| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Diergeneesmiddelenwet
TIJDELIJKE
VRIJSTELLINGSREGELING VACCINATIE HOBBYPLUIMVEE
EN BIOLOGISCHE LEGKIPPEN EN LEGKIPPEN
MET VRIJE UITLOOP
Tekst zoals deze geldt op
5 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit van 15 maart 2006, nr. TRCJZ/2006/819, houdende
een tijdelijke vrijstellingsregeling in verband met vaccinatie van
hobbypluimvee en biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop
(Tijdelijke vrijstellingsregeling vaccinatie hobbypluimvee en
biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop)
De Minister
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op Beschikking nr. 2006/147/EG van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 februari 2006
betreffende preventieve vaccinatie tegen hoogpathogene aviaire influenza
H5N1 in Nederland en aanverwante bepalingen betreffende verplaatsingen (PbEU
L 55), artikel 8 van Richtlijn (EG) nr. 2001/82 van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 november 2001 tot
vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen
voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 311);
Gelet op artikel 29, eerste lid, 30, vierde
lid, en 45, eerste en derde lid, van de Diergeneesmiddelenwet, artikel
17 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 19 van de
Landbouwwet, en artikel 3 van het Besluit gebruik sera en entstoffen;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. VWA: Voedsel en Waren Autoriteit;
b. AI: Aviaire Influenza;
c. hobbypluimvee: pluimvee als bedoeld in artikel 1, tweede lid,
onder a, van beschikking 2006/147/EG;
d. biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop: kippen
als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Beschikking;
e. Beschikking: beschikking van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 6 juli 2007 betreffende preventieve vaccinatie
tegen hoogpathogene aviaire influenza in Nederland en aanverwante
bepalingen betreffende verplaatsingen;
f. Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
g. dierenarts: een op grond van artikel 10, eerste lid, van de
Wet op de uitoefening van de Diergeneeskunde 1990 bij de VWA
geregistreerde dierenarts.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen preventieve
vaccinatie
Artikel 2
1. Voor hobbypluimvee, biologische
legkippen en legkippen met vrije uitloop, wordt vrijstelling verleend
van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de
Diergeneesmiddelenwet, voor het toepassen, bereiden, voorhanden of in
voorraad hebben, en afleveren van het volgende diergeneesmiddel: Nobilis
Influenza H5N2 emulsie voor injectie, van de firma Intervet
International B.V. te Boxmeer, Nederland.
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing op het
overeenkomstig deze regeling preventief vaccineren en hervaccineren van:
a. biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop door een
dierenarts of door personen die onder toezicht en verantwoordelijkheid
van de dierenarts werken;
b. hobbypluimvee door een dierenarts.
3. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend tot
1 augustus 2009.
Artikel 3
Het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 2, wordt voor de toepassing
van deze regeling aangewezen als:
a. een middel als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Diergeneesmiddelenwet;
b. een middel als bedoeld in artikel 30, vierde lid ,van de
Diergeneesmiddelenwet.
Artikel 4
1. Van het verbod in artikel 3 van het Besluit gebruik sera en
entstoffen wordt tot 1 augustus 2009 vrijstelling verleend voor het
overeenkomstig deze regeling vaccineren onderscheidenlijk
hervaccineren van hobbypluimvee, aan een dierenarts die zich voor het
vaccineren heeft aangemeld bij het LNV-loket door inzending van een
door de VWA verstrekt formulier dat ten minste de gegevens bevat die
zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 1;
2. Van het verbod in artikel 3 van het Besluit gebruik sera en
entstoffen wordt tot 1 augustus 2009 vrijstelling verleend voor het
overeenkomstig deze regeling vaccineren onderscheidenlijk hervaccineren
van biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop:
a. aan een dierenarts die zich voor het vaccineren heeft aangemeld
bij het LNV-loket door inzending van een door de VWA verstrekt
formulier dat ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de
bijlage bij deze regeling, onder 1, en
b. aan personen die tijdens het overeenkomstig deze regeling
vaccineren of hervaccineren onder toezicht en verantwoordelijkheid
staan van een dierenarts als bedoeld in onderdeel a.
3. De dierenarts vangt met een vaccinatie, onderscheidenlijk
hervaccinatie, niet aan dan nadat hij heeft vastgesteld dat de houder
die het hobbypluimvee wil laten vaccineren, onderscheidenlijk
hervaccineren, zich eenmaal overeenkomstig artikel 6 heeft aangemeld bij
het LNV-loket.
4. Indien de dierenarts, bedoeld in het derde lid, heeft
vastgesteld dat de in het derde lid bedoelde houder zich niet heeft
aangemeld bij het LNV-loket, vangt de dierenarts met een vaccinatie,
onderscheidenlijk hervaccinatie, niet aan dan nadat voor de
desbetreffende vaccinatie, onderscheidenlijk hervaccinatie door de
Minister toestemming is verleend.
