| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Elektriciteitswet
1998
REGELING
AFNEMERS EN MONITORING ELEKTRICITEITSWET
1998 EN GASWET
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Economische Zaken van 4
juli 2004, nr. WJZ 4043743, houdende regels ten aanzien van de positie
van de afnemers van elektriciteit en gas en ten aanzien van de
monitoring van de leverings- en voorzieningszekerheid (Regeling afnemers
en monitoring Elektriciteitswet 1998 en Gaswet)
De Minister
van Economische Zaken;
Gelet op de Richtlijn van 26 juni 2003, nr.
2003/54/EG, betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt
voor elektriciteit en houdende intrekking van richtlijn 96/92/EG (PbEG
L 176), en de Richtlijn van 26 juni 2003 nr. 2003/55/EG, betreffende
gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende
intrekking van Richtlijn 98/30/EG, alsmede op de artikelen 4a, 24a,
31b, 95k en 95m, van de Elektriciteitswet 1998 en
de artikelen 17a, 52a en 52b van de Gaswet;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. kleinverbruiker: een afnemer als bedoeld in artikel 95a,
eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 43, eerste lid,
van de Gaswet;
b. leveringsovereenkomst: een overeenkomst tussen een leverancier
en een afnemer tot levering van elektriciteit of gas;
c. transportovereenkomst: een overeenkomst tussen een
netbeheerder en een afnemer tot transport van elektriciteit of gas;
d. elektriciteitsrichtlijn: de richtlijn, bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel m, van de Elektriciteitswet 1998;
e. gasrichtlijn: de richtlijn, bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel q, van de Gaswet;
f. EAN-code: Uniek identificatienummer conform de Europese
Artikel Nummering betreffende de aansluiting van een leverancier,
netbeheerder of meetbedrijf.
g. wisseling: een op verzoek van een afnemer door de netbeheerder
uitgevoerde wijziging van de leverancier van elektriciteit of gas
van die afnemer, met uitzondering van een wijziging van de
tenaamstelling van de aansluiting;
h. etiket: de weergave van de opwekkingsgegevens, bedoeld in
artikel 95j, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 op of bij de
rekening aan de eindafnemer en op aan de eindafnemer geadresseerd
promotiemateriaal.
§ 2. Bescherming van kleinverbruikers
Artikel 2
Een leveringsovereenkomst met een kleinverbruiker wordt op schrift
gesteld en bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de personalia en het adres van de leverancier;
b. een omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de
overeengekomen kwaliteitsniveaus daarvan, met inbegrip van de
goederen en diensten die niet rechtstreeks in verband staan met de
levering van elektriciteit of gas;
c. de wijze waarop informatie kan worden verkregen over de
geldende tarieven voor de levering van elektriciteit of gas en over
de kosten van goederen en diensten die niet rechtstreeks in verband
staan met de levering van elektriciteit of gas;
d. de looptijd van de overeenkomst, het recht tot opzegging van
de overeenkomst en de voorwaarden voor verlenging of beëindiging
van de overeenkomst;
e. een omschrijving van de toepasselijke vergoedingen en
terugbetalingsregelingen als de geleverde goederen en diensten niet
aan de overeengekomen kwaliteitsniveaus voldoen;
f. de wijze waarop geschillenprocedures als bedoeld in artikel 6
aanhangig kunnen worden gemaakt.
Artikel 3
Een transportovereenkomst met een kleinverbruiker wordt op schrift
gesteld en bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a. de personalia en het adres van de netbeheerder;
b. een omschrijving van de te leveren goederen en diensten en de
overeengekomen kwaliteitsniveaus daarvan en, indien van toepassing,
de tijd die nodig is voor de realisatie van een aansluiting;
c. de wijze waarop informatie kan worden verkregen over de
geldende tarieven voor het transport van elektriciteit of gas;
d. de looptijd van de overeenkomst, het recht tot opzegging van
de overeenkomst en de voorwaarden voor verlenging of beëindiging
van de overeenkomst;
e. een omschrijving van de toepasselijke vergoedingen en
terugbetalingsregelingen als de geleverde goederen en diensten niet
aan de overeengekomen kwaliteitsniveaus voldoen;
f. de wijze waarop geschillenprocedures als bedoeld in artikel 6
aanhangig kunnen worden gemaakt.
