|
REGELING van de Minister van Financiën van 24 oktober 2011 inzake
het kasbeheer bij het Rijk (Regeling kasbeheer 2012)
De Minister van Financiën;
Gelet op artikel 3, eerste lid, van het Besluit
kasbeheer van 1 januari 2012;
Na overleg met de Algemene Rekenkamer, brief
van 23 juni 2011, nr. 11004111 R;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
1. In deze regeling wordt verstaan
onder:
a. administratieve organisatie: het
geheel van organisatorische maatregelen binnen een organisatie,
inclusief het stelsel van maatregelen van interne beheersing, dat
betrekking heeft op een goede werking van het kasbeheer, de
financieel-administratieve systemen en op de recht- en
doelmatigheid van het kasbeheer inclusief de verantwoording die
hierover moet worden afgelegd;
b. betaalwijze: een methode om
schulden te vereffenen;
c. betalingsordonnateur: de
functionaris die vaststelt dat er een betalingsverplichting is en
daarna opdracht geeft aan de kasbeheerder om tot betaling over te
gaan;
d. controletechnische
functiescheiding: het zodanig scheiden van de functies bewaren,
beschikken, betalen, innen, registreren en controleren, dat met de
uitvoering daarvan functionarissen worden belast die in beginsel
hiërarchisch onder het directe gezag staan van verschillende
leidinggevenden;
e. interne beheersing: het systeem
dat het management in staat stelt om de risico’s, die het
behalen van de doelstellingen van de organisatie bedreigen, te
identificeren, te prioriteren, te analyseren en te beheersen;
f. kasbeheerder: de functionaris
die de betalingen verricht en de ontvangsten int, waartoe de
ordonnateur opdracht heeft gegeven;
g. kassen: contant geld en tegoeden
op bankrekeningen;
h. kassier: de functionaris die
onder verantwoordelijkheid van de kasbeheerder contante betalingen
verricht contante ontvangsten int of geldswaardige papieren
beheert;
i. de ministers: de betrokken
ministers, ieder voor zover het hem aangaat;
j. vorderingenordonnateur: de
functionaris die vaststelt dat er een recht op een vordering is
ontstaan en daarna de vordering invorderbaar stelt door het
versturen van bijvoorbeeld een factuur of een heffingsaanslag.
2. Tot het kasbeheer worden in elk
geval de volgende beheershandelingen gerekend:
a. het bewaren van geld en
geldswaardige papieren;
b. het betaalbaar stellen van
aangegane financiële verplichtingen;
c. het verrichten van geldelijke
betalingen;
d. het invorderbaar stellen van
vorderingen;
e. het innen van geldelijke
ontvangsten;
f. het opnemen en storten van
contant geld;
g. het elektronisch opladen en
afwaarderen van contantgeldkaarten;
h. het in ontvangst nemen en het
afgeven van geldswaardige papieren;
i. het administreren van de
beheershandelingen, genoemd onder a tot en met h.
3. Ten behoeve van het kasbeheer worden
de volgende handelingen uitgevoerd:
a. het aanwijzen van
betalingsordonnateurs, vorderingenordonnateurs, kasbeheerders en
kassiers;
b. het intrekken van zodanige
aanwijzingen.
Artikel 2. Administratieve organisatie
De ministers leggen de beschrijving van
de administratieve organisatie voor het kasbeheer vast, waarin is
voorzien in voldoende controletechnische functiescheiding en interne
beheersingsmaatregelen die borgen dat de beschreven procedures worden
gevolgd.
Artikel 3. Betalingen en vorderingen
1. De betalingsordonnateur geeft de
kasbeheerder opdrachten tot het verrichten van de betalingen die uit
de financiële verplichtingen van het Rijk voortvloeien.
2. De vorderingenordonnateur geeft de
kasbeheerder opdrachten tot het innen van de ontvangsten die uit de
invorderbaar gestelde vorderingen van het Rijk voortvloeien.
3. De betalingsordonnateur stelt,
voordat hij een opdracht tot betaling geeft, vast:
a. of er voldoende budget is;
b. of de noodzaak tot betaling
bestaat;
c. bij privaatrechtelijke
betalingen of de prestatie door de wederpartij is geleverd;
d. bij publiekrechtelijke
betalingen of de wederpartij aan de voorwaarden van de
toekenningsbeschikking heeft voldaan.
4. In afwijking van het derde lid
kunnen de punten genoemd in het derde lid onder a, b, c en d
vastgesteld worden, nadat de betalingen zijn verricht, mits:
a. met behulp van een
risico-inschatting wordt bepaald:
i. welke betalingen daarvoor in
aanmerking komen;
ii. of van alle betalingen de
punten genoemd in het derde lid onder a, b, c en d worden
geverifieerd of van een deel van de betalingen.
b. de resultaten van de
risico-inschatting in de administratieve organisatie zijn
vastgelegd, zodat daaruit af te lezen is:
i. in welke gevallen;
ii. tot welk grensbedrag;
iii. onder welke voorwaarden dit
toegestaan is.
5. De resultaten van de verificatie
worden controleerbaar vastgelegd.
6. De vorderingenordonnateur draagt
zorg voor een deugdelijke verificatie van het recht op de vorderingen,
voordat hij een vordering invorderbaar stelt.
Artikel 4. Kasbeheerder
1. De kasbeheerder verricht de
betalingen en int de ontvangsten waartoe de betrokken
betalingsordonnateur respectievelijk vorderingenordonnateur hem
opdracht geeft, is belast met de ontvangst en de afgifte van
geldswaardige papieren en bewaart het contante geld en de
geldswaardige papieren op een zo veilig mogelijke plaats.
