| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Elektriciteitswet
1998
REGELING
INZAKE TARIEFSTRUCTUREN EN VOORWAARDEN
ELEKTRICITEIT
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister van Economische Zaken van 9 januari 2005,
nr. WJZ 5001015, houdende regels inzake tariefstructuren en voorwaarden
voor elektriciteit (Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden
elektriciteit)
De Minister van Economische
Zaken;
Gelet op artikel 26b van de Elektriciteitswet 1998;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Elektriciteitswet 1998;
b. voorziene onderbreking: een onderbreking van het transport van
elektriciteit die ten minste drie werkdagen tevoren bij de afnemer
is aangekondigd;
c. blindenergie: de niet-werkzame component van energie;
d. verbruiksprofiel: het gemiddeld afnamepatroon dat behoort bij
aansluitingenmet dezelfde kenmerken;
e. belastingprofiel: het afnamepatroon per tijdseenheid van een
onbemeten aansluiting;
f. transportprognose: een door de afnemer per tijdsperiode
opgestelde en bij de betreffende netbeheerder ingediende planning
van de som van afname of invoeding per netaansluitpunt dat valt
onder de verantwoordelijkheid van de afnemer;
g. congestie: de situatie waarin de maximale transportcapaciteit
van een net of netgedeelte niet voldoende is om te voorzien in de
behoefte aan transport;
h. congestiegebied: een gebied waarin de te verwachten behoefte
aan transport van de in dat gebied aanwezige afnemers redelijkerwijs
kan leiden tot congestie.
§ 2. Tariefstructuren
Artikel 2
1.In de tariefstructuren van het tarief voor aansluiting op een
net, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de wet, wordt:
a. onderscheid gemaakt tussen de initiële en periodieke kosten
van de aansluiting;
b. onderscheid gemaakt naar de grootte van de
aansluitcapaciteit;
c. indien van toepassing, rekening gehouden met het tijdelijke
karakter van een aansluiting;
d. aangegeven welke kosten zijn verbonden aan eindigen,
wijzigen of verlengen van het aansluitcontract;
e. aangegeven welke kosten zijn verbonden aan een afwijking van
de door de netbeheerder aangeboden standaardaansluiting op verzoek
van de afnemer.
2.In de tariefstructuren worden regels opgenomen over de vergoeding
van de afnemer voor het geval bedoeld in artikel 27, tweede lid,
onderdeel b, van de wet, waarbij een termijn wordt opgenomen waarop de
vergoeding betrekking heeft.
Artikel 3
1.In de tariefstructuren van het tarief waarvoor het transport van
elektriciteit wordt verricht, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van
de wet, wordt:
a. aangegeven uit welke kosten het tarief is opgebouwd, waarbij
onderscheid wordt gemaakt tussen transportonafhankelijke kosten en
transportafhankelijke kosten;
b. onderscheid gemaakt naar transportonafhankelijke tarieven en
transportafhankelijke tarieven;
c. aangegeven in welke gevallen en voor welke categorieën
afnemers een transporttarief voor blindenergie in rekening wordt
gebracht;
d. onderscheid gemaakt in de kostentoerekening naar
verschillende categorieën afnemers.
2.In de tariefstructuren van het tarief waarvoor het transport van
elektriciteit wordt verricht, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van
de wet, kan onderscheid worden gemaakt naar energierichting.
Artikel 4
1.Bij de tariefstructuren van het tarief waarvoor systeemdiensten
worden verricht, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de wet, worden
regels opgenomen ten aanzien van de wijze waarop het totale verbruik
van elektriciteit per afnemer wordt bepaald.
2.De regels, bedoeld in het eerste lid, houden voor afnemers met
een aansluiting met een maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80A
in dat het totale verbruik van elektriciteit per afnemer wordt gesteld
op het gemiddelde verbruik per categorie van afnemers met dezelfde
maximale doorlaatwaarde.
§ 3. Voorwaarden
§ 3.1. Voorwaarden met betrekking tot de aansluiting
Artikel 5
In de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, geldt met betrekking tot de aansluiting dat:
a. indien onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende
categorieën afnemers, aangegeven wordt welke categorieën dat zijn;
b. aanvullende regels worden opgenomen met betrekking tot de
netten, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 6
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van
de wet, bevatten met betrekking tot de aansluiting:
a. de aangeboden standaardaansluitingen, waarbij de
aansluitcapaciteit wordt gerelateerd aan de standaard gebruikte
nominale aansluitspanning;
b. de procedure indien een afnemer verzoekt om een aansluiting
die afwijkt van de standaardaansluitingen;
c. de termijn waarbinnen een aansluiting wordt gerealiseerd;
d. de bepaling dat de netbeheerder bij afwijking van de in
onderdeel c bedoelde termijn de redenen daarvan toelicht.