5. De toestemming, bedoeld in het vierde lid, wordt door de
dierenarts aangevraagd bij het LNV-loket:
a. voor zover het de vaccinatie, onderscheidenlijk hervaccinatie
van hobbypluimvee betreft, door het uiterlijk 1 juli 2009 Aan het
LNV-loket inzenden van een door de VWA verstrekt formulier dat ingeval
van vaccinatie ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de
bijlage bij deze regeling, onder 2, en ingeval van hervaccinatie ten
minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de bijlage bij deze
regeling, onder 2a;
b. voor zover het de vaccinatie, onderscheidenlijk hervaccinatie
van biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop, ouder dan
achttien weken betreft, door het uiterlijk 1 juli 2009 Aan het
LNV-loket inzenden van een door de VWA verstrekt formulier dat ingeval
van vaccinatie ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de
bijlage bij deze regeling, onder 3, en ingeval van hervaccinatie ten
minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de bijlage bij deze
regeling, onder 3a;
c. voor zover het de vaccinatie, onderscheidenlijk hervaccinatie
van biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop, jonger dan
achttien weken betreft, door het uiterlijk 1 juli 2009 aan het
LNV-loket inzenden van een door de VWA verstrekt formulier dat ingeval
van vaccinatie ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de
bijlage bij deze regeling, onder 4.
Hoofdstuk 3. Hobbypluimvee
Paragraaf 1. Voorwaarden
Artikel 5
1. Indien op een bedrijf zowel
bedrijfsmatig pluimvee wordt gehouden als hobbypluimvee, is het verboden
het hobbypluimvee te vaccineren.
2. Het is verboden het middel, bedoeld in artikel 2, toe te
passen op hobbypluimvee waarbij een pootring als bedoeld in het vijfde
lid niet behoorlijk is aan te brengen omdat de poten van de
desbetreffende dieren nog niet volgroeid zijn.
3. Hobbypluimvee dat wordt gevaccineerd ingevolge deze regeling,
wordt twee maal gevaccineerd, overeenkomstig de bijsluiter bij het
vaccin van de fabrikant, waarbij de tweede vaccinatie uiterlijk 1
augustus 2009 is verricht.
4. Hobbypluimvee dat wordt gevaccineerd ingevolge deze regeling,
wordt gevaccineerd op de locatie waar dit hobbypluimvee verblijft
onderscheidenlijk op de praktijk van de dierenarts die de vaccinatie
uitvoert.
5. Bij hobbypluimvee dat wordt gevaccineerd ingevolge deze
regeling, wordt door de dierenarts die de vaccinatie uitvoert,
voorafgaand aan de eerste vaccinatie een niet verwijderbare pootring
aangebracht waarop onuitwisbaar het kenmerk NL VACCIN A.I. 07-2 is
aangebracht.
Artikel 6
1. De houder die zijn hobbypluimvee ingevolge deze regeling wil
laten vaccineren meldt zich voorafgaand aan de eerste vaccinatie door
tussenkomst van de dierenarts aan bij het LNV-loket, waarbij gebruik
wordt gemaakt van een door de VWA verstrekt formulier dat ten minste
de gegevens bevat die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling,
onder 2.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op houders van
hobbypluimvee ten aanzien waarvan de eerste en tweede vaccinatie in de
periode van 1 maart 2006 tot 1 juli 2006 of in de periode van 1 augustus
2006 tot 1 augustus 2007 is verricht.
3. De houder van hobbypluimvee ondertekent na elke vaccinatie
mede de vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 7, vierde lid, en
bewaart een afschrift gedurende drie jaar.
Artikel 7
1. De dierenarts die hobbypluimvee op grond van deze regeling
vaccineert, werkt overeenkomstig de instructies van de VWA en voldoet
aan het tweede tot en met zevende lid, en aan artikel 10.
2. De dierenarts past het middel, bedoeld in artikel 2, toe
overeenkomstig, voor zover van toepassing, de instructies van de
fabrikant van het middel of de gebruiksaanwijzingen van de Minister.
3. De dierenarts past bij de eerste vaccinatie van hobbypluimvee
het middel, bedoeld in artikel 2, slechts toe indien is voldaan aan
artikel 5, vijfde lid.
4. De dierenarts vult terstond na iedere vaccinatie van
hobbypluimvee een door de VWA verstrekte vaccinatieverklaring in, die
ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de bijlage bij deze
regeling, onder 5, ondertekent deze en laat deze mede ondertekenen door
de houder van het desbetreffende hobbypluimvee.
5. De dierenarts stuurt de verklaring, bedoeld in het vierde lid,
en een afschrift daarvan, binnen vijf werkdagen na vaccinatie naar GD,
verstrekt een afschrift aan de houder van het gevaccineerde
hobbypluimvee, en bewaart een afschrift in zijn administratie gedurende
drie jaar.
6. De dierenarts houdt een register bij overeenkomstig door de
VWA verstrekte modellen die ten minste de gegevens bevatten die zijn
opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 6, en bewaart dit
register gedurende drie jaar na de eerste toepassing van het middel.
