| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Diergeneesmiddelenwet
TIJDELIJKE
VRIJSTELLINGSREGELING ENTEN AI-GEVOELIGE VOGELS
DIERENTUINEN 2003
Tekst zoals deze geldt op
5 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op de artikel 16 van Richtlijn nr.
92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire
maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza, artikel 7 van Richtlijn
nr. 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
Unie van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek
betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L
311), artikel 29, eerste lid, 30, vierde lid, en 45, eerste en derde
lid, van de Diergeneesmiddelenwet, artikel 30 van de Gezondheids- en
Welzijnswet voor dieren en artikel 3 van het Besluit gebruik sera en
entstoffen;
Besluit:
§ 1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. AI: Aviaire Influenza;
b. gevoelige vogel: vogelsoort die waarschijnlijk gevoelig is
voor aviaire influenza en niet bedoeld is voor de productie van
dierlijke producten;
c. dierentuin: permanente inrichting waar ten minste tien wilde
diersoorten worden gehouden om gedurende ten minste zeven dagen per
jaar te worden tentoongesteld aan het publiek, met uitzondering van
een inrichting waar geen AI-gevoelige vogels worden gehouden en
circussen en dierenwinkels;
d. minister: Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit.
§ 2. Vrijstelling ten behoeve van
toepassing bij AI-gevoelige dieren
Artikel 2
Van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de
Diergeneesmiddelenwet wordt vrijstelling verleend voor het toepassen van
het diergeneesmiddel Gallimune Flu H5N9 van de firma Merial te
Amstelveen en van het diergeneesmiddel Nobilis H5N2 van de firma
Intervet te Boxmeer, en tevens voor het met het oog daarop bereiden,
voorhanden of in voorraad hebben en afleveren van dit diergeneesmiddel
onder voorwaarden gesteld, in de artikelen 3 tot en met 11.
Artikel 3
Toepassing van het middel, bedoeld in artikel 2, geschiedt
uitsluitend bij gevoelige vogels die worden gehouden in een dierentuin
en voor zover aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de exploitant van de dierentuin beschikt met betrekking tot
die dierentuin over een vergunning als bedoeld in artikel 4 van het
Dierentuinenbesluit, of
b. de exploitant van de dierentuin heeft met betrekking tot die
dierentuin uiterlijk op 17 november 2005 een aanvraag tot vergunning
als bedoeld in artikel 4 van het Dierentuinenbesluit ingediend.
Artikel 4
1. De houder van vogels die voornemens is tot vaccinatie van
gevoelige vogels over te gaan, geeft van dit voornemen kennis aan de
Voedsel en Waren Autoriteit door het overleggen van vaccinatieplan.
2. Tot vaccinatie wordt niet over gegaan dan nadat de Voedsel en
Waren Autoriteit het vaccinatieplan, bedoeld in het eerste lid, heeft
goedgekeurd.
3. Tot vaccinatie wordt niet overgegaan dan nadat de Voedsel en
Waren Autoriteit daartoe op verzoek van de houder van de vogels, bedoeld
in het eerste lid, toestemming heeft verleend.
4. Vaccinatie vindt niet plaats dan onder toezicht van een
ambtenaar van de Voedsel en Waren Autoriteit.
5. Het vaccinatieplan, bedoeld in het eerste lid, bevat ten
minste:
a. een plattegrond van de dierentuin met daarop aangeduid de
kooien, verblijven of plaatsen waar de gevoelige vogels die worden
geënt zich bevinden;
b. een lijst van alle afzonderlijk te enten gevoelige vogels met
vermelding van de soort en van de individuele identificatiegegevens;
c. het voorgenomen tijdstip en de vermoedelijke tijdsduur van de
vaccinatie en de locatie waar de vaccinatie plaatsvindt;
d. de naam van de aan de dierentuin verbonden dierenarts die voor
de vaccinatie en bloedbemonstering zorg draagt;
e. de benodigde hoeveelheid vaccin.
6. De houder van de vogels draagt er zorg voor dat:
a. van ten minste 10% van de te enten vogels bloedmonsters worden
genomen zowel voor de eerste enting als ten minste 30 dagen na de
laatste enting;
b. deze monsters serologisch worden onderzocht op AI;
c. de gegevens met betrekking tot de monstername en de uitkomsten
van de onderzoeken 10 jaar worden bewaard.
7. De houder van de vogels zendt onverwijld na afloop van de
vaccinatie een verslag aan de Voedsel en Waren Autoriteit welk verslag
in ieder geval bevat:
a. gegevens over het aantal vogels dat is gevaccineerd en de
identificatiekenmerken van die vogels;
b. de identificatienummers van de vogels waarvan bloedmonsters zijn
genomen.