Artikel 4
1. Leveranciers stellen kleinverbruikers rechtstreeks in kennis
van elke stijging van de tarieven voor de levering van elektriciteit
of gas en wijzen hun daarbij op het bepaalde in artikel 95m, tiende
lid, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 52b, tiende lid, van de
Gaswet. De kennisgeving wordt gedaan binnen een redelijke termijn na
de invoering van de tariefstijging.
2. Leveranciers stellen kleinverbruikers op toereikende wijze in
kennis van elk voornemen de aan de overeenkomst verbonden voorwaarden
voor de levering van elektriciteit of gas te wijzigen, en wijzen hun
daarbij op het bepaalde in artikel 95m, tiende lid, van de
Elektriciteitswet 1998 of artikel 52b, tiende lid, van de Gaswet.
3. Netbeheerders stellen kleinverbruikers op toereikende wijze in
kennis van elke stijging van de tarieven en van elk voornemen tot
wijziging van de aan de transportovereenkomst verbonden voorwaarden voor
het transport van elektriciteit of gas.
Artikel 5
1. Leveranciers en netbeheerders bieden kleinverbruikers een
ruime keuze uit betalingswijzen.
2. Een verschil in tarieven en voorwaarden tussen de
betalingswijzen, bedoeld in het eerste lid, houdt verband met het
verschil in kosten die die betalingswijzen voor de leverancier of de
netbeheerder met zich brengen.
Artikel 6
In een transportovereenkomst of een leveringsovereenkomst met een
kleinverbruiker wordt in ieder geval bepaald dat, onverminderd de
bevoegdheid van de burgerlijke rechter, kleinverbruikers geschillen, die
voortvloeien uit de desbetreffende overeenkomst kunnen voorleggen aan
een onafhankelijke geschillencommissie. De geschillenprocedure dient
snel, transparant, eenvoudig en goedkoop te zijn. Met toepassing van
deze procedure moeten geschillen naar maatstaven van redelijkheid en
billijkheid worden beslecht, zo nodig door middel van een systeem van
terugbetaling of vergoedingen. Rekening wordt gehouden met Aanbeveling
nr. 98/257/EG, van de Europese Commissie van 30 maart 1998, betreffende
de principes die van toepassing zijn op de organen die verantwoordelijk
zijn voor de buitengerechtelijke beslechting van consumentengeschillen (PbEG
L 115).
Artikel 7
1. Leveranciers onderscheidenlijk netbeheerders stellen
kleinverbruikers bij het sluiten van een leveringsovereenkomst
onderscheidenlijk een transportovereenkomst in kennis van hun
aanspraak op universele dienstverlening als omschreven in artikel 3,
derde lid, van de elektriciteitsrichtlijn, naar de tekst zoals deze
bij die richtlijn is vastgesteld.
2. Leveranciers onderscheidenlijk netbeheerders die gas leveren
onderscheidenlijk transporteren, stellen kleinverbruikers die een
aansluiting op een gastransportnet hebben bij het sluiten van een
leveringsovereenkomst onderscheidenlijk een transportovereenkomst in
kennis van het bepaalde in artikel 44 onderscheidenlijk de artikelen 80
en 81 tot en met 81d, van de Gaswet.
§ 3. Wisseling van leverancier
Artikel 8
Een afnemer die wil wisselen, dient daartoe, door tussenkomst van de
leverancier die hem vanaf de dag van de wisseling elektriciteit of gas
zal gaan leveren, een verzoek in bij de netbeheerder. Hij stelt daarbij
alle gegevens ter beschikking waarover hij de beschikking heeft of
redelijkerwijs kan verkrijgen en die de netbeheerder nodig heeft om de
wisseling uit te voeren. Deze gegevens omvatten in ieder geval:
a. de EAN-code,
b. de overeengekomen datum van de wisseling,
c. de wijze van facturering,
d. het factuuradres, indien dit afwijkt van het adres van de
aansluiting.
Artikel 9
1. De netbeheerder voert de wisseling uit of stelt de
leverancier, bedoeld in artikel 8, en, al dan niet door tussenkomst
van genoemde leverancier, de afnemer ervan in kennis dat de wisseling
niet wordt uitgevoerd, binnen vijf werkdagen, gerekend vanaf de datum
waarop hij het verzoek te wisselen heeft ontvangen, tenzij de
leverancier en de afnemer een datum voor de wisseling zijn
overeengekomen die meer dan vijf werkdagen, gerekend vanaf de dag van
ontvangst van het verzoek, in de toekomst ligt.
