| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Financiële-verhoudingswet
(Fvw)
REGELING
OCW DAGARRANGEMENTEN EN COMBINATIEFUNCTIES
Tekst zoals deze geldt op
6 februari 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
REGELING van de Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap van 5 maart 2006, nr. PO/ZO-2006/10847, houdende
voorschriften van OCW inzake dagarrangementen en Combinatiefuncties
(Regeling OCW dagarrangementen en combinatiefuncties)
De Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de
Financiële-verhoudingswet;
Besluit:
Paragraaf 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. cofinanciering: de financiering die een aanvrager uit publieke
en private gelden voor het project beschikbaar worden gesteld, niet
zijnde de specifieke uitkering die op grond van deze regeling wordt
verleend;
c. cultuurinstelling: een rechtspersoon die culturele
activiteiten ontplooit ten behoeve van kinderen tot en met 16 jaar.
Artikel 2. Doel van de regeling
De minister kan een specifieke uitkering verlenen voor activiteiten
gericht op versterking van de sociale infrastructuur door middel van
combinatiefuncties en sluitende dagarrangementen voor kinderen tot en
met 16 jaar, teneinde de combinatie van arbeid en zorg te
vergemakkelijken.
Artikel 3. Projecten dagarrangementen en combinatiefuncties
1. Een project dagarrangement heeft ten doel bij te dragen aan
de ontwikkeling van een doorlopend aanbod tussen ten minste twee van
de volgende sectoren:
a. activiteiten op de terreinen van het welzijnsbeleid van de
gemeenten, betreffende welzijn jeugd, kinderopvang en sport, als
bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b en h van de Welzijnswet 1994
zoals die luidde op 1 maart 2006;
b. primair onderwijs, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
c. voortgezet onderwijs, bedoeld in de Wet op het voortgezet
onderwijs en de Wet op de expertisecentra;
d. culturele activiteiten, uitgevoerd door cultuurinstellingen, die
bijdragen aan de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen tot en met 16
jaar.
2. Een project combinatiefunctie heeft ten doel een functie te
realiseren die wordt uitgevoerd door één persoon, waarbij de
werkzaamheden zich uitstrekken tot twee of meer van de sectoren
omschreven in het eerste lid, ten behoeve van het uitvoeren van een
dagarrangement.
Artikel 4. Aanvrager specifieke uitkering
1. Een specifieke uitkering ten behoeve van een project,
bedoeld in artikel 3, kan worden aangevraagd door een gemeentebestuur,
een provinciaal bestuur of een samenwerkingsverband van deze partijen.
2. Op grond van deze regeling wordt geen specifieke uitkering
verleend aan gemeenten gevestigd in de provincie Flevoland of aan de
provincie Flevoland.
Artikel 5. Uitkeringsplafond
Voor de verstrekking van specifieke uitkeringen op grond van deze
regeling is maximaal 100 miljoen euro beschikbaar, waarvan maximaal 10
procent voor het beheer van de regeling.
Artikel 6. Berekening van specifieke uitkering
1. De specifieke uitkering bedraagt 45% van de projectkosten,
zoals omschreven in artikel 10, doch ten hoogste het bedrag dat wordt
vermeld in de beschikking waarmee de specifieke uitkering wordt
verleend.
2. De overige 55% van de in artikel 10 omschreven projectkosten
kan de aanvrager financieren uit cofinanciering.
Paragraaf 2. Aanvraag
Artikel 7. Aanvraag
1. Een specifieke uitkering wordt op
aanvraag verstrekt. De aanvraag wordt uiterlijk 31 maart 2006
elektronisch ingediend. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de door de
minister beschikbaar gestelde elektronische formats en formulieren. Na
de tijdige ontvangst van de elektronische aanvraag, deelt de minister in
een brief aan de aanvrager mee binnen welke termijn de aanvraag
schriftelijk moet worden bevestigd.
2. De door de minister vastgestelde formulieren en formats,
bedoeld in het eerste lid, zijn opgenomen in het Handboek OCW
Dagarrangementen en combinatiefuncties, dat als bijlage 5 bij deze
regeling wordt vastgesteld.
