| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Experimentenwet
Kiezen op Afstand
TIJDELIJK
EXPERIMENTENBESLUIT KIEZEN OP AFSTAND
Tekst zoals deze geldt op
23 juli 2009
Regeling vervalt m.i.v. 1 januari 2010
Vervallen
m.i.v. 1 januari 2010
|
|
|
BESLUIT van 23 april 2004, houdende tijdelijke regels
ter uitvoering van de Experimentenwet Kiezen op Afstand (Tijdelijk
experimentenbesluit Kiezen op Afstand)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en
Koninkrijksrelaties van 23 januari 2004, nr. 0000019383, directie
Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Gelet op artikel 4, tweede en vierde lid, van
de Experimentenwet Kiezen op Afstand;
Gezien het advies van de Kiesraad van 17
oktober 2003, nr. 0000017301;
De Raad van State gehoord (advies van 1 april
2004, nr. W04.04.0053/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor
Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 20 april 2004, nr.
0000021297;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Experimentenwet: Experimentenwet Kiezen op Afstand;
b. Onze Minister: Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en
Koninkrijksrelaties.
Hoofdstuk 2. Bepalingen omtrent experimenten met stemmen in een
stemlokaal van eigen keuze
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 2
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. experiment: experiment als bedoeld in artikel 3;
b. stempas: kiezerspas als bedoeld in artikel K 4, eerste lid,
van de Kieswet, die uitsluitend bestemd is voor gebruik in het
gebied waar het experiment wordt gehouden;
c. kiezerspas: kiezerspas als bedoeld in artikel K 4, eerste lid,
van de Kieswet, niet zijnde een stempas;
d. volmachtbewijs: volmachtbewijs als bedoeld in artikel L 6,
eerste lid, van de Kieswet.
Artikel 3
Dit hoofdstuk is van toepassing op een experiment in een gemeente die
is aangewezen krachtens artikel 1, eerste lid, tweede volzin, van de
Experimentenwet, waarbij de kiezer in staat wordt gesteld te stemmen in
een stemlokaal naar keuze.
Paragraaf 2. De oproeping voor de stemming
Artikel 4
1.In afwijking van artikel J 7 van de Kieswet ontvangt elke kiezer
die bevoegd is aan de stemming deel te nemen en op de dag van
kandidaatstelling als kiesgerechtigde voor de stemming is
geregistreerd in het gebied waar een experiment wordt gehouden, ten
minste veertien dagen voor de stemming van de burgemeester een
stempas.
2.In artikel M 2, derde lid, van de Kieswet wordt voor
«oproepingskaart» gelezen: stempas.
Artikel 5
In afwijking van artikel K 4, derde lid, van de Kieswet wordt aan de
tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer wiens stempas in het
ongerede is geraakt of die ten onrechte geen stempas heeft ontvangen, op
zijn aanvraag door de burgemeester een nieuwe stempas uitgereikt, mits
de aanvraag uiterlijk op de tweede werkdag voor de dag van stemming door
de burgemeester wordt ontvangen en de aanvrager bij zijn aanvraag van
zijn identiteit doet blijken.
Artikel 6
1.Ongeldig zijn stempassen:
a. waarvoor in de plaats daarvan door de burgemeester een
kiezerspas of een volmachtbewijs is afgegeven;
b. waarvoor krachtens artikel 5 een vervangende stempas is
verstrekt;
c. van kiesgerechtigden aan wie het is toegestaan
overeenkomstig hoofdstuk M van de Kieswet per brief te stemmen;
d. die door de burgemeester ongeldig zijn verklaard, omdat
degene op wiens naam de stempas is gesteld niet als kiezer behoort
te zijn geregistreerd, dan wel na de dag van kandidaatstelling
maar voor de dag van stemming is overleden;
e. die door de burgemeester ongeldig zijn verklaard, omdat is
vastgesteld dat deze stempassen zijn ontvreemd of anderszins
onrechtmatig in omloop zijn.
2.In afwijking van artikel J 17, eerste lid, van de Kieswet draagt
de burgemeester van de gemeente er zorg voor, dat het stembureau
beschikt over een opgave van de stempassen die ongeldig zijn.
3.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de opgave, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 7
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling een model vast voor de
stempas. Onze minister verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de
gemeente de informatie die nodig is voor het produceren van de stempas.
Paragraaf 3. Het uitbrengen van de stem
Artikel 8
In afwijking van artikel K 1 van de Kieswet stemt de kiezer in een
stemlokaal naar keuze, dat is gelegen binnen het gebied waar het
experiment wordt gehouden, tenzij een kiezerspas is afgegeven naar
aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel K 3 van de Kieswet.
Artikel 9
1.Indien gebruik wordt gemaakt van een stempas geldt, in afwijking
van artikel K 11 van de Kieswet, hetgeen in het tweede tot en met
twaalfde lid is bepaald.
2.De kiezer wordt niet toegelaten tot de stemming dan nadat de
voorzitter van het stembureau de identiteit van de kiezer heeft
vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van
de Wet op de identificatieplicht.