2. Een kennisgeving, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de
redenen waarom de wisseling niet wordt uitgevoerd. Een reden om de
wisseling niet uit te voeren, is in ieder geval dat de afnemer de in
artikel 8 genoemde gegevens niet, niet volledig of niet tijdig heeft
overgelegd.
Artikel 10
Kleinverbruikers worden geen kosten in rekening gebracht voor een
wisseling.
§ 4. Monitoren van de leverings- en
voorzieningszekerheid
Artikel 11
1. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in
artikel 4a van de Elektriciteitswet 1998, maakt Onze Minister in ieder
geval gebruik van de inlichtingen en gegevens in:
a. het verslag, bedoeld in artikel 9, eerste lid,
b. de documenten, bedoeld in artikel 21, tweede lid, en
c. de rapportages, bedoeld in artikel 39, van die wet.
2. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit zendt Onze
Minister zo spoedig mogelijk na ontvangst de documenten en rapportages
als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, toe.
Artikel 12
1. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 52a van de
Gaswet, maakt Onze Minister in ieder geval gebruik van de gegevens en
inlichtingen in:
a. de documenten, bedoeld in artikel 8, tweede lid,
b. de registraties, bedoeld in artikel 35a, eerste lid,
c. de registraties, bedoeld in artikel 35e, tweede lid,
d. de calamiteitenplannen, bedoeld in artikel 51,
e. de overzichten, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel c,
f. de overzichten, bedoeld in artikel 54a, eerste lid, onderdeel b,
g. de inlichtingen, bedoeld in artikel 56, eerste of tweede lid,
h. de rapportages, bedoeld in artikel 83, van die wet, alsmede van
i. de ingediende winningsplannen, bedoeld in artikel 34, eerste
lid, van de Mijnbouwwet, en
j. de gegevens, bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdelen e en
f, van het Mijnbouwbesluit.
2. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit zendt Onze
Minister zo spoedig mogelijk na ontvangst de documenten en registraties,
bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, toe.
3. De netbeheerders zenden Onze Minister jaarlijks voor 1 mei van
elk kalenderjaar het meest actuele overzicht van de registraties,
bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, toe.
§ 5. Stroometikettering
Artikel 13
1. Een leverancier draagt er zorg voor
dat overeenkomstig:
a. artikel 95k, eerste lid, onderdeel a van de Elektriciteitswet
1998 op of bij de rekening een etiket wordt geplaatst of gevoegd en in
het promotiemateriaal wordt opgenomen, respectievelijk,
b. artikel 95k, eerste lid, onderdeel b van de Elektriciteitswet
1998, op of bij de rekening een etiket wordt geplaatst of gevoegd, dat
de totale hoeveelheid van de door hem in het voorafgaande
kalenderjaar, respectievelijk in de periode waarop de rekening
betrekking heeft, aan eindafnemers geleverde elektriciteit vermeldt,
uitgedrukt in het aantal kilowatturen, uitgesplitst naar
energiebronnen en onder vermelding van het procentuele aandeel van
elke energiebron in zijn totale brandstofmix, met inachtneming van de
bij deze regeling behorende bijlage.
2. Indien een energiebron, genoemd in het etiket, bedoeld in het
eerste lid, geen deel uitmaakt van de totale brandstofmix van de
leverancier, wordt het procentuele aandeel van de desbetreffende bron op
nul gesteld.
3. Op het etiket, bedoeld in het eerste lid, worden de
milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van
radioactief afval, vermeld, als gevolg van elektriciteitsproductie met
verschillende energiebronnen, veroorzaakt door de totale brandstofmix
die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt, met
uitzondering van ‘onbekend’. De informatie, bedoeld in de vorige
volzin, kan worden verstrekt door middel van verwijzingen op het etiket
naar beschikbare referentiebronnen waar voor een ieder toegankelijke
informatie beschikbaar is.
Artikel 14
Een producent onderscheidenlijk een handelaar meldt overeenkomstig
artikel 95k, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 een leverancier
voor wie hij in het voorafgaande kalenderjaar elektriciteit heeft
geproduceerd onderscheidenlijk aan wie hij in dat jaar elektriciteit
heeft verhandeld, de totale hoeveelheid van de door hem in dat
kalenderjaar geproduceerde of verhandelde elektriciteit, uitgedrukt in
het aantal kilowatturen, uitgesplitst naar energiebronnen en onder
vermelding van het procentuele aandeel van elke energiebron in zijn
totale brandstofmix, rekening houdend met de bij deze regeling behorende
bijlage.
Artikel 15
1. De leverancier is verantwoordelijk voor de juistheid en
volledigheid van het etiket.