7. De dierenarts gebruikt de restanten van het middel niet ten
behoeve van vaccinatie op een andere locatie of een bedrijf.
Artikel 8
1. De houder van hobbypluimvee die zijn hobbypluimvee ingevolge
deze regeling laat vaccineren draagt er zorg voor dat het
hobbypluimvee voor de tweede maal wordt gevaccineerd op de datum die
staat vermeld op de vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 7, vierde
lid, die is opgemaakt na de eerste vaccinatie.
2. De houder van hobbypluimvee die zijn nog niet eerder
gevaccineerde hobbypluimvee ingevolge deze regeling laat vaccineren
stemt erin toe dat in de periode die aanvangt zes weken na de tweede
vaccinatie en die eindigt zes maanden na die vaccinatie, de
bloedmonsters als bedoeld in artikel 10, eerste lid, worden genomen door
een dierenarts werkzaam bij de GD of door een dierenartsassistent
paraveterinair werkzaam bij de GD, onder toezicht van een dierenarts, en
verleent hieraan zijn medewerking.
Artikel 9
De houder van ingevolge deze regeling gevaccineerd hobbypluimvee:
a. houdt een register bij overeenkomstig door de VWA verstrekte
modellen die ten minste de gegevens bevatten die zijn opgenomen in
de bijlage bij deze regeling, onder 7;
b. bewaart de twee vaccinatieverklaringen, bedoeld in artikel 7,
vierde lid, dan wel een kopie van de tweede vaccinatieverklaring
indien het gaat om overeenkomstig artikel 11 verplaatst gevaccineerd
hobbypluimvee, en het register, bedoeld in onderdeel a, gedurende
drie jaar;
c. consulteert indien zijn al dan niet gevaccineerd hobbypluimvee
ziekteverschijnselen vertoont of sterft tot twaalf maanden na de
tweede vaccinatie:
i. de dierenarts die het hobbypluimvee heeft gevaccineerd, of
ii. indien het gaat om overeenkomstig artikel 11 verplaatst
hobbypluimvee, een andere dierenarts die zich overeenkomstig
artikel 4, eerste lid, heeft aangemeld bij het LNV-loket.
Paragraaf 1a. Hervaccinatie hobbypluimvee
Artikel 9a
De houder die zijn hobbypluimvee ingevolge deze regeling heeft laten
vaccineren, kan tot hervaccinatie van deze dieren overgaan, indien
overeenkomstig deze regeling ten aanzien van het te hervaccineren
hobbypluimvee de eerste en tweede vaccinatie in de periode van
1 augustus 2007 tot 1 augustus 2009 is verricht.
Artikel 9b
De houder die hobbypluimvee ingevolge deze paragraaf wil laten
hervaccineren, draagt er zorg voor dat deze hervaccinatie niet eerder
plaatsvindt dan drie kalendermaanden na de datum van de tweede
vaccinatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en niet later plaatsvindt
dan twaalf kalendermaanden na de datum van de tweede vaccinatie.
Artikel 9c
1. De artikelen 5, eerste en vierde lid, en 6, derde lid, zijn
van overeenkomstige toepassing op hervaccinatie van hobbypluimvee.
2. Artikel 7, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en zevende
lid, is van overeenkomstige toepassing op hervaccinatie van
hobbypluimvee, met dien verstande dat de in het vierde lid bedoelde
vaccinatieverklaring ingeval van hervaccinatie ten minste de gegevens
bevat die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 5a.
Artikel 9d
De houder van ingevolge deze regeling gehervaccineerd hobbypluimvee:
a. bewaart de vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 9c, tweede
lid, dan wel een kopie van deze vaccinatieverklaring indien het gaat
om overeenkomstig artikel 11 verplaatst gehervaccineerd
hobbypluimvee, gedurende drie jaar;
b. consulteert, indien zijn al dan niet gehervaccineerd
hobbypluimvee ziekteverschijnselen vertoont of sterft tot twaalf
maanden na de hervaccinatie:
1°. De dierenarts die het hobbypluimvee heeft gehervaccineerd,
of
2°. Indien het gaat om overeenkomstig artikel 11 verplaatst
hobbypluimvee, een andere dierenarts die zich overeenkomstig
artikel 4, eerste lid, heeft aangemeld bij het LNV-loket.
Paragraaf 2. Monitoring op Aviaire Influenza
Artikel 10
In de periode die aanvangt zes weken na de tweede vaccinatie van het
hobbypluimvee en eindigt 6 maanden na die vaccinatie, neemt een
dierenarts, werkzaam bij de GD, minimaal eenmaal en maximaal tweemaal
bloedmonsters af bij vijf procent van het bij de houder aanwezige, al
dan niet gevaccineerde hobbypluimvee, waarbij van ten minste vijf en ten
hoogste twintig dieren een bloedmonster wordt afgenomen. Indien er
sprake is van minder dan vijf gevaccineerde dieren, wordt van ieder dier
een bloedmonster afgenomen.