3.De in het tweede lid bedoelde vaststelling van de identiteit kan
ook geschieden aan de hand van een kopie van het proces-verbaal dat
van een vermissing van het document op ambtseed is opgemaakt door een
opsporingsambtenaar van de Nederlandse, onderscheidenlijk de
Nederlands-Antilliaanse of de Arubaanse politie, in combinatie met een
document van de kiesgerechtigde op diens naam en voorzien van zijn
foto.
4.Het tweede lid van het stembureau tekent op de stempas aan de
aard van het document genoemd in het derde lid, aan de hand waarvan de
identiteit van de kiezer is vastgesteld.
5.In het proces verbaal van de zitting wordt aantekening gehouden
van de kiezers die op grond van het tweede lid niet zijn toegelaten
tot de stemming alsmede van de kiezers die zijn toegelaten op grond
van het derde lid.
6.Vervolgens overhandigt de kiezer aan de voorzitter van het
stembureau de stempas.
7.De voorzitter van het stembureau controleert de echtheid van de
stempas aan de hand van de informatie die hem door de burgemeester is
verstrekt.
8.Indien het stembureau constateert dat de stempas niet echt is,
houdt de voorzitter van het stembureau de stempas in en wordt de
kiezer niet toegelaten tot de stemming.
9.Indien de stempas echt is, noemt de voorzitter vervolgens
duidelijk verstaanbaar het volgnummer dat vermeld is op de stempas.
10.Het tweede lid van het stembureau gaat na of het volgnummer is
opgenomen in de opgave van ongeldige stempassen, bedoeld in artikel 6,
tweede lid. Indien het volgnummer in de opgave is opgenomen, houdt het
tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet
toegelaten tot de stemming. De voorzitter houdt hiervan aantekening.
11.Indien het volgnummer niet in de opgave is opgenomen,
controleert de voorzitter vervolgens of de gegevens op het
identiteitsdocument overeenkomen met de gegevens op de stempas. Indien
de voorzitter constateert dat de gegevens niet overeenkomen, neemt het
tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet
toegelaten tot de stemming. De voorzitter houdt hiervan aantekening.
Indien de gegevens wel overeenkomen, houdt het tweede lid van het
stembureau de stempas in en wordt de kiezer toegelaten tot de
stemming.
12.Ingevolge dit artikel ingenomen stempassen worden door het
stembureau onbruikbaar gemaakt.
Artikel 10 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 4. Het stemmen met een kiezerspas
Artikel 11
Op een verzoek van de kiezer tot omzetting van zijn stempas in een
kiezerspas die geschikt is voor gebruik buiten het gebied waar het
experiment wordt gehouden, is hoofdstuk K, met uitzondering van artikel
K 5, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
1.In artikel K 10, eerste lid, van de Kieswet wordt voor
«oproepingskaart» gelezen: stempas.
2.In afwijking van artikel K 6, eerste lid, tweede volzin, en K 10,
tweede lid, van de Kieswet, legt de kiezer bij het verzoek tot het
verstrekken van een kiezerspas de hem ingevolge artikel 4 toegezonden
of ingevolge artikel 5 uitgereikte stempas over.
3.Overeenkomstig de artikelen K 9 en K 10, vijfde lid, van de
Kieswet, wordt de beslissing tot inwilliging van het verzoek tot het
verstrekken van een kiezerspas vermeld op een oproepingskaart als
bedoeld in artikel J 7 van de Kieswet, met gebruikmaking van het op
die kaart daartoe voorkomend formulier.
Paragraaf 5. Het stemmen bij volmacht
Artikel 13
1.De volmacht, bedoeld in artikel L 2, eerste lid, van de Kieswet,
kan tevens worden verleend door overdracht van de stempas.
2.In afwijking van artikel L 2, tweede lid, van de Kieswet kan de
kiezer aan wie een stempas is gezonden een schriftelijke aanvraag
indienen om bij volmacht te stemmen.
Artikel 14
Artikel L 13, tweede lid, van de Kieswet is niet van toepassing.
Artikel 15
1.In afwijking van artikel L 14 van de Kieswet kan een kiezer die
op de dag van kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd binnen een
gebied waar een experiment wordt gehouden, een andere kiezer die op de
dag van kandidaatstelling binnen hetzelfde gebied als kiezer is
geregistreerd machtigen om voor hem te stemmen in een stembureau
binnen dat gebied.
2.De eerstbedoelde kiezer tekent daartoe het formulier dat voorkomt
op de stempas en laat de pas door de gemachtigde mede-ondertekenen.
3.Hij draagt de aldus in een volmachtbewijs omgezette stempas aan
de gemachtigde over.
Artikel 16
In artikel L 16 van de Kieswet wordt voor «oproepingskaart»
gelezen: stempas.
Artikel 17
In afwijking van artikel L 17 van de Kieswet is artikel 9, tweede tot
en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 6. Schorsing van de zitting van het stembureau
Artikel 18
Indien de zitting van het stembureau is geschorst worden, in
afwijking van artikel J 27, derde lid, onder c, d en e, van het
Kiesbesluit, achtereenvolgens in afzonderlijke, te verzegelen, pakken
gedaan:
a. de ingehouden ongeldige stempassen en volmachtbewijzen en de
aantekeningen van het stembureau die hierop betrekking hebben;
b. de ingehouden stempassen en volmachtbewijzen die niet voldoen
aan de echtheidskenmerken en de aantekeningen van het stembureau die
hierop betrekking hebben;
c. de overige stempassen;
d. de overige volmachtbewijzen en kiezerspassen.
