|
REGELING van de
Minister van Financiën van 1 februari 2011 over instelling, opzet en
werking van baten-lastendiensten (Regeling baten-lastendiensten 2011)
De
Minister van Financiën;
Overwegende dat het wenselijk is in verband met
een meer doelmatige bedrijfsvoering binnen het Rijk, aan
dienstonderdelen de status van baten-lastendienst te verlenen;
Overwegende dat het nodig is nadere uitwerking
te geven aan de kaders en werkwijze bij instelling, van de financiële
faciliteiten en van de verslaggeving;
Gelet op artikel 18, derde lid, van de
Comptabiliteitswet 2001;
Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief
van 20 december 2010, kenmerk 10008721 R);
Besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. baten-lastendienst: een
dienstonderdeel als bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van de
Comptabiliteitswet 2001;
b. vakminister: de minister belast
met de leiding van het ministerie waaronder de betrokken (kandidaat)
baten-lastendienst ressorteert;
c. vakministerie: het ministerie
waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;
d. lening: een vast geldbedrag dat
tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd
beschikbaar wordt gesteld vanuit de centrale kas van ’s Rijks
schatkist op een zogenoemde leningrekening;
e. initiële lening: de lening die
wordt afgesloten bij de instelling van de baten-lastendienst en
opgenomen is in de openingsbalans ten behoeve van de financiering
van over te nemen activa van het vakministerie.
f. termijndeposito: een vast
geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde
looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt
aangehouden op een zogenoemde depositorekening;
g. leenplafond: het maximale
geldbedrag dat in de vorm van een of meer leningen met een bepaalde
looptijd in een jaar aan een baten-lastendienst kan worden
toegekend;
h. rijkshoofdboekhouding: de afdeling
van het ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken
voor onder andere de baten-lastendiensten vanuit de centrale kas van
’s Rijks schatkist.
i. exploitatiereserve: een reserve
die wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op
te vangen
j. exploitatieresultaat: het saldo
van gerealiseerde baten en lasten over een jaar.
k. jaarrekening: de jaarrekening die
door de baten-lastendienst wordt opgesteld.
l. jaarverslag: de jaarrekening van
de baten-lastendienst en de overige gegevens.
Paragraaf 2. De instelling
Artikel 2. Instellingsvoorwaarden
1. De voorwaarden waaraan een kandidaat
baten-lastendienst moet voldoen, bestaan in ieder geval uit de
onderstaande kernvoorwaarden.
a. De kandidaat-dienst geeft vooraf
aan hoe hij doelmatiger gaat werken en hoe dat aantoonbaar is;
b. Er zijn voldoende
doelmatigheidsprikkels ingebouwd in het resultaatgerichte
sturingsmodel;
c. Er is een kostprijsmodel dat de
koppeling legt tussen producten en kosten.
2. Aanvullende voorwaarden kunnen door
de Minister van Financiën worden vastgesteld afhankelijk van de
resultaten van een aanvangsdoorlichting.
Artikel 3. Instellingsprocedure
1. De Minister van Financiën voert een
aanvangsdoorlichting uit bij de kandidaat baten-lastendienst en haar
omgeving die resulteert in conclusies over de mate waarin de kandidaat
baten-lastendienst al voldoet aan de kernvoorwaarden en over eventuele
aanvullende voorwaarden.
2. De instellingsvoorwaarden zoals
bedoeld in artikel 2 worden opgenomen in het startdocument dat de
secretaris generaal van het vakministerie, de directeur van de
kandidaat baten-lastendienst en de Minister van Financiën
ondertekenen.
3. De Minister van Financiën toetst
het voornemen van een vakministerie tot de instelling van een
baten-lastendienst aan de hand van de instellingsvoorwaarden die zijn
beschreven in het startdocument.
4. De vakminister kan mede namens de
Minister van Financiën het voorstel om de status van
baten-lastendienst toe te kennen, indienen ter besluitvorming bij de
ministerraad indien de in het vorig lid bedoelde toets positief is en
de departementale auditdienst van het vakministerie dan wel de
Rijksauditdienst geen relevante onvolkomenheden heeft geconstateerd in
het gevoerde financieel beheer over het voorafgaande jaar bij de
kandidaat baten-lastendienst en de bestaande baten-lastendiensten
waarvoor vakminister verantwoordelijk is.