Paragraaf 3. Voorschriften voor vervoer
Artikel 11
1. Het is verboden ingevolge deze regeling gevaccineerd of
gehervaccineerd hobbypluimvee, eendagskuikens en broedeieren,
afkomstig van dat pluimvee, ter vervoeren of te laten vervoeren.
2. In afwijking van het eerste lid:
a. mag volledig gevaccineerd of gehervaccineerd hobbypluimvee
worden vervoerd ten behoeve van het tijdelijk verzamelen van deze
dieren op tentoonstellingen en keuringen in binnen- en buitenland
onder voorwaarde dat de houder van het gevaccineerd of gehervaccineerd
hobbypluimvee in het register, bedoeld in artikel 9, onderdeel a,
melding maakt van het vervoer;
b. mogen eendagskuikens en broedeieren afkomstig van ingevolge deze
regeling gevaccineerd of gehervaccineerd hobbypluimvee worden vervoerd
naar hobbypluimveehouderijen in Nederland;
c. c. kan de Minister toestemming verlenen voor het vervoer van
volledig gevaccineerd of ge-hervaccineerd hobbypluimvee naar andere
hobbypluimveehouderijen in binnen- en buitenland.
3. Indien het in onderdeel a, b, of c bedoelde vervoer een
bestemming heeft in het buitenland, verkrijgt de houder voorafgaand aan
het vervoer schriftelijke toestemming van de lidstaat van bestemming.
4. Aan de toestemming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c,
kunnen voorwaarden worden verbonden.
5. De voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, zijn in elk geval:
a. er wordt voldaan aan de in artikel 5 van de Beschikking
opgenomen voorwaarden;
b. het te vervoeren hobbypluimvee gaat ingeval van gevaccineerde
dieren vergezeld van een kopie van de tweede vaccinatieverklaring,
bedoeld in artikel 7, vierde lid, waarop het aantal te vervoeren
gevaccineerde dieren wordt aangetekend, en gaat ingeval van
gehervaccineerde dieren vergezeld van een kopie van de
vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 9c, tweede lid, waarop het
aantal te vervoeren gehervaccineerde dieren wordt aangetekend;
c. het te vervoeren hobbypluimvee gaat vergezeld van de
toestemming, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
6. Een aanvraag voor de toestemming, bedoeld in het tweede lid,
onderdeel c, wordt ingediend bij het LNV-loket door inzending van een
door de VWA verstrekt formulier dat ten minste de gegevens bevat die
zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 8.
Artikel 12
Het is verboden mest afkomstig van ingevolge deze regeling
gevaccineerd hobbypluimvee buiten Nederland te brengen.
Hoofdstuk 4. Biologische legkippen en
legkippen met vrije uitloop
Paragraaf 1. Voorwaarden
Artikel 13
1. Indien biologische legkippen en
legkippen met vrije uitloop, jonger dan achttien weken, op grond van
deze regeling worden gevaccineerd, dienen alle op het bedrijf aanwezige
biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop, jonger dan
achttien weken, met uitzondering van de dieren, bedoeld in het tweede
lid en bedoeld in artikel 18, te worden gevaccineerd.
2. Het is verboden het middel, bedoeld in artikel 2, toe te
passen op biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop die
jonger zijn dan zeven weken.
3. Biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop die op
grond van deze regeling worden gevaccineerd, met uitzondering van de
dieren, bedoeld in artikel 18, dienen tweemaal te worden gevaccineerd
overeenkomstig de bijsluiter bij het vaccin van de fabrikant, waarbij de
tweede vaccinatie uiterlijk 1 augustus 2009 is verricht.
4. De legkippen, bedoeld in het derde lid, worden gevaccineerd op
het bedrijf waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 4, is verleend.
5. Bij verklikkerdieren als bedoeld in artikel 18 wordt door de
dierenarts die de vaccinatie uitvoert of de personen, bedoeld in artikel
4, tweede lid, onder b, een niet verwijderbare pootring aangebracht
waarop onuitwisbaar het kenmerk Controle A.I. 2007- 2 is
aangebracht.
Artikel 14
1. De houder van biologische legkippen of legkippen met vrije
uitloop die overeenkomstig deze regeling worden gevaccineerd, meldt
zich voorafgaand aan de eerste vaccinatie door tussenkomst van de
dierenarts aan bij het LNV-loket, waarbij gebruik wordt gemaakt van
een door de VWA verstrekt formulier dat ten minste de gegevens bevat
die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 3.
2. Indien de te vaccineren legkippen, bedoeld in het eerste lid,
jonger zijn dan achttien weken, en deze dieren zijn bestemd om te worden
afgevoerd naar een ander bedrijf, meldt de houder naar wiens bedrijf
deze legkippen zullen worden verplaatst zich eveneens aan bij het
LNV-loket en wordt gebruik gemaakt van een door de VWA verstrekt
formulier dat ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de
bijlage bij deze regeling, onder 4.
3. De houder van biologische legkippen of legkippen met vrije
uitloop ondertekent na elke vaccinatie mede de vaccinatieverklaring,
bedoeld in artikel 15, vierde lid, en bewaart een afschrift.
