
Stap 1:
Bepaling resterende looptijd cashflows
|
Datum
|
Cashflow
|
Bedrag
|
Resterende
looptijd (rl)
|
|
21-11-2005
|
Rente
|
295.610,96
|
2-5-2005 tot
21-11-2005 = 203/365 jaar
|
|
21-11-2005
|
Aflossing
|
2.500.000,00
|
2-5-2005 tot
21-11-2005 = 203/365 jaar
|
|
20-11-2006
|
Rente
|
219.895,89
|
2-5-2005 tot
20-11-2006 = 1 + 202/365 jaar
|
|
20-11-2006
|
Aflossing
|
1.500.000,00
|
2-5-2005 tot
20-11-2006 = 1 + 202/365 jaar
|
|
19-11-2007
|
Rente
|
175.916,71
|
2-5-2005 tot
19-11-2007 = 2 + 201/366 jaar2
|
|
19-11-2007
|
Aflossing
|
1.000.000,00
|
2-5-2005 tot
19-11-2007 = 2 + 201/366 jaar2
|
|
19-11-2008
|
Rente
|
147.000,00
|
2-5-2005 tot
19-11-2008 = 3 + 201/365 jaar
|
|
19-11-2008
|
Aflossing
|
5.000.000,00
|
2-5-2005 tot
19-11-2008 = 3 + 201/365 jaar
|
Stap 2:
Berekening zero-rates en disconteringsfactoren van 2 mei
2005
De zero-rates en
disconteringsfactoren van 2 mei 2005 tot na de langste
resterende looptijd (3 en 201/365 jaar) van de cashflows
worden als volgt bepaald.
|
Looptijd
|
Tarief
GMB
(g)
|
Disconterings-
factor (df)
|
Formule df
|
Zero-rate
|
Formule
zero-rate
|
| |
|
|
rl
≤1 jaar: 1/(1+zero-rate *
rl)
|
|
rl
≤1 jaar: g * act/360
|
| |
|
|
rl
> 1 jaar: 1 - Σ (dfx *
rn) / (1+ rn
)
|
|
rl
> 1 jaar:
(1/dfn)1/n
1
|
|
1 week
|
2,09%
|
0,9996
|
1 /
(1+2,119% * (7/365))
|
2,119%
|
2,09% *
365/360
|
|
2 weken
|
2,09%
|
0,9992
|
1 /
(1+2,119% * (14/365))
|
2,119%
|
2,09% *
365/360
|
|
3 weken
|
2,10%
|
0,9988
|
1 /
(1+2,129% * (21/365))
|
2,129%
|
2,10% *
365/360
|
|
1 mnd
|
2,11%
|
0,9982
|
1 /
(1+2,139% * (31/365))
|
2,139%
|
2,11% *
365/360
|
|
2 mnd
|
2,12%
|
0,9964
|
1 /
(1+2,149% * (61/365))
|
2,149%
|
2,12% *
365/360
|
|
3 mnd
|
2,13%
|
0,9946
|
1 /
(1+2,160% * (92/365))
|
2,160%
|
2,13% *
365/360
|
|
4 mnd
|
2,13%
|
0,9929
|
1 /
(1+2,160% * (123/365))
|
2,160%
|
2,13% *
365/360
|
|
5 mnd
|
2,14%
|
0,9910
|
1 /
(1+2,170% * (153/365))
|
2,170%
|
2,14% *
365/360
|
|
6 mnd
|
2,15%
|
0,9892
|
1 /
(1+2,180% * (184/365))
|
2,180%
|
2,15% *
365/360
|
|
7 mnd
|
2,15%
|
0,9874
|
1 /
(1+2,180% * (214/365))