3. Aanvragen die zijn ingediend na 31 maart 2006, worden
afgewezen.
Artikel 8. Vereisten voor de aanvraag
1. De aanvraag voor een project dagarrangementen bevat in ieder
geval een projectbeschrijving. In de projectbeschrijving zijn
tenminste opgenomen:
a. een omschrijving van de beoogde resultaten van het project;
b. de begrote kosten;
c. de duur van het project en de daarin te onderscheiden fasen;
d. een beschrijving van de activiteiten in relatie tot de verwachte
resultaten;
e. een beschrijving van de projectorganisatie;
f. een beschrijving van de partners uit de verschillende sectoren
met wie het project is opgezet;
g. een verklaring van de aanvrager dat cofinanciering aanwezig is;
h. beschrijving van de administratieve organisatie en interne
controle;
i. het gemeentebestuur of het provinciebestuur maakt aannemelijk
dat er sprake is van perspectief op continuering van het project na
afloop van de periode van de specifieke uitkering.
2. Indien voor de financiering van het project cofinanciering
door derden wordt ingezet, geschiedt dit op basis van een schriftelijke
overeenkomst met dan wel een schriftelijke toezegging van die derden.
3. De aanvraag van een project combinatiefuncties bevat in ieder
geval een projectbeschrijving. De projectbeschrijving bevat naast de
onderwerpen, genoemd in het eerste lid, een beschrijving van het project
dagarrangement, waarvan de combinatiefunctie deel uitmaakt.
Artikel 9. Projectvereisten
1. Een project start in de periode van 1 april 2006 tot en
met 31 juli 2006.
2. Een project heeft een looptijd tot en met uiterlijk
31 december 2008.
3. Slechts activiteiten die voor de projectaanvang nog niet
uitgevoerd werden, komen voor een specifieke uitkering in aanmerking.
4. De projectorganisatie is dusdanig ingericht dat aannemelijk is
dat met de uit te voeren activiteiten het beoogde doel van het project
haalbaar is of wordt bereikt.
5. De kosten van het project staan in een redelijke verhouding
tot de daarvan te verwachten resultaten.
Artikel 10. Voor uitkering in aanmerking komende projectkosten
1. De projectkosten waarvoor een specifieke uitkering kan
worden aangevraagd, bedoeld in artikel 6, bestaan uit de kosten van
activiteiten verminderd met eventueel door het project gegenereerde
inkomsten. In bijlage 1 behorende bij deze regeling zijn de typen
activiteiten benoemd waaraan de specifieke uitkering dient te worden
besteed. Voor een specifieke uitkering komen uitsluitend de werkelijke
kosten die voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het
project noodzakelijk moeten worden geacht, zoals omschreven in
verordening (EG) nr. 1685/2000, in aanmerking.
2. De projectkosten, bedoeld in het eerste lid, worden
onderverdeeld naar:
a. voorbereidende activiteiten;
b. directe projectactiviteiten;
c. indirecte projectactiviteiten gericht op de aansturing van het
project (projectleiding en administratie); en
d. afrondende activiteiten.
3. Tot projectkosten, bedoeld in het eerste lid, worden niet
gerekend:
a. kosten die voor 1 augustus 2005 ten behoeve van het project
zijn gemaakt;
b. de kosten van inkomensvervangende betalingen of uitkeringen niet
zijnde loonbetalingen;
c. de loonkosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen
welke zijn aangegaan of bekostigd in het kader van de Wet inschakeling
werkzoekenden of het Besluit in- en doorstroombanen;
d. kosten van adviseurs, uitvoerders of onderuitvoerders die zijn
bepaald als percentage van de totale kosten van het project, of als
percentage van de te ontvangen uitkering voor het project;
e. het gedeelte van de kosten genoemd in het tweede lid onder a, c
en d dat gezamenlijk de 20% van de totale projectkosten te boven gaat;
f. kosten van afschrijvingen, huur en onderhoud van gebouwen en
overige goederen voor zover deze al in gebruik waren of al eigendom
zijn van de aanvrager of andere uitvoerende partijen bij het indienen
van de aanvraag;
g. de kosten van derden indien de marktconformiteit van deze kosten
niet kan worden vastgesteld;
h. sport- en spelmaterialen;
i. investeringen of inrichting van ruimten;
j. de loonkosten van een combinatiefunctie.