5. Indien de ministerraad instemt met
het in het vorige lid bedoelde voornemen, brengt de vakminister het
voornemen ter kennis aan de Tweede Kamer.
Het moment van in kennisstelling wordt
zodanig gekozen dat de Tweede Kamer bij haar afwegingen voldoende
gelegenheid krijgt om kennis te nemen van de bevindingen van het
betreffende departementale rapport van de Algemene Rekenkamer, zoals
bedoeld in artikel 84 van de Comptabiliteitswet.
6. Indien de Tweede Kamer zich niet
uitspreekt tegen de instelling van de baten-lastendienst
overeenkomstig de procedure vastgelegd in het eerste lid van artikel
10 van de Comptabiliteitswet, kunnen de vakminister en de Minister van
Financiën overgaan tot instelling per 1 januari van het
instellingsjaar door het instellingsbesluit te ondertekenen.
7. Na ondertekening van het
instellingsbesluit wordt dit besluit bekend gemaakt in de
Staatscourant.
Artikel 4. Procedure openingsbalans
1. De indicatieve openingsbalans wordt
opgenomen in de ontwerpbegroting van het beoogde instellingsjaar van
het vakministerie conform de voorschriften van de Minister van
Financiën.
2. Nadat de Tweede Kamer de begroting,
bedoeld in het eerste lid, heeft vastgesteld, stelt de vakminister in
overeenstemming met de Minister van Financiën de definitieve
openingsbalans vast.
3. De definitieve openingsbalans dient
voorzien te zijn van een goedkeurende verklaring van de betrokken
departementale auditdienst dan wel de Rijksauditdienst.
4. De definitieve openingsbalans wordt
opgenomen in de toelichting bij de eerste suppletore begroting van het
vakministerie in het jaar van instelling.
Artikel 5. Uitgangspunten openingsbalans
1. In de openingbalans worden de
bezittingen, de schulden en de voorzieningen opgenomen die door het
vakministerie aan een baten-lastendienst in economisch beheer worden
overgedragen.
2. Tegenover de langlopende bezittingen
wordt in de openingsbalans een langlopende schuld aan het ministerie
van Financiën opgenomen, in de vorm van een beroep op de
leenfaciliteit, de zogenoemde initiële lening. De benodigde initiële
lening kan eventueel worden verlaagd met het langlopende deel van de
voorziening. De uit de verstrekte lening ontvangen gelden dienen door
de betrokken baten-lastendienst te worden betaald aan het
vakministerie ter vergoeding van de overgenomen vermogensbestanddelen.
3. In de openingsbalans wordt het saldo
van de kortlopende bezittingen enerzijds en de kortlopende schulden en
de voorzieningen, voor zover deze niet in mindering zijn gebracht op
de langlopende schuld, anderzijds, voor zover dit saldo positief is,
opgenomen als passivum in de post Nog te betalen (aan het
vakministerie) en voor zover dit saldo negatief is, opgenomen als
activum in de post Nog te ontvangen (van het vakministerie).
4. In de openingsbalans kan slechts als
vorm van het eigen vermogen worden opgenomen:
een exploitatiereserve, met
inachtneming van deonderdelen b en c van het vierde lid van artikel
17.
Artikel 6. Rentecompensatie bij
openingsbalans
Indien de kostprijs van een product of
een dienst van een baten-lastendienst stijgt als gevolg van de rente die
een baten-lastendienst in rekening wordt gebracht over de initiële
lening en indien die gestegen kostprijs via een tarief dat in rekening
wordt gebracht aan een ander dienstonderdeel van het Rijk, staat de
Minister van Financiën aan die andere dienst toe ten laste van de
algemene middelen structureel een aanvullend budget ter grootte van de
gestegen kosten in de departementale begroting op te nemen.