|
2,180%
|
2,09% *
365/360
|
|
8 mnd
|
2,16%
|
0,9856
|
1 /
(1+2,190% * (245/365))
|
2,190%
|
2,16% *
365/360
|
|
9 mnd
|
2,17%
|
0,9838
|
1 /
(1+2,200% * (276/365))
|
2,200%
|
2,17% *
365/360
|
|
10 mnd
|
2,18%
|
0,9819
|
1 /
(1+2,210% * (304/365))
|
2,210%
|
2,18% *
365/360
|
|
11 mnd
|
2,19%
|
0,9801
|
1 /
(1+2,220% * (335/365))
|
2,220%
|
2,19% *
365/360
|
|
1 jaar
|
2,20%
|
0,9782
|
1 /
(1+2,231% * (365/365))
|
2,231%
|
2,20% *
365/360
|
|
2 jaar
|
2,27%
|
0,9561
|
1 (0,9782
* 2,27%)/(1+2,27%)
|
2,270%
|
(1/0,9561)1/2
1
|
|
3 jaar
|
2,46%
|
0,9295
|
1 (0,9782
* 2,46%+0,9561 * 2,46%) / (1+2,46%)
|
2,465%
|
(1/0,9295)1/3
1
|
|
4 jaar
|
2,63%
|
0,9010
|
1 (0,9782
* 2,63%+0,9561 * 2,63%+0,9295 * 2,63%) / (1+2,63%)
|
2,641%
|
(1/0,9010)1/4
1
|
Stap 3:
Berekening zero-rates cashflows
Nu de zero-rates van
2 mei 2005 bekend zijn kunnen d.m.v. lineaire interpolatie de
zero-rates van de cashflows berekend worden.
|
Datum
|
Cashflow
|
Bedrag
|
Zero-rate
|
Uitwerking
lineaire interpolatie zero-rate
|
|
21-11-2005
|
Rente
|
295.610,96
|
2,180%
|
2,180% + (21 nov
2005 2 nov 2005) / (2 dec 2005 2 nov
2005) * (2,180%2,180%) = 2,180% + 19 / 30 * 0 =
2,180%
|
|
21-11-2005
|
Aflossing
|
2.500.000,00
|
2,180%
|
|
20-11-2006
|
Rente
|
219.895,89
|
2,253%
|
2,231% + (20 nov
2006 2 mei 2006) / (2 mei 2007 2 mei
2006) * (2,270%2,231%) = 2,231% + 202 / 365 * 0,039
= 2,253%
|
|
20-11-2006
|
Aflossing
|
1.500.000,00
|
2,253%
|
|
19-11-2007
|
Rente
|
175.916,71
|
2,377%
|
2,270% + (19 nov
2007 2 mei 2007) / (2 mei 2008 2 mei
2007) * (2,465%2,270%) = 2,270% + 201 / 366 * 0,195
= 2,377%
|
|
19-11-2007
|
Aflossing
|
1.000.000,00
|
2,377%
|
|
19-11-2008
|
Rente
|
147.000,00
|
2,562%
|
2,465% + (19 nov
2008 2 mei 2008) / (2 mei 2009 2 mei
2008) * (2,641%2,465%) = 2,465% + 201 / 365 * 0,176
= 2,562%
|
|
19-11-2008
|
Aflossing
|
5.000.000,00
|
2,562%
|
Stap 4:
Berekening disconteringsfactor en marktwaarde cashflows
Aan de hand van de
zero-rate van de cashflows kan de disconteringsfactor (df) en
vervolgens de marktwaarde berekend worden.