Artikel 7
1.In de voorwaarden, bedoeld artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, is opgenomen welke taken, rechten en plichten
netbeheerders en afnemers hebben met betrekking tot de aansluiting.
Daarbij is de verantwoordelijkheidsverdeling beschreven voor de
comptabele meting van de aansluiting, de elektrische installatie en de
onderdelen daarvan en de beveiliging van de installatie.
2.In de voorwaarden is opgenomen wie verantwoordelijk is voor de
verbinding van de elektrische installatie met de aansluiting en met
het primaire gedeelte van de meetinrichting.
Artikel 8
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, bevatten een methode voor de administratie van de
aansluitingen. Daarbij wordt aangegeven welke gegevens de
administratie zal bevatten.
2.De voorwaarden bepalen dat in de administratie een
gestandaardiseerde identificatie van aansluitingen is opgenomen.
3.De voorwaarden bevatten procedures voor wijziging van de in de
administratie vastgelegde gegevens.
4.De voorwaarden bepalen dat gegevens in geval van wisseling van
leverancier, als bedoeld in artikel 24a van de wet, binnen vijf
werkdagen worden uitgewisseld.
5.De voorwaarden bevatten bepalingen met betrekking tot de inzage
van de administratie.
Artikel 9
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a en j,
van de wet, bevatten met betrekking tot het koppelen van netten regels
over de beveiliging van gekoppelde netten.
Artikel 10
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de wet, die
gesteld worden aan een bedrijf dat de werkzaamheden, bedoeld in artikel
16c, eerste lid, uitvoert, zijn van technische of beheersmatige aard.
§ 3.2. Voorwaarden met betrekking tot het transport en het in
werking hebben van de netten
Artikel 11
In de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a en
f, van de wet, is met betrekking tot het transport van elektriciteit
opgenomen:
a. wat het recht op transport behelst;
b. welke vormen van transportcapaciteit ter beschikking worden
gesteld op een aansluiting;
c. aan welke kwaliteitscriteria het transport voldoet;
d. de termijnen waarbinnen de netbeheerder reparaties aan het net
verricht.
Artikel 12
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, bevatten met betrekking tot het transport van
elektriciteit regels met betrekking tot:
a. de bedrijfsvoering ten aanzien van de netten;
b. het aanleveren van transportprognoses en de wijze van
aanlevering van deze gegevens;
c. de voorkoming van transportproblemen en te nemen maatregelen
en te volgen procedures bij transportproblemen;
d. de werkwijze van netbeheerders onderling en de technische
eisen ten behoeve van de interoperabiliteit van de netten.
2.De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen
verschillen per spanningsniveau.
Artikel 13
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a,
f en g, van de wet, bepalen dat netten met een spanningsniveau van 220
kV of hoger zodanig zijn ontworpen of in werking zijn dat het
transport van elektriciteit, ook indien zich een enkelvoudige storing
voordoet, verzekerd is.
2.Het eerste lid geldt tevens voor netten met een spanningsniveau
van 110 kV tot 220 kV, met dien verstande dat hiervan kan worden
afgeweken indien de baten niet opwegen tegen de kosten.
Artikel 14
In de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, is met betrekking tot het in werking hebben van de netten
opgenomen:
a. welke gegevens de netbeheerders van gekoppelde netten elkaar
jaarlijks verstrekken;
b. dat de netbeheerders elkaar informatie verstrekken over
investeringen ten behoeve van een doelmatige en betrouwbare
verbinding van de netten;
c. dat de netbeheerders van netten van 110 kV of meer en de
netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet elkaar informeren
omtrent de inhoud van de capaciteitsplannen, bedoeld in artikel 21,
tweede lid, onderdeel c, van de wet;
d. op basis van welke criteria het ontwerp van het net door de
netbeheerders onderling wordt getoetst, waarbij onderscheid kan
worden gemaakt tussen de verschillende spanningsniveaus.
Artikel 15
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel g, van
de wet, bepalen dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet
bevoegd is een net van een netbeheerder los te koppelen van het
landelijk hoogspanningsnet, indien zich een transportbeperking in het
net van die netbeheerder voordoet die de levering van transportdiensten
in andere netten in gevaar brengt.