4. Indien kosten slechts voor een deel door het project worden
veroorzaakt, dan worden deze kosten naar verhouding, en op grond van een
controleerbare berekening, toegerekend aan het project.
5. Bij het inschakelen van derden gelden de aanbestedingsregels
zoals opgenomen in bijlage 2.
Paragraaf 3. Verlening specifieke uitkering
Artikel 11. Verlening
1. Een aanvraag voor een project wordt
toegewezen indien de aanvraag en het project voldoen aan de bij deze
regeling gestelde voorwaarden, met dien verstande dat indien het aantal
aanvragen gezamenlijk het beschikbaar gestelde bedrag, zoals bedoeld in
artikel 5, te boven gaat, het bedrag van de specifieke uitkering per
project evenredig wordt verlaagd.
2. Geen specifieke uitkering wordt verleend voor projecten die
medegefinancierd worden uit EU structuurfondsen of communautaire
initiatieven.
Artikel 12. De beschikking tot verlening van de specifieke uitkering
In de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering wordt het
maximumbedrag aan specifieke uitkering bepaald dat tegemoet kan worden
gezien. Bij de bepaling van dit bedrag wordt, onverminderd artikel 10,
uitgegaan van het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en
beheerskosten van het project, zoals door de aanvrager geraamd in zijn
aanvraag voor een specifieke uitkering, met dien verstande dat bepaalde,
in de beschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen
worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld,
voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk
geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.
Artikel 13. Bevoorschotting
1. De minister kan voorschotten verlenen.
2. Indien de minister een voorschot, bedoeld in het eerste lid,
verleent, wordt:
a. een eerste voorschot, ten bedrage van 50% van het maximaal
toegekende bedrag, direct uitbetaald nadat van de aanvrager van het
project bericht is ontvangen dat de uitvoering van het project
waarvoor de specifieke uitkering werd verleend is aangevangen;
b. Een tweede voorschot wordt in september 2007 uitbetaald, waarbij
de totale bevoorschotting wordt aangevuld tot 80% van het maximaal
toegekende bedrag.
Paragraaf 4. Verplichtingen
Artikel 14. Voorschriften projectadministratie
De ontvanger van de specifieke uitkering geeft aan door de minister
aangewezen personen desgevraagd inzage in of informatie uit deze
administratie. Tevens verschaft de ontvanger de voornoemde personen
desgevraagd informatie over de voortgang van het voor de specifieke
uitkering in aanmerking gebrachte project.
Artikel 15. Voortgangsrapportage
Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden die de
voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins
belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op een specifieke
uitkering, doet de ontvanger van de specifieke uitkering hiervan
onverwijld mededeling aan de minister.
Artikel 16. Overige verplichtingen van de uitkeringsontvanger
1. Een ontvanger van een specifieke uitkering verleent op
verzoek van de minister medewerking aan de totstandkoming van een
gegevensverzameling ten behoeve van door of namens de minister te
verrichten evaluaties en draagt er zorg voor dat ook onderaanvragers
en eventuele deelnemers aan projecten verplicht worden daaraan
medewerking te verlenen. De ontvanger bedingt dat eventuele partners
van de ontvanger medewerking verlenen aan de gegevensverzameling,
bedoeld in de vorige volzin.
2. De projectresultaten dienen om niet aan andere gemeenten en
provincies ter beschikking te worden gesteld.
Artikel 17. Toezicht
1. Een ontvanger van een specifieke uitkering is verplicht alle
medewerking te verlenen aan toezicht op de naleving door of namens de
minister.
2. Een ontvanger van een specifieke uitkering bedingt bij derden
die bij het project betrokken zijn, dat zij medewerking verlenen aan
toezicht op de naleving van het project.
