| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Elektriciteitswet
1998
REGELING
AFSLUITEN ELEKTRICITEIT EN GAS VAN
KLEINVERBRUIKERS
Tekst zoals deze geldt op
26 juli 2011
Vervallen
m.i.v. 1 oktober 2011
|
|
|
REGELING van de Minister van Economische Zaken van 29 november
2006, nr. WJZ 6101739, houdende regels over het beëindigen van het
transport naar of de levering van elektriciteit en gas aan een
kleinverbruiker (Regeling afsluiten elektriciteit en gas van
kleinverbruikers)
De Minister van Economische
Zaken;
Gelet op de artikelen 95b, achtste lid, van de Elektriciteitswet 1998
en 44, achtste lid, van de Gaswet;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder kleinverbruiker: een afnemer
als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 of
artikel 43, eerste lid, van de Gaswet.
§ 2. Afsluiting
Artikel 2
Een netbeheerder beëindigt het transport van elektriciteit of gas
naar een kleinverbruiker niet in de periode van 1 oktober tot
1 april van enig jaar behoudens:
a. op verzoek van de kleinverbruiker;
b. ingeval van fraude of misbruik door de kleinverbruiker;
c. ingeval de onveiligheid van de installatie afsluiting
noodzakelijk maakt;
d. ingeval op de aansluiting van de kleinverbruiker bij de
netbeheerder geen vergunninghouder bekend is.
Artikel 3
Een vergunninghouder beëindigt de levering van elektriciteit of gas
aan een kleinverbruiker niet in de periode van 1 oktober tot
1 april van enig jaar behoudens:
a. op verzoek van de kleinverbruiker;
b. ingeval van fraude of misbruik door de kleinverbruiker;
c. ingeval de desbetreffende overeenkomst afloopt.
Artikel 4
1. Een netbeheerder of een vergunninghouder beëindigt het
transport van elektriciteit of gas naar of de levering van
elektriciteit of gas aan een kleinverbruiker in de periode van
1 oktober tot 1 april van enig jaar evenmin wegens
wanbetaling van de kleinverbruiker:
1°. indien de kleinverbruiker binnen een door de netbeheerder of
de vergunninghouder vast te stellen redelijke termijn na de in artikel
5, eerste lid, bedoelde herinnering, een bewijs overlegt dat hij heeft
verzocht om schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 48, eerste lid,
van de Wet op het consumentenkrediet, of om toepassing van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van
de Faillissementswet, totdat op dat verzoek negatief is beslist of,
indien een schuldsaneringsregeling wordt getroffen, gedurende de
looptijd van die regeling,
2°. indien de vordering van de netbeheerder of de vergunninghouder
binnen de in onderdeel 1° bedoelde termijn betrokken wordt bij een
lopende schuldsaneringsregeling van de kleinverbruiker, gedurende de
looptijd van die schuldsaneringsregeling,
3°. indien de kleinverbruiker binnen de in onderdeel 1° bedoelde
termijn een verklaring overlegt van een arts die geen behandelend arts
van de betrokkene is, die inhoudt dat de beëindiging zeer ernstige
gezondheidsrisico’s tot gevolg zou hebben voor de kleinverbruiker of
huisgenoten van de kleinverbruiker, of
4°. indien de netbeheerder of de vergunninghouder toepassing geeft
aan artikel 6a, mits de desbetreffende vordering binnen een door de
netbeheerder of de vergunninghouder vast te stellen redelijke termijn
nadat aan artikel 6a toepassing is gegeven, is betrokken bij een
schuldsaneringsregeling van de kleinverbruiker, gedurende de looptijd
van die schuldsaneringsregeling.
2. Een netbeheerder of een vergunninghouder past het eerste lid
uitsluitend toe nadat de in de artikelen 5, 6 en, in voorkomend geval,
6a, beschreven procedure is gevolgd.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen 1º, 2º en 4º,
kan de netbeheerder of de vergunninghouder het transport van
elektriciteit of gas naar of de levering van elektriciteit of gas aan
een kleinverbruiker beëindigen indien de vordering van de netbeheerder
of de vergunninghouder betrokken is bij een schuldsaneringsregeling en
de kleinverbruiker zijn verplichtingen met betrekking tot die vordering
niet nakomt. Het tweede lid is dan niet van toepassing.
Artikel 5
1. Indien een kleinverbruiker niet binnen de gestelde termijn
een vordering tot betaling van een netbeheerder of een
vergunninghouder voldoet, doet de desbetreffende netbeheerder of
vergunninghouder de kleinverbruiker ten minste eenmaal een
schriftelijke herinnering daaromtrent toekomen.
2. De netbeheerder of de vergunninghouder:
a. wijst de kleinverbruiker bij die herinnering op de mogelijkheden
voor schuldhulpverlening,
b. vermeldt bij de herinnering dat de kleinverbruiker niet wordt
afgesloten indien deze kan aantonen dat hij voldoet aan de eisen van
artikel 4, eerste lid, onderdelen 1°, 2°, 3° of 4°, en
c. biedt bij de herinnering aan met schriftelijke instemming van de
kleinverbruiker onder vermelding van diens persoonsgegevens en de
hoogte van zijn schuld, schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 48,
eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet in te schakelen.
Artikel 6
De netbeheerder of de vergunninghouder spant zich in om in
persoonlijk contact te treden met de kleinverbruiker teneinde deze te
wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te
beëindigen.
Artikel 6a
Indien een kleinverbruiker niet heeft gereageerd op het in artikel 5,
tweede lid, onderdeel c, bedoelde aanbod verstrekt de netbeheerder of de
vergunninghouder de contactgegevens van de kleinverbruiker, diens
klantnummer en informatie over de hoogte van diens schuld aan een
schuldbemiddelingsinstantie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van
de Wet op het consumentenkrediet met het oog op een mogelijk aanbod tot
schuldbemiddeling door die instantie aan de betrokken kleinverbruiker.
§ 2a. Heraansluiting
Artikel 6b
Een netbeheerder of een vergunninghouder draagt er zorg voor dat het
transport van elektriciteit of gas naar of de levering van elektriciteit
of gas aan een kleinverbruiker die wegens wantbetaling is beëindigd,
binnen de periode van 1 oktober tot 1 april wordt hervat indien de
kleinverbruiker:
a. een bewijs overlegt dat de vordering van de netbeheerder of de
vergunninghouder wordt betrokken bij een schuldsaneringsregeling, of
b. met de betrokken netbeheerder of vergunninghouder een
afbetalingsregeling heeft getroffen.
§ 3. Slotbepalingen
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afsluiten elektriciteit
en gas van kleinverbruikers.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 29 november 2006.
De Minister van Economische Zaken,
J.G. Wijn.
|
|
|