Artikel 16
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van
de wet, bevatten regels met betrekking tot:
a. de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te
hanteren berekeningsmethode ter bepaling van de omvang van
beschikbare capaciteit voor het transport van elektriciteit op het
landsgrensoverschrijdende net;
b. de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te
hanteren methode voor het toewijzen van de beschikbare capaciteit
voor het transport van elektriciteit op het
landsgrensoverschrijdende net en het toewijzen van capaciteit die
een afnemer niet gebruikt en de wijze waarop deze methode wordt
uitgevoerd;
c. de procedure voor de aanvraag van beschikbare capaciteit voor
het transport van elektriciteit op het landsgrensoverschrijdende
net;
d. de wijze waarop de hoeveelheid te reserveren capaciteit in het
kader van onderlinge hulp en bijstand tussen de
landsgrensoverschrijdende netten als bedoeld in artikel 31, vijfde
lid, onderdeel a, van de wet wordt bepaald;
e. de procedure voor het handelen van de netbeheerder van het
landelijk hoogspanningsnet in geval van onvoorziene
transportbeperkingen.
Artikel 17
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van
de wet, bevatten met betrekking tot de compensatie de volgende
uitgangspunten:
a. de afnemer heeft recht op financiële compensatie bij
storingen die tot een onderbreking van het transport van
elektriciteit leiden, met uitzondering van een voorziene
onderbreking;
b. de aanvangstijd van de onderbreking is het moment van
ontvangst van de eerste melding van een onderbreking door een
afnemer of, indien dat eerder is, het moment van vaststelling van de
onderbreking door de netbeheerder;
c. er is een compensatievrije hersteltijd;
d. de duur van de compensatievrije hersteltijd verschilt per
spanningsniveau en hangt af van de technische mogelijkheden die er
zijn om de onderbreking op veilige wijze op te heffen;
e. de compensatie is een forfaitair bedrag en is gerelateerd aan
de vervangingswaarde van de niet geleverde elektriciteit;
f. de compensatie neemt stapsgewijs toe naarmate de onderbreking
langer duurt;
g. de compensatie voor afnemers die zijn aangesloten op een net
met een spanningsniveau van 20kV of lager kan per aansluitwaarde
verschillen;
h. de compensatie voor afnemers die zijn aangesloten op een net
met een spanningsniveau hoger dan 20 kV wordt berekend op basis van
de door hen gecontracteerde transportcapaciteit;
i. er is geen recht op compensatie bij onderbrekingen die het
gevolg zijn van afschakeling op verzoek van de netbeheerder van het
landelijk hoogspanningsnet;
j. er is geen recht op compensatie voor aansluitingen van 1 × 6
Ampère of kleiner;
k. de compensatie komt voor rekening van de netbeheerder in wiens
net de onderbreking is ontstaan blijkens de registratie van
storingen op basis van de Regeling kwaliteitsaspecten netbeheer
elektriciteit en gas.
Artikel 18
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van
de wet, bevatten bepalingen inzake de wijze van registratie van
kwaliteitsindicatoren, welke ten doel hebben de vergelijkbaarheid van de
registraties van de netbeheerders te waarborgen.
Artikel 18a
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, bevatten regels omtrent de procedure van het aanwijzen van
congestiegebieden.
2.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, bevatten met betrekking tot het transport van
elektriciteit in congestiegebieden regels met betrekking tot:
a. het aanleveren van transportprognoses;
b. de wijze van aanleveren van transportprognoses;
c. de kwaliteit van transportprognoses en de controle daarop.
3.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, bepalen dat een afnemer in een congestiegebied
verantwoordelijk is voor de gevolgen van een gerealiseerde afwijking
ten opzichte van zijn transportprognoses.
4.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a,
van de wet, bevatten regels over de hoogte van het gecontracteerd en
beschikbaar gesteld vermogen waarboven afnemers verplicht zijn tot het
aanbieden van regel- en reservevermogen, die zodanig moeten zijn dat
het bijdraagt aan een effectieve en efficiënte oplossing van een
transportbeperking in een congestiegebied.
5.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a
en g, van de wet, bepalen dat de netbeheerder in een congestiegebied
een afnemer kan afschakelen indien de integriteit van dat net en de
betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening in gevaar komt.
§ 3.3. Voorwaarden met betrekking tot systeemdiensten
Artikel 19
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel i,
van de wet, bevatten de maatregelen die de netbeheerder van het
landelijk hoogspanningsnet neemt ter handhaving van de energiebalans.
