3. Het bepaalde in deze verordening is niet van toepassing op
diervoeders waarin uitsluitend diergeneesmiddelen, tevens
toevoegingsmiddelen zijnde, al dan niet naast andere
toevoegingsmiddelen worden verwerkt, indien die verwerking geschiedt
met inachtneming van het gestelde in de Verordening PDV diervoeders
2003.
§ 2. Vergunningsprocedure en voorwaarden
Artikel 2
1. Een vergunning voor het bereiden, verpakken, etiketteren of in
de handel brengen van gemedicineerde halffabrikaten of gemedicineerde
voeders als bedoeld in artikel 33 van de wet, wordt door de ondernemer
schriftelijk bij het productschap aangevraagd door middel van
inzending van een formulier overeenkomstig het model in bijlage I bij
de verordening.
2. Een vergunning wordt slechts verleend indien ten genoegen van
het productschap wordt aangetoond dat aan de voorwaarden van deze
verordening wordt voldaan, welke voorwaarden tevens inhouden dat de
voorschriften inzake goede bereidingspraktijken van toepassing zijn.
3. Indien de ondernemer een erkenningscertificaat heeft voor de
GMP-standaard Handel en Productie Voormengsels onderscheidenlijk de
GMP-standaard Handel en Productie Mengvoeders als bedoeld in het
Besluit PDV erkenningsregeling GMP diervoedersector 2003, wordt hij
geacht te voldoen aan het bepaalde in deze verordening omtrent goede
bereidingspraktijken, bedrijfsinrichting en vakbekwaamheid.
Artikel 3
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2 wordt door de
secretaris verleend, namens het bestuur, onder toekenning van een
vergunningnummer.
2. De namen, adressen, vestigingsplaatsen en vergunningnummers,
gekoppeld aan de bedrijfseenheid van de vergunninghouders worden
vastgelegd in een openbaar register.
3. Bij wijziging van de naam, het adres of de plaats van
vestiging van de bedrijfseenheid of bij opheffing van de onderneming is
de vergunninghouder verplicht het productschap daarvan binnen een maand
schriftelijk in kennis te stellen.
4. De vergunninghouder is verplicht ten genoegen van het
productschap de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid te
actualiseren.
5. Indien blijkt dat niet meer aan de vergunningvoorwaarden wordt
voldaan, dan wel niet bereid, verpakt, geëtiketteerd of in de handel
gebracht wordt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze
verordening, kan de secretaris, namens het bestuur, de vergunning
intrekken.
§ 3. Bedrijfsinrichting en vakbekwaamheid
Artikel 4
De vergunninghouder is verplicht te voldoen aan de voorschriften met
betrekking tot de bedrijfsinrichting en vakbekwaamheid, genoemd in
bijlage ll.
§ 4. Bereiding
4.1. bereiding gemedicineerde halffabrikaten
Artikel 5
De vergunninghouder is verplicht bij de bereiding van gemedicineerde
halffabrikaten de daarbij gebruikte diergeneesmiddelen dan wel
gemedicineerde voormengsels overeenkomstig de voorschriften en
aanduidingen op de verpakking van deze diergeneesmiddelen te verwerken.
4.2. bereiding gemedicineerd voeder
Artikel 6
1. Diergeneesmiddelen mogen slechts in de vorm van een
gemedicineerd halffabrikaat of een gemedicineerd voormengsel in
gemedicineerde voeders worden verwerkt overeenkomstig de voorschriften
zoals weergegeven op het etiket van het gemedicineerd halffabrikaat
dan wel gemedicineerd voormengsel. Indien de
etiketteringsvoorschriften ingevolge het registratiebesluit zijn
gewijzigd, doch dit nog niet in de praktijk in de etiketten van de in
de handel zijnde producten is verwerkt, is een bereider van
gemedicineerd halffabrikaat dan wel gemedicineerd voeder gerechtigd de
definitieve etiketteringsvoorschriften te volgen.
2. Het gemedicineerde voormengsel dan wel gemedicineerde
halffabrikaat wordt aan de hoofdstroom van het diervoeder of het
grondstoffenmengsel toegevoegd, zo dicht mogelijk voor of in de menger,
maar na de hamermolen. Van toevoeging na de hamermolen kan worden
afgeweken onder voorwaarde dat ten genoegen van het productschap
aantoonbaar wordt gemaakt dat op minimaal gelijke wijze de
kwaliteitseisen met betrekking tot gemedicineerd voeder worden
gewaarborgd.
3. De dagelijkse dosis van diergeneesmiddelen wordt opgenomen in
een hoeveelheid gemedicineerd voeder die ten minste de helft van het
dagrantsoen van de behandelde dieren beslaat, en bij herkauwers ten
minste de helft van de dagelijkse behoefte aan niet-mineraal aanvullend
diervoeder.