Artikel 7. Status van tijdelijke
baten-lastendienst
1. Uit oogpunt van doelmatigheid kan
aan een organisatieonderdeel van een vakministerie de status van
tijdelijke baten-lastendienst worden toegekend, indien dit
dienstonderdeel het voornemen heeft binnen drie jaren definitief
baten-lastendienst te worden.
2. Bij de aanvraag voor een status van
tijdelijke baten-lastendienst gelden de volgende afwijkingen ten
opzichte van de instellingsprocedure genoemd in artikelen 3 en4:
– De toets, bedoeld in het derde
lid van artikel 3 omvat ook een oordeel of de kandidaat-dienst
binnen drie jaar volledig kan voldoen aan de
instellingsvoorwaarden.
– De procedure en de formele
instellingsdatum zijn niet gebonden aan de tijdstippen, bedoeld in
artikelen 3 en4.
3. Vanaf de toekenning van de
tijdelijke status staan alle financiële faciliteiten ter beschikking.
De openingsbalans wordt per
instellingsdatum vastgesteld.
4. De toekenning van de tijdelijke
status vervalt uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgende
op het jaar waarin is besloten tot de tijdelijke status. Artikel 8 is
van overeenkomstige toepassing.
Indien binnen de genoemde tijdslimiet
volledig is voldaan aan de instellingsvoorwaarden en
instellingsprocedure beschreven in artikelen 2 en 3 dan wordt bij het
besluit van de vakminister en de Minister van Financiën zoals bedoeld
in het zesde lid van artikel 3 besloten tot omzetting van de status
van tijdelijk baten-lastendienst naar definitieve baten-lastendienst.
5. Dit besluit wordt gepubliceerd in de
Staatscourant.
Artikel 8. Intrekking van de status van
baten-lastendienst
1. Intrekking van de status van
baten-lastendienst kan plaats vinden door een besluit van de
vakminister en de Minister van Financiën. Dit besluit wordt
gepubliceerd in de Staatscourant.
2. De omvang van de rekening courant,
leen- en depositofaciliteit zoals blijken uit de slotbalans van de op
te heffen baten-lastendienst, worden door het vakministerie afgerekend
met het ministerie van Financiën.
De slotbalans dient voorzien te zijn
van een goedkeurende controleverklaring.
3. Indien de taken van de dienst
waarvan de status van de baten-lastendienst wordt ingetrokken,
overgaan naar een andere baten-lastendienst, wordt de omvang van de
rekening courant, leen- en depositofaciliteit overgenomen door de
andere baten-lastendienst via opname in de balans.
Paragraaf 3. De leen- en
depositofaciliteiten
Artikel 9. Leen-en depositomogelijkheden
1. De Minister van Financiën kan aan
een baten-lastendienst ter dekking van een financieringsbehoefte voor
een investering in vaste activa een lening verstrekken. De looptijd
van de lening wordt gekoppeld aan de economische levensduur van de
onderliggende vaste activa.
2. Ter voorziening in een
liquiditeitsbehoefte voor het doen van lopende uitgaven kan de
Minister van Financiën een baten-lastendienst een krediet verstrekken
door middel van een debetstand op de rekening courant.
3. Tijdelijk door een
baten-lastendienst niet benodigde gelden worden ofwel credit op een
rekening-courant bij het ministerie van Financiën aangehouden ofwel
op een termijndeposito bij het ministerie van Financiën geplaatst.
Artikel 10. Tarieven en limieten
1. De Minister van Financiën bepaalt
de van toepassing zijnde rentepercentages, boetes en overige tarieven
voor leningen, termijndeposito’s, debet- en creditsaldi op de
rekeningen-courant.
2. De in het eerste lid bedoelde
rentepercentages en tarieven worden zoveel mogelijk marktanaloog
vastgesteld.
3. De renteverrekening tussen het
ministerie van Financiën en het betrokken baten-lastendienst vindt
plaats:
a. voor de saldi op een
rekening-courant gedurende het jaar: eenmaal per jaar met als
rentevervaldatum 31 december;
b. voor een lening: eenmaal per
jaar op de voor de lening geldende rentevervaldatum;
c. voor een termijndeposito: op de
voor het termijndeposito geldende rentevervaldatum.