Artikel 15
1. De dierenarts die de biologische legkippen of legkippen met
vrije uitloop op grond van deze regeling vaccineert, werkt
overeenkomstig de instructies van de VWA en voldoet aan het tweede tot
en met zevende lid, en aan artikel 19, eerste, derde en vierde lid.
2. De dierenarts past het middel, bedoeld in artikel 2, toe
overeenkomstig de gebruiksvoorschriften en de instructies van de
fabrikant van het middel.
3. De dierenarts past bij de eerste vaccinatie het middel,
bedoeld in artikel 2, slechts toe indien is voldaan aan de artikelen 13,
zesde lid, en 19, eerste lid.
4. De dierenarts vult terstond na iedere vaccinatie van
biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop een door de VWA
verstrekte vaccinatieverklaring in, die ten minste de gegevens bevat die
zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 9, ondertekent
deze en laat deze mede ondertekenen door de houder van de biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop.
5. De dierenarts stuurt de verklaring, bedoeld in het vierde lid,
en een afschrift daarvan, binnen vijf werkdagen na vaccinatie naar GD,
verstrekt een afschrift aan de houder van de gevaccineerde biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop, en bewaart een afschrift in
zijn administratie gedurende drie jaar.
6. De dierenarts houdt een register bij overeenkomstig een door
de VWA verstrekt model dat ten minste de gegevens bevat die zijn
opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 6, en bewaart dit
register gedurende drie jaar na de eerste toepassing van het middel.
7. De dierenarts gebruikt de restanten van het middel niet ten
behoeve van vaccinatie op een andere locatie of een bedrijf.
Artikel 15a
1. De personen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder b,
werken overeenkomstig de instructies van de dierenarts en de VWA.
2. Op de personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen
15, tweede, derde en zevende lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16
De houder van biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop
die deze dieren ingevolge deze regeling laat vaccineren draagt er zorg
voor dat deze dieren voor de tweede maal wordt gevaccineerd op de datum
die staat vermeld op de vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 15,
vierde lid, die is opgemaakt na de eerste vaccinatie.
Artikel 17
De houder van ingevolge deze regeling gevaccineerd biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop:
a. vermeldt in zijn administratie de gegevens die zijn opgenomen
in de bijlage bij deze regeling, onder 10, en bewaart die gegevens
gedurende drie jaar;
b. bewaart de twee vaccinatieverklaringen, bedoeld in artikel 15,
vierde lid, dan wel een kopie van de tweede vaccinatieverklaring
indien het gaat om overeenkomstig artikel 20 verplaatste biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop, en het register, bedoeld
in onderdeel a, gedurende drie jaar;
c. laat de bij de verklikkerdieren aangebrachte pootringen bij
verlies vervangen door:
i. de dierenarts die de biologische legkippen of legkippen met
vrije uitloop heeft gevaccineerd;
ii. indien het gaat om overeenkomstig artikel 20 verplaatste
biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop, een andere
dierenarts die zich overeenkomstig artikel 4, eerste lid, heeft
aangemeld bij het LNV-loket.
Paragraaf 1a. Hervaccinatie biologische legkippen en legkippen met
vrije uitloop
Artikel 17a
De houder die zijn biologische legkippen of legkippen met vrije
uitloop ingevolge deze regeling heeft laten vaccineren, kan tot
hervaccinatie van biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop,
ouder dan achttien weken overgaan, indien ten aanzien van de te
hervaccineren dieren de eerste vaccinatie na 1 augustus 2007 is
uitgevoerd, overeenkomstig de Tijdelijke vrijstellingsregeling
vaccinatie hobbypluimvee, biologische legkippen en legkippen met vrije
uitloop, zoals deze op het moment van eerste vaccinatie gold.
Artikel 17b
De houder die zijn biologische legkippen of legkippen met vrije
uitloop ingevolge deze paragraaf wil laten hervaccineren, draagt er zorg
voor dat deze hervaccinatie niet eerder plaatsvindt dan 3
kalendermaanden na de datum van de tweede vaccinatie, bedoeld in artikel
16, en niet later plaatsvindt dan 12 kalendermaanden na de datum van de
tweede vaccinatie.
Artikel 17c
De houder van ingevolge deze regeling gehervaccineerde biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop bewaart de
vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 17d, derde lid, dan wel een
kopie van deze vaccinatieverklaring indien het gaat om overeenkomstig
artikel 20 verplaatste gehervaccineerde biologische legkippen of
legkippen met vrije uitloop, gedurende drie jaar.
Artikel 17d
1. Artikel 13, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op
hervaccinatie van biologische legkippen of legkippen met vrije
uitloop.
2. Artikel 14, eerste en derde lid, is van overeenkomstige
toepassing op hervaccinatie van biologische legkippen of legkippen met
vrije uitloop, met dien verstande dat het in het eerste lid bedoelde
formulier ingeval van hervaccinatie ten minste de gegevens bevat die
zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling, onder 3a.