4. In afwijking van artikel 2, tweede lid, van de wet, mogen voor
de productie van gemedicineerde voeders bestemd voor uitvoer naar een
andere Lidstaat, de aldaar toegelaten gemedicineerde voormengsels worden
gebruikt. Elke voor uitvoer bestemde partij moet afzonderlijk en
duidelijk identificeerbaar opgeslagen worden.
§ 5. Voorschriften inzake de goede bereidingspraktijken
5.1. algemeen
Artikel 7
1. De vergunninghouder is verplicht diergeneesmiddelen,
gemedicineerde halffabrikaten, gemedicineerde voormengsels en
gemedicineerde voeders op zodanige wijze op te slaan dan wel in
voorraad te houden, dat een goede kwaliteit van de producten
gewaarborgd is en dat zij gemakkelijk geïdentificeerd kunnen worden
en dat verwarring met andere diergeneesmiddelen, toevoegingsmiddelen,
gemedicineerde halffabrikaten, gemedicineerde voormengsels,
grondstoffen, diervoeders of gemedicineerde voeders wordt vermeden.
2. De vergunninghouder is verplicht alle voorschriften en
instructies die voortvloeien uit deze verordening ter beschikking te
stellen aan zijn personeel.
5.2. gemedicineerde halffabrikaten
Artikel 8
1. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de
diergeneesmiddelen dan wel het gemedicineerde voormengsel uniform in
het gemedicineerde halffabrikaat worden verwerkt.
2. De vergunninghouder legt de proceskenmerken vast waarbij
aantoonbaar ten genoegen van het productschap een uniforme menging als
bedoeld in het eerste lid wordt gerealiseerd.
3. De vergunninghouder is verplicht passende maatregelen vast te
stellen en vast te leggen opdat een optimale bedrijfshygiëne is
verzekerd en ongewenste vermenging van gemedicineerde halffabrikaten met
diergeneesmiddelen door versleping, interne retourstromen dan wel
anderszins zoveel als praktisch mogelijk is, wordt vermeden.
5.3. gemedicineerde voeders
Artikel 9
1. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de
diergeneesmiddelen, het gemedicineerd voormengsel dan wel het
gemedicineerde halffabrikaat uniform in het gemedicineerde voeder
worden verwerkt.
2. De vergunninghouder legt de proceskenmerken vast waarbij
aantoonbaar ten genoegen van het productschap een uniforme menging als
bedoeld in het eerste lid wordt gerealiseerd.
3. De vergunninghouder is verplicht passende maatregelen vast te
stellen en vast te leggen, opdat een optimale bedrijfshygiëne is
verzekerd en ongewenste vermenging van diervoeders met
diergeneesmiddelen dan wel gemedicineerde voeders, door versleping,
interne retourstromen dan wel anderszins, zoveel als praktisch mogelijk
is, wordt vermeden.
§ 6. Administratie en archivering
Artikel 10
1. De houder van een vergunning voor het bereiden van
gemedicineerde halffabrikaten is verplicht in een register de
recepturen en de handelsnaam van de gemedicineerde halffabrikaten vast
te leggen, alsmede de data waarop de recepturen door de bevoegde
functionaris zijn vastgesteld. In de receptuur dient het
registratienummer van het te verwerken diergeneesmiddel weergegeven te
zijn.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid worden bewaard
gedurende tenminste twee jaar vanaf de datum van de laatste aantekening.
§ 7. Etikettering
7.1. etikettering van gemedicineerde halffabrikaten
Artikel 11
De vergunninghouder is verplicht de volgende aanduidingen op of aan
de buitenzijde van de verpakking aan te brengen, of ingeval het
gemedicineerde halffabrikaat in los gestorte vorm in de handel wordt
gebracht op een begeleidend document te vermelden:
a. de woorden: "gemedicineerd halffabrikaat" alsmede de
diersoort waarvoor het bestemd is;
b. de datum van minimumhoudbaarheid van het gemedicineerde
halffabrikaat;
c. een mengvoorschrift ten behoeve van de productie van
gemedicineerd voeder;
d. de naam van de bereider en het vergunningnummer of de plaats
van vestiging van de bedrijfseenheid;
e. het netto gewicht;
f. het registratienummer van het verwerkte diergeneesmiddel dan
wel gemedicineerde voormengsel;
g. het gehalte aan de in het gemedicineerde halffabrikaat door
toevoeging van het diergeneesmiddel verwerkte werkzame stof(fen), al
dan niet aangevuld met de naam van het diergeneesmiddel.
7.2. etikettering van gemedicineerde voeders
Artikel 12
De vergunninghouder is verplicht, onverminderd artikel 12 van het
besluit, de volgende aanduidingen op of aan de buitenzijde van de
verpakking aan te brengen, of ingeval het gemedicineerde voeder in los
gestorte vorm in de handel wordt gebracht op een begeleidend document te
vermelden;
a. de diercategorie waarvoor het gemedicineerde voeder is
bestemd;
b. het registratienummer van het verwerkte diergeneesmiddel dan
wel gemedicineerde voormengcel;
c. het gehalte aan en de naam van de in het gemedicineerde voeder
door toevoeging van het diergeneesmiddel, gemedicineerde voormengsel
dan wel gemedicineerd halffabrikaat verwerkte werkzame stof(fen);
d. de woorden: "wachttijd, zie attest";
e. de woorden: "op attest dierenarts".