4. De Minister van Financiën kan
minimumbedragen vaststellen voor leningen en deposito’s.
Artikel 11. Leenaanvragen
1. Jaarlijks kunnen ten behoeve van een
baten-lastendienst een of meer leenplafonds per looptijd door de
Minister van Financiën worden vastgesteld.
2. Aan de betrokken baten-lastendienst
kunnen door de Minister van Financiën leningen met bepaalde
looptijden worden toegekend. De toegekende leenplafonds zullen niet
worden overschreden.
3. De Minister van Financiën bepaalt
de procedure voor het aanvragen van een leenplafond en het opnemen van
een lening.
Artikel 12. Boekingsprocedure
1. Voor een lening en een
termijndeposito opent de Minister van Financiën op naam van de
baten-lastendienst in de centrale administratie van’s Rijks
schatkist een leningrekening respectievelijk een depositorekening.
2. Over de gelden op een leningrekening
kan door een baten-lastendienst slechts worden beschikt door middel
van overboeking naar de rekening-courant van die baten-lastendienst
bij ’s Rijks schatkist. De overboeking vindt plaats op de overeen te
komen opnamedatum.
3. Het plaatsen van gelden op een
termijndeposito geschiedt door middel van een overboeking van de
rekening-courant van de baten-lastendienst naar de depositorekening
van die baten-lastendienst bij het ministerie van Financiën. De
overboeking vindt plaats op de overeen te komen ingangsdatum.
4. De in het tweede en derde lid
genoemde data kunnen niet in het verleden liggen. De datum van de
initiële lening is de enige uitzondering hiervan.
Artikel 13. Leenvoorwaarden
Aan een lening zijn de volgende
voorwaarden verbonden:
1. Een in rekening te brengen
afsluitprovisie int de Rijkshoofdboekhouding automatisch per de
ingangsdatum van de betrokken lening ten laste van de
rekening-courant van de baten-lastendienst.
2. De jaarlijkse aflossing van de
lening int de Rijkshoofdboekhouding automatisch op de overeengekomen
aflossingsdata ten laste van de rekening-courant en wordt afgeboekt
van de leningrekening van de baten-lastendienst.
3. De over een lening verschuldigde
rente int de Rijkshoofdboekhouding jaarlijks automatisch ten laste
van de rekening-courant van de baten-lastendienst. De rente is
verschuldigd vanaf de opnamedatum.
4. Het vervroegd aflossen van (een
deel van) de lening is toegestaan en geschiedt door tijdig verzoek
aan de Rijkshoofdboekhouding.
5. Bij het vervroegd aflossen is de
baten-lastendienst een boete verschuldigd. De boete int de
Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de rekening-courant
van de baten-lastendienst.
6. In afwijking van het vorige lid is
het vervroegd aflossen boetevrij toegestaan bij verkoop of bij
verlies door brand, diefstal of vernietiging van de vaste activa
waarvoor de lening was afgesloten, en bij het overeenkomstig de
verslaggevingvoorschriften van artikelen 16 en 17afwaarderen van de
vaste activa waarvoor de lening was afgesloten.
7. Het bedrag van de vervroegde
aflossing int de Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de
rekening-courant en wordt afgeboekt op de leningrekening van de
baten-lastendienst.
Artikel 14. Depositovoorwaarden
Aan een termijndeposito zijn de volgende
voorwaarden verbonden:
1. Een in rekening te brengen
afsluitprovisie int de Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste
van de rekening-courant van de baten-lastendienst.
2. Het bedrag van het termijndeposito
boekt de Rijkshoofdboekhouding over per einddatum van de
depositorekening van de baten-lastendienst naar de rekening-courant
van de baten-lastendienst.
3. De te ontvangen rente over het
termijndeposito wordt voor depots met een looptijd tot en met twaalf
maanden per einddatum vergoed. In het geval van een termijn deposito
met een looptijd van langer dan twaalf maanden schrijft de
Rijkshoofdboekhouding de te ontvangen rente jaarlijks automatisch
bij op de rekening-courant van de baten-lastendienst. De rente wordt
berekend vanaf de ingangsdatum van het termijndeposito.