3. Artikel 15, eerste, tweede, vierde, vijfde, zesde en zevende
lid, is van overeenkomstige toepassing op hervaccinatie van biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop, met dien verstande dat de in
het vierde lid bedoelde vaccinatieverklaring ingeval van hervaccinatie
ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen in de bijlage bij deze
regeling, onder 9a.
4. Artikel 15a is van overeenkomstige toepassing op hervaccinatie
van biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop.
Paragraaf 2. Monitoring op Aviaire Influenza
Artikel 18
1. De houder, bedoeld in artikel 16 of 17, draagt er zorg voor
dat ten hoogste ιιn procent van de op zijn bedrijf gehouden
biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop, met een maximum
van 60 dieren per stal, niet wordt gevaccineerd en wordt ingezet als
verklikkerdieren. De verklikkerdieren worden verdeeld in groepen van
ten hoogste vijf dieren en deze groepen worden gelijkmatig verspreid
in de stal geplaatst.
2. Indien de gevaccineerde dieren biologische legkippen of
legkippen met vrije uitloop jonger zijn dan achttien weken, en binnen
worden gehouden, hoeven de verklikkerdieren niet gelijkmatig verspreid
over de stal te worden geplaatst. De verklikkerdieren worden in dat
geval afgescheiden van de gevaccineerde dieren in de stal geplaatst.
Artikel 19
1. Voorafgaand aan de eerste vaccinatie van de biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop neemt de dierenarts die de
legkippen vaccineert bloedmonsters af bij de verklikkerdieren, bedoeld
in artikel 18.
2. De houder, bedoeld in artikel 16 of 17 draagt er zorg voor dat
de verklikkerdieren, bedoeld in artikel 18, dagelijks klinisch worden
onderzocht, meldt de sterfte van deze dieren aan de VWA, en volgt de
instructies van de VWA ter zake.
3. De houder, bedoeld in artikel 16 of 17, draagt er zorg voor
dat de dierenarts driemaandelijks na de eerste vaccinatie van maximaal
30 verklikkerdieren per bedrijf een bloedmonster afneemt, waarbij van
ten minste 5 verklikkerdieren per stal een bloedmonster wordt afgenomen,
maximaal verdeeld over de in de stal aanwezige groepen verklikkerdieren.
4. De houder, bedoeld in artikel 16 en 17, draagt er zorg voor
dat de dierenarts:
a. in de periode die aanvangt zes weken na de tweede vaccinatie van
de biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop en die eindigt
12 maanden na die vaccinatie, minimaal eenmaal en maximaal driemaal
een bloedmonster afneemt, overeenkomstig de instructies van de VWA,
bij een percentage van de gevaccineerde biologische legkippen of
legkippen met vrije uitloop van de houder, waarbij het percentage
wordt berekend op basis van het aantal bij de houder aanwezige
biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop, en
b. de in onderdeel a bedoelde bloedmonsters binnen de in onderdeel
a bedoelde periode afneemt op het zelfde moment als de in het derde
lid bedoelde bloedmonsters van de verklikkerdieren van de betreffende
houder worden afgenomen.
5. De dierenarts stuurt de monsters, bedoeld in het eerste, derde
en vierde lid, terstond na het afnemen naar GD.
Paragraaf 3. Voorwaarden voor vervoer van pluimvee en
pluimveeproducten afkomstig van bedrijven waar wordt gevaccineerd
Artikel 20
1. Het is verboden pluimvee, eendagskuikens en broedeieren,
afkomstig van bedrijven waar zich biologische legkippen of legkippen
met vrije uitloop bevinden die ingevolge deze regeling zijn
gevaccineerd of gehervaccineerd, te vervoeren of te laten vervoeren.
2. In afwijking van het eerste lid kan de Minister toestemming
verlenen voor het vervoer van pluimvee, eendagskuikens en broedeieren
naar:
a. een in het binnen- of buitenland gelegen slachthuis, en voor
zover het vervoer naar een in het buitenland gelegen slachthuis
betreft, na instemming van de lidstaat van bestemming, of
b. naar in Nederland gelegen bedrijven waar is gevaccineerd of
gehervaccineerd.
3. Aan de toestemming, bedoeld in het tweede lid, kunnen
voorwaarden worden verbonden.
4. De voorwaarden, bedoeld in het derde lid, zijn in elk geval:
a. er wordt voldaan aan de in artikel 6 van de Beschikking
opgenomen voorwaarden;
b. het te vervoeren pluimvee gaat vergezeld van de toestemming,
bedoeld in het tweede lid;
c. indien de te vervoeren dieren biologische legkippen of legkippen
met vrije uitloop zijn, gaan deze dieren, ingeval zij gevaccineerd
zijn, vergezeld van een kopie van de tweede vaccinatieverklaring,
bedoeld in artikel 15, vierde lid, waarop het aantal te vervoeren
gevaccineerde dieren wordt aangetekend, en gaan deze dieren, ingeval
zij gehervaccineerd zijn, vergezeld van een kopie van de
vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 17d, derde lid, waarop het
aantal te vervoeren gehervaccineerde dieren wordt aangetekend.