Paragraaf 5. Vaststelling van de specifieke
uitkering
Artikel 18. Eindrapportage, verzoek tot vaststelling van de
specifieke uitkering
1. Een ontvanger van een specifieke
uitkering verstrekt jaarlijks uiterlijk op 15 juli de
verantwoordingsinformatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van
het Besluit financiële verhouding 2001.
2. De bijlage bij de jaarrekening over het jaar waarvoor
uitkering wordt verstrekt, bevat de verantwoordingsinformatie, bedoeld
in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
gemeenten.
3. Het verstrekken van de verantwoordingsinformatie over de jaren
waarvoor de specifieke uitkering is toegekend, geldt als aanvraag tot
vaststelling.
4. Uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de
verantwoordingsinformatie in 2009 wordt de specifieke uitkering
vastgesteld.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 19. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 maart 2006.
Artikel 20. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling OCW dagarrangementen en
combinatiefuncties.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 5, die ter inzage wordt
gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M.J.A. van der Hoeven.
Bijlage 1
Typen activiteiten, bedoeld in artikel 10, eerste lid van de Regeling
OCW dagarrangementen en combinatiefuncties.
Dagarrangementen
De voor specifieke uitkering in aanmerking komende activiteiten
inzake een project voor dagarrangementen zijn beperkt tot de volgende:
– Visieontwikkeling en planvorming
– Ontwikkeling en experimentele uitvoering van voorschoolse
opvang (peuterspeelzaalwerk, kinderopvang, opvang voor schooltijd)
– Ontwikkeling en experimentele uitvoering van naschoolse
opvang
– Ontwikkeling en experimentele uitvoering van tussenschoolse
opvang
– Ontwikkeling en experimentele uitvoering van
schoolvakantieopvang
– Ontwikkeling en experimentele uitvoering van creatieve
oplossingen voor dagarrangementen in bestaande gebouwen
– Ontwikkeling en experimentele uitvoering van modellen van
beheer en exploitatie
– Deskundigheidsbevordering personeel
De volgende activiteiten kunnen alleen voorkomen in combinatie met
één of meerdere van bovenstaande activiteiten:
– Publicaties (DVD, CD-Rom, brochure, krant, enz.)
– Ouderparticipatie
– Evaluaties.
Combinatiefuncties
Een project combinatiefuncties dient altijd deel uit te maken van een
dagarrangement. Het gaat hierbij om de ontwikkeling en experimentele
uitvoering van de functie waarbij tijdens de projectperiode de volgende
fasen en activiteiten mogelijk zijn:
1. Ontwikkelfase met o.a. de volgende mogelijke activiteiten:
– Een analyse waarbij bijvoorbeeld knelpunten binnen en rond
de functie onderzocht worden (o.a. arbeidsrechtelijke aspecten,
benodigde opleidingen, enzovoort).
– Een analyse van de voorwaarden binnen en rond de schakels
om een combinatiefunctie mogelijk te maken.
2. Test-/implementatiefase
– Het implementeren en testen van de werking van de functie
waarbij naast bijvoorbeeld de arbeidsrechtelijke aspecten van de
functie ook gekeken wordt welke scholing en/of begeleiding voor de
functie noodzakelijk is om de beoogde schakels zodanig te laten
functioneren dat er sprake is van een sluitend en werkend
dagarrangement. In deze testfase kunnen één of meerdere
meetmomenten opgenomen worden voor eventuele bijsturing;
– scholing, begeleiding, coaching van de medewerker die de
werkzaamheden uitvoert
– het ontwikkelen van scholingsaanbod t.b.v. de functie
3. Evaluatiefase
– het evalueren van de test-/implementatiefase
4. Aanstellingsfase
– Het daadwerkelijk aanstellen van een medewerker op de
tijdens de projectperiode ontwikkelde functie
– scholing, begeleiding, coaching van de medewerker die de
werkzaamheden uitvoert
Bijlage 2
[Ligt ter inzage bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap]
Bijlage 3 [Vervallen per 23-05-2007]
Bijlage 4 [Vervallen per 23-05-2007]
Bijlage 5 [Vervallen per 23-05-2007]
|
|
|