4. Het vervroegd opnemen van (een
deel van) het termijndeposito is toegestaan en geschiedt door een
tijdig verzoek aan de Rijkshoofdboekhouding.
5. In het geval van het vervroegd
opnemen is de baten-lastendienst een boete verschuldigd. Het bedrag
van de boete voor vervroegd opnemen int de Rijkshoofdboekhouding per
opnamedatum automatisch ten laste van de rekening-courant van de
baten-lastendienst.
6. Het bedrag van de vervroegde
opname boekt de Rijkshoofdboekhouding per opnamedatum van de
depositorekening van de baten-lastendienst over naar de
rekening-courant van de baten-lastendienst.
Artikel 15. Overige
De Minister van Financiën stelt
standaardformulieren vast voor de aanvraag voor het vaststellen van een
leenplafond, de aanvraag voor het opnemen van een lening en het plaatsen
van een termijndeposito.
Paragraaf 4. De verslaggeving
Artikel 16. Uitgangspunten administratie
en verslaggeving
1. Onverminderdartikel 17 zijn bij het
opstellen van de jaarrekening van baten-lastendiensten en de daarop
gebaseerde baten-lastenparagraaf in het departementaal jaarverslag de
artikelen 361 tot en met 390, uitgezonderd artikel 383 en de artikelen
383a t/m artikel 383e van Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek Boek 2 en
de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van overeenkomstige
toepassing. Voor de presentatie van de jaarrekening en de
baten-lastenparagraaf zijn de modellen en de toelichtingen daarop
zoals opgenomen in de RBV van toepassing.
2. Indien een baten-lastendienst een
publicitair jaarverslag openbaar maakt, dient de baten-lastendienst in
dit jaarverslag melding te maken van de bijzondere status van dit
verslag.
3. Indien de baten-lastendienst een
publicitair jaarverslag uitbrengt, kan een controleverklaring worden
opgenomen.
De genoemde controleverklaring dient
een getrouw beeldverklaring te zijn. In dat geval dient in het
publicitair jaarverslag ook een bedrijfsvoeringparagraaf te worden
opgenomen waarin verslag wordt gedaan van de opmerkelijke zaken in de
bedrijfsvoering, analoog aan de voorschriften die ten aanzien van de
bedrijfsvoeringparagraaf zijn opgenomen in de
rijksbegrotingsvoorschriften.
Artikel 17. Nadere bepalingen voor de
verslaggeving
Voor de verslaggeving van
baten-lastendiensten gelden de volgende nadere bepalingen:
1. Onder het begrip ‘derden’ in
de zin van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient ook
te worden verstaan iedere organisatie of ieder organisatieonderdeel
van de rijksoverheid anders dan de baten-lastendienst waarop de
verslaggeving betrekking heeft.
2. Bij materiële en immateriële
vaste activa gelden de volgende bepalingen:
a. De waardering geschiedt tegen
verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve
afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.
b. Afschrijving dient te
geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de
economische levensduur van de vaste activa.
c. Bij het bepalen van de
afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen
gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:
|
Activum: |
Afschrijvingstermijn: |
|
–grond/terreinen |
niet afschrijven |
|
–gebouwen |
30 à 50 jaar |
|
–verbouwingen |
5 à 10 jaar |
|
–inventaris/installaties |
5 à 10 jaar |
|
–vervoermiddelen |
4 à 5 jaar |
|
–computerhardware en-software |
3 à 5 jaar |
|
–overige materiële vaste activa |
2 à 5 jaar |
|
–immateriële vaste activa |
2 à 5 jaar |
d. In afwijking van het
Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 365, lid 2 mag bij de
activering van immateriële vaste activa geen wettelijke reserve
in de jaarrekening opgenomen worden.
3. Een baten-lastendienst zal geen
financiële vaste activa bezitten.