2. De kasbeheerder draagt zorg voor de
tijdigheid, juistheid en volledigheid van de te verrichten betalingen
en te innen ontvangsten. Indien hij van oordeel is dat een betaling
niet verschuldigd is of een ontvangst niet terecht is, overlegt hij
met de betalingsordonnateur dan wel vorderingenordonnateur en zo nodig
met het hoofd van de betaalorganisatie. Leidt dit overleg niet tot
overeenstemming, dan wordt het geschil ter beslissing voorgelegd aan
de betrokken directeur Financieel-Economische Zaken. In het
betreffende dossier wordt vastgelegd wat het geschil inhoudt en welk
besluit erover is genomen.
3. De kasbeheerder legt, met
inachtneming van de door de betrokken minister gestelde regels, aan de
hand van de financiële administratie periodiek verantwoording af aan
het hoofd van de betaalorganisatie over de door hem in die functie
verrichte werkzaamheden.
4. Het hoofd van de betaalorganisatie
kan, na verkregen instemming van de betrokken directeur
Financieel-Economische Zaken en van de betrokken kasbeheerder, ter
ondersteuning van de kasbeheerder één of meer kassiers benoemen.
5. Een kassier volgt, met inachtneming
van de geldende voorschriften, bij de uitvoering van zijn
werkzaamheden de aanwijzingen van de betrokken kasbeheerder op.
Artikel 5. Betaalwijzen
1. Betalingen door het Rijk geschieden
door middel van een overboeking naar een bankrekening van de
begunstigde.
2. Voor betalingen door het Rijk wordt
in beginsel geen gebruik gemaakt van cheques.
3. Voor betalingen door het Rijk wordt
in beginsel geen gebruik gemaakt van contant geld, contantgeldkaarten
of bankpassen, tenzij dit aantoonbaar doelmatiger is.
4. Voor betalingen door het Rijk door
middel van automatische incasso mogen alleen separate bankrekeningen
met een beperkte intradaglimiet worden gebruikt, die uitsluitend voor
dit doel zijn opengesteld.
5. Betalingen door het Rijk geschieden
tegen ontvangst van een geldig betalingsbewijs.
Artikel 6. Zakelijke creditkaarten en
andere kaarten
1. Het gebruik van zakelijke
creditkaarten door bewindspersonen of ten behoeve van bewindspersonen
in Nederland en in het buitenland is toegestaan.
2. Het gebruik van zakelijke
creditkaarten door ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet is
uitsluitend toegestaan voor:
a. transacties via internet, indien
het aan te schaffen product niet of moeilijk op rekening kan
worden gekocht en bancair betaald kan worden.
b. transacties in het buitenland
indien er niet of moeilijk op rekening kan worden gekocht, of
indien er regelmatig relatief grote betalingen worden gedaan.
3. De directeur FEZ is bevoegd
voorwaarden te stellen waaronder het gebruik van zakelijke kaarten die
vergelijkbaar zijn met een creditkaart is toegestaan.
Artikel 7. Ontvangsten
1. De ministers bevorderen dat
geldelijke ontvangsten van het Rijk zoveel mogelijk worden geïnd door
middel van een overboeking naar of een storting op een bankrekening
van het Rijk.
2. De ministers ontmoedigen het
verrichten van geldelijke betalingen door derden aan het Rijk door
middel van creditkaarten, cheques en contant geld, tenzij die wijzen
van betalen in bepaalde situaties aantoonbaar doelmatiger zijn.
3. Ontvangen contant geld en cheques
worden zoveel mogelijk dagelijks aangeboden aan de bank waar het
ministerie zijn rekeningen aanhoudt, om als tegoed bij te schrijven.
4. Het als geldelijke betaling in
ontvangst nemen van niet als wettig betaalmiddel aangemerkte zaken is
niet toegestaan. Met de instemming van de Minister van Financiën kan
hiervan worden afgeweken.
5. Het innen van ontvangsten met behulp
van een machtiging tot automatische incasso is toegestaan.
Artikel 8. Geldswaardige papieren
1. Het afgeven aan derden van
geldswaardige papieren, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a en c
van het Besluit kasbeheer 2012 geschiedt tegen ontvangst van een
geldig ontvangstbewijs.
2. Het ontvangen van geldswaardige
papieren van derden, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a en c
van het Besluit kasbeheer 2012 geschiedt tegen afgifte van een geldig
betalingsbewijs.
Artikel 9. Inwerkingtreding en publicatie
Regeling kasbeheer 2012
1. De Circulaire gebruik van
creditkaarten en bankpassen, kenmerk B93/47, 19 mei 1993, de
Circulaire aanvulling regeling zakelijke creditkaarten binnen de
rijksdienst, kenmerk FM 2004-00922 m, 16 december 2004 en de
Circulaire tanken op krediet/Beschikking kasbeheer, kenmerk B93/276, 6
augustus 1993 worden ingetrokken.
2. Deze regeling kan worden aangehaald
als: Regeling kasbeheer 2012.
3. Zij wordt ter kennis gebracht van de
Algemene Rekenkamer en zal voorts openbaar worden gemaakt door
publicatie in het Handboek Financiële Informatie en Administratie
Rijksoverheid (www.minfin.nl/hafir).
4. Deze regeling zal met de toelichting
in de Staatscourant worden geplaatst en treedt met ingang van 1
januari 2012 in werking.
De Minister van Financiën,
J.C. de Jager.
|