St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Financiële-verhoudingswet (Fvw)

 

REGELING  TIJDELIJK  SPECIFIEKE  UITKERING  EXTRA  VOORSCHOOLSE  MIDDELEN

Tekst zoals deze geldt op 6 februari 2009
Regeling vervalt m.i.v. 1 augustus 2009

Verwijderd uit ons regelingenbestand

 

  
 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 oktober 2007, kenmerk PO/ZO/2007/25597, houdende tijdelijke specifieke uitkering van extra voorschoolse middelen voor de schooljaren 2007–2008 en 2008-2009 (Regeling tijdelijke toekenning extra voorschoolse middelen)

     De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S.A.M. Dijksma;
     Handelende in overleg met de Ministers van Financiën en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
    Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

     Besluit:

 

 

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze Regeling wordt verstaan onder:

Voorschoolse educatie: een programma dat door gekwalificeerd personeel wordt verzorgd in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen voor doelgroepkinderen van 2 en 3 jaar.

Artikel 2. Doel van de tijdelijke specifieke uitkering

De minister verstrekt een specifieke doeluitkering aan gemeenten om onderwijsachterstanden van kinderen vroegtijdig te signaleren en te bestrijden.

Artikel 3. Toekenning van de tijdelijke specifieke uitkering aan gemeenten, bestemd voor de bestrijding van onderwijsachterstanden

1. Indien de som van de schoolgewichten, bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 juli 2006 van de hoofdvestigingen en nevenvestigingen van basisscholen voor zover deze zich bevinden op het grondgebied van een gemeente, op 1 oktober 2004, 11 of meer bedraagt, wordt aan een gemeente een specifieke uitkering toegekend voor de voorschoolse educatie. Deze uitkering wordt voor de schooljaren 2007–2008 tot en met 2008–2009 vastgesteld. De uitkering wordt berekend door de schoolgewichten bij elkaar op te tellen en de uitkomst te vermenigvuldigen met een bedrag van € 176,45 per schooljaar.

2. Gemeenten die anders dan op grond van artikel 168, eerste lid van de Wet op het Primair Onderwijs middelen uit rijkskas ontvangen voor de bestrijding van onderwijsachterstanden komen niet in aanmerking voor een specifieke uitkering als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4. Besteding tijdelijke specifiek uitkering

De gemeente besteedt de specifieke uitkering aan voorschoolse educatie overeenkomstig de voorwaarden van artikel 6 van het Besluit vaststelling doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid 2006–2010.

Artikel 5. Aanpassing tijdelijke specifieke uitkering

Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 3 verleende bedragen verlaagd tot het bedrag van de specifieke uitkering dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander voor zover van toepassing naar rato van het aantal ontvangers en van de hoogte van de verleende bedragen.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2007 en vervalt met ingang van 1 augustus 2009.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijk specifieke uitkering extra voorschoolse middelen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S.A.M. Dijksma
.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Fvw | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x