4. Bij eigen vermogen gelden de
volgende bepalingen:
a. In de balans van een
baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen
slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen:
– een exploitatiereserve;
– het onverdeeld
resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar
waarop de verslaggeving betrekking heeft.
b. Het eigen vermogen van een
baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5%
van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie
jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar
bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze
kortere periode. Indien de hiervoor vermelde maximumomvang dan
wel de in lid 4c gestelde minimumomvang wordt overschreden,
dan wordt dit overeenkomstig hettweede lid van artikel 19
hersteld.
Onder de omzet van een
baten-lastendienst wordt verstaan: Opbrengst
moederdepartement, Opbrengst overige departementen en
Opbrengst derden.
c. Het totaal van het eigen
vermogen van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet
minder bedragen dan nul.
d. Het onverdeeld resultaat
wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel
toegevoegd aan de exploitatiereserve van een
baten-lastendienst.
5. Langlopend vreemd vermogen kan
uitsluitend bestaan uit leningen van het ministerie van
Financiën, zoals bedoeld inartikel 9.
6. Het rekening-courantkrediet bij
de ’s Rijks schatkist is voor een baten-lastendienst per ultimo
jaar gemaximeerd op € 0,5 miljoen.
7. Voorzieningen worden in beginsel
opgenomen overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek. De keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen,
wordt toegelicht in de jaarrekening.
Dotatie, onttrekking en vrijval van
voorzieningen worden vermeld en afzonderlijk toegelicht in de
jaarrekening.
8. Vorderingen en schulden in
relatie tot het moederdepartement waaronder de baten-lastendienst
ressorteert worden toegelicht bij de toelichting op de
afzonderlijke posten in de balans van de jaarrekening.
9. Indien de
verhuurcontractvoorwaarden volgens Burgerlijk Wetboek Boek 2 Titel
9 activering bij baten-lastendiensten vereisen, activeert de RGD
conform de uitgangspunten van het Rijkshuisvestingsstelsel.
Paragraaf 5. Financiering
Artikel 18. Bekostiging
Baten-lastendiensten ontvangen, op
basis van de met de opdrachtgever(s) van de baten-lastendienst
gemaakte prijs-, hoeveelheid- en kwaliteitsafspraken, bijdragen voor
de door hen gerealiseerde productie.
Artikel 19. Mutaties in het eigen
vermogen
1. Bijdragen aan baten-lastendiensten
anders dan de in artikel 18 genoemde bijdragen, zijn directe
vermogensmutaties en worden door de baten-lastendienst altijd
verantwoord onder de exploitatiereserve.
2. Indien er volgens de jaarrekening
sprake is van een overschrijding van de in het vierde en zesde lid
van artikel 17 genoemde grenzen dan dient bij de eerstvolgende
suppletore wet te worden aangegeven hoe dit zal worden hersteld
binnen het lopende begrotingsjaar.
3. In afwijking van het tweede lid
mag een herstelactie bij een te hoog eigen vermogen, via een
tariefsverlaging, over twee begrotingsjaren plaats hebben.
Artikel 20. Bevoorschotting
Bij bevoorschotting van een
baten-lastendienst wordt een zodanige frequentie en hoogte aangehouden
dat aangesloten wordt bij de noodzakelijke liquiditeitsbehoefte van de
baten-lastendienst.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 21. Afwijking
In bijzondere gevallen kan met
voorafgaande schriftelijke instemming van de Minister van Financiën
gemotiveerd worden afgeweken van deze regeling.
Artikel 22. Intrekking regeling
De Regeling baten-lastendiensten 2007
wordt ingetrokken en vervangen door bijgaande regeling.
Artikel 23. Evaluatie
Deze regeling wordt in 2011
geëvalueerd.
Artikel 24. Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt in werking
met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant
waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2010.
2. Deze regeling wordt aangehaald
als: Regeling baten-lastendiensten 2011.
3. Deze regeling zal met toelichting
worden bekend gemaakt door publicatie in de Staatscourant.
De Minister van Financiën,
J.C. de Jager.
Bijlage 1. Procedure voor lenen en
sparen
Alle genoemde formulieren staan op de
internet site van het ministerie van Financiën: schatkistbankieren.