Daarbij wordt de volgende volgorde in acht genomen:
a. inzet van regelvermogen;
b. inzet van reservevermogen;
c. inzet van noodvermogen;
d. oproep aan producenten nog niet beschikbaar gesteld vermogen
in te zetten;
e. inzet van gedoogvermogen;
f. afschakelen van afnemers.
2.De voorwaarden bevatten de procedures voor het nemen van de
maatregelen.
3.De voorwaarden bevatten een omschrijving van taken en verdeling
van verantwoordelijkheden ten behoeve van de handhaving van de
energiebalans, waaronder de energiebalans met het buitenland.
Artikel 20
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel i,
van de wet, bepalen dat het afschakelen van elektriciteit, bedoeld in
artikel 19, eerste lid, onderdeel f, geschiedt op basis van een door
de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vast te stellen
percentage van de maximale jaarbelasting van het net van de
betreffende netbeheerder of op basis van tevoren vastgestelde
percentages, onafhankelijk van de maximale jaarbelasting van het net.
2.De voorwaarden bepalen dat bij het afschakelen van elektriciteit
geen onderscheid wordt gemaakt tussen Nederlandse en buitenlandse
afnemers en dat bij het afschakelen uitsluitend technische criteria
worden toegepast.
Artikel 21
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel g, van
de wet, bepalen dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet
in geval van dreigende ernstige storingen voorrang heeft boven de
overige netbeheerders bij het aanspreken van producenten ten behoeve van
productieverschuiving of ten behoeve van de inzet van andere beschikbare
middelen als bedoeld in artikel 19, eerste lid.
Artikel 22
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a,
g en i, van de wet, bepalen dat de netbeheerders, met uitzondering van
de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, afschakel- en
herstelplannen opstellen met het oog op storingen of dreigende
storingen in de elektriciteitsvoorziening.
2.De voorwaarden bepalen dat de afschakel- en herstelplannen
gericht zijn op het instandhouden van de elektriciteitsvoorziening,
het voorkomen van ernstige schade aan het net of de elektrotechnische
infrastructuur en het voorkomen van uitbreiding van een stroomstoring.
3.De voorwaarden bepalen dat in de afschakel- en herstelplannen de
volgende prioriteitsvolgorde is opgenomen:
a. openbare orde en veiligheid, volksgezondheid;
b. kritische processen industrie, nuts- en basisvoorzieningen;
c. overige industrie, openbare gebouwen, bedrijven en
consumenten;
d. De voorwaarden bepalen dat deze volgorde in geval van
storingen of dreigende storingen wordt gehanteerd voor zover dat
technisch mogelijk is.
4.De voorwaarden bepalen dat de afschakel- en herstelplannen zijn
toegespitst op regionale omstandigheden.
5.De voorwaarden bepalen dat de afnemers in staat worden gesteld
kennis te nemen van de afschakel- en herstelplannen.
Artikel 23
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen c
en g, van de wet, bevatten regels ter voorkoming van uitbreiding van
storingen bij het transport van elektriciteit en ter voorkoming van
een storingssituatie waarbij één of meerdere netten geheel of ten
dele spanningsloos zijn.
2.De voorwaarden bevatten regels ten aanzien van de wijze waarop
netten na storingen in werking worden gesteld, waarbij een
omschrijving van taken en verdeling van verantwoordelijkheden wordt
gegeven.
Artikel 24
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen c en i,
van de wet, bevatten regels met betrekking tot de beschikbaarheid van
productievermogen van afnemers die producent zijn ten behoeve van de
handhaving van de energiebalans. In deze regels is opgenomen:
a. welke gegevens deze afnemers verstrekken aan de netbeheerder
van het landelijk hoogspanningsnet;
b. welke procedure geldt voor het verstrekken van deze gegevens
en op welke wijze deze gegevens worden bekendgemaakt.
Artikel 25
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c, van
de wet, bevatten met betrekking tot programma-verantwoordelijkheid:
a. de taken, rechten en plichten van degene die
programma-verantwoordelijkheid draagt;
b. de regels bij wijziging of overdracht van
programma-verantwoordelijkheid;
c. de procedure indien over degene die
programma-verantwoordelijkheid draagt een wettelijke
schuldsaneringsregeling, surséance van betaling of faillissement is
uitgesproken, of indien hij anderszins niet aan zijn verplichtingen
kan voldoen;
d. de bepaling dat de netbeheerder van het landelijk
hoogspanningsnet zorg draagt voor een register waarin degenen die
programma-verantwoordelijkheid dragen zijn opgenomen.