5. Een aanvraag voor de toestemming, bedoeld in het tweede lid,
wordt ingediend bij het LNV-loket door inzending van een door de VWA
verstrekt formulier dat ten minste de gegevens bevat die zijn opgenomen
in de bijlage bij deze regeling, onder 8.
Artikel 21
Het is verboden mest afkomstig van bedrijven waar zich biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop bevinden die ingevolge deze
regeling zijn gevaccineerd of gehervaccineerd buiten Nederland te
brengen.
Artikel 22
1. Eieren afkomstig van bedrijven waar zich biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop bevinden die ingevolge deze
regeling zijn gevaccineerd of gehervaccineerd, worden slechts naar een
lidstaat verzonden indien is voldaan aan artikel 8, onderdelen a en b,
van de Beschikking.
2. Een verpakkingscentrum als bedoeld in artikel 8, onderdeel b,
onder (i), van de Beschikking is een in Nederland gelegen
verpakkingscentrum dat is geregistreerd overeenkomstig de Verordening
registratie verzamelaars, grossiers en houders van een pakstation en
heffingen consumptie-eieren 2003 van het Productschap Pluimvee en Eieren
dan wel een door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat
aangewezen verpakkingscentrum.
Artikel 23
1. Vers vlees afkomstig van bedrijven waar zich biologische
legkippen of legkippen met vrije uitloop bevinden die ingevolge deze
regeling zijn gevaccineerd of gehervaccineerd, wordt alleen naar een
lidstaat verzonden indien is voldaan aan de voorschriften bedoeld in
artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de Beschikking.
2. Gehakt vlees, vleesbereidingen en separatorvlees van pluimvee
dat afkomstig is van bedrijven waar zich biologische legkippen of
legkippen met vrije uitloop bevinden die ingevolge deze regeling zijn
gevaccineerd of gehervaccineerd, en vleesproducten dat vlees bevat van
pluimvee dat afkomstig is van bedrijven waar zich biologische legkippen
of legkippen met vrije uitloop bevinden die overeenkomstig deze regeling
zijn gevaccineerd, wordt alleen naar een lidstaat verzonden indien
voldaan is aan de voorschriften bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de
Beschikking.
Paragraaf 4. Reiniging en ontsmetting
Artikel 24
1. Op bedrijven waar zich biologische legkippen of legkippen
met vrije uitloop bevinden die ingevolge deze regeling zijn
gevaccineerd of gehervaccineerd, worden alle voor het vervoer van
levend pluimvee, vers vlees van pluimvee, gehakt vlees,
vleesbereidingen, separatorvlees, vleesproducten en pluimveeveevoeder
gebruikte transportmiddelen onmiddellijk voor en na elk transport
gereinigd en ontsmet overeenkomstig de voorschriften opgenomen in
bijlage 10 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van
besmettelijke dierziekten en zoφnosen en TSEs.
2. Een bewijs van de reiniging en ontsmetting, bedoeld in het
eerste lid, is te allen tijde in het vervoermiddel aanwezig en bevat
tenminste datum en tijdstip van reiniging en ontsmetting en het kenteken
van het gereinigde vervoermiddel.
Hoofdstuk 5. Voorwaarden voor vervoer
pluimvee, broedeieren en eendagskuikens afkomstig van bedrijven waar
niet gevaccineerd wordt
Artikel 25
1. Het gezondheidscertificaat voor
gevaccineerd pluimvee dat, en broedeieren en eendagskuikens die in het
intracommunautaire handelsverkeer worden gebracht, voldoet aan artikel
7, eerste lid, van de Beschikking.
2. Het gezondheidscertificaat voor niet gevaccineerd pluimvee
dat, en broedeieren en eendagskuikens die in het intracommunautaire
handelsverkeer worden gebracht, voldoet aan artikel 7, tweede lid, van
de Beschikking.
Hoofdstuk 6. Overig
Artikel 26
[Wijzigt de Tijdelijke regeling ter wering van Aviaire Influenza II.]
Artikel 27
Deze regeling treedt in werking op 16 maart 2006.
Artikel 28
Deze regeling zal worden aangehaald als: Tijdelijke
vrijstellingsregeling vaccinatie hobbypluimvee, biologische legkippen en
legkippen met vrije uitloop.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman.
Bijlage
1. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid:
naam, adres en woonplaats van de dierenartsenpraktijk;
naam en registratienummer van de uitvoerende praktiserende
dierenartsen van die praktijk.
2. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 4, vierde lid, eerste en tweede lid:
naam, adres en woonplaats van de houder van het
hobbypluimvee;
naam dierenarts die de vaccinatie gaat uitvoeren.
2a. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel a, artikel 9d, tweede lid en
artikel 12c, eerste lid:
UBN of naam, adres en woonplaats van de houder van het
hobbypluimvee;
naam dierenarts die de hervaccinatie gaat uitvoeren.
3. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel b, en artikel 14, eerste
lid:
naam, adres en woonplaats en UBN van de houder;
aantal te vaccineren biologische legkippen en legkippen met
vrije uitloop inclusief koppel en hoknummer;
naam dierenarts die de vaccinatie gaat uitvoeren.
3a. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel b, en artikel 17d, tweede
lid:
UBN of naam, adres en woonplaats van de houder van de
biologische legkippen en legkippen met vrije uitloop, ouder dan
achttien weken;
aantal te vaccineren pluimvee
aantal te hervaccineren pluimvee
naam dierenarts die de hervaccinatie gaat uitvoeren.
4. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel c, en artikel 14, tweede
lid:
naam, adres en woonplaats en UBN van het opfokbedrijf;
naam, adres en woonplaats en UBN van het bestemmingsbedrijf;
aantal te vaccineren hobbypluimvee;
naam dierenarts die de vaccinatie gaat uitvoeren.
5. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op de
vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 7, vierde lid:
of het een eerste vaccinatie of tweede vaccinatie betreft;
bij een verklaring die betrekking heeft op de eerste
vaccinatie: datum tweede vaccinatie;
gegevens van de dierenarts die de dieren vaccineert;
naam van de eigenaar en UBN-nummer;
vaccinatiemiddel en batchnummer;
per diersoort het aantal dieren, aantal ml vaccin, gebruikte
pootringen (per diameter).
5a. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 9d, derde lid:
of het een eerste vaccinatie, tweede vaccinatie of
hervaccinatie betreft;
bij een verklaring die betrekking heeft op de eerste
vaccinatie: datum tweede vaccinatie;
gegevens van de dierenarts die de dieren vaccineert of
hervaccineert;
UBN-nummer en naam van de eigenaar;
vaccinatiemiddel en batchnummer;
per diersoort het aantal dieren, aantal ml. vaccin en voor
zover van toepassing: gebruikte pootringen (per diameter).
6. Gegevens die ten minste in het register, bedoeld in artikel 7,
zesde lid, en 15, zesde lid, moeten worden opgenomen:
gegevens over ontvangst, gebruik, verlies en retour van het
vaccin;
batchnummer van het vaccin, datum waarop het vaccin is
gebruikt, uit welk type flacon en het UBN van de eigenaar / houder
waar het vaccin is gebruikt;
gegevens over ontvangst, gebruik en vervanging, verlies en
retour van pootringen per maat;
datum waarop de pootringen zijn aangebracht;
registratienummer van de houder waar de ringen gebruikt zijn.
7. Gegevens die ten minste in het register, bedoeld in artikel 9,
onderdeel a, moeten worden opgenomen:
naam en UBN-nummer van de eigenaar;
het aantal gevaccineerde en gehervaccineerde dieren;
mutaties in de aantallen gevaccineerde en gehervaccineerde
dieren (datum, aantal aanvoer en afvoer met leveranciers, dan wel
afnemer, aantal sterfte, waarbij telkens de diersoort wordt
vermeld).
8. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op het formulier,
bedoeld in artikel 11, vijfde lid, en 20, vijfde lid:
welke dieren of producten het betreft: hobbypluimvee of
biologische legkippen of legkippen met vrije uitloop;
aantal dieren;
UBN-nummer van herkomst;
naam, adres en woonplaats en UBN-nummer van bestemming;
datum vervoer.
9. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op de
vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 15, vierde lid:
of het een eerste vaccinatie of tweede vaccinatie betreft;
bij een verklaring die betrekking heeft op de eerste
vaccinatie: datum tweede vaccinatie;
gegevens van de dierenarts die de dieren vaccineert;
naam, UBN- en KIP-nummer van de houder;
vaccinatiemiddel en batchnummer;
per diersoort het aantal dieren, aantal ml vaccin, gebruikte
pootringen (sentinels);
stalnummer en koppelnummer.
9a. Gegevens die ten minste moeten worden vermeld op de
vaccinatieverklaring, bedoeld in artikel 17d, derde lid:
of het een eerste vaccinatie, tweede vaccinatie of
hervaccinatie betreft;
bij een verklaring die betrekking heeft op de eerste
vaccinatie: datum tweede vaccinatie;
gegevens van de dierenarts die de dieren vaccineert of
hervaccineert;
naam, UBN en KIP-nummer van de houder;
vaccinatiemiddel en batchnummer;
per diersoort het aantal dieren, aantal ml. vaccin en voor
zover van toepassing: gebruikte pootringen (sentinels).
10. Gegevens die ten minste in de administratie, bedoeld in artikel
17, onderdeel a, moeten worden opgenomen:
naam en UBN-nummer van de houder;
het aantal gevaccineerde dieren;
het aantal verklikkerdieren;
de sterfte van gevaccineerde dieren en de verklikkerdieren;
mutaties in de koppels pluimvee die op het bedrijf zijn
(datum, aantal aanvoer en afvoer met leveranciers, dan wel afnemer).
|
|
|