Lening
Verzoek opname lening
Het verzoek tot opname van een lening
geschiedt door middel van het invullen en elektronisch aanleveren van
het formulier Verzoek opname lening baten-lastendienst. Dit formulier
moet twee werkdagen voor de opname datum bij de RHB aangeleverd zijn.
Vervroegde aflossing
Het verzoek voor een vervroegde
aflossing wordt elektronisch aangeleverd bij de Rijkshoofdboekhouding.
Het verzoek dient twee werkdagen voor de gewenste datum door de RHB
ontvangen te zijn. In het verzoek wordt aangegeven welke lening het
betreft, wat het bedrag van de vervroegde aflossing is en de datum van
aflossing. Indien de baten-lastendienst boetevrij wil aflossen wordt
dit expliciet vermeld en wordt de reden voor de vervroegde aflossing
opgegeven.
Deposito
Verzoek plaatsing deposito
Het verzoek tot plaatsing van een
deposito geschiedt door middel van het invullen en elektronisch
aanleveren van het formulier Plaatsing termijndeposito
baten-lastendienst. Als dit formulier voor twaalf uur is ontvangen,
kan het deposito de zelfde dag ingaan. Formulieren die later ontvangen
zijn gaan de volgende bankdag in of op de gewenste ingangsdatum indien
deze in de toekomst ligt.
Vervroegde opname
Het verzoek voor een vervroegde opname
wordt elektronisch aangeleverd bij de Rijkshoofdboekhouding. Het
verzoek dient twee werkdagen voor de gewenste datum door de
Rijkshoofdboekhouding ontvangen te zijn. In het verzoek wordt
aangegeven welke deposito het betreft, wat het bedrag van de
vervroegde opname is en de datum van opname.
Eindejaarsoverzichten
Binnen vijftien werkdagen na afloop van
een begrotingsjaar stuurt de Rijkshoofdboekhouding aan de
baten-lastendiensten een saldobiljet met daarop de stand van de
rekening-courant, leenrekening en depositorekening. Tevens wordt ter
informatie meegestuurd het overzicht van de rekening-courantrente, en
een saldo overzicht voor de leningen en deposito’s
Bijlage 2. Tarieven en grensbedragen
Alle genoemde tarieven en grensbedragen
staan op de internet site van het ministerie van Financiën:
schatkistbankieren.
A. Leenfaciliteit
|
Grensbedrag |
Onder € 0,5 miljoen wordt geen
lening verstrekt. |
|
Afsluitprovisie |
Geen |
|
Boete vervroegd aflossen |
Een door de minister te bepalen
percentage over de vervroegde aflossing |
|
Looptijd lening |
Rente % |
|
< 1 jaar |
wordt niet verstrekt |
|
1 jaar t/m 30 jaar |
ERSL ¹ |
¹ ERSL=Effectief Rendement op
StaatsLeningen.
B. Rekening-courant
|
Grensbedrag |
Boven de € 0,5 miljoen wordt op
jaareinde geen rekening-courantkrediet verstrekt (zie artikel 4.2.
lid 6) |
| |
Rente % = |
Beschikbaarheidprovisie |
|
Debetsaldo (–saldo) |
call EURIBOR + 1,00% |
Geen |
|
Creditsaldo (+ saldo) |
call EURIBOR –1,00% |
Nvt |
C. Termijndeposito’s
|
Grensbedrag |
Onder € 0,250 miljoen worden geen
termijndeposito’s geplaatst. |
|
Afsluitprovisie |
Geen |
|
Boete vervroegd opnemen |
Een door de minister te bepalen
percentage over het te vroeg opgenomen deel van een
termijndeposito |
|
Looptijd deposito |
Rente % = |
|
1 t/m 12 maands |
EURIBOR–0,25% ¹ |
|
18 maands |
ERSL overeenkomstige looptijd –0,10% |
|
2 jaar of langer (alleen hele
jaren)
|
ERSL overeenkomstige looptijd –0,10% |
¹ EURIBOR minus afslag van 0,25% kan
maximaal gelijk zijn aan het ERSL minus 0,10%.
|