|
Datum
|
Cashflow
|
Bedrag
|
df
|
Formule df
|
Marktwaarde
|
Formule
marktwaarde
Cashflow
* df
|
|
21-11-2005
|
Rente
|
295.610,96
|
0,9880
|
1 /
(1+2,180% * (203/365))
|
292.070,02
|
295.610,96
* 0,9880
|
|
21-11-2005
|
Aflossing
|
2.500.000,00
|
0,9880
|
2.470.054,03
|
2.500.000,00
* 0,9880
|
|
20-11-2006
|
Rente
|
219.895,89
|
0,9660
|
1 /
(1+2,253%)( 1 + 202/365)
|
212.416,63
|
219.895,89
* 0,9660
|
|
20-11-2006
|
Aflossing
|
1.500.000,00
|
0,9660
|
1.448.980,87
|
1.500.000,00
* 0,9660
|
|
19-11-2007
|
Rente
|
175.916,71
|
0,9419
|
1 /
(1+2,377%)( 2 + 201/366)
|
165.689,84
|
175.916,71
* 0,9419
|
|
19-11-2007
|
Aflossing
|
1.000.000,00
|
0,9419
|
941.865,29
|
1.000.000,00
* 0,9419
|
|
19-11-2008
|
Rente
|
147.000,00
|
0,9141
|
1 /
(1+2,562%)( 3 + 201/365)
|
134.372,16
|
147.000,00
* 0,9141
|
|
19-11-2008
|
Aflossing
|
5.000.000,00
|
0,9141
|
4.570.481,68
|
5.000.000,00
* 0,9141
|
| |
|
|
|
Totaal
Σ
Cashflows * df
|
10.235.930,52
|
|
|
Voorbeeld
vervroegde opname deposito
In geval van een
vervroegde opname van een deposito zal een gestegen rente de
marktwaarde verlagen en een gedaalde rente de marktwaarde
verhogen. In de praktijk kan het dus voorkomen dat een
instelling meer terugontvangt dan de initi๋le storting + de
opgelopen rente van een deposito. Onderstaand zal een voorbeeld
van dit scenario worden uitgewerkt.
Modaliteiten
Een deposito met een
looptijd van 1 jaar en een hoofdsom van 1 miljoen tegen een
rente van 2,29%. Het deposito is op 19-10-2004 geplaatst. Op
19-4-2005 wordt het deposito vervroegd opgenomen. Stel dat de
rente flink is gedaald en dat het 6 maands tarief op 19-4-2005
1,79% bedraagt.
Marktwaarde
Stap 1:
Bepaling resterende looptijd cashflows
|
Datum
|
Cashflow
|
Bedrag
|
Resterende
looptijd (rl)
|
|
19-10-2005
|
Rente
|
23.218,06
|
19-4-2005
tot 19-10-2005 = 183/365 jaar
|
|
19-10-2005
|
Aflossing
|
1.000.000,00
|
19-4-2005
tot 19-10-2005 = 183/365 jaar
|
Stap 2:
Berekening zero-rate en disconteringsfactor van 19 april 2005
De zero-rate en de
disconteringsfactor van 19 april 2005 wordt als volgt bepaald.
|
Looptijd
|
Tarief GMB (g)
|
Zero-rate
|
Disconteringsfactor
(df)
|
| |
|
g
* act/360
|
1/(1+zero-rate
* rl)
|
|
6 mnd
|
1,79%
|
1,79% *
365/360 = 1,815%
|
1 /
(1+1,815% * (183/365)) = 0,9910
|
Stap 3:
Berekening zero-rate cashflows
Aangezien de
resterende looptijd van de cashflows gelijk is aan 6 maanden
(dus gelijk aan 6-maands GMB-tarief), is het niet nodig om de
zero-rate van de cashflow d.m.v. lineaire interpolatie te
berekenen. De zero-rate (en de df) van de cashflow is gelijk
aan de zero-rate (en de df) van het 6-maands GMB-tarief.
Stap 4:
Berekening marktwaarde cashflows
|
Datum
|
Cashflow
|
Bedrag
|
df
|
Marktwaarde
( Σ Cashflow * df)
|
|
|
19-10-2005
|
Rente
|
23.218,06
|
0,9910
|
23.218,06
* 0,9910 = 23.008,68
|
|
|
19-10-2005
|
Aflossing
|
1.000.000,00
|
0,9910
|
1.000.000,00
* 0,9910 = 990.982,20
|
|
| |
|
|
|
Totaal 1.013.990,88
|
|
De markwaarde van
het vervroegd opgenomen deposito bedraagt 1.013.990,88.
De initi๋le waarde ( 1.000.000,00) + de opgelopen
rente(182/365 * 23.218,06 = 11.577,22)
bedraagt 1.011.577,22. In dit voorbeeld bedraagt het
voordelige resultaat voor de instelling dus 2.413,66.
|