8. De houder van de vogels zendt onverwijld aan de Voedsel en
Waren Autoriteit de uitslagen van de bloedmonsters, bedoeld in het zesde
lid, onderdeel a.
Artikel 5
1. Toepassing van het middel geschiedt in overeenstemming met
de op het etiket of de verpakking vermelde voorwaarden.
2. De vrijstelling, bedoeld in artikel 2, voor zover dit betreft
het afleveren van het diergeneesmiddel, bedoeld in dat artikel, wordt
verleend onder de voorwaarde dat de Voedsel en Waren Autoriteit daartoe
toestemming heeft verleend.
3. De toestemming, bedoeld in het tweede lid, betreft toestemming
tot het afleveren van het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2, aan
een door de Voedsel en Waren Autoriteit aangewezen dierenarts, genoemd
in het vaccinatieplan. Bij deze toestemming wordt tevens bepaald de
hoeveelheid van het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2, die aan die
dierenarts kan worden afgeleverd.
4. Alle te enten vogels worden binnen 96 uur na aanvang de eerste
enting geënt.
Artikel 6 [Vervallen per 20-11-2005]
Artikel 7
De aanwezige voorraad van het middel wordt voor een door de minister
nader te bepalen tijdstip teruggezonden naar de producent.
Artikel 8
De vrijstelling voor het bereiden, afleveren, het voorhanden of in
voorraad hebben en toepassen van het middel geldt tot een door de
minister nader te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende
handelingen verschillend kan worden gesteld.
§ 3. Aanwijzing kanalisatieregime
Artikel 9
Het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2 wordt voor de voor de
toepassing van deze regeling aangewezen als:
a. een middel als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Diergeneesmiddelenwet;
b. een middel als bedoeld in artikel 30, vierde lid ,van de
Diergeneesmiddelenwet.
§ 4. Enten AI-gevoelige dieren
Artikel 10
Van het verbod gesteld in artikel 3 van het Besluit gebruik sera en
entstoffen wordt ontheffing verleend aan dierenartsen voor het enten van
gevoelige vogels overeenkomstig deze regeling.
§ 5 . Verbod vervoeren gevaccineerde dieren
Artikel 11
1. Het is verboden geënte vogels en
producten van geënte vogels te vervoeren te verhandelen of te
verplaatsen.
2. De minister kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
gestelde verbod.
3. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
4. Geënte vogels en van geënte vogels verkregen producten
worden niet voor consumptie bestemd.
§ 6 . Overige bepalingen
Artikel 11a
Deze regeling berust mede op artikel 17 van de Gezondheids- en
Welzijnswet voor dieren.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 18 april 2003.
Artikel 13
Deze regeling zal worden aangehaald als: Tijdelijke
vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
overeenkomstig het door de minister genomen besluit,
de directeur-generaal,
R.M. Bergkamp.
Bijlage I als bedoeld in artikel 1,
onderdeel c
|
dierentuinen |
plaats |
|
1. Stichting
Nederlandse Opvang Papegaaien |
Veldhoven-Oerle |
|
2. Ecomare |
De Koog-Texel |
|
3. Dierenpark
Wissel |
Epe |
|
4. Zoo Parc
Overloon |
Overloon |
|
5. Ouwehands
Dierenpark |
Rhenen |
|
6. Vogelpark
Avifauna B.V. |
Alphen aan de Rijn |
|
7. Safari Beekse
Bergen |
Hilvarenbeek |
|
8. Dierenpark
Amersfoort |
Amersfoort |
|
9. Natura Artis
Magistra |
Amsterdam |
|
10. Wonderwereld |
Ter Apel |
|
11. Vogelpark
Jagrie B.V. |
Gieterveen |
|
12. Kabouterland |
Exloo |
|
13. Otterpark
Leeuwarden |
Leeuwarden |
|
14. Stichting
Kasteelpark Born |
Born |
|
15. Diergaarde
Blijdorp |
Rotterdam |
|
16. Stichting
Apenheul |
Apeldoorn |
|
17. Noorder
Dierenpark |
Emmen |
|
18. Dierenpark De
Vleut |
Best |
|
19. Kasteeltuinen
Arcen |
Arcen |
|
20. Stichting
Dierenpark Reptielenhuis De Oliemeulen |
Tilburg |
|
21. Vogelpark Taman
Indonesia |
Kallenkote |
|
22. Stichting
Plaswijckpark |
Rotterdam |
|
23. Mondo Verde
B.V. |
Landgraaf |
|
24.
Vogelrevalidatiecentrum Zundert |
Zundert |
|
25. Burgers Zoo |
Arnhem |
|
26. Fazanterie De
Rooie Hoeve |
Heeswijk-Dinther |
|
27. Stichting
Artisklas |
Haarlem |
|
|
|