Artikel 13
In afwijking van de artikelen 11 en 12 worden voor gemedicineerde
halffabrikaten en gemedicineerde voeders die worden uitgevoerd naar
andere landen dan de Lidstaten van de Europese Gemeenschap of staten die
partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte de volgende aanduidingen gebruikt:
a. EXPORT;
b. de woorden: "gemedicineerd halffabrikaat voor"
onderscheidenlijk "gemedicineerd voeder voor" alsmede de
diersoort waarvoor het bestemd is;
c. het gehalte aan en de benaming van de werkzame stoffen van het
gebruikte diergeneesmiddel.
§ 8. Aflevering
Artikel 14
1. Als met het transportmiddel, voorafgaand aan de belading met
gemedicineerde halffabrikaten of gemedicineerde voeders, goederen zijn
vervoerd die onverenigbaar zijn met het oog op de kwaliteit van het
betreffende gemedicineerde halffabrikaten of het gemedicineerde
voeder, dan dient het transportmiddel door de vergunninghouder
gecontroleerd te worden en vervolgens zo nodig gereinigd. De
ondernemer dient het betrokken personeel hieromtrent schriftelijk te
instrueren.
2. Gemedicineerd halffabrikaat dan wel gemedicineerd voeder dat
wordt afgeleverd buiten Nederland dient te voldoen aan de wettelijke
voorschriften van het land van bestemming.
3. De secretaris kan voor afleveringen buiten Nederland op
verzoek een certificaat, waarvan een model is opgenomen in bijlage III,
afgeven, ter verklaring dat het gemedicineerde halffabrikaat of het
gemedicineerde voeder is bereid overeenkomstig de bepalingen van deze
verordening.
4. De secretaris brengt, namens het bestuur, de kosten in verband
met de afgifte van certificaten in rekening overeenkomstig de bepalingen
van de Verordening PDV retributies diervoeders.
§ 9. Bedrijfsinterne inspectie en controle
Artikel 15
1. De vergunninghouder is verplicht een inspectieprogramma vast
te leggen en uit te voeren en zo nodig de noodzakelijke maatregelen te
nemen teneinde te waarborgen dat de ingevolge artikel 8, tweede en
derde lid, en artikel 9, tweede en derde lid, vastgelegde
proceskenmerken gehandhaafd blijven en de gebruikte weeg- en
doseerapparatuur adequaat functioneert.
2. De voorzitter kan, namens het bestuur, bij besluit richtlijnen
omtrent de aard en frequentie van de inspecties, bedoeld in het eerste
lid, vaststellen.
3. De resultaten van de inspecties worden zodanig geregistreerd
en gearchiveerd gedurende ten minste twee jaar, dat achteraf verificatie
mogelijk is.
§ 10. Slotbepalingen
Artikel 16
De voorzitter kan, namens het bestuur, bij besluit vrijstelling
verlenen van een of meer bepalingen in deze verordening en daarbij
nadere voorschriften vaststellen, voor zover de gezondheid van mens en
dier en van het milieu zich hiertegen niet verzet.
Artikel 17
De besluiten van de voorzitter, bedoeld in artikel 15, tweede lid en
artikel 16 worden bekend gemaakt in het Verordeningenblad
Bedrijfsorganisatie en treden op de tweede dag na die van bekendmaking
in werking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.
Artikel 18
De bepalingen van deze verordening gelden mede voor andere
natuurlijke en rechtspersonen voor zover deze handelingen verrichten die
bedrijfsmatig in de ondernemingen, waarvoor het productschap is
ingesteld, plegen te worden verricht.
Artikel 19
Overtredingen van het bepaalde in artikel 4 tot en met 15 worden
aangewezen als strafbare feiten.
Artikel 20
Toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
verordening vindt plaats overeenkomstig een door het bestuur vast te
stellen verordening.
Artikel 21
1. De Commissie Kwaliteitsbeleid Diervoedersector kan in
voorkomend geval gevraagd of ongevraagd advies uitbrengen over het
bepaalde bij of krachtens deze verordening.
2. Het bepaalde in deze verordening geldt onverminderd het
bepaalde in:
– Verordening PDV diervoeders 2003
– Verordening PDV hygiënische productie en handel
huisdiervoeders 2003
Artikel 22
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij
wordt geplaatst.
Artikel 23
De Verordening Vvr gemedicineerd voeder 1993 wordt ingetrokken.
Artikel 24
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PDV gemedicineerd
voeder 2003.
Den Haag, 12 februari 2003.
J.H.M. Kienhuis,
voorzitter.
J. den Hartog,
secretaris.