2. De leverancier overlegt uiterlijk vier maanden na 1 januari
van elk kalenderjaar aan de raad van bestuur van de
mededingingsautoriteit:
a. het etiket dat hij in dat kalenderjaar op of bij de rekening
heeft geplaatst of gevoegd en op het promotiemateriaal heeft vermeld;
b. een overzicht van de totale hoeveelheid in het voorafgaande
kalenderjaar aan eindafnemers geleverde elektriciteit, onderverdeeld
naar energiebronnen en het procentuele aandeel van elke energiebron in
de totale brandstofmix, overeenkomstig de bijlage behorende bij deze
regeling;
c. een overzicht van de hoeveelheid elektriciteit ten behoeve van
de levering aan eindafnemers waarvoor garanties van oorsprong zijn
afgeboekt, onderverdeeld naar energiebronnen, overeenkomstig de bij
deze regeling behorende bijlage en het land van herkomst van die
elektriciteit.
Artikel 16
Een producent overlegt uiterlijk twee maanden na 1 januari van elk
kalenderjaar aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit een
overzicht van de totale hoeveelheid elektriciteit die hij op het net
heeft ingevoed, onderverdeeld naar energiebronnen en het procentuele
aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix, rekening houdend
met de bijlage behorende bij deze regeling.
Artikel 17
De beheerder van het landelijke hoogspanningsnet overlegt uiterlijk
drie maanden na 1 januari van elk kalenderjaar aan de raad van bestuur
van de mededingingsautoriteit:
a. de hoeveelheid elektriciteit die in het voorafgaande
kalenderjaar vanuit Nederland is uitgevoerd en de hoeveelheid
elektriciteit die in Nederland is ingevoerd;
b. het totale aantal garanties van oorsprong, onderverdeeld naar
opwekkingsbron, die in het voorafgaande kalenderjaar is afgeboekt.
§ 6. Overgangsbepalingen
Artikel 18
1. Op een leveringsovereenkomst of een
transportovereenkomst die is gesloten voor het tijdstip van
inwerkingtreding van deze regeling en die niet overeenstemt met de eisen
die in deze regeling aan een leveringsovereenkomst of een
transportovereenkomst worden gesteld, blijft het recht van toepassing,
zoals dat voor dat tijdstip gold.
2. De leverancier of netbeheerder stelt kleinverbruikers met wie
hij een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten,
binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze regeling in de
gelegenheid deze overeenkomst om te zetten in een overeenkomst die in
overeenstemming is met de eisen die in deze regeling aan een dergelijke
overeenkomst worden gesteld.
Artikel 19
In afwijking van artikel 9, eerste lid, bedraagt de termijn voor de
netbeheerder voor het uitvoeren van een wisseling dan wel het doen van
een kennisgeving dat de wisseling niet zal worden uitgevoerd tot 1
januari 2005 ten hoogste tien werkdagen, gerekend vanaf de dag waarop
hij het verzoek tot de wisseling ontvangt.
Artikel 20
1. Indien de leverancier artikel 95k, eerste lid, onderdeel a
van de Elektriciteitswet 1998 toepast, plaatst of voegt hij voor het
eerst een etiket op of bij de rekening en neem hij voor het eerst een
etiket op in het promotiemateriaal in het eerste kalenderjaar dat
volgt op het kalenderjaar waarin deze regeling in werking is getreden.
2. Indien de leverancier artikel 95k, eerste lid, onderdeel b van
de Elektriciteitswet 1998 toepast, plaatst of voegt hij voor het eerst
een etiket op of bij de rekening in het eerste kalenderjaar dat volgt op
het kalenderjaar waarin deze regeling in werking is getreden.
§ 7. Slotbepalingen
Artikel 21
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 22
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afnemers en monitoring
Elektriciteitswet 1998 en Gaswet.
Deze regeling zal met de toelichting en de
bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 4 juli 2004.
De Minister van Economische Zaken
L.J. Brinkhorst.
Bijlage
Etiket als bedoeld in artikel 13
|
Energiebronnen
|
Percentage van elke energiebron in de totale brandstofmix
van de leverancier
|
|
Kolen
|
|
|
Aardgas
|
|
|
Nucleair
|
|
|
Hernieuwbare
energiebronnen
|
|
|
● wind
|
|
|
● zonne-energie
|
|
|
● waterkracht
|
|
|
● biomassa
|
|
|
● overige
|
|
Onbekend
● import
● overig
|
|
|
|
|