Artikel 26
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel c,
van de wet, bevatten met betrekking tot de programma’s, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van de wet:
a. de gegevens die de programma’s bevatten;
b. de procedures bij het indienen en het goedkeuren van de
programma’s;
c. de regels ter uitvoering van de programma’s.
2.De voorwaarden bevatten regels met betrekking tot de prijs die
degene die programma-verantwoordelijkheid draagt betaalt indien de
verbruikte hoeveelheid elektriciteit niet overeenkomt met de door hem
geraamde hoeveelheid, zoals opgenomen in het programma, bedoeld in het
eerste lid.
§ 3.4. Voorwaarden met betrekking tot het meten
Artikel 27
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van
de wet, geven ten aanzien van het meten van gegevens betreffende het
transport van elektriciteit aan:
a. wie verantwoordelijk is voor de aanleg, het beheer en het
onderhoud van de meetinrichting;
b. de technische specificaties waaraan de meetinrichting voldoet;
c. de handelswijze bij storingen in de meetinrichting.
Artikel 28
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van
de wet, bepalen ten aanzien van het meten van gegevens betreffende het
transport van elektriciteit dat de meting van de hoeveelheid
uitgewisselde elektriciteit plaatsvindt op het overdrachtspunt. Indien
de meetinrichting elders geplaatst is, wordt de gemeten hoeveelheid
teruggerekend naar de uitwisseling op het overdrachtspunt.
Artikel 29
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van
de wet, bevatten ten aanzien van het meten van gegevens betreffende het
transport van elektriciteit:
a. de rechten en plichten van de netbeheerder en de afnemer met
betrekking tot het uit- of aflezen van de meter;
b. de rechten en plichten van de netbeheerder en de afnemer met
betrekking tot de uitwisseling van de meetgegevens, waarbij
termijnen worden gesteld waarbinnen die uitwisseling plaatsvindt;
c. welke meetgegevens verzameld en vastgesteld worden, door wie
dat wordt gedaan en op welke wijze en met welke frequentie dit
geschiedt, waarbij specifieke regels kunnen worden gesteld ten
aanzien van de meting van blindenergie;
d. wie de meetgegevens valideert, wanneer dit plaatsvindt en op
basis van welke criteria dat gebeurt;
e. wie verantwoordelijk is voor de overdracht van de meetgegevens
aan de netbeheerder en op welke wijze dit geschiedt;
f. de verantwoordelijkheden van de netbeheerder met betrekking
tot de verwerking van meetgegevens en de wijze waarop deze
verantwoordelijkheden worden uitgevoerd;
g. de procedures met betrekking tot de uitwisseling van
meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid en in
het kader van de transport- en systeemdiensten;
h. de handelswijze bij storingen in de verzameling van
meetgegevens bij dagelijks op afstand afleesbare meetinrichtingen en
de handelswijze bij het repareren van die meetgegevens.
Artikel 30
De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van
de wet, bepalen ten aanzien van het meten van gegevens betreffende het
transport van elektriciteit dat een afnemer, die beschikt over een meter
als bedoeld in artikel 31c, eerste lid, van de wet, de meetgegevens van
de aan het net onttrokken en ingevoede hoeveelheden elektriciteit
afzonderlijk aan de netbeheerder verstrekt.
Artikel 31
1.De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b,
van de wet, bevatten ten aanzien van het meten van gegevens
betreffende het transport van elektriciteit:
a. een regeling met betrekking tot de vaststelling en
actualisering van verschillende verbruiksprofielen van afnemers
met niet dagelijks op afstand afleesbare meetinrichtingen;
b. een regeling met betrekking tot de vaststelling en
actualisering van belastingprofielen;
c. een procedure voor de verrekening van het verschil tussen
het met behulp van de verbruiksprofielen geschatte verbruik van
elektriciteit en het vastgestelde verbruik over een bepaalde
periode.
2.De voorwaarden bevatten een omschrijving van het in het eerste
lid, onderdeel a, bedoelde verbruiksprofiel en van de wijze waarop
afnemers in deze profielen worden ingedeeld, en een omschrijving van
de systematiek volgens welke het belastingprofiel, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, tot stand komt.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 32
Deze regeling treedt in werking zes weken na de dagtekening van de Staatscourant
waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 33
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inzake tariefstructuren
en voorwaarden elektriciteit.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
Den Haag, 9 januari 2005.
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst.
|
|
|