Artikel 19
Artikel J 30 van het Kiesbesluit is van toepassing, met dien
verstande dat voor het proces-verbaal een afwijkend model wordt
vastgesteld.
Paragraaf 7. De stemopneming
Artikel 20
1.In afwijking van artikel N 2 van de Kieswet worden door het
stembureau, nadat het uitvoering heeft gegeven aan artikel N 1 van de
Kieswet, de in het tweede en derde lid vermelde handelingen verricht.
2.Door het stembureau worden, tezamen met een gewaarmerkte
verklaring van het stembureau betreffende de aantallen documenten die
het desbetreffende pak bevat, achtereenvolgens in verzegelde pakken
gedaan:
a. de ingehouden ongeldige stempassen en volmachtbewijzen en de
aantekeningen van het stembureau die hierop betrekking hebben;
b. de ingehouden stempassen en volmachtbewijzen die niet
voldoen aan de echtheidskenmerken en de aantekeningen van het
stembureau die hierop betrekking hebben;
c. de overige stempassen;
d. de overige volmachtbewijzen en kiezerspassen.
3.Ten slotte worden op overeenkomstige wijze ingepakt:
a. de niet gebruikte stembiljetten;
b. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten.
4.Artikel N 10 van de Kieswet is van toepassing, met dien verstande
dat voor het proces-verbaal een afwijkend model wordt vastgesteld.
5.De artikelen N 11, eerste lid, N 12, derde lid, N 13 en V 4,
vijfde lid, van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op de
verzegelde pakken, bedoeld in dit artikel.
Artikel 21 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 8. Bevoegdheid tot deelname aan herstemming
Artikel 22
1.Indien de stemming, bedoeld in artikel V 6, eerste lid, van de
Kieswet, het gebied betreft waar het experiment is gehouden en de
stemming alle stembureaus in een gemeente betreft, zijn, in afwijking
van artikel V 7, eerste en tweede lid van de Kieswet,
a. bevoegd deel te nemen aan de nieuwe stemming: de personen
die met het oog op de stemming, bedoeld in artikel V 6 van de
Kieswet, als kiezer waren geregistreerd in de gemeente onder
toevoeging van de personen ten aanzien van wie na de ongeldig
verklaarde stemming blijkt dat zij ten onrechte niet als kiezer in
de gemeente waren geregistreerd en de kiezers wier namen voorkomen
op de geldige kiezerspassen en volmachtbewijzen, die zijn
ingeleverd bij de ongeldig verklaarde stemming in de gemeente;
b. niet bevoegd deel te nemen aan de nieuwe stemming:
1°. de kiesgerechtigden aan wie een kiezerspas,
volmachtbewijs of briefstembewijs is verstrekt;
2°. de personen ten aanzien van wie na de ongeldig
verklaarde stemming blijkt dat zij ten onrechte als kiezer in
de gemeente waren geregistreerd.
2.Betreft de stemming, bedoeld in het eerste lid, niet alle
stembureaus in een gemeente, dan zijn, in afwijking van artikel V 7,
eerste en tweede lid, van de Kieswet, bevoegd deel te nemen aan de
nieuwe stemming: de kiezers wier namen voorkomen op de geldige
stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen en briefstembewijzen, die
zijn ingeleverd bij de ongeldig verklaarde stemming, met uitzondering
van personen waarvan na de ongeldig verklaarde stemming blijkt dat zij
ten onrechte als kiezer waren geregistreerd.
Paragraaf 9. Evaluatie van experimenten
Artikel 23
1.Onze Minister evalueert het experiment met betrekking tot de
toepassing van de identificatieplicht, het uniforme model voor de
stempas alsmede de uniforme termijn voor het aanvragen van een
vervangende stempas.
2.Deze evaluatie wordt begeleid door een door Onze Minister te
benoemen begeleidingscommissie die een oordeel geeft over de wijze
waarop de evaluatie wordt uitgevoerd.
Artikel 24 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 25 [Vervallen per 08-04-2009]
Hoofdstuk 3 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 1 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 26 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 27 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 28 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 2 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 29 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 30 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 31 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 32 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 33 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 34 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 3 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 35 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 36 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 37 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 4 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 38 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 5 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 39 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 40 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 41 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 42 [Vervallen per 13-09-2006]
Artikel 43 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 44 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 45 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 46 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 6 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 47 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 48 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 49 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 50 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 51 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 7 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 52 [Vervallen per 08-04-2009]
Paragraaf 8 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 53 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 54 [Vervallen per 08-04-2009]
Artikel 55 [Vervallen per 08-04-2009]
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 56
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 1 januari 2004.
Artikel 57
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk experimentenbesluit
Kiezen op Afstand.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 23 april 2004
BEATRIX
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en
Koninkrijksrelaties,
Th.C. de Graaf
Uitgegeven de elfde mei 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|